'Geub' op Eén: 'Geen uitstaans met wat voor volwassenheid dan ook'

Opgroeien leidt tot volwassenheid, een kwaal die volgens deskundigen aan de grondslag zou liggen van ongemakken als rugklachten, verzekeringspolissen, en filerijden. Men kan dus maar beter zuinig omspringen met dat hele wasdom, wat ons naadloos tot bij ‘Geub’ brengt. De fictiereeks van en met Philippe Geubels viel tot voor kort enkel in het digitale te genieten, maar heeft sinds een drietal weken ook de openbare omroep bereikt.

‘Geub’ heeft geen uitstaans met wat voor volwassenheid dan ook, wat voor hooggeplaatste critici die weten waar ze het over hebben, of toch beter dan u, aanleiding was om de reeks na geboorte hardhandig met de kop in de doopvont te douwen, wellicht in de hoop dat er dra zuurstoftekort zou optreden. De reeks werd ervan beticht zich te bedienen van een platheid die geen plaats heeft in deze anders zo beschaafde tijden, maar dat er volgens diezelfde kenners geen waarneembare humor zou schuilen in ‘Geub’ was een veel grover aantijging. Hoe onterecht ook, als verwijt was het niet onbegrijpelijk: voor fatsoenlijke mensen moet het niet fijn zijn om toe te geven dat je ‘Geub’ bijwijlen, wanneer er even geen andere fatsoenlijke mensen in de buurt zijn om je met een stok op de knokkels te tikken, stiekem gerust onweerstaanbaar lollig kan vinden.

Het verhaal waarop ‘Geub’ elke aflevering voortborduurt is flinterdun: Geubels’ eega is ervandoor met de buurman, toevallig een rijzige, niet onbemiddelde, grootgeschapen zestiger die op de koop toe z’n wortels boven de Moerdijk heeft - ‘een Hollander’, zoals het in ‘Geub’ beknopter maar niet minder treffend verwoord wordt. De Philippe Geubels die daarvan loopt te balen in ‘Geub’ toont veel gelijkenissen met de gelijknamige komiek die hem vertolkt, net zoals Johnny Braeckman, Geubels’ manager die hem uit geldbejag tot allerlei schnabbels aanzet, sprekend op Jonas Geirnaert lijkt. Braeckmans empathisch vermogen reikt bepaald niet zo ver als zijn middenscheiding, waardoor je gerust van een cliché zou kunnen spreken: een aandoening die hem evenwel geen gram minder vermakelijk maakt. Op dezelfde manier moet je toegeven dat er in Geubels geen groot acteur gevaren is, maar dat zo’n detail hem er niet minder gekwalificeerd op maakt als wandelende pointe. De situaties waarin Geubels en gevolg zich bevinden in ‘Geub’ zijn in de eerste plaats decors, waartegen de ene na de andere vondst afgevuurd worden. Soms is Geubels zelf weinig meer dan aangever van het eigen noodlot, en zie je de clou al hangen boven z’n glimmende kop. Vaak overleeft de mop die aankondiging, maar soms niet: in zulke gevallen hoor je nog het papier kraken waarop de vondst in kwestie gepend stond.

Slapstick wordt evenmin geschuwd in ‘Geub’, maar zoiets optekenen als argument tot afvoeren zou onvergeeflijk zijn. Wie na twintig, in al hun joligheid gescripte panelshows niet stilaan toe is aan een simpele lul die van een ladder dondert, valt voor geen haar te vertrouwen. Vanuit komisch oogpunt de zwaartekracht tegemoet treden kan ook kunst zijn. Ontkennen dat ‘Geub’ gortig kan zijn, zou echter een ontkenning zijn van die aard waarmee de hoofdrolspeler zich een kappersabonnement zou aanschaffen: alsof de medeplichtigen achter ‘Geub’ tot hun eigen verbazing een fictiereeks op de openbare omroep in handen kregen, en wilden zien hoever ze konden gaan voor moedertje staatszender hen die weer uit handen trok. Het door Ben Segers en Axel Daeseleire voorgezeten ‘Auwch_’, dat u nog altijd een geldige bestaansreden schuldig is voor dat streepje in de titel, dringt zich dan op als vergelijking, maar net dan haalt ‘Geub’ z’n gram: ten huize Segers en Daeseleire was zwijnerij de pointe van de mop, in ‘Geub’ is het vaak de aanzet, en is het de verbetenheid waarmee de daaruit voortvloeiende onzin wordt volgehouden, en de nauwkeurig afgemeten timing waarop ze deint, waardoor één en ander weer verteerbaar wordt. Overigens: vertering ligt aan de basis van stoelgang, die niet zelden leidt tot stront. Zo’n opmerking zou je, vooral vanuit een kennersoog, plat kunnen noemen. Ach wat. Wat hier ‘plat’ is, is voor een Fransman iets om van te smullen.

Iemand die een hele aflevering ‘Geub’ lang zit te gieren, smeekt om in twijfel getrokken te worden. Maar wie ze helemaal onbewogen uitzit, die verdient pas wantrouwen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234