György Konrád is overleden: 'Iedereen is wel aan iets verslaafd, omdat iedereen zijn sterfelijkheid wil vergeten'

De Hongaarse auteur en dissident György Konrad overleed afgelopen vrijdag op 86-jarige leeftijd. Als kind overleefde Konrad de holocaust, een groot deel van zijn familie overleefde de genocide niet. Hij debuteerde met de roman ‘De Bezoeker’ (1969), andere bekende werken zijn ‘Tuinfeest’ (1989), en ‘Het verdriet van de hanen’ (2005). In 1998 sprak hij in Humo over zijn 7 Hoofdzonden. Herlees hier het interview.

(Verschenen in HUMO 3000 op 3 maart 1998)


De 7 hoofdzonden volgens György Konrád: 'Wraak en vergeving zijn zinloos'

György Konrád (64) gidst me trots langs de grootse Bertolt Brecht-tentoonstelling in de Akademie der Künste, die in West-Berlijn ligt maar een onmiskenbare Oostblok-look heeft. Konrád is sinds enkele jaren voorzitter van de Akademie, het is slechts een van de vele eerbewijzen waarmee hij overladen werd sinds het vallen van de muur in 1989.

De West-Europese intelligentsia ontdekte de Hongaarse schrijver van de roman ‘Tuinfeest’ toen samen met Oost-Europa, en Konrád werd sneller gehypet dan de brokstukken van de muur aan de man konden worden gebracht. Konrád speelde het meesterlijk: hij vertelde hoe hij aan Auschwitz ontsnapt was, lichtte het westen in over de levendige ondergrondse literaire scène in Hongarije, haalde bescheiden de schouders op toen men hem tot het geweten van Oost-Europa bombardeerde, en maakte met de romans Melinda en Dragoman en ‘De stenen klok’ rustig een mooie trilogie vol. Zou hij ook hoofdzonden op zijn geweten hebben?

György Konrád «Ik weet dat ik weleens het geweten of de morele autoriteit van Oost-Europa genoemd word. Dat is misschien toch een tikje overdreven. Gelukkig word ik ook nog altijd geregeld verrot gescholden en voor het vuil van de straat uitgemaakt; het lijkt me vreselijk saai een niet-bediscussieerde morele autoriteit te zijn. Laten we het erop houden dat sommigen iets in mijn werk zien. Dat verwondert me eigenlijk ook niet; ik probeer namelijk wel iets in mijn boeken te stoppen (lacht). Het verwondert me daarentegen wél dat de bewonderaars zo talrijk zijn.»


Hovaardigheid

Konrád «Schrijvers zijn per definitie ijdel: ze denken dat hun woorden belangrijker en interessanter zijn dan die van anderen. Ze willen ze daarom aan iedereen opdringen en daar vervolgens ook nog om bewonderd worden. Ook ik ken het monster van de ijdelheid maar al te goed.»

HUMO Was dat monster niet moeilijk te voeden tijdens uw ondergrondse periode?

Konrád «Ik ben opgevoed met een klassieke, misschien wat ouderwetse opvatting over literatuur. Zo werd me geleerd dat enkel de dood beslist over wat van waarde is en wat niet. Dat hielp me om niet jaloers te worden op de legale schrijvers, die het geen opoffering vonden binnen het door de censuur afgebakende kader te opereren en vervolgens wél met aandacht werden overstelpt. Ik besefte dat mijn schrijven zich niet kon voegen naar de wetten van de censuur en kon me daar makkelijk bij neerleggen. Maar ook zonder de bewondering van mijn landgenoten kon ik trots zijn op mijn boeken, al werd mijn zwellende ego wel voortdurend adergelaten door de staat.

»Het hielp dat sommige van mijn boeken intussen wél in het buitenland gepubliceerd werden en er een goede ontvangst kregen bij pers en publiek. En ook in Hongarije viel het eigenlijk best mee: het samizdat-circuit van de illegale uitgaven was zeer vitaal en leverde prettige contacten met lezers op, die niet nalieten mijn ijdelheid te strelen.»

HUMO Na de opheffing van de censuur begon een nieuw gevecht: ‘Ik heb de verstikkende censuur van het oosten leren kennen, nu moet ik ook weerstand bieden aan de verleidingskunsten van het westen, dat mij tracht over te halen tot veelvuldige audiovisuele manifestaties.’

Konrád «U citeert een uitspraak van de schrijver Konrád, en die houdt niet van de publieke figuur Konrád. Hun interesses en bezigheden liggen veel te ver uit elkaar. Het is dus logisch dat de schrijver geregeld hekelt wat hem niet bevalt in de publieke figuur.

»Maar ik vecht helemaal niet tegen de media van het westen, ik laat ze het monster van de ijdelheid rustig voeden (lacht). De laatste tijd heb ik meer oog gekregen voor de goede kanten van de media: ze zijn niet alleen een bron van inkomsten voor schrijvers, ze stimuleren bovendien een levendig cultureel klimaat.»

HUMO Op uw elfde trok u met uw zusje naar Boedapest om aan de nazi-terreur te ontsnappen. Bent u trots over uw moed als kind?

Konrád «Het was redelijk wat ik toen deed. Het bewijs daarvan is dat we nog leven. Ik herinner me nog altijd haarfijn hoe mijn zusje en ik bij het verlaten van ons kleine dorpje staande werden gehouden door een dame. Het was een vriendin van mijn ouders, haar twee dochters waren speelkameraadjes van me. Ze vroeg waarom ik vluchtte en ze drong erop aan dat ik zou blijven en samen met hen zou afwachten wat komen zou. Maar dat weigerde ik, ik begreep dat we in dat kleine gehucht al te zichtbaar waren en dat we er niet zouden kunnen ontsnappen aan de Duitsers. In een grote stad zouden we moeilijker te vinden zijn, zoals een naald in een hooiberg. Ik heb dus zeer bewust vrienden en bekenden achtergelaten; het is moeilijk daar trots op te zijn. Bovendien werden alle achterblijvers vermoord. Hoe kan iemand die overleeft trots zijn, als hij zich al die vermoorde gezichten herinnert telkens als hij om zich heen kijkt?»

HUMO U voelt zich integendeel schuldig?

Konrád «Het zou niet beter zijn als ik ook dood was; het zou dus dom zijn me daar schuldig over te voelen. Ik voel me ook niet schuldig omdat ik toen niet in staat was om iets meer te doen dan alleen maar te proberen zelf te ontsnappen. Maar het was hoe dan ook zeer lastig om terug in dat dorpje te komen, er door de straten te lopen en van iedereen die niet naar Auschwitz gedeporteerd was, te horen dat er zoiets gruwelijks als Auschwitz bestond en dat hun vrouw en kinderen er naar alle waarschijnlijkheid vermoord waren. Wij, de overlevenden, waren de uitzonderingen en wij hadden sterk het gevoel dat wij nu moesten leven voor iedereen die vermoord was. Het is geen makkelijke opdracht voor iemand anders te moeten leven. Eigenlijk is dat zelfs onmogelijk.»


Gulzigheid

Konrád «Ik ga nogal eens over de schreef, ook als schrijver. Ik ben gulzig naar woorden: ik doe niets liever dan overloos discussiëren en kletsen, en ik kan geen dag zonder schrijven. Ik kan het niet laten, ik lijd aan een soort grafomanie. Af en toe krijg ik een waarschuwing van het lot: onlangs nog werd er ingebroken in mijn kantoor in de kelder van dit gebouw en stal men onder meer mijn computer. De harde schijf zat vol bestanden, waarvan slechts een klein deel op diskettes gekopieerd was. Gelukkig was er heel wat geprint en zelfs gepubliceerd, maar niettemin ging er ook veel verloren. Het ergste was dat ik een niet onbelangrijk aantal notities voor een nieuwe roman kwijtspeelde. Misschien was die diefstal wel een waarschuwing van het lot dat ik te veel schrijf en maar eens wat preciezer moet zijn. Maar ja, het is nu eenmaal een verslaving.»

HUMO En daar bent u voor: ‘Verslavingen houden het leven in stand.’

Konrád «De behoefte om in een roes te verzinken komt voort uit het gevoel onvolmaakt en begrensd te zijn. Iedereen is wel aan iets verslaafd, omdat iedereen zijn sterfelijkheid wil vergeten. Je kan verslaafd zijn aan sigaretten of alcohol, maar ook aan macht, geld of auto’s. Of aan schrijven en lezen. Of aan roem, mode, haat, chocola, techniek, cafébezoek, rondhangen. Mensen willen uit hun huid kruipen door zich aan een verslaving over te geven, ze willen hun zorgen van zich afschudden door meer zijn dan ze zijn. Ze willen als deltavliegers hoog in de lucht zweven.

»Ook de coïtus is een verslaving: je kan verslaafd zijn aan het ontkleden, aan de afhankelijkheid van de ander, of aan de overgave van jezelf. Er bestaat geen goed huwelijk zonder verslaving: de een kan niet zonder de ander, nu eens is de een de meester, de tiran, en de ander de verslaafde, de pantoffelheld, dan weer wisselen de rollen. Dat heen en weer bewegen, dat pulseren is het leven zelf.»

HUMO In ‘De stenen klok’ wordt behoorlijk wat witte Riesling gedronken.

Konrád «Ik zit met een probleem (lacht). Sinds enkele jaren hebben we een mooi huis in een klein dorpje, aan de voet van een berg vol wijnranken. Overal in de buurt wordt die witte Riesling gemaakt. Soms is hij goed, soms is hij minder goed, maar altijd is hij aanwezig. Een eenvoudig wandelingetje op de bergflanken wordt dus algauw gevaarlijk, want de buren zijn de vleesgeworden aardigheid en bieden ons voortdurend een glas van hun eigen oogst aan. Kortom, ik doe mijn best om er enige discipline op na te houden, maar elke avond voel ik aan mijn zachtjes tintelende verhemelte dat ik zin in wijn heb.»

HUMO In datzelfde boek wordt ook behoorlijk geblowd.

Konrád «Het is een fundamenteel menselijk recht om autonoom te beslissen wat je consumeert, wat je leest, wat je helpt om je goed te voelen. Het verbod op hallucinogenen is dan ook een regelrechte verkrachting van de rechten van de mens. Over de hele wereld worden honderdduizenden mensen gevangen gehouden omdat ze drugs hebben gebruikt. Dat kan dus niet, het is voor mij ronduit onbegrijpelijk hoe iemand als een crimineel beschouwd kan worden terwijl hij niemand anders pijn of schade berokkend heeft, zich niet agressief gedragen heeft en niets gestolen heeft.

»Ooit heeft men alcohol verboden. Na een aantal jaren werd duidelijk dat dat niet verstandig was. Het is mij dan ook een raadsel waarom men hallucinogenen verboden heeft, het is immers gewoon een drug als een andere. Softdrugs, en zelfs heroïne, veroorzaken trouwens minder schade dan bijvoorbeeld wapenhandel. Maar waar wapenhandel legaal of semi-legaal is, is handelen in drugs dat niet. Daardoor levert het verbod op hallucinogenen de internationale maffia jaarlijks driehonderd biljoen dollar op. Bovendien veroorzaakt dit verbod aan de lopende band aanslagen, bendeoorlogen en allerhande andere vormen van criminaliteit. Dat is toch een toestand waar je met de beste wil ter wereld geen begrip voor kan opbrengen?»


Gierigheid

Konrád «Mijn leuze luidt: wie geeft, zal ook krijgen. Ik bedoel daarmee niet dat je noodzakelijkerwijs iets zal terugkrijgen van de persoon aan wie je iets hebt gegeven; ik geloof dat er op een of andere manier een soort wederkerigheid in het leven is.

»Ik heb me nooit arm gevoeld, hoewel ik het wel geweest ben. Maar zelfs in die periode kon ik zonder al te veel problemen een meisje uitnodigen voor een glas wijn. Dan verkocht ik maar weer eens een boek of een kledingstuk. Dat heb ik vaak gedaan. Je zou denken dat een boek verkopen zo ongeveer het allerergste voor een schrijver is, maar ik had nooit tekort aan nieuwe boeken: een vriend van me las erg veel en liet de boeken die hij uit had onder zijn vrienden circuleren. Zo had ik altijd wel nieuwe boeken en kon ik mijn oude boeken rustig verkopen.»

HUMO Intussen heeft het succes u rijk gemaakt. Bent u veranderd?

Konrád «Mmmja. Ik vind het nu belangrijk dat mijn kinderen niks tekort komen. Ik hecht er ook belang dat ze behoorlijk gekleed lopen. Het spijt me dan ook dat ze niet de meest elegante smaak hebben, om het zacht uit te drukken.

»Ik kan het me nu ook permitteren geregeld een dozijn mensen én hun tien kinderen te eten vragen. Dat doet me veel plezier. Persoonlijke bezittingen heb ik nog altijd nauwelijks. Ik verzamel immers niks, ook geen geld.»

HUMO Wordt geld soms een drijfveer?

Konrád «Soms neem ik louter om het geld een opdracht aan, het zou hypocriet zijn dat te ontkennen. Een schrijver is nu eenmaal verplicht zijn economische prioriteiten te stellen. Als je boeken wil schrijven, moet je immers zorgen dat je de daarvoor benodigde tijd vrijkoopt. Dat kan je doen door ergens in dienst te gaan, maar dan wordt voor jou beslist wanneer je waar moet zijn en wat je daar moet doen. Dat wilde ik niet meer. En dus werd ik zelf een kleine onderneming, die verbeten zijn huisgemaakte producten aan de man probeert te brengen.»


Onkuisheid

HUMO Toen uw vrouw en uw kinderen indertijd naar Parijs uitweken, verkoos u in Hongarije te blijven omdat u als schrijver de taal niet kon missen. Het leidde tot de ontbinding van uw huwelijk. Is literatuur het allerbelangrijkste in uw leven?

Konrád «Literatuur is zeer belangrijk, maar het zou me makkelijker vallen de literatuur te verliezen dan iemand die me zeer nabij is. Indertijd kon ik niet weten dat ze in Parijs een normaal leven zouden kunnen leiden en dat de dingen zouden lopen zoals ze gelopen zijn.

»Je mag ook niet vergeten dat ik niet alleen een schrijver was, maar ook iemand die zich geëngageerd had in een maatschappelijk en intellectueel project. Dat was niet zonder gevaar; ik vond het dan ook veiliger dat mijn kinderen in het buitenland waren terwijl ik oppositie voerde.»

HUMO Uw alterego Dragoman verklaart in ‘Melinda en Dragoman’: ‘Ik volg altijd de libido van mijn eigen geest.’

Konrád «Er zijn maar bitter weinig mensen die de libido van hun geest helemaal niet volgen, maar de meeste mensen proberen hun geest te regelen door bepaalde doelen voorop te stellen. Tijdens het schrijven is het altijd interessant te kijken waar de geest heen gaat. Je zou het kunnen vergelijken met het uitlaten van een hond: die is op zoek naar interessante geuren en dwaalt rond zonder de meest voor de hand liggende weg te volgen. Zo is wellicht onze geest ook. We kunnen ons de luxe permitteren ons door onze geest te laten leiden en ‘m te volgen naar allerlei hoekjes. Of we kunnen de leiband wat aantrekken, de geest wat intomen. Zelf mag ik me graag terugtrekken in mijn tuin om mijn geest te laten uitvliegen.»

HUMO Niet alleen de geest is promiscue in uw trilogie, er zit ook een behoorlijk dosis seks in.

Konrád «Seks hoort nu eenmaal bij die personages, zoals het bij iedereen hoort. Zoals niemand kan leven zonder seks, kan een schrijver geen levens beschrijven zonder aandacht aan seks te besteden. Dat is voor mij altijd een evidentie geweest, maar veel begrip konden de puriteinse communisten daar niet voor opbrengen.

»De strenge omgang van de partij met seks leidde soms tot groteske toestanden. Toen een vriend van mij kort na zijn huwelijk wilde scheiden, moesten zijn vrouw en hij als keurige partijleden de redenen van hun scheiding voor een commissie uiteenzetten. Uit schaamte weigerden ze dat eerst. Maar dat kon natuurlijk niet, de partij moest immers alles weten. Uiteindelijk biechtten ze op dat er een wanverhouding bestond tussen hun beider geslachtsorganen, waardoor de vrouw tijdens het vrijen altijd pijn had. Kan je je de gezichten voorstellen van die verzuurde, preutse commissieleden die moesten gaan afwegen of die scheiding gewettigd was en plots woorden moesten gebruiken die ze verafschuwden (lacht)? Puritanisme is een boemerang: je wordt zelf altijd het slachtoffer van je eigen preutsheid.»

HUMO Vindt u eigenlijk iets onkuis?

Konrád «Ik vind onkuisheid een moeilijk begrip. Laat ik even verwijzen naar het aloude verhaal van de arrogante jongeman die zich bij een leraar aanbood en ‘m zei dat hij zijn student zou worden als die leraar hem de essentie van de tora kon vertellen in de tijdspanne dat hij op één been kon blijven staan. Die leraar antwoordde dat alles in de tora een commentaar was bij het gebod: ‘Doe niet aan de ander wat je niet wil dat hij aan jou doet’. Zo gaat het ook met seks: als iemand de ander geen schade berokkent, is het voor mij oké. Ik denk dat ik alleen geweld echt onkuis vind.»

HUMO Toch heeft u geweld weleens goedgepraat, tijdens de de Golfoorlog bijvoorbeeld.

Konrád «De Arabische landen hebben tot nog toe geen democratische revoluties doorgemaakt; de dictaturen daar leiden nog steeds tot een volledige ontkenning van het individu. Het lijkt me nog altijd te verdedigen daar in te grijpen, want momenteel zien we dagelijks in Algerije tot welke excessen een en ander kan leiden.

»Zelfs een oorlog kan te rechtvaardigen zijn. Kijk, als er in een vroeger stadium militaire actie tegen Hitler ondernomen was, zou dat niet alleen verantwoord geweest zijn, maar zou het de wereld ook veel ellende bespaard hebben. Ook de recente militaire interventie van de Amerikanen in Bosnië was een efficiënte ingreep, die wel degelijk een oorlog en dus verder bloedvergieten beëindigd heeft.»

HUMO Dat zegt u nu, voordien noemde u een interventie ‘absurd en gevaarlijk’: ‘In Joegoslavië gaat het strictu sensu om een binnenlandse aangelegenheid.’

Konrád «Ik dacht dat een interventie onmogelijk zou zijn zonder het inzetten van een landmacht. Dat zou tot massale slachtpartijen hebben geleid, want dan zou een situatie ontstaan zijn die vergelijkbaar was met het slagveld in Viëtnam, of met de Duitse bezetting tijdens de tweede wereldoorlog.»


Gramschap

HUMO U wordt nooit echt kwaad...

Konrád «Is dat dan verkeerd?»

HUMO Nee, maar het verbaast wel. In verband met de nazi’s luidt het in ‘Tuinfeest’: ‘Ik heb nooit gewild dat iemand werd terechtgesteld of in de gevangenis opgesloten.’

Konrád «Wraak en vergeving zijn zinloos. Bovendien heeft elk zijn vak in het leven. En het is niet mijn taak over mensen te oordelen, laat staan ze tot levenslange opsluiting te veroordelen. Intussen ben ik zeer gelukkig dat de doodstraf niet meer bestaat in Hongarije en ook in de rest van Europa verboden is. Voor mij dient het menselijk leven altijd gerespecteerd te worden, in dat opzicht ben ik het geheel en al eens met de paus.»

HUMO Wordt u weleens kwaad als u op de bouwwerf rondloopt die Berlijn tegenwoordig is?

Konrád «Ik ben een poosje als researcher aan een stedebouwkundig instituut verbonden geweest, en aan die periode heb ik een fascinatie voor steden overgehouden. Toen ik inging op het voorstel om voorzitter van de Akademie der Künste te worden, had dat ook te maken met de mogelijkheid die deze functie me bood om van dichtbij te volgen hoe een nieuwe stad uit de as van het oude Berlijn zou herrijzen. Voorlopig kan er van woede nog geen sprake zijn, simpelweg omdat ik nog niet kan beoordelen welke stad er zal ontstaan. Ik heb een blik geworpen op diverse bouwplannen en ik probeer natuurlijk ook wel het vorderen van de werken te volgen, maar het is voorlopig nog altijd onmogelijk om zelfs maar te vermoeden hoe het leven er in deze straten zal gaan uitzien. Voorlopig hou ik het er maar op dat hier een normale chaos heerst. Een stad mag van mij alles zijn, behalve uniform.

»Er wordt een heel nieuwe plek gecreëerd pal in het midden van Berlijn. Dat is een experiment zonder voorgaande, en ik mag dan ook graag vanuit het raam op de twintigste verdieping van een building over Berlijn uitkijken en mijmeren over wat komen gaat. Deze Akademie zal bijvoorbeeld verhuizen naar een gebouw met veel glas in het hart van de stad, in de buurt waar ook de Franse, Engelse en Amerikaanse ambassade zullen komen, samen met een handvol banken en hotels. Dat lijkt me fantastisch, al blijft het afwachten of al de economische, politieke en culturele aspecten van deze metropool elkaar écht zullen kunnen ontmoeten.»

HUMO ‘Als liefde vermengd kan zijn met boosheid, houd ik van Hongarije.’ Is het nieuwe Hongarije een bron van woede?

Konrád «Soms schaam ik me Hongaar te zijn, soms ben ik trots. Hoewel Hongarije amper één procent van de massale steun aan Oost-Duitsland kreeg, is het er toch in geslaagd uit de diepste crisis naar boven te klimmen. De economie doet het geleidelijk aan steeds beter. Daar ben ik best trots op. Maar ik ben dan weer helemaal niet trots als ik de kiemen van het nationalisme de kop zie opsteken, net als in de rest van Europa. Ik maak me zorgen over het nationalisme, het lijkt immers een beweging zonder einde, er zullen altijd nieuwere, nog krappere grenzen te trekken te zijn die de zogenaamde onzen scheiden van de zogenaamde buitenstaanders. Dat kan alleen maar slecht aflopen.

»En ik ben ook niet trots als ik zie hoe de nieuwe rijken in Boedapest zich geheel hullen in kalfsleer en zich verliezen in een eredienst voor hun BMW. Die mensen zijn excessiever zijn dan de gewone, redelijke burgers in het westen. Ze hebben huizen en appartementen in Californië, Los Angeles, of Bel-Air. En dat dan enkel nog maar in afwachting van een stek op Bahama’s.»

HUMO Bent u bang van die amerikanisering?

Konrád «Ik heb vijf kinderen, waaronder twee zonen: een van tien en een van elf. De jongen van tien houdt van alles wat uit Amerika komt: hij speelt basketbal, hij heeft Michael Jordan-kleren en -gadgets, en hij is het gelukkigst als we naar die vreselijke McDonalds gaan. Maar de ander is net het tegendeel, hij lijkt wel een gentleman uit de negentiende eeuw. Er is dus aardig wat toeval mee gemoeid: van deze twee jongens met net dezelfde opvoeding volgt er eentje wèl de mode en eentje niet. Maar ik geloof niet dat deze mode zich nog verder kan ontwikkelen. Ze heeft duidelijk ook haar limieten.»


Nijd

Konrád «Natuurlijk ben ik weleens jaloers, maar het is een gezonde jaloezie: ik ben namelijk in staat tot oprechte bewondering. Ik heb eerlijk gezegd ook niet veel tijd om jaloers te zijn. En ik weet dat Goethe het bij het rechte eind had toen hij beweerde dat het beste medicijn tegen jaloezie is, te houden van diegene op wie je jaloers bent.»

HUMO Hoe is uw relatie met Peter Nadas, de Hongaarse Nobelprijskandidaat?

Konrád «Ach, ik ben niet zo goed in competitie. We ontmoeten elkaar niet zo vaak, want hij woont in een klein dorpje en hij is nog minder dan ik geneigd zijn dorp te verlaten. Maar als we elkaar ontmoeten, zijn we aardig voor elkaar.»

HUMO Bent u niet jaloers op uw vriend Václav Havel, die het tot president geschopt heeft?

Konrád «Nee, het was gewoon niet realistisch dat ik president van Hongarije zou worden. Om te beginnen is het al niet realistisch voor een jood om het presidentschap van Hongarije te ambiëren. Dat klinkt schokkend, maar het is wel zo: er leven misschien geen anti-semitische gevoelens bij de meerderheid in dit land, maar zonder enige twijfel zou een minderheid aan de top geen seconde aarzelen om de anti-semitische toer op te gaan, mocht dat helpen om de macht te behouden.

»Bovendien wilde ik helemaal geen president worden; het zou een regelrechte nachtmerrie geworden zijn. Ik zou mijn persoonlijk vrijheid immers verloren hebben, zomaar even gaan wandelen zou er bijvoorbeeld niet meer bij geweest zijn. En dat zou ik simpelweg niet aankunnen. Gisteren kwam de Duitse president speechen in de Akademie. Vóór zijn komst werden we overspoeld door veiligheidsmensen die het hele gebouw uitkamden en vervolgens hermetisch afsloten. Alleen al dat ritueel rond je persoon lijkt me zwaar om dragen. Nadien mocht ik bij de president op bezoek. Tot mijn verbazing knoopte hij geen gesprek aan over politiek, maar had hij het vooral over hoe hij na zijn pensionering van het leven ging genieten. Hij zei ervan te dromen naar Rome te gaan en er met zijn vrouw rond te kuieren zonder lijfwachten. Al mijn slechte vermoedens werden alleen maar bevestigd (lacht)

HUMO Raadt u een schrijver af in de politiek te gaan? Bij ons is er eentje die twijfelt.

Konrád «Iedereen moet doen wat hij prettig vindt. Als een schrijver het prettig vindt de politiek in te gaan, moet hij dat vooral doen. Maar hij moet er dan wel rekening mee houden dat, als hij voor de politiek kiest, hij de discipline moet kunnen opbrengen die dat vak met zich meebrengt en dat hij zijn intellectuele bezigheden moet opbergen. Ach, het zal wel een vak zijn als een ander, met zijn eigen voor- en nadelen. Jullie schrijver moet gewoon heel egoïstisch afwegen of voor hem persoonlijk de voordelen opwegen tegen de nadelen.»

HUMO Als u over Hongarije nadenkt, wordt u dan in een melancholische bui soms niet jaloers op het verleden?

Konrád (zucht) «Ik heb inderdaad soms het gevoel dat het vroeger beter was. Hongarije maakt een lastig proces door, en de ene mens heeft het daar moeilijker mee dan de andere. Het lot is bepaald gunstig voor diegenen die energie hebben, getalenteerd zijn, gedreven zijn, beter opgeleid zijn, slimmer zijn, beter met moeilijkheden weten om te gaan, een erfenis als startkapitaal hadden, of op een andere manier het geluk weten af te dwingen. Maar anderen dreigen ten onder te gaan aan de waaier van mogelijkheden die ze plots geboden wordt.

»Op een vreemde, perverse manier was ons leven verknoopt met de staat en de censuur. Het is soms lastig dat het onderscheid tussen goed en slecht nu minder duidelijk is dan vroeger. Het is ook vreemd te moeten beseffen dat als een schrijver nu een slecht boek schrijft, dat helemaal zijn eigen verantwoordelijkheid is en hij zich niet meer kan beroepen op de fnuikende kracht van de staat. En als we nu een slechte regering hebben, dan is dat onze eigen schuld, want we hebben onze leiders nu zelf gekozen. Het is nog altijd wennen. We moeten leren omgaan met de kwaaltjes en de kwalen die het westen al zolang kent.»

HUMO Gelooft u in de vrije markt?

Konrád «Het is geen kwestie van ergens al dan niet in geloven. Het is gewoon prettig dat ik nu ook in Hongarije alles kan kopen wat ik nodig heb. Het was gek en niet normaal dat ik moest reizen om een gewone schoen of een gewoon hemd te vinden, of om een pen te kunnen kopen. Die tijd is nu gelukkig voorbij.»

HUMO Kan de vrije markt in zijn excessen soms niets totalitairs krijgen?

Konrád «De verschillen blijven aanzienlijk: in een totalitair regime hebben de machthebbers altijd de mogelijkheid een inflatie door te voeren, de markt te sluiten, de import te controleren of de meeste vreemde en domme investeringen te doen. Bovendien: als de vrije markt totalitair zou zijn, zouden u en ik hier niet zomaar kunnen zitten praten.»


Traagheid

Konrád «Een van mijn essaybundels draagt de titel ‘Langzame opmerkingen in een snelle tijd’; het zal duidelijk zijn dat ik traagheid een deugd vind. Ik heb het lastig met dit haastige tijdperk waarin alles altijd maar snel, efficiënt en dynamisch moet zijn. Eigenlijk vind ik het al heel bijzonder als een mens elke ochtend op tijd opstaat, een schoon overhemd aantrekt en zijn dagelijkse arbeid verricht.

»Laat me een voorbeeld geven uit het dagelijks leven. Op de top van die berg met wijnranken waar ik woon, staat een kapelletje. Het uitzicht is er zeer mooi en soms komen er toeristen langs. Ze zijn al van ver te herkennen aan hun dure auto’s en hun uniforme joggings. Ze rijden veel te snel naar de top van de berg, springen hun auto uit en beginnen als waanzinnig foto’s te nemen. Een minuut later stormen ze met hun auto’s alweer de berg af, om elders aan sightseeing te gaan doen. Ik hoop dan altijd maar dat ze thuis van het mooie uitzicht zullen genieten, want op vakantie gunnen ze zich daar de tijd niet voor. Maar ik betwijfel of het thuis echt genieten wordt, want een foto of zelfs een videofilm kan nooit de sfeer van dat een volledige panorama vangen. Volgens mij zijn die haastige toeristen een symbool: mensen verliezen en verspillen hun leven door zo snel te gaan.»

HUMO Traagheid kan ook luiaardij maskeren: u was al 34 toen uw eerste boek verscheen.

Konrád «Ik was een luiaard, in die tijd vulde ik het liefst dagboeken, omdat je daarin ongestructureerde, losse flarden kwijt kunt. Maar sinds mijn debuut heb ik toch een behoorlijke reeks boeken gepubliceerd?

»Van die luiheid ben ik af, maar traagheid vind ik nog steeds een deugd. Thomas Mann schreef ooit over een roman: ‘Er war gründlich, also unterhaltsam.’ Volgens mij moet je traag zijn om precies te kunnen zijn. Je moet het nadenken de nodige plaats en tijd gunnen. Overhaaste beslissingen zijn onoverdacht en leiden meestal tot veel problemen.»

HUMO Bent u ook traag in uw bekommernis om de honger in Afrika?

Konrád «Ik ben wellicht te druk bezig met de problemen in Hongarije om me met de problemen in de rest van de wereld bezig te houden. Maar het zou zonder enige twijfel beter zijn als ik me wat meer met de rest van de wereld bezig zou houden.

»Maar er zijn ook grenzen aan mijn kennis en competentie. Ik voel me helemaal niet in staat om iets over Afrika te zeggen. Het zou mooi zijn als ik daar voldoende over had kunnen lezen en nadenken, maar dat is er helaas overgeschoten.

»Misschien komt het er nog van. Ik denk er soms aan om mijn loopbaan te beëindigen in een organisatie als Unicef of World Health Organisation, maar ik twijfel er sterk aan of het ervan zal komen. Ik vrees dat ik geen avontuurlijk type ben. Een vriend van me is journalist en hij heeft de afgelopen jaren zo ongeveer alle plekken ter wereld bezocht waar mensen elkaar beschieten. Dat zie ik mezelf dus niet doen. Ik ben er ook de man niet naar mij ten dienste te stellen van de Hongaarse natie, het joodse volk, of de wereldvrede. Ik hèb al een opdracht: ik ben een waarnemer, een verkenner, een mijmeraar. Ik zou er zelfs over moeten nadenken of ik een hondje wel geregeld van eten en drinken zou kunnen voorzien.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234