Gert Verheyen wordt opnieuw tv-analist: 'Ik praat graag over tactiek en veldbezetting omdat ik ervan overtuigd ben dat het impact kan hebben'

Gert Verheyen wordt volgend seizoen opnieuw cocommentator bij Proximus Sports en analist bij Sporza. Er lang nochtans een aanbod op tafel om de assistent van Philippe Clement te worden bij Club Brugge. Zelden werd iemand zo onvoorwaardelijk een grote trainerscarrière voorspeld. Humo sprak enkele maanden geleden met Verheyen daags na zijn ontslag bij KV Oostende. Herlees hier het interview.

(Verschenen in Humo op 11 maart 2019)

Minder dan een jaar na zijn debuut als clubtrainer zag de oud-speler en tv-analist geen andere uitweg dan ontslag bij KV Oostende. Humo mocht exclusief bij Verheyen op de koffie: ‘Bij mijn volgende club moet er een veldbedje in mijn bureau staan.’

'Misschien overdreef ik omdat het mijn eerste jaar was. Hugo Broos heeft me vaak gezegd: 'Als je zo blijft werken, maak je jezelf kapot.''

Nauwelijks enkele uren nadat zijn ontslag is bekendgemaakt, is het allerminst een aangeslagen ex-trainer die de poort van zijn fraai gerestaureerde jezuïetenhoeve openzwaait.

Gert Verheyen (lacht) «Dat ben ik ook niet. Weinig trainers zouden jou de dag van hun ontslag bij hen thuis ontvangen. Ik wel. Misschien omdat ik opgelucht ben. Acht en een halve maand heb ik gevochten voor mijn idealen. Helaas is mijn impact te klein gebleken.»

HUMO Na je laatste wedstrijd zei je dat Oostende zonder forse versterking volgend seizoen Lokeren achterna zou gaan. Twee dagen later kwam je met de club overeen om er na de reguliere competitie een punt achter te zetten.

Verheyen «Het was hún voorstel. Ze wisten al een tijdje dat het diep zat bij mij en stelden voor om de laatste twee wedstrijden nog te coachen en er dan mee te stoppen. Daar heb ik ja op gezegd. Maar twaalf dagen trainer zijn in de wetenschap dat je weggaat, dat werkt niet voor mij. ’s Anderendaags tijdens de ochtendtraining ben ik dat gewaargeworden. Twaalf dagen tegenover je groep doen alsof: ik kan dat niet.»

HUMO Je maakte in onderling overleg meteen een einde aan de samenwerking, zonder ontslagvergoeding.

Verheyen «Omdat ik zo niet in elkaar zit: ik wil geen geld waar ik niet voor heb gewerkt. Hadden ze mij na tien speeldagen zelf ontslagen, dan had ik dat natuurlijk niet gezegd. Maar als elk jaar de helft van de trainers wordt buitengegooid, mag er toch eens één zijn die zelf zegt: ‘Het was niet goed genoeg.’ (lacht)»

HUMO Voelt het niet alsof je je spelers in de steek laat?

Verheyen «Nu klink je alsof we gedegradeerd zijn. Dat is niet zo: Lokeren heeft tien punten minder dan wij. Terwijl het drie goede trainers heeft versleten, mannen die al lang in het vak zitten en prijzen hebben gewonnen, maar die samen maar zeventien punten hebben gepakt. Het kan dus nog erger.

»KV Oostende blijft in eerste klasse. Die twee matchen waarvoor ze me nog vroegen, zijn er zonder inzet. Voor play-off 2 hoef ik het ook niet te doen. Het seizoen is nu al gedaan. Tenzij ik grote ambities zou koesteren en denken dat we play-off 2 kunnen winnen en Europees voetbal kunnen afdwingen. Dat gingen wij niet doen, hoor (grijnst). Na tien speeldagen heb ik gewaarschuwd dat er vijf ploegen minder goed waren: Eupen, Cercle Brugge, wij, Waasland-Beveren en Lokeren. Eén van die vijf zou hangen. In de stand was het toen nog niet zichtbaar, maar ik had wel alle ploegen al grondig geanalyseerd: de data liegen niet. Dan kun je niet verbaasd zijn dat wij op de veertiende plaats staan.

»Ik was vaak ontgoocheld na de training. Ik zag te veel dingen die ik niet wilde zien. Soms ging het beter, maar telkens weer hervielen we in slechte gewoonten. Daar had ik het mee gehad. Misschien vinden ze volgend seizoen wel budget voor versterkingen, maar dat is niet het verhaal dat ik al een heel jaar hoor.»

'Zelfs als spelers tegenwerken, sta je als club machteloos: je móét hen betalen'

HUMO Je ontslag volgde kort na een even verrassende voorzitterswissel: Frank Dierckens zou over meer financiële armslag beschikken dan zijn voorganger Peter Callant.

Verheyen «Dat zal nog moeten blijken. Ik heb er niet op willen wachten, daarvoor was het vertrouwen niet groot genoeg.»

HUMO Tijdens de winterstop zei je nochtans: ‘Ik heb me dit nog geen seconde beklaagd.’

Verheyen «Dat is ook zo. Ik beklaag me mijn keuze voor het trainerschap niet, noch die voor KV Oostende. Maar als je 14 op 30 haalt in je eerste tien wedstrijden, 8 op 30 in de volgende tien, en aan 5 op 30 zit in de laatste tien: welke trainer zou dat overleven? In normale omstandigheden was ik al lang ontslagen.»

HUMO Je zei ook: ‘Ik heb toegevingen moeten doen, want ik ergerde me enorm.’

Verheyen «Er was veel niet naar mijn zin: op voetbalvlak, maar ook in de dagelijkse omgang en de beleving. Ik miste de drive bij de spelers. Nu zul je zeggen: ‘Gert, dat is normaal.’ Misschien, veel andere trainers klagen er ook over. Maar ik kan alleen vergelijken met hoe ik mijn job als speler zelf twintig jaar lang heb beleefd: dat was toch anders. Zolang je resultaten boekt, is dat niet zo erg. Ik kan absoluut leven met verlies. Maar tien matchen op een rij zonder overwinning? Ik trok me dat erg aan.

»Als coach van de nationale ploeg onder 19 jaar heb ik vaak gehoord: ‘De jeugd is nu eenmaal zo.’ Dat is niet waar: er zijn nog altijd jongens die keihard werken en hun vak serieus nemen. Ook bij Oostende. Maar welke cultuur er heerst, wordt vooral bepaald door wie het níét in zich heeft. Ik heb nieuwe spelers vol enthousiasme zien binnenkomen, die na een paar weken toch de aanwezige cultuur overnamen. Terwijl je ze net hebt gehaald om die cultuur te veranderen! Heel vreemd.»

HUMO Is dat wat sportief directeur Hugo Broos de Club Med-cultuur van KV Oostende onder Marc Coucke noemde?

Verheyen (voorzichtig) «Misschien. Ik snap sommige spelers ook wel: zij moesten voortdurend in de pers lezen dat ze een te zwaar contract hadden en weg moesten. Stap maar eens het veld op met het etiket dat je ongewenst bent. Dat is niet simpel, hoor. Die zware contracten waren de rode draad door ons verhaal. En dat probleem is nog altijd niet opgelost.»

HUMO Ben je geschrokken van de erfenis die Coucke heeft nagelaten?

Verheyen «Ik weet niet hoe het er onder hem aan toeging, maar spelers kwamen toen in een club terecht waar alles kon en niets te veel was. En plots was het afgelopen.»

HUMO Heb je de spelerskern slecht ingeschat?

Verheyen «Een beetje wel. Ik had alle wedstrijden van KVO van vorig seizoen bekeken. Er vielen me dingen op die beter moesten en waarvan ik dacht dat ik ze voor elkaar zou krijgen. Het is me niet gelukt: er was wel beterschap, maar niet genoeg. Misschien vraagt het meer tijd, maar die tijd heb ik mezelf niet gegund. Was ik niet overtuigend genoeg om de clubcultuur te veranderen? Of is die zo ingebakken dat het onbegonnen werk was? Dat weet ik niet. Ik kan moeilijk inschatten of het aan mezelf lag, of aan het gebrek aan bereidheid bij de spelers om erin mee te gaan.»

HUMO Straks krijgt Jan Mulder nog gelijk: zo belangrijk is een trainer niet.

Verheyen «Ik praat graag over tactiek en veldbezetting omdat ik ervan overtuigd ben dat het impact kan hebben. Maar – en daarin geef ik Jan wél gelijk – bij een club als Oostende is de impact van tactiek ondergeschikt aan veel andere dingen: loopvermogen, duelkracht en balvastheid. Met mentaliteit kun je een gebrek aan kwaliteit verdoezelen. Daarom heb ik er ook zo op gehamerd.»


Nooit vakantie

HUMO Vaak ontstaan problemen als een club doelstellingen formuleert waar een groep niet klaar voor is. Ex-voorzitter Callant noemde Oostende een subtopper die een zesde tot tiende plaats mocht ambiëren.

Verheyen «De nieuwe voorzitter heeft het nu ook over de zevende of achtste plaats. Heb je al gezien wie daar staan? Sorry, daar kunnen wij niet aan tippen. Nu, ik snap wel dat je ‘de rechterkolom’ of ‘de degradatie ontlopen’ niet als ambitie kunt uitspreken. Als we er met die gedachte aan waren begonnen – ‘Dit is een overgangsjaar en onze enige ambitie is om ons te redden’ – dan was ik ongelofelijk blij geweest, want dan hadden we onze doelstelling bereikt. Maar dat is niet het geval. Dan kun je mij niet kwalijk nemen dat ik niet blij ben.

»In de winterstop heb ik drie doelstellingen geformuleerd die ik nog realistisch achtte: meestrijden voor de tiende plaats, de bekerfinale halen en een puntje pakken tegen een grote ploeg. Die twee trainingsweken waren zéér goed, ik geloofde echt dat het beter kon. We hébben in januari ook goede wedstrijden gespeeld, zoals tegen AA Gent in de halve finales van de beker. We kwamen ook vaker op voorsprong dan vóór Nieuwjaar. Maar uiteindelijk hebben we geen enkele van de drie doelstellingen bereikt.»

HUMO Is er een kantelmoment geweest?

Verheyen «Nee. Of toch: de terugwedstrijd in de beker tegen AA Gent (Gent klopte Oostende na twee late doelpunten en een penaltyreeks, red.). Soit, dat soort tegenslagen is eigen aan het voetbal. Ik heb mijn spelers voor twee dagen naar huis gestuurd om van de klap te bekomen. Toen ze terugkwamen, dacht ik dat ze het verwerkt hadden, maar iedereen zat nog even kapot. Achteraf heb ik het daar met Jef Brouwers (sportpsycholoog, red.) over gehad: ik had ze bij mij moeten houden om het samen te verwerken.»

HUMO Misschien had je zelf wel nood aan die twee dagen.

Verheyen (ferm) «Ik heb in die acht en een halve maand bij KVO niet één dag vrij genomen! Ik heb weleens thuis gewerkt, maar geen enkele dag heb ik níét voor Oostende gewerkt. Ook dat wordt op den duur zwaar. Als je zaterdag weer niet wint en zondag opnieuw een analyse moet maken, dan wordt het een corvee.»

HUMO Beschouw je je tijd bij KVO als een mislukking?

Verheyen «Voor mezelf wel, ja. Maar mocht ik het van buitenaf als analist bekijken, dan zou ik zeggen: ‘Goed gedaan, want je bent niet gedegradeerd.’»

HUMO Is het een harde kennismaking met het hoofdtrainerschap geweest?

Verheyen «Dat gevoel heb ik niet. Veel mensen denken nu dat ik weer analist word, maar ik blijf aan deze kant staan. Ik heb geen spijt van mijn keuze en ik heb veel bijgeleerd. Sommigen zullen zeggen dat het knap is om met deze groep 27 punten te halen. Anderen zullen vinden dat ik er minstens achtste mee had moeten worden. Maar hoe kun je dat bewijzen? Ik kan alleen maar zeggen dat ik acht en een halve maand keihard heb gewerkt. Alleen hebben we niet de resultaten gehaald waarop we hadden gerekend. Overwinningen zijn je brandstof. Als die er niet zijn, loop je leeg.»

HUMO Was er ook iets positiefs?

Verheyen «Jawel, die zes keer dat we gewonnen hebben! (schaterlacht) Winnen is plezant.»

HUMO Kijk je nu anders naar het wereldje?

Verheyen (denkt na) «Op mijn eerste twee seizoenen bij Lierse na ben ik als speler alleen bij topclubs aan de slag geweest: vier jaar bij Anderlecht, veertien jaar bij Club Brugge. Ik zeg niet dat er bij Oostende niet professioneel wordt gewerkt: hoe je je job beleeft, zou niets te maken mogen hebben met geld. Maar of een speler bij een topclub dan wel bij een middenmoter speelt, heeft niet altijd met voetbalkwaliteiten te maken, maar ook met wat hij ervoor overheeft – met zijn drive, dus. Dan kom je toch bij geld uit. Wat die jongens op dat niveau verdienen, is zéér ongezond. Je kunt vandaag veel geld scheppen in het voetbal zonder te presteren.

'Wat die jongens verdienen, is zéér ongezond. Je kunt veel geld scheppen zonder te presteren'

»De macht van de spelers is te groot. Ook als ze niet presteren of zelfs tegenwerken, sta je als club machteloos: je móét hen betalen. Zo’n speler weet ook dat er aan de andere kant van de wereld altijd wel een ploeg is die zegt: ‘Voor hem gaan we nu eens 3 miljoen euro betalen!’ Het klinkt vast als ‘vroeger was het beter’, maar wij moesten destijds prestéren. Ik maakte bij Club eens één seizoen zes goals in plaats van de gebruikelijke veertien of vijftien. Ik werd bij de voorzitter geroepen: ‘Gert, hoe komt het, jongen?’ Dan piep je niet meer, hoor. Ik dacht: volgend jaar moet ik er weer vijftien maken, want anders ga ik minder verdienen of moet ik zelfs weg. Dat is nu wel even anders.»


Uit de krammen

HUMO Toen je het als jonge speler moeilijk had bij Club Brugge, kreeg je veel steun van je toenmalige trainer Hugo Broos. Met je ploegmaat Franky Van der Elst klikte het meteen. Heeft deze mislukking gevolgen voor je relatie met hen?

Verheyen «Helemaal niet. Ik weet hoe het werkt in een club: als het niet loopt, komt er een moment dat je elkaar van alles gaat verwijten. Zover heb ik het niet willen laten komen.

»Ik wilde Franky als assistent. Dat is alles. Ik was blij met Hugo, maar als er een andere sportief directeur was gekomen, had ik niet gezegd: ‘Dan kom ik niet.’ Ik had al vóór zijn aanstelling met Oostende gesproken en min of meer toegezegd. Het plaatje klopte: ondanks het vertrek van Coucke zou er niets veranderen. Dat klonk ambitieus, zonder de druk om play-off 1 te moeten halen.

»Zonder Hugo was ik wellicht al vroeger ontslagen. Hij vond het niet prettig dat ik opstapte.»

HUMO Anderhalf jaar geleden stonden jij en Franky Van der Elst samen in Humo. De titel boven het dubbelinterview luidde: ‘Als coach is het vaak eenzaam. Het helpt als je dan je beste maat naast je hebt – op de bank, maar ook ’s avonds in het hotel om alles door te spoelen’. Hoeveel hebben jullie de voorbije maanden samen moeten doorspoelen?

Verheyen «Behoorlijk wat. We deelden onze ergernissen met elkaar, maar uiteindelijk sta je er als hoofdcoach alleen voor. Er was maar één eindverantwoordelijke, en dat was ik. Dan komt er een moment dat ik niet naar de vriendschap kijk en aan mezelf denk. Franky argumenteerde nog dat het toch leuk is om dit samen te doen. Maar leuk is het alleen als je wint (lachje).»

HUMO Veel redenen om te lachen waren er niet.

Verheyen «Te weinig. Weet je nog hoe blij we waren toen we in Eupen wonnen? Dat leek overdreven, maar elke driepunter moesten we koesteren, want met al die gelijke spelen schiet je weinig op. Behalve tegen de grote ploegen hebben we maar drie keer verloren: tegen STVV, Moeskroen en Kortrijk. Zo bekeken lijkt het niet zo slecht, maar we wónnen ook niet. Als we in plaats van al die gelijke spelen een paar wedstrijden hadden gewonnen – en dat heeft er meermaals in gezeten – dan was ik nu nog coach.»

HUMO Peter Callant had het afgelopen zomer ook over ‘mensen verbinden’, en: ‘We willen iedereen gelukkig maken.’ Naïef?

Verheyen «Voor mij niet. Veel bedrijven draaien rond waarden. Zelf sta ik ook voor een aantal waarden, en ik ben ervan overtuigd dat zowel in de bedrijfswereld als in het voetbal de resultaten mee bepaald worden door je dagelijkse werkethiek. Tijdens de seizoensvoorbereiding heb ik dat vaak aangehaald bij mijn spelers. Maar als er geen respons op komt, verlies je de moed om er op te blijven terugkomen. Veel voetballers denken: het zal wel. Ten onrechte, want achter individuele sporters die succesvol zijn, staat vaak een psycholoog. Ik zou zelf óók een betere speler geweest zijn als ik tijdens mijn carrière die begeleiding had gekregen.

»Maar het grote verschil blijft toch die bal op of net naast de paal.»

HUMO Een geweldig cliché.

Verheyen «Maar het klopt wel. Alle clubs in een overgangsfase worstelen ermee, Anderlecht nu ook. Of neem het verhaal van Vincent Mannaert en Bart Verhaeghe bij Club Brugge: dat was ook geen instantsucces. Maar kom je daar vandaag binnen, dan voel je wel een cultuur. Mijn eerste vraag aan Peter Callant was: ‘Wie zijn wij? En wie wíllen wij zijn?’ Als je terug wilt naar wat Oostende vóór Coucke altijd is geweest, moeten we ons nu eerlijk durven afvragen of we daar wel de juiste spelers voor hadden. Achteraf bekeken hebben we daar te weinig oog voor gehad, ook ik.

»De moderne trainer zal in de toekomst meer en meer psychologisch gevormd zijn. De helft van onze trainersopleiding ging er al over. Ik heb zelf veel geleerd van Jef Brouwers. Bij Oostende probeerde ik de spelers zelf psychologisch te begeleiden, maar eigenlijk moet je daar een professional voor in huis hebben.»

HUMO Ben je te zacht geweest?

Verheyen (fijntjes) «Ik denk niet dat ze dat over mij zullen zeggen. Ik ben dikwijls uit mijn krammen geschoten, maar altijd met een reden. Voor mij gaat het om twee zaken: hoe je zelf bent, en hoe je je tot anderen verhoudt. Dat staat los van de vraag ‘Hoe goed kunnen die mannen sjotten?’, en ik heb er onvoldoende impact op gehad.»

HUMO Zul je meedogenlozer moeten leren te zijn?

Verheyen «Ik moet nog strenger en meedogenlozer zijn, absoluut. Maar ik kan mezelf ook niet verloochenen. Ik heb nooit gespééld dat ik kwaad was, zoals sommige trainers dat kunnen. Misschien moet ik dat leren. In een interview op mijn tanden bijten en niet zeggen wat ik denk.»

'Ik heb nooit gespééld dat ik kwaad was, zoals sommige trainers dat kunnen. Misschien moet ik dat leren.'

HUMO Hoever wil je daarin gaan?

Verheyen «Toch niet te ver (lacht). Ik beschouw het als een grote kwaliteit om in alle omstandigheden te zijn wie je bent. Aan mij zie je alles, ik kan niet verbergen hoe ik me voel. Het is niet omdat supporters graag hebben dat je met je armen staat te zwaaien, dat ik dat ook ga doen. Ik zwaai alleen als ik denk dat het nodig is. Hetzelfde met de redding: ik ben daar niet blij mee. Dan ga ik ook niet acteren dat ik het wél ben.»


Vijf kilo dikker

HUMO Toen bekend raakte dat je de sprong naar het clubtrainerschap maakte, klonk er overal lof.

Verheyen «Dat had minder te maken met de kwaliteiten die men mij toedichtte als trainer, dan met hoe ik met iedereen overeenkom.»

HUMO Peter Vandenbempt, met wie je jarenlang de Champions League voor Proximus hebt verslagen, schreef: ‘Gert komt niet meer terug, hij zal het maken als trainer.’

Verheyen «Wat is ‘het maken’? Ik heb zeker de ambitie om trainer te blijven en er iets van te maken. Hoe beter je bent, hoe beter je resultaten zullen zijn, en dan krijg je ook interessante voorstellen van grotere clubs. Meer valt er niet over te zeggen.»

HUMO Heb je de voorbije maanden ingeboet aan levenskwaliteit?

Verheyen «Zeker. Maar daar geef ik het niet voor op. Trouwens, iederéén werkt hard, ook de boer aan de overkant, die dagelijks met zijn 140 koeien in de weer is.»

HUMO ‘Mijn privéleven is nul,’ zei je eens.

Verheyen «Dat was er misschien over. Laat ons zeggen: nul komma één (lacht). Op zondag was ik meestal thuis met mijn vriendin, maar wij gingen dan niet aan zee uitwaaien. Zij bereidde haar werkweek voor – ze werkt voor farmagigant GlaxoSmithKline – en ik bekeek onze wedstrijd, en dikwijls ook al wat matchen van onze volgende tegenstander.

»Hugo heeft me vaak gezegd: ‘Als je zo blijft werken, maak je jezelf kapot.’ Misschien overdreef ik omdat het mijn eerste jaar was. Maar ook als speler werkte ik keihard om mezelf niets te hoeven verwijten. Je wordt ertoe gedwongen omdat je niets aan het toeval wilt overlaten. Grappig, want uitgerekend het toeval speelt toch een grote rol in het voetbal.»

HUMO Is het belangrijker je niets te hoeven verwijten als trainer dan als partner of vader? Je bent al eens gescheiden.

Verheyen «Maar toen was ik géén trainer! (lacht) Mijn vriendin en ik leiden min of meer hetzelfde leven: we werken allebei van ’s morgens tot ’s avonds, en dat gaat heel goed. Als één van de twee thuis op de ander zou zitten te wachten, dan zou het inderdaad niet lukken. En als ik nog kleine kinderen had gehad, dan had ik ze niet zien opgroeien. Maar mijn zonen zijn volwassen en weten zich te redden – geef ze eten en geld, en ze hebben je niet nodig (lacht). De oudste twee studeren in Gent – geneeskunde en geologie – en zitten op kot, de jongste moet zijn laatste jaar van het middelbaar overdoen en woont nog bij zijn moeder. Tijdens de examens komen ze vaak hier studeren. De dochter van mijn vriendin is hier minder vaak. Een scoutsmeisje, hè: de scouts zijn haar familie.

»In deze fase van mijn leven, met een vriendin die het even druk heeft als ik en kinderen die het huis uit zijn, maken al die opofferingen weinig uit. Al zou ik wel graag elke dag eens op mijn koersfiets springen.»

HUMO Heb je die gemist?

Verheyen «Jawel. Ik sta te zwaar en ik heb geen conditie meer. Door een heel jaar mee te eten met mijn spelers en zelf niet te sporten, ben ik een kilo of vijf aangekomen. Ik deed ook niet mee tijdens de training omdat ik het geen gezicht vind, een trainer die zich tussen zijn spelers in het zweet staat te werken. Roberto Martínez gaat elke dag lopen, Marc Brys ook. Dat zal ik moeten leren. Als ik dit jaren wil volhouden, zal ik niet anders kunnen dan weer te gaan lopen en fietsen. En ik moet proberen van die sigaretten af te raken.»

HUMO Ben je moe?

Verheyen «Dat valt mee. Ik ga altijd vroeg slapen, ten laatste om elf uur. Ik heb minstens acht uur slaap nodig. Met zeven en een half lukt het ook nog, maar minder dan zeven is te weinig voor mij. ’s Middags krijg ik na het eten en de training ook altijd een klopje. Dan zou ik een halfuurtje moeten kunnen rusten. Nu ik erover nadenk, daar moet ik nog iets op vinden. (Met gespeelde ernst) Mijn volgende club moet er één zijn met een veldbedje in mijn bureau.»

HUMO Spenderen trainers hun nachten dan niet aan het eindeloos herbekijken van voetbalwedstrijden?

Verheyen «De meesten hebben een videoanalist in dienst, ik bekeek alles zelf. Maar blijkbaar niet goed genoeg (lacht).»

HUMO Heb je het tv-werk als cocommentator gemist?

Verheyen «Nee. Ik heb het altijd graag gedaan, maar ik ga niet ineens opnieuw analist worden. Sporadisch wil ik het nog wel een keer doen. Trouwens, ik was gevraagd voor Real Madrid – Ajax, maar toen kwam er net iets tussen (lacht). Maar voor alle duidelijkheid: ik ben een trainer tussen twee jobs.»

HUMO Dat klinkt alsof je al weet dat er iets op je ligt te wachten.

Verheyen (lacht) «Het zal ervan afhangen hoe andere clubs mijn ontslag bij Oostende inschatten. Maar wat de kenners betreft, maak ik me geen zorgen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234