null Beeld

Gulzige jongens, die Galliërs: waarom het lezen van Asterix en Obelix zo hongerig maakt

De 37 stripverhalen van Asterix en Obelix zitten bomvol eten en drinken. Deze week verscheen het 38ste album: De dochter van de veldheer. Terugblik op zestig jaar gebraden everzwijnen, explosieve Corsicaanse kaas en natuurlijk die kaasfondue.

'Het zijn vooral de moderne Belgen en Britten die op de hak worden genomen'

Asterix en Obelix reizen de wereld over, timmeren legioenen Romeinen in elkaar en eindigen steevast in hun Gallische dorp, aan lange tafels vol met sappige everzwijnen en kannen wijn. De stripalbums staan vol vreetpartijen, stereotypen over het eten in verschillende landen en culinaire naamgrappen (een Spanjaard heet Gazpachoandalus, een herbergier in Marseille Caféolix). Net als de andere grappen zeggen de eetscènes veel over de oudheid en, misschien nog wel meer, onze eigen tijd.

De stripverhalen en afgeleide films zijn onverminderd populair sinds tekenaar Albert Uderzo en scenarioschrijver René Goscinny zestig jaar geleden hun eerste album, Asterix de Galliër, uitbrachten. Na de dood van Goscinny in 1977 ging Uderzo verder met andere scenarioschrijvers – en ging de kwaliteit van de grappen volgens veel lezers achteruit – en vanaf 2013 nemen Didier Conrad en ­­Jean-Yves Ferri de taak op zich.

null Beeld

Zij zetten de culinaire traditie van hun voorgangers voort. Zo zat het laatste album, Asterix en de race door de Laars, vol grappen over garum (Romeinse gefermenteerde vissaus), moderne pizza en pasta met tomaat.


Barbaarse Britten

“Eten is enorm van belang in de albums, vooral de eindeloze honger van Obelix vormt één lange rode draad door de verhalen,” zegt Sunnyva van der Vegt. De classicus schreef met haar echtgenoot, voormalig docent oude geschiedenis aan de UvA René van Royen, meerdere boeken over de historische lagen in de stripverhalen, waaronder Asterix en de waarheid (2006). “Je ziet veel geintjes over de Galliërs als toeristen, met de nodige stereotyperingen over de volkeren die ze bezoeken,” legt Van der Vegt uit. Belgen aan de mosselen met friet, Grieken die gevulde wijnbladeren (dolma’s) eten en de kaasfonduënde Helvetiërs in Zwitserland als een stelletje kaasmasochisten: als je een stukje brood in de fondue laat vallen, krijg je eerst vijf stokslagen, dan twintig zweepslagen en uiteindelijk moet je het meer in, tot vreugde van de slachtoffers.

undefined

null Beeld

De Britten krijgen er het meest van langs en worden neergezet als regelrechte culinaire barbaren. Tot ontzetting van Obelix braadt de Britse herbergier het everzwijn niet, maar serveert hij gekookte plakjes vlees met muntsaus. Een Britse vrouw vertelt een Spaanse dat ze geen olijfolie gebruikt maar alles in water kookt voor ‘een verrukkelijk smaakje’ en de Britten verliezen de strijd tegen de Romeinen omdat ze elke middag alles neerleggen om een kopje ‘warm water met melk en suiker’ te drinken.

Volgens Van der Vegt was schrijver Goscinny een fervent lezer van geschiedenisboeken en stopte hij zijn verhalen graag vol historische feitjes over de oudheid. Maar de verhalen zetten de huidige tijd ook regelmatig een spiegel voor: het zijn juist de moderne Belgen en Britten die op de hak worden genomen. ‘Vrijwillig anachronisme’, zo definieert de Franse historicus Florent Quellier, die onderzoek deed naar de rol van eten en drinken in de boeken, de manier waarop Asterixverhalen de onderwerpen benaderen. Moderne voorwerpen als telefoons en televisies komen niet voor, maar politieke stromingen, popmuziek, verkeersdrukte in Lutetia (Parijs) en massatoerisme wel. Zo slapen Gallische toeristen aan de Spaanse kust in ‘huizen op wielen’ en eten ze in een herberg waar men ‘Gotisch en Brits spreekt’ een daghap van braadworst, spek, zure kool en bier. Van der Vegt: “Juist die verschillende lagen grappen in combinatie met de tekeningen maken de albums tijdloos – vaak worden ze van generatie op generatie doorgegeven.”


Het everzwijn

Veel grappen ten koste van stereotiepe buitenlanders dus, maar over ‘de Fransen’ (de Galliërs) net zozeer. Zij drinken graag en veel, en eten everzwijnen bij de vleet. Volgens Quellier gebruikten Uderzo en Goscinny het zwijn bewust als symbool van de Gallische keuken en van de verbondenheid van de eenvoudige en eerlijke Kelten (veel Galliërs waren Kelten) in hun strijd tegen de luie, decadente en vadsige Romeinen, met hun paté van nachtegaal­tongetjes, kaviaar en kakkerlaktandvlees – zie het album Asterix als gladiator. De Romeinen staan voor al het verdorvene van de wereld en vormen zo een mooi contrast met de pure Galliërs, die wel van een simpel maar lekker gebraden zwijntje houden.

Volgens de persafdeling van het Asterixmerk hadden Uderzo en Goscinny in 1959 de Gallische periode als decor genomen omdat het simpelweg nog niet eerder gedaan was. Ze dachten er toentertijd weinig over na, maar hebben met hun verhalen de beeldvorming over de Galliërs enorm beïnvloed: zo krijg je in restaurant Nos Ancêtres Les Gaulois (‘onze voorouders de Galliërs’, sinds eind 19de eeuw een veelgehoorde benaming in Frankrijk) in hartje Parijs everzwijnworst en onbeperkt wijn van obers met viking­helmen met nepvlechten, in een ‘rustiek’ interieur met veel hout en opgezette everzwijnhoofden.

Ironisch, want archeologen weten dat Galliërs nauwelijks everzwijn hebben gegeten. Volgens Denis Mareschal van het archeologisch instituut Inrap vormde landbouw de belangrijkste voedselbron: de echte Asterixen en Obelixen leefden vooral op granen, peulvruchten, vruchten en vlees van gedomesticeerde runderen, varkens, geiten en schapen.

Van der Vegt: “Het everzwijn was voor de Kelten waarschijnlijk eerder symbolisch van belang: er zijn afbeeldingen van zwijnen gevonden op munten, beeldjes en helmen. Wellicht stond het voor iets anders: voor kracht, of een godheid?” Zaten Uderzo en Goscinny er met het everzwijn als symbool misschien toch niet zover naast.

--

Ronde van Gallia

Het lekkerste Asterixalbum is Asterix en de Ronde van Gallia, waarin de hoofdpersonen heel Gallië doorkruisen om een weddenschap tegen de Romeinen te winnen. Als bewijs nemen ze in elke stad die ze aandoen de regionale specialiteit mee, zoals Parijse ham, salade niçoise en bouillabaisse uit Massilia. Goscinny en Uderzo refereerden hiermee aan het Franse regionale toerisme dat begin 20ste eeuw ontstond – met speciale reisgidsen en kookboeken met regionale specialiteiten – en nog altijd springlevend is. “Eten is in Frankrijk extreem belangrijk en alle streken zijn trots op hun producten en gerecht. Het album neemt dat gegeven op de hak én omarmt het,” vertelt journalist Jeroen Thijssen, die in 2008 dezelfde reis als Asterix en Obelix maakte voor een serie reportages in het Nederlandse dagblad Trouw en daarna nog een keer ging voor zijn boek De Ronde van Gallië (2010). Ontzettend leuk, maar: “Mijn auto begon na een paar dagen al te stinken naar al dat eten. Met het paard en wagen van Asterix was alles natuurlijk helemaal beschimmeld bij aankomst in het ­Gallische dorp.

Ⓒ Het Parool

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234