null Beeld

Griet Op de Beeck - Kom hier dat ik u kus

Wetenschappelijk onderzoek wijst – gemiddeld eens per kalenderjaar – uit dat zij die het gulzigst naar geluk en erkenning hunkeren, gedoemd zijn om het hardst op hun kop te krijgen. Het is in die angel van de menselijke natuur dat Griet Op de Beeck zich nu al twee romans op rij een experte toont.

Frederick Vandromme

‘Kom hier dat ik u kus’ (Prometheus), de nieuwste, is misleidend in zijn eerste indruk. Zo zet de titel, net als die van eersteling ‘Vele hemels boven de zevende’, de lezer bewust op het verkeerde been: hij roept beelden op van een boy-meets-girl/other boy/desnoods de labrador van de buren-verhaal. Met romantiek heeft ‘Dat ik u kus’ evenwel slechts zijdelings te maken. Tweede voorbeeld: de flapfoto is er één van een gepensioneerd, volledig in het wit en asgrauw gestoken koppeltje met ballon en feesthoedje, en na 382 bladzijden weten we nog steeds niet waaróm. Er valt een metafoor in te ontwaren, maar dan wel een vergezochte.

Binnenin zijn er minder verrassingen. Amper anderhalf jaar na d’r zeer royaal verkopende debuut ‘Vele hemels boven de zevende’ loopt de nieuwe van Op de Beeck opnieuw vol gebroken en chronisch naar mededogen hongerende mensen. Alweer wordt een aanzienlijk deel van het verhaal verteld door een praatgraag kind – en het taalgebruik aangepast aan het vocabulaire, de ervaring en het denkvermogen van een 9-jarige. Een nuttige truc, maar geen vernieuwend vertelkundig hoogstandje, zoals je na ‘Vele hemels’ hier en vooral daar hoorde opwerpen. Dit verhaal in drie aktes speelt zich ook weer af op een onbestemde lap Vlaanderen, en voor de tweede keer in evenzoveel boeken wordt dermate nadrukkelijk op het gebezigde ‘echt Vlaamsch’ gehamerd dat je oren gaan flapperen van de opzichtige ‘ge’s’ en ‘gij’s’. Het moet vast naturel verbeelden. En ook: ‘Dat ik u kus’ is een tearjerker, alweer. Griet Op de Beeck doet steeds meer aan een Leo Pleysier van het nieuwe millennium denken. Net als Pleysier sopt ze haar wereldbeeld en de bijbehorende stream of consciousness in een troosteloos plasje condition humaine. En ‘Wit is altijd schoon’ streek ons destijds ook al tegen de haren, mogelijk omdat we uit een tijd stammen dat er op school een vól trimester aan dat boek gewijd werd.

In ‘Dat ik u kus’ gaat het tussen 1976 en 2002 gestaag van eeuwige twijfel naar iets wat net zo goed met innerlijke rust verward zou kunnen worden. De drie gebruikte stemmen komen telkens van Mona, op verschillende leeftijden. Het is een personage dat we – na amper twee romans – al vintage Op de Beeck willen noemen: onzeker, goedbedoelend, ‘laat zich in met de verkeerde mannen’, ‘doet iets met theater’, ‘komt zelden op de juiste woorden op het juiste moment’. In precies honderd korte hoofdstukjes verhaalt ze het wedervaren van haar familie en de louterende rampspoed die hen teistert. ‘Dat ik u kus’ is een danig polyvalent boek: het kan, afhankelijk van uw wereldbeeld, gelezen worden als een schoolvoorbeeld van een bildungsroman, als een op papier gevatte soapopera of als een psychologische studie – klopt allemaal.

‘Vele hemels’ werd destijds geroemd om zijn emotionele eerlijkheid en ultieme, kleinmenselijke herkenbaarheid. Dat eerste snappen we goed: elke mens heeft af en toe een sleutel nodig om de eigen gevoelswereld binnen te kunnen, en een trefzekere Op de Beeck zwaait in haar romans op gulle wijze met lopers, die op regelmatige basis ook op de deur naar ónze moordkuil passen. Levenslessen en catharsis komen

– eigen aan het genre van de soap – pas na honderden pagina’s ellende. In dit geval: leven met en rond een onpeilbaar strenge (en even snel als dramatisch stervende) moeder, een onevenwichtige stiefmoeder met losse vuisten, een van een buigbare ruggengraat voorziene vader, een weggelopen zusje, een narcistisch lief en een over lijken gaande theatermaker. Kinderen lopen zichzelf aldoor onbestemd ongelukkig te voelen, als ze al niet misbruikt worden; relaties zijn al stuk voor ze goed begonnen zijn; en op één tweede- en één derderangspersonage na, valt geen enkele evenwichtige persoonlijkheid te turven. ‘Dat ik u kus’ weigert wel érg hardhoofdig om de werkelijk- en mensheid beter voor te stellen dan ze is, waardoor de roman zijn beoogde herkenbaarheid mondjesmaat verliest.

Ergens zegt Charlie, de schoonzus van Mona, dat disfunctionele families eigenlijk niet bestaan. Of toch, maar dat ze net béter werken dan de zogezegd functionerende soort. Een wijsheid die al in een paar films verkend werd. Het zinnetje ‘Kom hier dat ik u kus’ is volgens Mona ook al ‘een zinnetje dat zo uit een film geplukt lijkt’.

Op de Beeck schrijft haar boeken volgens het Grote Literaire Handboek, dat klassieke degelijkheid vooropstelt, gaat daarbij goochelen met vertelstandpunten en leeft van de herhaling. Risicoloos, keurig, precieus. Er staan mooie zinnen in ‘Dat ik u kus’, en de mild komische wendingen en doorleefde inzichten zijn evenzeer aanwezig, maar ze zijn ingebed in een landerig sfeertje. Kneuterigheid op sandalen in de provincie, in een wurggreep gehouden door het halsstarrige zelfmedelijden dat schier alle personages met zich meedragen. Lang aangehouden zelfmedelijden gaat haast altijd vervelen, ook in romans. Dat, én het doortimmerde, katholieke schuldgevoel dat als een extra hoofdpersonage opgevoerd wordt. ‘Het sardonische schuldgevoel’ was een eerlijkere titel geweest.

Leo Pleysier meets het Nieuwe Testament: iemand moest het doen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234