'Gevoel voor tumor': Els Dottermans & Dirk Van Dijck, ouderpaar op weg naar het einde

U vindt 'Gevoel voor tumor' maar niks? Dirk Van Dijck en Els Dotterman drukken u aan de borst: 'Boegeroep stimuleert. Hoe meer reactie, hoe liever: breek het kot af!'

'Ik heb nu al een paar keer de dood zien intreden, en dat is wonderbaarlijk'

Goede Vrijdag in Antwerpen. Omstreeks het stervensuur van Jezus Christus schuif ik in de cafetaria van Het Paleis bij twee acteurs aan. Els Dottermans (53) is er dezer dagen vooral de tekst van ‘Mitleid’ aan het instampen, een monoloog van Milo Rau, de nieuwe artistieke leider van NTGent: 60 pagina’s waarvan ze er al 30 uit het hoofd kent. Samen met Dirk Van Dijck (66), de andere acteur aan het tafeltje, speelt ze het ouderpaar van Tristan Devriendt, de student geneeskunde die zich tegen kanker verweert in ‘Gevoel voor tumor’. Dirk Van Dijck heeft er in Het Paleis net een voorstelling van ‘Bestorm’ opzitten, zoals ‘De Storm’ van William Shakespeare heet in Joost Vandecasteeles zeer vrije bewerking voor potentieel stoute kindertjes. Over enkele uren staat er Dirk nog een tweede voorstelling van ‘Bestorm’ te wachten.

Dirk Van Dijck «’t Is zeker veertig jaar geleden dat ik nog twee voorstellingen per dag heb gespeeld. De meeste acteurs stellen zich ’s ochtends in op de voorstelling die ze ’s avonds moeten spelen: ze leven ernaartoe. Nu sta ik vóór de middag al op het toneel, met prut in de ogen. Ik dacht eerlijk gezegd dat ik dat slecht zou verdragen, maar ik blijk me op te trekken aan de ongefilterde eerlijkheid van dat jeugdige publiek. Vinden ze het niet goed, dan gaat het meteen van: ‘Boe!’»

Els Dottermans «Vind je dat interessant?»

Van Dijck «Het stimuleert me, terwijl ik vroeger misschien wel met mijn meest demonische blik de roepers in de zaal tot stilte had proberen te dwingen. Tot mijn grote opluchting heb ik dat soort reflex niet meer: hoe meer reactie, hoe liever. Zo van: ‘Komaan, breek het kot maar af!’ ’t Heeft ook wel iets met het één-tegen-allenprincipe te maken: je bent alleen, maar je staat wel op het toneel, en je hebt in tegenstelling tot je publiek ook geen entree moeten betalen.»

Dottermans «Met het NTGent zijn we eens uitgejouwd toen we op de Cour d’Honneur van het theaterfestival in Avignon ‘Kasimir en Karoline’ van de Hongaarse auteur Ödön von Horváth speelden: ‘Pas sur notre Cour d’Honneur! C’est honteux! C’est de la télé que vous jouez là!’ Aangenaam zou ik dat niet noemen. Om te beginnen schrok ik me dood. Er sprak een soort agressie uit waar je geen antwoord op had. Wim Opbrouck heeft toen gevraagd of de mensen die er niks aan vonden de Cour d’Honneur alstublieft zouden willen verlaten. En dat hebben ze met veel tumult en met nog meer boegeroep gedaan.»

Van Dijck «Mijn jeugdige publiek is gewoon baldadig. Het dringt zich op om mee te spelen en dat vind ik tot nog toe niet onaangenaam. Al heb ik vóór ik het contract tekende wel geëist dat de leeftijdgrens 12 jaar zou zijn, want vanaf 13 worden ze veel erger. Hoor ik zeggen, want zelf heb ik geen kinderen.»


Een onprettig mens

HUMO Slaan jullie in deze fase van jullie acteurscarrière nog weleens een rol af?

Van Dijck «Jawel, maar ik ben 66 en dus gepensioneerd.»

Dottermans «Ik bedank ook nog altijd voor aanbiedingen, ook al ben ik sinds dit jaar, na 12 jaar NTGent, freelancer. Ik heb het nog niet meegemaakt dat ik om den brode een rol moet aannemen, maar misschien zit dat er wel aan te komen.»

Van Dijck «Meestal heb ik met een paar andere acteurs zelf producties opgezet – ik creëerde dus zelf werk, zodat ik me nooit een zuivere freelancer heb gevoeld. Tenzij dan de afgelopen twee jaar. En dat valt tegen: niet qua werkaanbod, maar vooral qua werkdruk. ’t Wordt snel te veel, vind ik.»

HUMO Els, zul je het ensemble missen na 12 jaar NTGent?

Dottermans «De laatste twee jaar was er niets dan verbrokkeling en geruzie in dat ensemble. Ik ben dus blij dat die onaangename periode voorbij is. Toen ik klaar was met NTGent, heb ik me meteen gedurende zes maanden in een andere familie kunnen nestelen: Tg STAN. Ik probeer trouwens af te kicken van de gedachte dat ik een soort familie nodig heb om toneel te kunnen spelen.»

'Als ik gelukkig ben op het toneel, heeft dat een fysiek effect. Dan kan ik een uppercut incasseren die me in het echt veel zeer zou doen ''

Van Dijck «En ik verlang dan weer naar saamhorigheid in een soort artistieke thuis, een basis waarop je kunt bouwen. Ik heb vaak het gevoel dat een freelancer altijd een buitenstaander is of een passant.»

Dottermans « Ik zal er altijd wel van uitgaan dat een ensemble een gedroomde familie is, ook al blijkt dat na verloop van tijd een illusie. Nu, de Blauwe Maandag Compagnie was destijds een hechtere familie dan het NTGent ooit is geweest. Daar blijf ik naar op zoek gaan, want toneelspelen is een intieme aangelegenheid, vaak de schaamte voorbij: het is beter dat je elkaar zo goed mogelijk kent. Nu ja, tijdens repetities voel ik nooit meer schaamte. Staat er een bad, dan spring ik er zó in. Voor de rest heb ik zowat dertig jaar lang devoot ten dienste van gezelschappen gestaan, maar in deze fase van mijn leven wil ik anders over werk denken. Dat almaar móéten, dat wil ik niet meer. Werk moet een middel zijn om het leven aangenamer te maken, en niet langer een doel op zich.»

HUMO Na Johan Simons en vóór Milo Rau, toen Wim Opbrouck artistiek leider was, werd het NTGent ineens een interessante pleisterplaats, die veel jonge mensen aantrok. Het theater zat altijd vol. Daar hoor je nu verbazend weinig over.

Dottermans «De jaren dat Wim artistiek leider was, waren mijn mooiste jaren bij NTGent. Milo Rau moet ik nog leren kennen. Maar Wim was een artistiek leider zonder groot ego, en bovendien een acteur onder de acteurs. Die vier jaar hebben we dan ook sámen beleefd.»

HUMO Waarom speelt iemand toneel? Je staat bij manier van spreken naakt in het schootsveld, soms ook letterlijk. Je beroep komt neer op: je kwetsbaar opstellen.

Van Dijck «Zo kwetsbaar heb ik me nooit gevoeld. Op het toneel ben ik vooral vrij: ik heb altijd het gevoel dat ik er kan zeggen wat ik wil, ook al spreek ik de tekst van iemand anders uit.»

Dottermans «Je beleeft volgens mij in een acteurscarrière maar enkele magische momenten in het theater – ik kan ze op de vingers van één hand tellen – en dan treedt er ineens collectieve en simultane kwetsbaarheid op: ineens gaat er iets leven tussen de acteurs, en dat is dan groter dan jezelf. Voor de rest heb ik mijn bedenkingen bij ‘kwetsbaar’: ben je vanzelf kwetsbaar als je je openstelt?»

Van Dijck «Je moet met totale overgave waarachtig zijn, dat is het. Ik vind het stukken makkelijker om iets op het toneel te zeggen dan face to face tegen jou. Theater is overigens de enige manier waarop ik aandacht van mensen durf te eisen.»

HUMO Heeft toneelspelen met jullie persoonlijke welbevinden te maken?

Dottermans «Ik heb in ieder geval nog nooit naar een alternatief gezocht.»

Van Dijck «Ik heb het niet per se nodig om te spelen. Als een rol mij niet een beetje inzicht verschaft in mijn leven, in hét leven, dan had ik ’m beter niet gespeeld. De meeste van mijn collega’s vinden dat nogal hoog gegrepen, maar ik blijf bij mijn standpunt. Ik wil léren.»

HUMO Wat heb je van de rol van Dirk Devriendt geleerd, de vader van kankerpatiënt Tristan in ‘Gevoel voor Tumor’?

Van Dijck «De situatie in ‘Gevoel voor tumor’ trok mij meer aan dan het personage Dirk Devriendt op zich: de huis-tuin-en-keukenproblemen van een koppel blijven doorwegen, ook al krijgt hun zoon kanker. Je zou toch denken dat die zeer ingrijpende gebeurtenis vanzelf voorrang krijgt in het gezinsleven. Je relationele problemen zouden erbij moeten verbleken, maar neen, hoor.»

'Van mijn therapeute moest ik mijn hoofd in een emmer stoppen en keihard 'Nee!' roepen. Ik zei: 'Dat doe ik wel op het toneel' ''

Dottermans «Precies dat trok ook mij aan. Myriam, de moeder van Tristan, is er niet meteen kapot van dat er kanker bij haar zoon is vastgesteld: ze blijft voornamelijk met zichzelf bezig, egoïstisch. Het waren net die lelijke kantjes van die moeder die ik interessant vond. In plaats van een zachtaardige, zorgzame moeder, speel ik oneindig veel liever een onprettig mens als Myriam. Waarom worden er zo weinig kwaadaardige moederrollen geschreven? Waarom zie je in een serie haast nooit het vrouwelijke equivalent van de klootzak die Dirk Roofthooft in ‘De infiltrant’ speelt? »


Dood in de goot

HUMO Om naar ‘Gevoel voor tumor’ te kijken, moet ik altijd een zeker onbehagen overwinnen: kanker blijft kanker, ook in een lichte toonzetting. Ook in fictie.


Van Dijck «Het lijkt me dan ook logisch dat de kijkers altijd wel een zeker ongemak zullen voelen bij deze serie.»

Dottermans «Het eventuele herstel van kanker duurt altijd lang; er gaan soms jaren overheen en intussen moet er ook gewoon geleefd worden, en gefeest. En daar gaat ‘Gevoel voor tumor’ óók over. En vrijwel iedereen krijgt in zijn leven wel met kanker te maken, rechtstreeks of onrechtstreeks.»

HUMO Jij hebt de laatste tijd van nabij met de dood te maken gehad, Els: je moeder is overleden en je hebt de dood van je collega en vriend Marc Van Eeghem van dichtbij meegemaakt. Kun je iets leren van de dood van naasten?

Dottermans «Ik heb nu al een paar keer de dood zien intreden, en dat is wonderbaarlijk. (Ze maakt een slurpgeluidje): het is niet meer dan dat. Ontglippen. Dat sterfmoment is volkomen duidelijk: ‘Nu is hij voorgoed weg, en twee of drie seconden geleden was hij er nog.’ Vreemd genoeg kon ik daarbij de gedachte ‘Er moet toch meer zijn tussen hemel en aarde’ niet onderdrukken, en de vraag ‘Waar is Marc nu naartoe?’ kwam ook in me op. Eventjes. Zulke gedachten corrigeer ik snel. De vrouw van Marc heeft hem als het ware een uur lang zachtjes naar de overkant gepraat. Ik was erbij, en voelde me geprivilegieerd. We wisten dat Marc het eindstation had bereikt – we waren voorbereid. ’t Is me bij de mensen die ik van dichtbij heb zien doodgaan ook opgevallen dat het sterfmoment ongelofelijk banaal is. Totaal onspectaculair. Meer een anticlimax dan een hoogtepunt. Die laatste twee maanden met Marc waren een godsgeschenk, maar zijn sterven zelf was iets heel kleins.»

HUMO Ik vraag het je met de grootste schroom: kon je op één of andere manier merken dat hij er wat aan had toen zijn vrouw zachtjes tegen hem praatte?

Dottermans «Ik weet niet of ik daar wel over mag praten.»

Van Dijck «Van mensen die vaker met de dood te maken hebben, palliatieve zorgverleners bijvoorbeeld, heb ik gehoord dat wij nauwelijks een idee hebben van wat een stervende nog allemaal opvangt, ondanks het feit dat hij uiterlijk totaal geïmmobiliseerd is. Er is dus een grote kans dat bijvoorbeeld zingen, of ’m aanmoedigen, tot een stervende doordringt. Zelf heb ik een oom op die manier bijgestaan in zijn laatste minuten. Hij was alleen, maar ik had hem beloofd dat hij niet alleen zou sterven. Ik heb hem over de streep gepraat; ik heb hem aangemoedigd, zonder daarbij te roepen, natuurlijk. Hij hield van Italië en ik heb hem alle Italiaans dat ik kende in z’n oor gefluisterd. Tot hij voorbij was. Hoe fundamenteel alleen hij ook mag zijn in zijn laatste ogenblikken, toch zou een stervende het gevoel moeten hebben dat hij niet alleen is.»

Dottermans «Marc zat helemaal onder de morfine; ’t was alsof hij dwars door je heen keek. En hij klampte zich vast aan de lakens, als in een reflex. Eerder, toen hij nog sprak, had hij gezegd: ‘’t Is precies alsof ik weer in de buik van mijn mamaatje zit.’ Dat zal sterven wel zijn: terug in het gat kruipen waaruit we gekomen zijn. En dat vind ik een troostrijke gedachte.»

Van Dijck «Ik bleek minder bang om iemand van dichtbij te zien sterven dan ik had gedacht. Ik dacht ook: ‘Dit hóór ik te doen.’»

HUMO Eén van de ‘Lastige vragen’ van de schrijver Max Frisch is: ‘Zou je willen weten hoe het is om te sterven?’

Van Dijck «Ik maak mezelf wijs dat ik al een voorsmaakje van de dood heb geproefd. Ik ben ooit gewelddadig overvallen en toen dacht ik oprecht dat ik eraan ging: ‘Ha, dit is nu doodgaan.’ ’t Was alsof ik in een flits mijn eigen einde beschouwde. Mijn aanrander probeerde me eerst te wurgen, de wereld draaide weg en ik kon nog net zien dat ik aan de straatrand lag: ‘Ik ga godverdomme dood in de góót!’ Ik kwam bij en stelde vast dat ik in een plas bloed lag, en mijn eerste reactie was: voelen of er gaten in mijn lichaam waren. Maar om op de vraag van Max Frisch te antwoorden: ik ben erg geïnteresseerd in mijn doodgaan.»

Dottermans «Twee weken geleden is mijn schoonmoeder overleden. Ze was 102: ik mag wel zeggen dat ze het zag aankomen. Ze woonde nog thuis, helemaal alleen, beetje doof, slechtziend, maar in haar bovenkamer was ze nog tiptop in orde. Ze werd een beetje ziek, ze voelde zich verzwakt, en op een dag heeft ze gezegd: ‘Lieve familie, lieve vrienden, ik hou ermee op.’ Ze had al één en ander doorgepraat met haar huisarts. Op een avond heeft ze van al haar geliefden apart afscheid genomen, en toen was ze er helemaal klaar mee. Ze is in vrede ingeslapen. Is dat niet mooi? We waren wel verdrietig – mijn man heeft ongewoon lang een moeder gehad en ineens is die er niet meer – maar de manier waarop zij haar heengaan geregeld heeft, is dan weer troostrijk. Ik zou mijn dood het liefst zo goed mogelijk willen voorbereiden.»

Van Dijck «Mensen zijn in deze tijd veel meer voorbereid op de dood. De dood is ook geen taboe meer, zoals in de jaren 50 en 60, toen mensen van mijn generatie als kind bij onze opgebaarde grootouders stonden. Een uiterst pijnlijke doodsstrijd hoorde toen bij sterven, maar nu heb ik het in mijn naaste omgeving al meegemaakt dat iemand bij wie ongeneeslijke kanker was vastgesteld in alle sereniteit zei: ‘Ik wil die ellende niet doormaken,’ en drie dagen later was hij dood. Ze wachten de afwikkeling van hun ziekte niet meer angstvallig af, maar ze nemen hun lot in eigen handen. Dat zoiets kan, vind ik een bevrijdende gedachte.»

HUMO De theatertheoreticus Konstantin Stanislavski, die wij van de toneelschool kennen, had het over het emotionele geheugen: een archief van persoonlijke belevenissen, indrukken en herinneringen waaruit een acteur put als hij een rol moet spelen. Een acteur moet dus in zijn leven oog hebben voor bruikbaar materiaal. Daar zitten vast ook jullie ervaringen aan het sterfbed in.

Van Dijck «Een acteur zei me lang geleden dat hij op de begrafenis van zijn vader een professionele reflex had: ‘Dit moet ik tot in de details opslaan, ik zal het nog kunnen gebruiken.’ Dat is voor mij ondenkbaar. Ik kan me niet voorstellen dat het dwingende van dat moment, de begrafenis van mijn vader, mij nog een marge zou laten om aan iets anders te denken. Maar achteraf zal ik misschien wel gebruikmaken van mijn herinnering eraan.»

Dottermans «Als ik ooit een scène aan een sterfbed moet spelen, is de kans heel groot dat Marc Van Eeghem mij voor de geest komt, zelfs zonder dat ik die herinnering bewust oproep. Acteren is nog het meest: jezelf in een toestand van grote ontvankelijkheid brengen, zodanig openstaan dat al die beelden en indrukken als vanzelf op je afkomen. Ook openstaan voor je medespelers. Maarten Nulens, die onze zoon Tristan speelt in ‘Gevoel voor tumor’, moest een emotionele scène spelen, en hij vroeg me waar hij tranen vandaan moest halen. Hij ging apart staan, om zich krampachtig allerlei verdrietigs in te beelden. Ik heb hem gezegd dat hij zijn tranen uit zijn medespelers in die scène moet halen, en nergens anders.»


Geen flauwekul

HUMO Ooit heb ik gelezen, Els, dat je moeder je kwalijk nam dat jij applaus kreeg en zij niet.

Dottermans «Mijn moeder was verpleegster oncologie in Gasthuisberg: ze zorgde dag in dag uit voor kankerkindjes. Een zware opgave, want ze had telkens weer echt verdriet als zo’n kindje het niet haalde. Van kinds af aan kregen wij te horen dat we vooral niet moesten zeuren. Ons verdriet vond ze niets in vergelijking met het leed waar ze op haar werk dagelijks mee geconfronteerd werd. Toen onze hond aan het sterven was, waren we allemaal aan het huilen, en daar moesten we van haar onmiddellijk mee ophouden: ‘geen flauwekul’. Voor haar werk heeft ze geen applaus gekregen. Ze zei het geregeld, en dat is bij mij dan ook blijven hangen. Door toedoen van mijn moeder sta ik nogal nuchter in het leven.»

HUMO Aard je naar je moeder?

Dottermans «Ik vrees van wel. Als moeder van mijn kinderen voel ik geregeld mijn eigen moeder in me doorbreken (lachje). Dat wil je niet, hè, als je twee opgeschoten jongens min of meer op de rails wilt krijgen: je roept ze iets toe, en ineens hoor je wat je moeder tegen je riep toen je zestien was. Terwijl je altijd dacht dat je het helemaal anders zou doen.»

HUMO Applaus kun je nuchterweg als een theaterconventie zien, maar is het na al die jaren nog iets wat jullie nodig hebben?

Dottermans «Ik zou het heel raar vinden mocht er niet meer geapplaudisseerd worden. Als ik het publiek na een voorstelling spontaan zie opveren, dan grijpt me dat nog altijd naar de keel. Het maakt me gelukkig en het ontroert me. En beleefdheidsapplaus herken ik meteen – er zit kritiek in, zelfs afwijzing, en het is dan ook dodelijk.»

Van Dijck «In een poging tot eerlijkheid zeg ik: ik vermoed dat ik geen applaus nodig heb, al helemaal niet in mijn leven buiten het theater. Het is me meer te doen om wat ik maak dan om de respons erop. Een hele zaal, soms wel 500 mensen, die in een gezamenlijke concentratie naar enkele mensen op een toneel zit te kijken: dat archaïsche idee is van een ongelofelijk absurde schoonheid. En dat dóét me iets. Als ik zelf in een theaterzaal zit, denk ik weleens: ‘Wij zitten hier nog steeds zoals honderden jaren geleden.’ De kerken, een ander archaïsch idee, zijn leeg, en de theaters gelukkig nog niet – ze zitten zelfs vaak vol.»

Dottermans «Soms zeggen we na een voorstelling: ‘Vanavond zat het publiek er als geschilderd bij, het was van bordkarton.’ Er heeft dus geen stroming tussen spelers en publiek plaatsgevonden, geen communicatie, en zo’n avond vind ik nog altijd vre-se-lijk.»

HUMO Heb je intussen al enig idee waarom jullie acteur geworden zijn?

Dottermans «Om niet in de psychiatrie te belanden. Dat geldt ook voor Dirk, weet ik, want voor je hier aankwam, hebben we daar toevallig over gesproken. Ik kom uit wat men vandaag een disfunctioneel gezin noemt. Als schoolmeisje dacht ik er nog niet aan dat ik actrice zou worden, maar impulsief en intuïtief, en zonder voorbedachten rade, ben ik toch die weg ingeslagen. Toen ik aan de toneelschool begon, had ik nauwelijks toneel gezien, maar zowel die opleiding als het toneel zelf heeft structuur aan mijn leven gegeven. Dat alles heeft me ook doen nadenken over mezelf. Wij, acteurs, kunnen het, in de gedaante van een personage, met elkaar voortdurend over allerlei psychische knelpunten hebben. Dat geeft iets helends, het kan niet anders.»

''Het lijkt me logisch dat de kijkers altijd wel een zeker ongemak zullen voelen bij deze serie.'' Dirk Van Dijck

Van Dijck «Mij heeft het theater de mogelijkheid geboden om met andere mensen te communiceren, zij het dan binnen de conventies van het toneel – in het gewone leven was communicatie moeilijk voor mij. En wat psychiatrie betreft, is mijn familiegeschiedenis spectaculair. Had ik het theater niet gehad, dan was er volgens mij een gerede kans dat ik net als mijn vader en anderen in de familie met de psychiatrie in aanraking zou zijn gekomen. Daar ben ik in de loop der jaren behoorlijk bang voor geweest. Maar of er een aanwijsbaar therapeutisch element in theater zit, durf ik niet te zeggen. Wij worden uitgenodigd om tegen betaling problemen te doorvoelen en te spelen. Dat scheelt.»

Dottermans «Twintig jaar geleden was ik in therapie. Nadat de therapeute me had uitgelegd hoe ik in elkaar stak, zei ze: ‘En nu, Els, ga jij je hoofd in een emmer stoppen en keihard ‘Nee!’ roepen.’ Toen heb ik gezegd: ‘Dat doe ik wel op het toneel. Dank u wel. Dá-ag!’»


Tarantula

HUMO Dirk, van 1994 tot 2001 heb jij in primitieve omstandigheden aan de Amazone in Brazilië gewoond, waar je de Yanomamö-indianen een handje hebt geholpen. Je theatergezelschap De Vereniging van Enthousiasten voor het Reële en het Universele ging uit elkaar, en jij besloot om op eigen houtje aan ontwikkelingshulp te gaan doen.

Van Dijck «Ik zocht gewoon een interessante invulling van mijn leven, en de gelegenheid om iemand in Brazilië een handje te gaan toesteken bood zich aan. Als amateurs deden we er het werk van een ngo, en na verloop van tijd werden we er door een andere ngo tegengewerkt: daar kwam het op neer. En daar is dan een gecamoufleerde uitwijzing van gekomen. Was dat niet gebeurd, dan was ik er wellicht gebleven. Althans: wat míj betreft, want we waren er met z’n tweeën. »

HUMO Je woonde er met je vriendin Hilde in een paalwoning.

Van Dijck «Ach, dat is allemaal niet bijzonder, hoor.»

Dottermans «De hele tijd op kamp!»

Van Dijck «De cultuurschok kwam pas toen ik terug in Europa was: ik heb me jarenlang niet goed in mijn vel gevoeld. Ik heb nog steeds geen gsm. Maar in het regenwoud in Brazilië gaan leven was onwaarschijnlijk gemakkelijk. Ik heb er uiteraard zeven jaar lang niet geacteerd, en ik heb het ook niet gemist. Ik had geen alternatief voor De Vereniging van Enthousiasten, en er was geen ander gezelschap waar ik me voor de volle honderd percent thuis voelde, en dus dacht ik: ‘Laat ik maar iets heel anders doen dat mijn leven betekenis en zin geeft.’»

HUMO Ik neem aan dat je in de jungle vaak je angst moet zien te beheersen. Of dat je dáár pas weet wat angst is.

Van Dijck «Ik heb er niet zoveel last van gehad. De natuur ís er de eerste paar weken, maar na een tijdje vraag je je af waarom je je in hemelsnaam bedreigd hebt gevoeld. Toen ik voor het eerst een tarantula zag…»

Dottermans «O mijn God!»

Van Dijck «… ging ik dat beest met een machete te lijf – een machete kende ik van de film, hè (lacht). Mijn vriendin zag me dus met die machete op de houten wand van onze paalwoning inhouwen: ‘Dirk, godverdomme, je hakt die muur aan spaanders!’ Ze nam een Tupperware-kommetje, zette het over die tarantula heen, en schoof er een blad papier onder. En ze zette die tarantula buiten. Klaar. Toen voelde ik me ineens onsterfelijk belachelijk, met mijn machete. Ik geef toe dat we de eerste nachten weinig hebben geslapen. Elk geluid dat je hoort, is onbekend en dan ook verontrustend. We hadden toen die paalwoning nog niet. Onze beschutting was nauwelijks meer dan een zeil dat boven ons gespannen was.»

HUMO Ik begrijp dat het in jou opkwam om je aan dat avontuur te wagen, maar hoe heb je je vriendin overtuigd?

Van Dijck «Ik heb nauwelijks op haar moeten inpraten. Ze heeft haar kinesistenpraktijk uitbesteed, en voor de rest had ze maar één eis: een koelkast op gas.»

Dottermans «Toch geen overbodige luxe, hè?»

Van Dijck «En ze wilde ook ons houten huis ontwerpen, wat ze ook gedaan heeft.»

HUMO Heb je aan dat avontuur ook de geruststelling overgehouden dat je in barre omstandigheden kunt overleven?

Van Dijck «Neen, want in je eentje kún je daar niet overleven. Maar ’t zal hier al heel erg moeten tegenvallen voor Hilde en ik zullen zeggen: ‘We trekken het niet meer.’»

''Als ik ooit een scène aan een sterfbed moet spelen, is de kans heel groot dat Mark Van Eeghem mij voor de geest komt. Ik was erbij en ik voelde me geprivilegieerd.' Els Dottermans

HUMO Zijn je Braziliaanse jaren nog van invloed op het leven dat je nu leidt?

Van Dijck «Ik ga nog elk jaar terug. Die paalwoning is mijn bezit, en het project dat ik er heb opgezet – er hoort onder andere een schooltje bij – bestaat ook nog altijd. Dit jaar dacht ik: ‘Ik moet een knoop doorhakken en dat project achter me laten,’ maar dat lukt me niet. Ik zal er wel een sentimentele band mee hebben, maar ik weet vooral dat, als ik er mijn handen van aftrek, alles in maximaal anderhalf jaar compleet verdwenen zal zijn.»

HUMO Twee jaar geleden had je het in ‘De afspraak’ over de film ‘Berg’, die je samen met Charlotte Vandermeersch in het Amazonewoud zou draaien: een documentaire met fictieve elementen. Hoe staat het met dat project?

Van Dijck «We hebben er al twee keer voor gefilmd, we hebben al flink wat mooi materiaal, en we hebben nog een aantal buitenlandse draaiperiodes voorzien zodra daar geld voor is: we werken met crowdfunding. Met mensen gaan praten om centen los te krijgen, is nogal moeilijk voor mij. Geldschieters verwachten een soort tegenprestatie. Ik begrijp dat wel, maar dat neemt niet weg dat ik er erg voor op mijn hoede ben, want voor je het weet pas je misschien wel je waarheid, datgene wat uit je ziel komt, lichtjes aan.»


Oma’s aan de top

HUMO Els, actrices van middelbare leeftijd zeggen niet zelden dat ze nu aan de moederrollen toe zijn. En daar kijken ze dan sip bij.

Dottermans «Ik ben bijna aan de oma’s toe! En weet je wat? Het kan me niet schelen. Natúúrlijk kan het me niet schelen. Niets is zo erg als niet meegaan met je leeftijd. Ik heb er geen enkel probleem mee, zolang er maar monsterlijke moeders en andere verschrikkelijke vrouwenrollen op me afkomen. Bette Davis die haar zus, gespeeld door Joan Crawford, in een rolstoel de trap af duwt in ‘What Ever Happened To Baby Jane?’ Dat noem ik nog eens een mooie rol (lacht).»

HUMO Jij, Dirk, hebt op de televisie al enkele vaderrollen gespeeld: in ‘Eigen kweek’ en in ‘Gevoel voor tumor’.

Dottermans «In het echt ben ik geen vader, maar ik ken natuurlijk wel veel mensen die vader zijn. En wat maakt het eigenlijk uit? Elke rol is een kwestie van verbeelding.»

HUMO Als ik het even niet meer weet, vraag ik: Zijn jullie gelukkig?’

Dottermans «Ik wel. Misschien wel omdat ik mezelf niet langer opleg om gelukkig te zijn.»

Van Dijck «Ik hou geen boekhouding van mijn persoonlijke geluk bij, maar ik behoor tot de soort die het zichzelf, soms ongewild, moeilijk maakt. Maar als het me al eens lukt om me gelukkig te voelen, dan ben ik haast manisch. ’t Is heerlijk als dat zich op het toneel voordoet, want dan heb je pas echt het gevoel dat het toneel helemaal van jou is: je kijkt er het lot en God onbevreesd in het gezicht. Als ik gelukkig ben op het toneel, beleef ik zelfs fysieke pijn heel anders: ik kan dan een uppercut incasseren die me in het echt veel zeer zou doen.»

Dottermans «In die stemming gééf je waarschijnlijk ook uppercuts die zeer kunnen doen (lacht).»

HUMO Je raakte het daarnet al aan, Dirk: je bent met pensioen. Geeft dat te denken?

Van Dijck «Ik heb bijna ‘Homo Deus’ van Yuval Noah Harari uit, en als ik die toekomstvisie lees, ben ik blij dat ik al 66 ben. Ik kan de gsm al niet aan. Ik ben niet bestand tegen al die beltonen en bliepjes en muziekjes van smartphones. Als ik niet weet wie er bij me aanbelt, ben ik geneigd de deur niet open te doen. Hoe zou ik dan de gedachte kunnen verdragen dat de hele wereld, in de vorm van een smartphone, in mijn binnenzak zit? Ik merk wel dat al die technologie handig is voor veel mensen, maar ik kan ze niet aan.»

HUMO Ik wens jullie nog een prettige voortzetting van deze Goede Vrijdag.

Dottermans «Ik blijf dat lijdensverhaal van Christus prachtig vinden. Vandaag mogen we geen vlees eten. Vrijdag visdag!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234