Interview

Geveld door kanker: het afscheidsinterview van Marc Van Eeghem (1960 – 2017)

Zeven jaar op rij streed Marc Van Eeghem tegen een agressieve vorm van prostaatkanker, tot de dokters eerder dit jaar moesten erkennen dat ze hem niet langer konden helpen. Sinds hij officieel uitbehandeld was, probeerde de acteur er met de steun van vrienden en familie het beste van te maken.

'Ik ben 57, ik ben de jongste van vijf broers, ik heb twee jonge zonen... Normaal gezien ga je dan nog niet dood'

Het interview vindt plaats in Van Eeghems slaapkamer, met zicht op het Antwerpse Stadspark. De acteur ligt in bed, met een wollen muts op zijn hoofd, het donsdeken tot aan zijn kin opgetrokken. Zijn nachttafeltje ligt vol pijnstillers en andere medicatie. Door de jaloezieën schijnt een pril winterzonnetje op zijn vermoeide gezicht. Hij verontschuldigt zich omdat we niet aan de tafel of in het salon gaan zitten – hij is te zwak om uit bed te komen, zegt hij. Zijn slaapkamer is trouwens de plek waar hij sinds een paar weken al zijn bezoek ontvangt.

Van Eeghem praat zacht en traag, bij momenten moeizaam. Een gevolg van de morfine, legt hij uit. Maar hij is ook helder en gevat, hij lacht veel, en hij weet precies wat hij wil zeggen. Ondanks de pijn, de vele ongemakken en het besef dat hem nog maar weinig tijd rest, houdt hij zich kranig en heeft hij zijn lot moedig aanvaard, zonder kwaadheid of zelfmedelijden. Alleen als het over zijn twee tienerzonen gaat, krijgt hij tranen in de ogen.

HUMO In 2010 werd er prostaatkanker bij je vastgesteld. Kwam die diagnose als een donderslag bij heldere hemel, of had je het zien aankomen?

Marc Van Eeghem «Ik liep al een tijdje rond met vage klachten: buikpijn, winderigheid, een opgeblazen gevoel... Het was vooral op aandringen van Britt (van Marsenille, red.), mijn toenmalige vriendin, dat ik een darmonderzoek heb laten doen door dokter Luc Colemont, de bekende darmspecialist. Van hem kreeg ik te horen dat er met mijn darmen niets mis was, maar hij had bij het onderzoek wel gezien dat mijn prostaat duidelijk misvormd was. Hij stelde voor om mijn bloed te laten testen. Dat heb ik meteen gedaan.

»Enkele dagen later was ik in Orléans, waar we met het Toneelhuis ‘De man zonder eigenschappen’ opvoerden, toen ik van dokter Colemont een telefoontje kreeg. Hij vroeg wanneer ik kon langskomen. Ik vroeg waarom, en of hij misschien slecht nieuws had, maar die vraag ontweek hij. Twee dagen later zat ik in zijn bureau, en vertelde hij me dat mijn PSA-waarden schrikbarend hoog waren (PSA staat voor ‘prostaat specifiek antigeen’ en is een indicator voor prostaatkanker, red.). Daarom wou hij een uroloog een stukje weefsel van mijn prostaat laten onderzoeken. Dat is de volgende dag al gebeurd, en ik denk dat ik nog diezelfde dag de diagnose kreeg: ik had een agressieve vorm van prostaatkanker, met uitzaaiingen in mijn bekken.»

HUMO Hoe reageerde je op dat nieuws?

Van Eeghem «Dat was natuurlijk een mokerslag. Niet alleen voor mij, maar ook voor Britt, die erbij was toen ik de diagnose kreeg. Zij was helemaal van slag. Heel begrijpelijk, want wij waren net een jaar samen. Haar hele wereld stortte in. Ik was zelf ook behoorlijk van de kaart, maar lang heeft dat niet geduurd – ik wilde niet bij de pakken blijven zitten, ik wilde die kanker aanpakken. Nadat ik van de eerste schok bekomen was, dacht ik: ‘Oké, wat moet er gebeuren?’

'Na de eerste behandeling werd ik impotent. Daar heb ik het heel moeilijk mee gehad. Maar ik heb in mijn leven mijn portie seks en erotiek wel gehad'

»Dat heb ik de voorbije jaren vaak gehoord van vrienden en collega’s: ‘Knap dat je zo positief blijft en niet instort.’ Maar zo ben ik altijd geweest, ik sta positief in het leven, óók als ik het moeilijk heb en geen uitweg meer zie. Dat is de aard van het beestje. Gelukkig maar, anders had ik het de voorbije zeven jaar niet volgehouden. Ik ben niet in een hoekje gaan zitten huilen en heb gedaan wat er gedaan móést worden, hoe lastig dat vaak ook was. Ik denk dat ik de dag na de diagnose al aan mijn eerste behandeling ben begonnen.»

HUMO Hoe hadden de artsen je kansen ingeschat?

Van Eeghem «Dat was uiteraard het eerste wat ik vroeg: ‘Hoelang heb ik nog?’ Maar daar heb ik nooit een concreet antwoord op gekregen. Dat is natuurlijk ook heel moeilijk: elke kanker is anders, iedereen reageert anders op de behandelingen... Ik kreeg wel de raad om zo snel mogelijk met een behandeling te beginnen, maar hoe ik daarop zou reageren, dat kon niemand me zeggen.

»De ernst van prostaatkanker wordt uitgedrukt aan de hand van de Gleasonscore, die een schaal van 2 tot 10 heeft. Hoe hoger de score, hoe agressiever de kanker. Ik scoorde 9 op 10. Maar ik liet me niet ontmoedigen – ik zou de eerste niet zijn die volledig herstelt van prostaatkanker, zei ik tegen mezelf.»

HUMO De kanker was al vergevorderd, met uitzaaiingen in je bekken. Was dat te voorkomen geweest?

Van Eeghem «Jammer genoeg wel. Anderhalf jaar vóór de diagnose kreeg ik problemen met het plassen: ik moest vaker en het ging ook moeilijker. Mijn huisdokter dacht aan een soa, maar dat bleek na onderzoek niet zo. De dokter was ervan overtuigd dat het niks ernstigs was en dat mijn klachten vanzelf weer zouden weggaan. Hij heeft dus niet aan prostaatproblemen gedacht – wat vreemd is, want de klachten die ik had, waren daar typisch voor. Voor mij is dat een medische fout.

»Die klachten zijn blijven duren, maar pas na dat darmonderzoek had ik eindelijk een diagnose. Toen waren we wel al anderhalf jaar verder. Ik ben vrij zeker dat, als mijn prostaatkanker anderhalf jaar eerder was ontdekt, de behandelingen een veel grotere kans op slagen hadden gehad. Als de kanker alleen maar in je prostaat zit, kunnen ze je prostaat wegnemen, en is de kanker ook weg. Bij mij was de kanker al door de wand van de prostaat heen naar buiten gegroeid. Een operatie had geen zin meer.

»Mijn oudste broer heeft tien jaar geleden ook prostaatkanker gehad. Maar hij was er op tijd bij en heeft na een reeks behandelingen de kanker overwonnen. Ik weet nog dat hij toen tegen mij en mijn andere broers heeft gezegd: ‘Jongens, laat jullie regelmatig door een uroloog onderzoeken.’ Maar ik heb dus de raad van mijn oudste broer in de wind geslagen.»

'De eerste jaren was ik ervan overtuigd dat ik van die rotkanker kon genezen, dat geloofde ik echt'


Strijd verloren

HUMO Meteen na de diagnose ben je met een behandeling gestart. Hoe verliep die?

Van Eeghem «Ik ben begonnen met hormoonblokkers, die leggen de productie van testosteron lam. Testosteron is de brandstof van prostaatkanker: als er geen testosteron meer in de prostaat raakt, worden de kankercellen niet meer gevoed. De behandeling sloeg aan, mijn PSA-waarden zakten spectaculair. Toen ik mijn diagnose kreeg, had ik een PSA-waarde van 253 – ter vergelijking: mannen van mijn leeftijd zónder kanker hebben een waarde van ongeveer 0,2. Na die eerste behandeling zakte mijn PSA-waarde tot 3.

»Dat was natuurlijk geweldig nieuws – maar door de testosteronproductie stil te leggen, werd ik als het ware chemisch gecastreerd. Ik werd impotent, daar heb ik het heel moeilijk mee gehad. Als alles normaal functioneert, sta je er als man niet bij stil dat testosteron maakt dat je je een man voelt. Maar als dat testosteron er niet meer is, blijft er van je mannelijkheid ook niets meer over. Dat is een vreselijk gevoel. Gelukkig werd ik goed opgevangen door mijn vriendin, en ook door mijn vrienden.

»Ik had ook wel het geluk dat ik kon terugkijken op een goedgevuld leven. Zeker in mijn jaren als vrijgezel ben ik een behoorlijke losbol geweest. Dat hielp, ik hoefde geen spijt te hebben van dingen die ik niet had gedaan of kansen die ik niet had gegrepen. Ik had mijn portie seks en erotiek gehad, dat kon niemand mij nog afpakken. Dus dwong ik mezelf te aanvaarden dat dat voorlopig voorbij was. Voorlopig – want ik ging ervan uit dat ik de kanker op een dag zou overwinnen en dat ik me dan weer man zou kunnen voelen.

»Toen mijn PSA-waarde weer relatief laag was, ben ik gestopt met de behandeling. Ik dacht: ‘Misschien is de kanker wel bedwongen.’ Ik wilde vooral opnieuw een normaal seksleven, ik wilde weer een man zijn... Dat is even goed gegaan, maar al snel stegen mijn PSA-waarden opnieuw. Ik ben toen aan een nieuwe hormoonbehandeling begonnen, maar die sloeg niet meer zo goed aan als de eerste. De voorbije zeven jaar heb ik vaak gemerkt dat alle behandelingen eindig zijn.»

HUMO Geldt dat ook voor de andere behandelingen die je later hebt ondergaan: bestraling en chemotherapie?

Van Eeghem «Jammer genoeg wel, ja. Toen hormoonbehandelingen weinig of geen effect meer hadden, werd ik verschillende keren bestraald, in het begin met een heel goed resultaat. De kanker in mijn prostaat én de uitzaaiingen werden met nauwkeurig gerichte radioactieve stralen vernietigd – dat was duidelijk te zien op scans. Maar meestal duurde het niet lang of er doken op andere plekken in mijn bekken nieuwe aangetaste klieren op, die veel moeilijker kapot te krijgen waren. Kanker is een heel sluw beest. Filip Lardon, diensthoofd van het Centrum voor Oncologisch Onderzoek van de Universiteit Antwerpen, heeft me eens gezegd: ‘Niets is zo intelligent als kankercellen. Het is fenomenaal hoe ze altijd nieuwe manieren vinden om te overleven en alle aanvallen te weerstaan.’

»Van die bestralingen heb ik gelukkig weinig last gehad. Ik ben in die periode gewoon blijven werken, ik heb toen zelfs de hele reeks van ‘Amateurs’ opgenomen. Ik ging meestal ’s ochtends om acht uur naar het ziekenhuis om me te laten bestralen, en een kwartier later reed ik naar de set. Mijn werk heeft er nooit onder geleden.

»Toen ook de bestralingen geen effect meer hadden, ben ik met chemotherapie begonnen. Daar had ik veel meer last van: de bijwerkingen waren niet min, vooral de misselijkheid speelde me parten. Maar ook in die periode ben ik blijven werken. Ik heb maar één keer een productie moeten afzeggen, omdat ik té ziek was door de chemo.

»Eigenlijk heb ik de voorbije zeven jaar alles kunnen doen wat ik wilde doen, zoals om het even welke andere, gezonde mens. Tot nu dus.»

HUMO Half oktober vertelde je in een radio-interview dat je met alle behandelingen was gestopt.

Van Eeghem «Ik was tot het besluit gekomen dat ik aan het einde van mijn behandelparcours was gekomen. De eerste jaren was ik ervan overtuigd dat ik van die rotkanker kon genezen, dat geloofde ik echt. Maar toen de ene na de andere behandeling niet meer aansloeg, besefte ik dat het een illusie was, ijdele hoop. En toen werd mijn doel: zo lang mogelijk stabiel blijven, met kanker als een chronische ziekte.

»Maar ook die hoop heb ik intussen opgegeven: ik voel dat me verder laten behandelen geen zin heeft. Daarom ben ik in oktober gestopt met chemo. Ik had gerust nog even kunnen doorgaan, maar ik wilde niet meer. De bijwerkingen werden steeds erger, en de winst die ik boekte steeds kleiner – ik wilde het mezelf niet meer aandoen.

»Op een gegeven moment moet iedereen met kanker in een vergevorderd stadium die keuze maken: ga ik verder met nóg een behandeling, of is het genoeg geweest? Je kunt als kankerpatiënt blijven ploeteren en baggeren en je lichaam blijven teisteren – of je kunt je neerleggen bij de realiteit en beseffen dat je de strijd tegen de ziekte hebt verloren. Ik heb voor het tweede gekozen. Dat is niet gemakkelijk geweest, ik heb er een paar nachten van wakker gelegen, maar uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.»

HUMO Hoe gaat het sindsdien met je?

Van Eeghem «Niet lang nadat ik met die laatste chemokuur was gestopt, begon ik achteruit te gaan. Ik besefte toen heel goed dat ik een andere fase van de ziekte was ingegaan.

»Het probleem zijn de uitzaaiingen. Mijn prostaat is na alle behandelingen volledig verschrompeld en weggebrand. Maar de uitzaaiingen zijn zich snel aan het verspreiden in mijn hele lichaam. Het is begonnen met aangetaste klieren in mijn bekken, maar ondertussen heb ik ook grote opgezwollen klieren hier onder aan mijn schouder. En vorige nacht heb ik ook aan mijn andere schouder heel veel pijn gehad. Ik ga ervan uit dat de kankercellen daar volop aan het woekeren zijn. Er zit ook al kanker in één van mijn bijnieren.

»Ik maak me geen illusies: de kanker zal zich verder blijven uitzaaien, daar valt niks meer tegen te beginnen. Het enige wat ik nu nog kan doen, is de pijn onderdrukken.»

'Elke dag zit er wel iemand bij mij op mijn bed, vaak zelfs vier of vijf man tegelijk. In mijn slaapkamer wordt vaak feest gevierd. Dat maakt mij gelukkig'


Elke dag bezoek

HUMO Heb je veel pijn?

Van Eeghem «Sinds ik gestopt ben met de behandeling, heb ik steeds meer pijn. Een paar weken geleden had ik opeens zoveel pijn dat ik niet meer wist waar ik moest kruipen. Ik dacht: ‘Het moet ophouden. Deze pijn kan ik niet aan.’ Ik heb toen in paniek naar mijn oncoloog gebeld, en die heeft me de volgende dag in het ziekenhuis laten opnemen. Ik ben er een week gebleven, en er is een pijnbehandeling opgestart. In het begin kreeg ik te veel medicatie en lag ik daar als een zombie in bed – maar na wat zoeken hebben ze de juiste dosis gevonden. Enkele dagen later ben ik – pijnvrij – naar huis mogen gaan. Sindsdien gebruik ik, naast nog andere, lichtere pijnstillers, morfinepleisters die de pijn 72 uur onderdrukken. Ik lijd nu geen pijn, en daar kan ik mee leven.»

HUMO Wat zeggen de artsen ondertussen over je toestand?

Van Eeghem «Tijdens mijn laatste check-up, twee weken geleden, kreeg ik te horen: ‘De evolutie is niet gunstig.’ Een eufemisme voor: ‘Het zal niet goed aflopen.’

»Voorlopig zijn mijn longen, lever en andere vitale organen nog niet aangetast. Ik weet ook niet of dat zal gebeuren, en eigenlijk wil ik dat ook niet weten – daarom vraag ik niet te veel aan de dokters. Ik zoek ook weinig informatie op het internet, daar word je toch alleen maar knettergek van.»

HUMO Heb je, toen de klassieke behandelmethoden niet meer werkten, alternatieve behandelingen overwogen?

Van Eeghem «Ik heb één alternatieve behandeling ondergaan, een elektromagnetische therapie, vier weken lang. Maar dat is me helemaal niet goed bekomen. De bedoeling van die therapie was om met sterke lampen een magnetisch veld te creëren en zo de kankercellen in mijn lichaam te resetten. Maar ik ben daar alleen maar ongelofelijk misselijk van geworden. Op het einde van die vier weken was ik echt kapot.

»Na die therapie dacht ik: ‘Het is genoeg geweest. Ik ga niets anders meer proberen.’ Ik had nochtans tips genoeg. Nadat ik had verteld dat ik met alle behandelingen was gestopt, kreeg ik wel veertig of vijftig brieven en mails met aanbevelingen. Mensen adviseerden me om voortaan alleen nog maar water van een welbepaalde bron te drinken, want dat heeft zogezegd een helende werking. Anderen verwezen me door naar een soort wonderdokter in de Filipijnen die de kanker uit mijn lichaam kon masseren... Nog andere mensen raadden me lichttherapie aan, of kruidengeneeskunde, acupunctuur, een kankerbestrijdend dieet en cannabisolie. Ik kan me best voorstellen dat sommige van die methoden en producten soelaas kunnen bieden voor sommige mensen – maar bij iemand als ik helpt dat allemaal niet meer.

»Na die elektromagnetische therapie heb ik me erbij neergelegd dat ik ongeneeslijk ziek ben. Ik weet dat veel andere mensen in mijn plaats nog een heleboel andere behandelingen of ‘wondermiddeltjes’ zouden uitproberen, maar ik niet. Ik heb zeven jaar lang gedaan wat ik moest doen, en ik weet dat er op dit moment niets meer is dat de kanker uit mijn lijf kan krijgen. Dus denk ik: ‘Laat ik het einde maar op een zo aangenaam mogelijke manier tegemoet gaan.’»

HUMO Heb je een idee hoe ver je nog van dat einde verwijderd bent?

Van Eeghem «Moeilijk te zeggen... Misschien nog wel een paar maanden, denk ik.»

HUMO Een paar maanden... dat is niet lang meer.

Van Eeghem «Ik weet het. Daarom probeer ik de tijd die me nog rest zo aangenaam mogelijk door te brengen, bij voorkeur in het gezelschap van mensen die ik graag zie. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik heel veel bezoek krijg, van familie, vrienden en collega’s. Gène Bervoets is hier gisteren nog geweest, met zelfgemaakte kwarteltjes. En straks komt Wim Opbrouck op bezoek. Hier zit elke dag wel iemand bij mij op mijn bed, vaak zelfs vier of vijf mensen tegelijk. In mijn slaapkamer wordt ook vaak feest gevierd. Het gebeurt geregeld dat ik ’s avonds zeg: ‘Mannen, ik ben moe. Ik ga mijn medicatie nemen en ik ga slapen.’ Dan gaat mijn bezoek meestal nog wat in de living zitten, tot ik in slaap ben gevallen.

»Hier wordt veel gelachen – net zoals we vroeger, toen ik nog gezond was, samen ook heel veel plezier hebben gemaakt. Soms pinkt er natuurlijk ook wel iemand een traantje weg. Sommige vrienden hebben het er heel moeilijk mee om mij hier zo zielig te zien liggen en mij als een oud ventje door mijn appartement te zien schuifelen...

»Het maakt me gelukkig dat veel mensen zo graag bij me willen zijn. Ik word overweldigd door al die liefde en vriendschap. Ik oogst nu wat ik gezaaid heb: de mensen met wie ik in mijn leven goed ben omgegaan, zijn er nu voor mij. Nee, ik zal zeker niet eenzaam sterven.»

HUMO Hoe zien je dagen eruit?

Van Eeghem «Het grootste deel van de dag lig ik in bed. Soms dwing ik mezelf om op te staan en in de living op mijn hometrainer te gaan zitten, zodat het bloed in mijn benen toch een beetje circuleert. Ik draag steunkousen, om oedeem in mijn benen te voorkomen.

»Maar voorlopig heb ik nog niet te veel te klagen: ik eet nog vrij goed, ik slaap vrij goed, ik kan nog helder denken... Alleen ben ik altijd heel moe.»

HUMO Heb je veel hulp nodig?

Van Eeghem «Er komt elke dag een thuisverpleegster om me te wassen, want dat kan ik niet meer alleen. Ik ben een tijdje geleden bijna flauwgevallen in bad, omdat ik een te lage bloeddruk had; dat wil ik niet meer meemaken. Er komt ook een paar keer per week iemand om de was en de plas te doen, en mijn vrienden koken meestal voor me.»

'Ik ben een paar weken geleden getrouwd met de moeder van mijn twee kinderen. De cirkel is rond'


Intens verdrietig

HUMO Kom je nog buiten?

Van Eeghem «Weinig. Tot enkele weken geleden ging ik af en toe nog een wandelingetje in het park maken, maar de laatste keer was ik al na 50 meter totaal uitgeput.»

HUMO Een paar maanden geleden reageerde je heel verontwaardigd op Facebook, omdat Wikipedia je als ‘terminaal’ had omschreven. Je vreesde dat opdrachtgevers je geen werk meer zouden geven, omdat ze zouden denken dat je afgeschreven was. Maar zoals ik je nu zie, denk ik niet dat je nog kunt werken, of toch?

Van Eeghem «Nee, dat is waar, maar een paar maanden geleden lagen de kaarten nog helemaal anders. Mijn toestand is de laatste maanden erg verslechterd. Toen ik dat bericht op Facebook postte, kon ik nog werken en was ik nog behoorlijk strijdvaardig. Ik vond vooral: ‘Mag ik misschien zelf bepalen of ik terminaal ben, ja?’ En dat was toen nog zeker niet het geval, want ik volgde nog een chemobehandeling. Ik hoopte nog altijd dat ik de kanker een halt kon toeroepen.»

HUMO Ben je niet kwaad dat je aan het aftakelen bent?

Van Eeghem «Nee, ik ben nooit kwaad geweest. Ik heb mezelf ook nooit afgevraagd: ‘Waarom moest mij dit nu overkomen?’ Ik ben de voorbije zeven jaar nooit bij de pakken blijven zitten. Als ik me had laten gaan, was ik waarschijnlijk depressief geworden – zoals veel kankerpatiënten die hun diagnose niet kunnen verwerken. Ik heb er erg over gewaakt dat mij dat niet zou overkomen. Ik heb de voorbije jaren heel goed geleefd: ik heb gewerkt, plezier beleefd, mijn vriendschappen gekoesterd en van het leven genoten.»

HUMO Wanneer valt je ziekte je het zwaarst?

Van Eeghem «Ik probeer zo positief mogelijk met mijn situatie om te gaan, maar dat lukt niet altijd. Een tijdje geleden ben ik ’s nachts van de pijn uit mijn bed gevallen en raakte ik niet meer overeind. Ik lag daar op de grond te sukkelen, en er was niemand om me te helpen. Toen dacht ik: ‘Dit is toch geen leven meer. Laat het maar snel voorbij zijn.’»

HUMO Heb je ooit euthanasie overwogen?

Van Eeghem «Nee. Hoe moeilijk ik het soms ook heb, ik vind het leven nog veel te fijn om er nu al uit te stappen. Er zijn veel te veel mensen met wie ik nog veel plezier wil maken en die nog niet klaar zijn om me zomaar te laten gaan.

»Dat zijn trouwens de enige momenten waarop ik intens verdrietig ben: als ik denk aan de mensen die me graag zien en die me zullen missen als ik er niet meer ben. Als ik dood ben, zal ik daar zelf geen last van hebben – maar mijn twee zonen, die nu 18 en 20 jaar zijn, zullen mij erg missen, en dat maakt mij verdrietig. Voor die jongens is het wél onrechtvaardig dat ze hun vader zo vroeg moeten afgeven. Zij hebben mij nodig, maar op een gegeven moment zal ik er niet meer zijn voor hen.

»Ook voor mijn vrienden vind ik het erg dat mijn dood hun pijn zal berokkenen. En voor mijn vrouw ook natuurlijk, want ik ben onlangs getrouwd.»

HUMO Echt? Dat wist ik helemaal niet.

Van Eeghem «Ja, ik ben een paar weken geleden getrouwd met Kristel Dotremont, de moeder van mijn twee kinderen. Wij zijn acht jaar geleden uit elkaar gegaan, maar we vonden het allebei een goed idee om nu, in deze laatste fase van mijn leven, te trouwen. Er waren een aantal praktische overwegingen – erfeniskwesties en dergelijke – maar we hebben het ook om emotionele redenen gedaan: Kristel en ik hebben altijd een goede band gehad, en voor de kinderen was het belangrijk dat hun ouders symbolisch weer bij elkaar waren, dat we eindelijk weer een gezin waren. Onze zonen waren trouwens getuige bij het huwelijk – ze waren heel fier en blij dat ze hun steentje konden bijdragen. We hebben hier, in mijn appartement, een groot feest gegeven, met al onze vrienden erbij. Binnenkort komen Kristel en de jongens trouwens bij mij wonen. Op de één of andere manier is de cirkel nu rond voor mij. Dat geeft me een groot gevoel van rust.»

HUMO Heb je nog contact met Britt sinds jullie vier of vijf jaar geleden uit elkaar zijn gegaan?

Van Eeghem «Ja, we zien elkaar nog geregeld. Britt en ik zijn uit elkaar gegaan, omdat ik daarop had aangedrongen. Britt is twintig jaar jonger dan ik, ze had nog een heel leven voor zich toen ik kanker kreeg. Ik wou niet dat ze hulpeloos moest toekijken hoe haar impotente man langzaam aftakelde en zijn dood tegemoet ging... Na de diagnose hebben we nog een hele tijd geprobeerd om samen te blijven, we hebben zelfs nog even samengewoond – dat was heel moedig van haar, ze wou er echt voor gaan, samen met mij – maar het is toch niet gelukt. Dat was heel pijnlijk, zowel voor mij als voor haar.

»Uiteindelijk heeft ze mij en de pijn die met onze breuk gepaard ging toch kunnen loslaten. Ze heeft nu een nieuwe vriend, en ze is gelukkig. En de liefde en de vriendschap tussen ons, die zijn gebleven. Ze komt me geregeld bezoeken, soms zit ze hier zelfs samen met mijn vrouw aan mijn bed.»

HUMO Jouw vader is gestorven aan kanker toen jij 14 jaar was. Denk je nu vaak aan hem?

Van Eeghem «Ik heb de voorbije jaren heel vaak aan hem gedacht. Omdat ik als kind met hem natuurlijk hetzelfde heb meegemaakt als wat mijn zonen nu met mij meemaken. Mijn vader is gestorven aan beenmergkanker toen hij 53 was, dat is vier jaar jonger dan ik nu ben. Zijn dood was een heel traumatische gebeurtenis voor mij – ook al omdat er thuis niet openlijk over zijn ziekte werd gesproken.

»Mijn moeder hield de aftakeling van mijn vader angstvallig verborgen voor haar vijf zonen, en al zeker voor mij, de jongste. ‘Papa is ziek,’ was het enige wat ik te horen kreeg. Mijn vader lag in het Universitair Ziekenhuis van Leuven, en mijn moeder ging hem daar om de twee dagen bezoeken, met de trein vanuit Zeebrugge. Ik weet nog goed hoe ze ’s avonds uitgeput thuiskwam. Dat heeft ze bijna een jaar lang gedaan. Pas op het einde, ik denk twee weken voor zijn dood, heb ik mijn vader na lange tijd teruggezien. Dat was een grote schok. Hij was onherkenbaar geworden: een weggeteerd verfrommeld hoopje mens.

»Na de dood van mijn vader heb ik een zware depressie gekregen. Ik dacht dat ik zelf ook ging sterven. Ik kreeg opeens heel veel lichamelijke klachten: hartkloppingen, paniekaanvallen, keelontstekingen... Ik ging minstens drie keer per week naar de dokter, die alleen maar kon constateren dat ik niets mankeerde. Het was allemaal psychosomatisch: opgekropt verdriet. Maar dat begreep ik toen niet. Op school ging het ook steeds slechter. Ik kreeg angstaanvallen. Ik vertrok in het midden van de les vaak gewoon naar huis, omdat ik het niet meer trok. En dan kwam ik thuis en zei ik tegen mijn moeder, die net haar man had verloren: ‘Ik ga doodgaan, mama!’ Ocharme dat mens, zij heeft toen afgezien met mij... Pas een jaar later bloeide ik stilaan weer open en verdween mijn depressie.»

'Mijn zonen zijn nu 18 en 20 jaar. Zij hebben mij nodig, maar op een gegeven moment zal ik er niet meer voor hen zijn. Dat maakt mij verdrietig'

HUMO Hoe bereid jij je zonen voor op je nakende dood? Met meer openheid dan jouw moeder met haar kinderen deed?

Van Eeghem «Wij praten daar niet echt concreet over. Dat zijn ook geen gemakkelijke gesprekken, hè... Ik ga ervan uit dat mijn zonen oud genoeg zijn om te weten wat er gaat gebeuren. Ik hoef hun niet elke dag te zeggen: ‘Jullie moeten goed beseffen dat ik er straks niet meer zal zijn.’ Gelukkig zijn ze al wat ouder dan ik was toen mijn vader stierf, en zal hun ontreddering waarschijnlijk niet zo groot zijn.

»Wat kun je zeggen tegen je kinderen als je weet dat je er straks niet meer bent? Dat de dood bij het leven hoort? Dat ieder kind vroeg of laat zijn moeder of vader verliest? Dat het leven verder gaat? Dat ze niet te veel mogen treuren? Ik vind het heel moeilijk om dat soort dingen tegen mijn kinderen te zeggen, daarom doe ik het liever niet. Ik probeer hun alleen nog wat levenswijsheid mee te geven. Ik zeg hun dat ik hoop dat ze iets in hun leven zullen doen wat ze graag doen, want dat is een grote bron van geluk. Kijk naar mij: ik heb altijd gedaan wat ik ontzettend graag deed, en dat heeft me heel gelukkig gemaakt. Ik denk niet dat ik de voorbije jaren met veel plezier was gaan werken als ik een andere job had gehad. Ik hoop dat mijn zonen ook iets zullen doen dat hen evenveel vreugde en plezier bezorgt.

»Uiteraard had ik liever gehad dat mijn kinderen nog wat ouder waren geweest en helemaal op eigen benen hadden gestaan – als er op dit moment íéts is wat me pijn doet, is het dat – maar jammer genoeg heb ik dat niet in de hand.»

HUMO Ben je bang om dood te gaan?

Van Eeghem «Ik bekijk dat heel rationeel: op een gegeven moment zal mijn lamp uitgaan, en dan is het gedaan. Ik ben niet bang om te sterven, wel om pijn te lijden, wat vaak met sterven gepaard gaat. Maar die pijn heb ik nu onder controle, en ik hoop dat dat zo zal blijven tot het einde.

»Het enige wat me bang maakt, is dat anderen pijn zullen lijden als ik er niet meer ben. Die pijn heb ik zelf ook meegemaakt toen mensen wegvielen die ik graag zag: mijn vader, mijn moeder, een paar goede vrienden... Van de dood van mijn moeder, in 2005, heb ik erg afgezien, misschien nog meer dan bij mijn vader, omdat ik toen echt het gevoel had dat ik een wees was geworden en er alleen voor stond... Maar mijn moeder is 85 geworden: haar dood was dus niet onlogisch. Ik ben 57, ik ben nog te jong om dood te gaan. Ik ben de jongste van vijf broers, ik heb twee jonge zonen... Normaal gezien ga je dan nog niet dood.»

HUMO Geloof je in een leven na de dood?

Van Eeghem «Nee, dood is dood. Als je lamp uitgaat, is het gedaan.»

HUMO Heb je een andere kijk op het leven gekregen sinds je er rekening mee moet houden dat je tijd eindig is?

Van Eeghem «Ja, ik ben veel intenser en bewuster gaan leven. Sinds ik weet dat ik kanker heb, ben ik pas echt beginnen te beseffen waar het in het leven om draait: liefde, vriendschap en dingen doen die jezelf en anderen gelukkig maken.

»Het is een huizenhoog cliché, maar als je te horen krijgt dat je aan een ernstige ziekte lijdt die je misschien niet overleeft, word je je opeens erg bewust van wat het leven ‘maar’ inhoudt. Het leven is heel fragiel, het kan in een vingerknip gedaan zijn. Ik ben dus dankbaar dat ik nog zeven jaar heb kunnen leven, in relatief goede gezondheid, omringd door fijne mensen.

»Ik ben niet verdrietig dat ik ga sterven, want ik heb een goed leven gehad. Ik heb veel liefde en vriendschap gekend, ik heb twee prachtige kinderen op de wereld gezet, en ik heb altijd kunnen doen wat ik graag deed. Wie kan dat zeggen? Het had best wat langer mogen duren, uiteraard, maar jammer genoeg beslis ik daar niet over. Het zij zo. Ik ga in ieder geval proberen om tot het laatste moment positief te blijven en dankbaar te zijn voor alle mooie dingen die ik heb meegemaakt, en voor alle mooie dingen die nog zullen komen.

»Eigenlijk komt het op dit moment allemaal een beetje samen: alle mensen die ik in mijn leven belangrijk heb gevonden, verzamelen zich nu om mij heen, om me te helpen deze laatste fase van mijn leven op een aangename en waardige manier door te komen. Ik merk dat veel mensen mij graag zien, en ik word overstelpt met liefde – dat ontroert me geweldig. Voor mij is het goed zo: alles klopt, alles is in balans, de cirkel is rond.»

HUMO Bedankt voor dit gesprek, Marc. Ik wens je nog veel sterkte.

Vorige week kreeg Marc Van Eeghem zware bloedingen aan de blaas. Hij werd met spoed opgenomen in het ziekenhuis en liet weten er goed verzorgd te worden. Twee dagen later is hij overleden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234