Gui Polspoel: 'De zaak-Pol Van Den Driessche, dáárop is mijn vriendschap met Siegfried Bracke stukgelopen'

Gui Polspoel (68) ziet er nog altijd uit zoals ik hem in onze gezamenlijke Leuvense dagen heb gekend: baardje, bril, stug haar, jongensachtig, beetje brutaal, beetje imponerend ook. En nog altijd onwaarschijnlijk taalvaardig.

Je zou van Gui Polspoel, icoon van de VRT-nieuwsdienst, beenharde interviewer en legendarische sportverslag-gever, verwachten dat hij het laatste achtste van zijn leven slijt in ettelijke raden van bestuur of politieke cenakels. Maar nee, onze kameraad runt in het swingende Oostende een heuse bed and breakfast, de droom van velen, maar soms ook wel de nachtmerrie van wie ermee begon. Kan lakens verversen en broodjes serveren voor de Oostendse badgasten een waardige levensvervulling zijn voor een man die ooit gold als de politieke foxterriër van Vlaanderen? En vallen hier misschien dure levenslessen te rapen? De ontvangst is alvast hartelijk, de koffie heet, de verwachtingen groot.

Gui Polspoel «Ik ben een pure Brusselaar, in Schaarbeek opgegroeid in een arbeidersgezin. Mijn vader is maar tot z’n 12 jaar naar school gegaan. Hij sprak Brussels zoals wijlen Raymond Goethals. Frans en Nederlands haspelde hij vrolijk door elkaar: il était bilingue dans les deux langues, zoals ze in Brussel zeggen. Hij kon ook niet zonder fouten schrijven. Maar hij was erg nieuwsgierig en leergierig. Hij kocht iedere dag Le Soir en was daar bijzonder trots op. Toen ik later in de politieke journalistiek stapte, wilde hij álles weten; hij vroeg mij uit over het fijne van de zaak. Hij werkte als elektricien in de zaak van z’n eigen vader, mijn opa dus, zonder de wet van Ohm te kennen, maar hij loste dat op door praktische kennis en natuurlijke intelligentie.

»Het scheelde niet veel of ik was Franstalig geworden. Dat kwam zo: mijn opa over wie ik het net had, was vanuit Neder-Over-Heembeek, een echt boerengat in die tijd, naar Brussel getrokken en sprak Frans. Hij was van oordeel dat ik naar een Franstalige school hoorde te gaan. Maar mijn moeder vond dat nonsens: ‘Onze Gui zal later wel Frans leren spreken.’ Die grootvader had een eigen bedrijfje, gespecialiseerd in elektrisch maatwerk: ‘Als je het niet opgelost krijgt, ga dan naar Polspoel.’ De mechaniek van de fonteinen van Expo ’58 kwam van Polspoel. En de animatie van de grote Coca-Cola-reclame op het De Brouckèreplein ook. Eigen werk! Mijn vader en mijn oom werkten als arbeider in dat bedrijf.»

HUMO Hoe was je als kind?

Polspoel «Erg creatief. En altijd de eerste van de klas. Het klinkt pretentieus, maar ik was goed in alles, van opstel tot wiskunde. Ik was zeker geen blokbeest, het was een natuurlijke aanleg waaraan ik eigenlijk geen verdienste heb. Later, op de universiteit, is mij dat soms zuur opgebroken. Want daar kon je niet anders dan blokken – vaak nutteloze stof.

»Mijn moeder was Vlaamse, ze kwam uit Dendermonde en had lager middelbaar gedaan. Een vrij dominante vrouw die overal gevaar in zag. Een fiets, bijvoorbeeld, is lange tijd taboe geweest: veel te gevaarlijk! Ik mocht vrijwel niks, en wat doe je dan? Liegen en je eruit lullen, natuurlijk. Ik verzon van alles om toch maar mijn goesting te kunnen doen. Twee neven van m’n moeder hadden het tot de universiteit geschopt en ze keek enorm naar hen op. Zo kwam het dat ik, arbeiderskind, uiteindelijk in Leuven ben beland. Ik mocht op kot, ik was m’n eigen meester, eindelijk vrij!

»Van kleins af aan wilde ik sportjournalist worden. Mijn beste vriend op het atheneum was Frank Clicteur, zoon van de legendarische chef sport van Het Laatste Nieuws, Louis Clicteur, bijgenaamd ‘de Cliq’. Een belezen, indrukwekkende man, een groot intellectueel ook. Bij hem pikte ik de liefde voor de Franse literatuur en het Franse chanson op: Brel, Ferré, Brassens, Guy Béart.

»Aan het atheneum had ik Latijn-Wiskunde gestudeerd. Ik was amper 17 toen ik uit de retorica kwam en wist helemaal niet waar mijn toekomst lag. Uiteindelijk gaf het toen roemruchte PMS-centrum, zeg maar: de toenmalige vorm van studieadvies, de doorslag: ‘Guy is zéér intelligent. Hij moet voor de moeilijkste richting kiezen.’ Dus koos ik out of the blue voor ingenieur-architect, terwijl ik niet eens wist wat de taken van een ingenieur precies inhielden.

»Toevallig belandde ik aan de KU Leuven midden in een uitzonderlijke en boeiende periode: de tijd van Leuven Vlaams, van Paul Goossens en Walter De Bock. Ik speelde toneel, zat in studentenkringen, stond mee op de barricades, discussieerde tot een kot in de nacht op café. Toch heb ik braaf mijn driejarige stage van architect afgewerkt. Jammer genoeg kwam ik snel tot de constatering dat het niet is omdat je een diploma hebt, dat je ook talent hebt. Ik denk dat ik nooit zou zijn uitgegroeid tot een goed en creatief architect – ik was geen bOb Van Reeth (lacht). En als je dat niet bent, kom je later op een groot bureau terecht en word je een soort veredeld technisch tekenaar. Ook geen boeiend leven.»

HUMO Was je een mei ’68- revolutionair?

Polspoel «Ik was geen echte relschopper, geen haantje-de-voorste; ik beperkte mij tot mee gaan betogen en hier en daar wat kasseien uitbreken. Mijn vrienden vond ik vooral in en rond het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV), dat toen net veroverd was door links, met Ludo Martens en Walter De Bock als hoofdredacteurs van het ledenblad Ons Leven. Later ging ik bij het SVB, de studentenvakbond, een idee van Paul Goossens. In februari 1967 verscheen het fameuze seksnummer van Ons Leven, waarin katholieke geestelijken van pedofilie werden beschuldigd. Ludo Martens kreeg daarvoor het consilium abeundi, om niet te zeggen dat hij uit de KU Leuven werd geschopt. Later belandde ik bij de MLB, de Marxistisch-LeninistischeBeweging. Ik herinner mij nog hoe wij zaten te blokken op ‘Que faire?’ van Lenin en ‘Het monopoliekapitaal’ van Baran en Sweezy. Turven van honderden bladzijden waarover je na lectuur ‘examen’ moest gaan doen bij Walter De Bock. Die zat op kot boven café De Harp, waar de bar werd opengehouden door de eveneens legendarische Fred Dierickx. Mijn god, wat een tijden!

»Ik ben eruit gestapt toen de zaak al te doctrinair werd. Je kreeg zelfs leefregels mee, dat je denkt: ik ben niet in een klooster ingetreden, hè.»

HUMO Uiteindelijk ben je geen architect geworden, maar volgde je je jeugddroom: de sportjournalistiek.

Polspoel «Dat kwam zo: Piet Theys, de voorganger van Jan Wauters bij de sportsectie van de radio, wilde in ieder voetbalstadion van eerste en tweede klasse iemand hebben die via de telefoon verslag uitbracht over de match. Let wel, dat was in die tijd visionair en revolutionair. Piet was een wonderbaarlijk man. Hij organiseerde ‘De amateur-sportreporter 1967’, waarin naar vers talent werd gezocht. En ik won! Ivan Sonckwerd tweede en Paul Claes, later de grote vertaler van de Latijnse klassieken, was nummer drie. Vanaf toen kreeg ik opdrachten als voetbalverslag-gever. Ik was nog student, het was een aardige bijverdienste. Zo ben ik de journalistiek ingerold.»

HUMO Heb je er geen spijt van? Journalistiek kan ontzettend leuk zijn, maar de top zul je er nooit mee bereiken. En je had de capaciteiten voor de top.

Polspoel «Die top heeft mij nooit geïnteresseerd. Ik zeg altijd: ‘Ik heb mij m’n hele leven geamuseerd, en ik kreeg er nog mooi voor betaald ook.’»

HUMO Je hebt voor de gemakkelijkste weg gekozen.

Polspoel «Ja, misschien… Ik besef zelf best dat, in het licht van de eeuwigheid, verslag uitbrengen over een spelletje met een bal niet het allerhoogste is. So be it. Ik heb er nooit van wakker gelegen.»


De Sap-clan

HUMO In het Leuvense caféleven van de jaren zestig was de perceptie: ‘Die Gui Polspoel mikt op de hoogste troef. Bovendien vrijt hij met de dochter van De Smaele.’ Met De Smaele werd dan de eigenaar van de krantengroep De Standaard/Het Nieuwsblad bedoeld. Financieel blauw bloed.

Polspoel «Ik vrijde toen inderdaad met Bea De Smaele, die later mijn vrouw is geworden, en van wie ik nog later ben gescheiden. En had mijn toen-malige schoonvader plannen met mij? Dat heeft hij me in ieder geval nooit zo gezegd. Ik heb hem meteen duidelijk gemaakt dat ik nooit voor hem zou werken. Met die hele Standaard-groep had ik bijzonder weinig te maken. Integendeel: ik heb nog verslag uitgebracht over het faillissement van schoonpapa (lacht). Ik wilde mijn eigen weg zoeken, mijn eigen naam maken. Ik wilde geen gouden job op een presenteerblaadje. Albert De Smaele was een zeer charmante man, maar op een zachte manier zéér autoritair. Híj was de baas, het was zíjn bedrijf.»

HUMO Ik werkte in die periode zelf voor De Standaard. Het verhaal ging dat De Smaele aan z’n eigen megalomanie ten onder is gegaan.

Polspoel «Dat was ook zo. Het is een beetje wat nu Rik De Nolf van Roularta overkomt: een grote overname in Frankrijk die je achteraf zuur opbreekt. De Smaele heeft ooit zelfs Salut les Copains, het legendarische Franse yéyé-blad, mee overgenomen. En er later zijn tanden op stukgebeten, natuurlijk. Ik trouwde met Bea, we kregen twee zonen, twee fantastische jongens. Later zijn we uit elkaar gegaan, als vrienden. Bea komt hier nog wel eens langs met de kleinkinderen.»

HUMO Wat heeft die episode je geleerd? Want je kwam ongetwijfeld op de feestjes van de grote entrepreneurs?

Polspoel (mijmerend) «Als ik de rol van volgzame schoonzoon had gespeeld, had De Smaele zeker een mooie carrière voor mij gearrangeerd. Hij was zélf een schoonzoon die het via z’n schoonvader had gemaakt. Je moet weten: zijn eigen schoonvader, Gustave Sap, had meerdere briljante schoonzonen. Je had De Smaele zelf, je had André Vlerick (onder-nemer, professor, minister en oprichter van de businessschool die zijn naam draagt, red.), en je had Jan Piers (advocaat en minister, red.). Allemaal met Sap-dochters getrouwd. Dat was niet niks. Wij zagen elkaar op kerstfeestjes en op de koffieklets op zondagmiddag. Moeder Sap, die ik niet meer heb gekend, bezat een kasteel in Beernem, met vele hectaren land erbij. Alle kinderen hadden hun villa op dat domein. Bea en ik gingen er geregeld op weekend. Zeer intense discussies, daar. André Vlerick nam het moeder Sap kwalijk dat ze het familiebedrijf, De Standaard-groep dus, niet aan hem maar aan De Smaele had toevertrouwd. André Vlerick dacht van zichzelf dat hij le plus beau, le plus malin, le plus intelligent was. Zo’n muil had die man.»

HUMO Diende jij in die revolutionaire jaren dan geen twee petten te dragen: in Leuven de kasseien opbreken, en in Beernem de schoenen van je beroemde familie poetsen?

Polspoel «Ik was op die feestjes een geamuseerd observator. Met Vlerick, die een behoorlijk rechtse man was, durfde ik wél serieus in discussie te gaan. Protea, apartheid, dat soort dingen. Hij discussieerde vurig, met luide stem, en probeerde je zo te imponeren. Maar daarmee was hij bij mij toevallig aan het verkeerde adres (lacht).»


Zonnekoning Jan

HUMO Terug naar de sportsectie van de BRT-radio. Wat voor figuur was Jan Wauters, de opvolger van Piet Theys?

Polspoel «Jan was een monument, iemand op wie je alleen maar jaloers kon zijn omwille van zijn onwaarschijnlijke taalvaardigheid. Tegelijk zijn daar veel goeie mensen verschenen en na een korte tijd weer weggevlucht. Jan was geen gemakkelijke, hè. En niet zo’n aangenaam mens in de omgang. Alles draaide rond hem, hij was de zonnekoning. Terecht, natuurlijk, hij was veel meer dan de primus inter pares, hij stak er met kop en schouders bovenuit. Maar nogal wat aankomende talenten en hemelbestormers hebben met hem gebotst. Eén jaar voor z’n dood liepen we elkaar tegen het lijf op Cercle Brugge – hij bracht toen al enige tijd de winters in Zuid-Afrika door. Ik vertelde hem dat ik een reis daarheen plande, en Jan zei: ‘Dan moet je zeker ’ns langskomen, want in Zuid-Afrika ben ik véél socialer.’ Hij kende dus best zijn eigen onhebbelijkheden (lacht). Jan was ook ziekelijk gierig. Als we met z’n allen gingen eten, was het vaak van: ‘Ik heb géén voorgerecht genomen, dus ik betaal minder.’ Maar aan de andere kant ken ik collega’s die bij hem in Paarl, Zuid-Afrika, zéér royaal zijn ontvangen.»

HUMO Dat kan ik alleen maar bevestigen. In 1975 word je politiek journalist. Ook weer toeval?

Polspoel «Ik deed mee aan het journalistenexamen van de BRT. Er kwamen verdorie 1.200 kandidaten opdagen. Uiteindelijk bleven we met een klein groepje over. Ik begon stage te lopen op de nieuwsdienst, maar ik bleef ondertussen mijn matchen voor de radio verslaan. Op een mooie dag nam Jan Wauters mij apart: ‘Ben je bij ons niet gelukkig?’ Ik zei hem, woordelijk: ‘Ik vind sport enorm boeiend, maar ik beschouw het niet als een levensvervulling. Ik zie mezelf niet straks, op mijn 40ste, nog altijd druk maken over jongens van 20 die in korte broek achter een bal lopen.’ Jan heeft mij die woorden zeer kwalijk genomen, hij zag ze als een persoonlijke belediging. Híj was al 40, snap je. Later, toen ik zelf 40 was geworden en opnieuw in het voetbal was gestapt, stak hij mij dat fijntjes door: ‘Ha! Je kunt je dus toch nog druk maken over jongens in korte broek!»

HUMO Op de nieuwsdienst zat je bij de lichting van Dirk Sterckx, Bavo Claes en Daniël Buyle. Jullie hadden de naam roder dan Marx te zijn. En voor de toenmalige administrateur-generaal Paul Vandenbussche waren jullie de baarlijke duivel.

Polspoel «Ach, Vandenbussche – laten we een kat een kat noemen – was een echte alcoholicus. Getekend door de Tweede Wereldoorlog en het opkomende communisme nadien. En ja, dat hebben wij geweten. Als Vandenbussche wat ophad, zag hij overal vijfde colonnes. Een beetje zoals sommige mensen nu roepen: ‘De islam is de wereldheerschappij aan het overnemen. Zien jullie dat dan niet!’

»En waren wij links? Een beetje, zeker. Maar ik zag heel die jaren 60-avonturen vooral als een emancipatoire beweging waar je, als je jong was en een hart had, wel aan móést meedoen. Het ging om ontvoogding, om komaf maken met de autoritaire wereld van onze ouders. Jos Bouveroux, ja, die dweepte met Mao. Maar de anderen waren heel wat braver. Bavo Claes een linkse rakker? Komaan, zeg. Wat wél gebeurde: wij werden aangestoken door de assertiviteit van onze Nederlandse collega’s. Hoe er op de VPRO-televisie werd geïnterviewd: dat was toch wel andere kost. Walter Zinzen, William Van Laeken en Tony Naets wilden ook zo gaan werken. Jouw eigen blad, Humo, was ons daarin al voorgegaan. Herman de Coninck en Piet Piryns stapten niet langer als onderdanige slaven maar als gelijken op hun interviewees af.»


Der Siegfried

HUMO Over naar je goede vriend Siegfried Bracke: hij is net tot Kamervoorzitter verkozen, terwijl jij in Oostende eitjes bakt voor de gasten. Knelt dat niet?

Polspoel «Als je aan het vissen bent naar gevoelens van afgunst, ben je aan het verkeerde adres. Zo zit ik niet in elkaar. Ik was de eerste om Siegfried geluk te wensen.»

HUMO In een interview voor Het Lieve Leven beweerde Siegfried dat zijn overgang naar de N-VA hem vrienden heeft gekost. Met name jou.

Polspoel «De dag dat ik (in 1994, red.) zo goed als beslist had om bij de BRTN weg te gaan, heb ik Siegfried opgebeld: ‘Mag ik vanavond eens langskomen?’ Dat geeft je enig idee hoe close wij waren, toen. Later gingen wij om de paar maanden eens met elkaar lunchen. De breuk, als er al een breuk is geweest, had zeker niets te maken met zijn overstap naar de N-VA. Ik had Bracke de laatste jaren inderdaad richting het politieke discours van Bart De Wever zien opschuiven. Nu, de gedachten zijn vrij. Als Siegfried de flamingantentoer op wilde, was dat zijn zaak. Daarvoor verbreek je nog geen vriendschap. Ik discussieer liever met iemand die mijn politieke ideeën niet deelt, dan met iemand die mij napraat. Over elkaars buik wrijven is geen boeiende bezigheid.

»Ik rekende Siegfried vroeger tot het linkse kamp. Hij was lid van de partij, en bleek achteraf voor de partij ook kopij en speeches te hebben geleverd. Maar dat stoorde mij niet. Ik ben hem wel het vuur aan de schenen blijven leggen over die evolutie: ‘Waarom, Siegfried? Leg mij eens uit waarom uitgerekend jíj naar een rechtse, conservatieve partij bent overgestapt?’ Daar heb ik nooit een afdoend antwoord op gekregen. Maar nogmaals: dát heeft de vriendschap niet in gevaar gebracht.»

HUMO Wat is er dan precies gebeurd?

Polspoel (zucht) «De zaak-Pol Van Den Driessche, natuurlijk.»

HUMO Ook een vriend van jou.

Polspoel «Dat klopt. Ik wil geen oude wonden openrijten, maar… Kijk, ik kende Pol weliswaar als grofgebekt, een beetje puberaal ook, maar daar stopte het. Dacht ik. Tot de hele zaak onder andere door jouw collega Jan Antonissen in de pers werd uitgespit. En van wat toen naar boven kwam, gruwde ik. Ik geloofde ook dat het waar was: ik kende Jan van FilmNet, waar we hadden samengewerkt. Ik wist dat hij een integere journalist was. Later heb ik twee journalistes in ‘Reyers laat’ zien getuigen. Wel, ik was to-taal in de war van die zaak. Ik ben nogal een knipselverzamelaar, ik had m’n eigen Van Den Driessche-dossier samengesteld, en op een mooie avond heb ik alle getuigenissen in kaart proberen te brengen. Toen kon ik de waarheid niet langer ontkennen. Vervolgens kwam de vraag van ‘Reyers laat’ of ik zelf wat te zeggen had over de zaak. Eerst heb ik het afgehouden: ‘Pol is een vriend…’ Toen hebben ze mij er een beetje ingeluisd. Ze lieten mij opdraven in een debat over politici en hun privéleven, met als tegenstander toenmalig Vlaams Belang-boegbeeld Frank Vanhecke. Ik dacht: daar kan leuke tv in zitten. Goed, ik ga volkomen argeloos naar dat debat. Maar al bij de eerste vraag valt de naam Van Den Driessche – tegen de afspraak in.»

HUMO Eigenlijk had je toen moeten opstappen.

Polspoel «Ik heb dat even overwogen. Maar het volgende moment dacht ik: door op te stappen maak ik de zaak alleen erger. In de loop van het programma heb ik gezegd dat er volgens mij inderdaad wat aan de hand was met Van Den Driessche. En… dat is mij toen ontzettend kwalijk genomen. Ook door Bart De Wever, die mijn goede naam als journalist in twijfel probeerde te trekken. Men vroeg mij: ‘Heb je Van Den Driessche al gebeld over deze zaak?’ Nou, dat had ik niet, daarvoor was ik te veel in de war. Wat moest ik hem overigens zeggen? ‘Pol, trek het je niet aan, als we maar gezond zijn? Pol, ’t zijn allemaal smeerlappen?’

»Dáárop is het met Siegfried stukgelopen. Even later schreef Bracke in zijn blog: ‘Ik hou niet van mensen die hun vriendschap publiekelijk – in de media – opzeggen.’ Zo is de breuk er gekomen. We zijn onlangs nog eens gaan eten, Siegfried en ik. Het was leuk, interessant, net als vroeger. Tot ik zei: ‘Siegfried, er is natuurlijk één en ander gebeurd tussen ons. Is het niet de hoogste tijd om het daar eens over te hebben?’ En zijn antwoord was, kort maar krachtig: ‘Nee. Ik ben niet rancuneus en ik leef niet in het verleden.’ Daarmee was het onderwerp afgesloten. Kijk, it takes two to tango. Je moet met z’n tweeën zijn om een ruzie bij te leggen. (Mijmerend) Siegfried zit… zeer complex in elkaar. Jij hebt hem geïnterviewd. Je weet het dus.»


Bert en Wouter

HUMO Laten we het even over ‘Polspoel & Desmet’ hebben. Dat was een VTM-programma dat volgens de politieke analisten eerder op de VRT thuishoorde.

Polspoel «Wij maakten geen VRT- of VTM-programma, wij maakten een programma dat journalistiek hoogstaand was. Op geen enkel moment hebben wij toegevingen aan de commercie gedaan. Wij deden simpelweg ons ding, met de volledige zegen van chef nieuws Klaus Van Isacker

HUMO ‘Polspoel & Desmet’ is door VTM wel vrij laf afgevoerd. Ex-directeur informatie Eric Goens noemde het ‘een sluipmoord’.

Polspoel «‘Polspoel & Desmet’ was het intellectuele alibi voor VTM, dat is achteraf duidelijk geworden. Klaus Van Isacker had vroeger een rechtstreekse lijn met de VTM-top, met Christian Van Thillo en dergelijke. Toen die lijn wegviel, wisten wij hoe laat het was.»

HUMO Toen je terug naar de openbare omroep wilde, werd je koud afgeserveerd door Bert De Graeve.

Polspoel «Ik was bij de BRT vrijwillig vertrokken, omdat ik overhoop lag met toenmalig hoofdredacteur Kris Borms. Ik kon mij ook niet vinden in hoe het huis toen gerund werd. Kort na mijn vertrek had ik een interview voor De Standaard waarin ik vlakaf had gezegd wat er mijns inziens allemaal fout ging bij de BRT. Bon, ik stuur een kopie van dat interview naar De Graeve, de nieuwe gedelegeerd bestuurder, met een briefje erbij: ‘Kijk, dit was indertijd mijn kritiek. Ik hoor en lees waar u met de VRT naartoe wil. Misschien kunnen we eens praten over een terugkeer?’ Enkele dagen later belt De Graeve mij: ‘Dank voor je brief. Maar mijn beroepservaring heeft mij geleerd dat je iemand die vrijwillig uit een job vertrekt, beter niet laat terugkeren. Nog een goede avond, meneer Polspoel.’ Ja, daar stond ik met m’n mond vol tanden (lacht).»

HUMO In de krant stond indertijd te lezen dat Wouter Vandenhaute je voor het vierdubbele van je BRT-loon naar FilmNet heeft gehaald.

Polspoel «Onzin. De weduwe van Jan Wauters heeft mij daar, nota bene in Humo, al eens op gepakt: ‘Polspoel gezwicht voor het grote geld’. Ik bel haar en zeg: ‘Trees, mag ik van jou weten hoeveel ik precies bij FilmNet verdien?’ Nou, daar stond ze dan (lacht).

»De waarheid is deze: ik had met Wouter een afspraak dat ik als zelfstandige bij FilmNet zou komen. Ik was bij de BRT voor het leven benoemd en had daar al een mooi pensioen opgebouwd, ik genoot er ettelijke voordelen. Wel, ik wilde een evenwaardig pakket. En natuurlijk ligt je maandbedrag dan veel hoger, omdat je de rest godverdomme allemaal zelf moet regelen! Misschien ging ik er netto 10, hooguit 20 percent op vooruit. Is dat kiezen voor het grote geld?»


Lessen van De Coninck

HUMO Over naar de actualiteit. Je zit vandaag in een bed and breakfast ontbijt klaar te maken voor je Oostendse badgasten. Vervult je dat? Met jouw talent?

Polspoel «Ik blijf nog bezig, hoor. Ik heb een tweewekelijks programma op tvbrussel, ik werk nog wat voor Kanaal Z en tot voor kort versloeg ik ieder weekend nog twee voetbalmatchen. Mijn agenda zit dus goed vol. Ik ben deze B&B begonnen met mijn toenmalige echtgenote. Het was een cadeau voor háár, ik zou mij alleen vanop afstand met de zaken bezighouden. Ze was ook veel jonger dan ik, ik wilde haar met die zaak wat veiligheid en zicht op de toekomst geven. Maar toen liep dat huwelijk jammer genoeg stuk. Gevolg: vrouw weg, en ik kreeg plotseling die B&B in mijn talloor gedraaid. Daar zat ik dan, alleen. Ik doe het wel graag. Maar de vraag blijft: is dit het nu? Het werk is enorm opslorpend. Je kunt niet weg. Je moet inkopen doen, de reservaties beheren, de boekhouding bijhouden. Voor nu zaterdag zijn de vier kamers volzet. Maar hoe laat precies komen die gasten eraan? Dus: je zit hier te wachten, hè. Ik ben van de zomer nauwelijks op de dijk geweest, twee keer aan het strand geraakt. En dan ben je dus naar zee komen wonen… Het is iets dat fout is gelopen. Punt.

»Op de koop toe viel het voetbal weg: Telenet bedankte mij – ik was in de pikorde daar misschien nummer vijf of zes. Dan maak je plaats voor jonge mensen. Kijk, eigenlijk ben ik een zondagskind. Ik heb in mijn leven nooit gesolliciteerd. Men is altijd naar mij toe gekomen. Ik ben er de mens niet naar om achter de dingen aan te lopen. Maar als iemand mij wil, met een mooi aanbod, dan sta ik klaar.»

HUMO Mensen als jij en ik worden honderd. Wij hebben nog dertig, veertig jaar voor de boeg. Je gaat nu toch niet bij de pakken zitten?

Polspoel «Ach, ik vind wel genoeg boeiende dingen. Ik wil eindelijk eens de wereld afkletsen. En verder: ik ben geen man van centen. Mijn investering hier: als ik het uitreken, is dat pure horror (lach). Ik verlies hier een paar honderdduizend euro. Maar als dat mijn keuze is: géén probleem. Ik heb een leuke nieuwe vriendin, het komt allemaal wel goed.»

HUMO We gaan zo zoetjesaan afsluiten. Wat zijn de grote lessen die je uit je leven trekt?

Polspoel «Het toeval heeft een grote rol gespeeld. Ik zei het bij het begin al: voor hetzelfde geld was ik opgegroeid tot een verfranste Brusselse Vlaming. En akkoord, ik heb een opmerkelijk en zeer gevarieerd parcours afgelegd. Ik zit nu in het laatste achtste van mijn leven. En als Kris Borms geen hoofdredacteur was geweest, zou ik wellicht voor de BRT zijn blijven werken. Als, als, als… Zonder Klaus Van Isacker was er wellicht nooit sprake geweest van ‘Polspoel & Desmet’. Het toeval, dus. Wat je waarschijnlijk zelf een beetje uitlokt. Je hebt wat in de aanbieding, ook (lacht). Er ligt van alles in mijn vitrine.»

HUMO Opvallend, we kwamen elkaar in de jaren 60 vaak tegen in café Den Appel, in Leuven. Sedertdien ben je uiterlijk nauwelijks veranderd.

Polspoel «Er is toch wel dat buikje (lacht). Maar mijn gedrevenheid in discussies is gebleven. Ik hou van de discussie.»

HUMO Nog opvallender: nogal wat mensen waren of zijn bang van jou. Indertijd kwam je zeer intimiderend over.

Polspoel «Dat weet ik van mezelf. Ik kan verbaal nogal agressief zijn. Snel en bijtend formuleren. Maar ik heb geleerd dat in te perken. Ik weet dat ik mensen kan vastzetten. Op de duur werd het een spelletje. In de jaren 70 trok een journalist ook veel harder van leer. Dat is zeker een levensles geweest: dat je met een zachte aanpak vaak méér oogst dan met een kruisverhoor. Zeker in interviews.

»Ik heb zeer veel geleerd van duo-interviews, met onder meer Herman de Coninck,later met Yves Desmet. Ik geef nog altijd les binnenlandse politiek, aan de journalistenschool van de KU Leuven, destijds nog opgestart door Hugo De Ridder. Ik zeg altijd graag aan mijn studenten: ‘Interviewen gaat niet over het stellen van vragen, maar over het luisteren naar antwoorden.’ De Coninck zei me voor een interview vaak: ‘Ga jij maar voluit. Ik verschans mij wel achter mijn pakje Gauloises en ik luister.’ En ik maar drammen. Terwijl Herman met hier en daar een korte interventie veel verder kwam. Voor ‘Polspoel & Desmet’ deden wij aan taakverdeling. Bij thema A ging ik voluit en Yves luisterde, en pikte de krenten uit de pap. En bij thema B draaiden we de rollen om. Ik zeg je: dodelijk efficiënt.»

HUMO Hoe zie je jezelf oud worden?

Polspoel «Oud worden schrikt mij niet af. Binnenkort krijg ik een heupprothese. Op de koop toe ben ik onlangs gevallen en heb ik alle gewrichtsbanden van mijn schouder afgescheurd, de dokters hebben dat geopereerd en er een metalen plaatje in geplaatst. Vervolgens heb ik, door iets te brutaal uit de koelkast te pakken, m’n sleutelbeen gebroken, dat groeit niet aan elkaar… Ik bedoel: dát is oud worden. Je verslijt. Maar ik maak mij er altijd met dezelfde grap vanaf: ‘Oud worden, jongen, begin er niet aan, want ’t is nergens goed voor. Er is maar één middel tegen oud worden, en dat is jong sterven.’

»(Mijmerend) Op mijn 60ste heb ik beslist dat ik mij alleen nog druk zou maken over de dingen waar ik zelf iets aan kan veranderen. En dan heb je al werk genoeg. Het leven overkomt je. Wel, maak je er dan beter niet te druk om.»


Nederig en dankbaar

HUMO Welke waarden heb je je kinderen meegegeven?

Polspoel «Solidariteit. Met de mensen die niet het zondagskind zijn dat ik ben. To care: zeer belangrijk. En dat doen mijn zonen ook écht. Ik zei het je al: ik heb in het leven vooral geluk gehad. En dat besef maakt mij klein, en nederig, en dankbaar. Ik ben een product van de democratisering van het onderwijs, een product van de boomende jaren 60. Met een andere uitdraai van de dobbelstenen had het er voor mij totaal anders uitgezien. Wij gaan nu de weg op van de studieleningen. Ik mag er niet aan denken wat dat indertijd voor mij zou hebben betekend. Eén ding is zeker: we zijn naar het Angelsaksische systeem aan het opschuiven – een systeem dat veel meedogenlozer is. Wees vrij en trek je plan – daar komt het op neer. Daar wil ik graag voor waarschuwen. De mensen zijn niet gelijk; tot dat besef ben ik wel gekomen. Maar ze hebben recht op gelijke kansen. Ik heb hier een Tsjetsjeense poetsvrouw: haar oudste zoon wint verdorie de provinciale opstelwedstrijd van West-Vlaanderen. Zo’n jongen verdient het toch om geholpen te worden, nee?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234