H. Brandt Corstius - Eetgeenvlees

Hugo Brandt Corstius, schrijver, columnist, wetenschapper, heeft altijd veel namen gewild: hij schreef onder pseudoniemen als Battus, Piet Grijs of Stoker. In zijn nieuwe pamflet bij uitgeverij Querido bedenkt hij voor zichzelf de naam 'Eetgeenvlees', meteen ook de titel van het boekje.

Brandt Corstius is een vegetariër die zichzelf liever anders noemt - 'Ik ben geen vegetariër. Het ligt veel eenvoudiger: Ik Eet Geen Vlees.' - omdat aan dat woord zoveel principiële stelligheden kleven die hij niet nodig heeft om van vlees of vis te blijven: als zoon van principiële vegetariërs doet hij dat gedachteloos. 'Ik heb van mijn leven geen vlees gegeten. Ik denk nooit aan het eten van vlees, zoals u nooit denkt aan het eten van olifantendrollen met een glaasje benzine. Ik kreeg de kans niet om zelfstandig op te houden en zo een offer te brengen. Ik hou niet van vlees zoals u niet houdt van gestoofde nageboortes, zonder dat u ze ooit geproefd hebt.' (Het is moeilijk stoppen met citeren uit dit boek, 't is allemaal vreselijk goed geschreven.)

Met die 'u' hierboven spreekt Brandt Corstius de vleeseters toe, hij weet dat hij vanuit de marge schrijft, en heeft niet de illusie dat hij de meerderheid op andere gedachten kan brengen. Als hij mensen al aan het denken wil krijgen, weet hij, moet hij prikken in plaats van preken, en dat doet hij goed. Is hij soepel in zijn strategie, zijn standpunt is er niet minder radicaal om: vleeseters, vindt hij, eten vermoorde dieren.

'Jawel, ik ben een vegetariër,' zei J.M. Coetzee in een zeldzaam interview ten tijde van zijn Nobelprijs, niet toevallig in een strijdbaar blad voor dierenrechten, 'ik vind het idee stukjes lijk in mijn keel te proppen behoorlijk afstotelijk, en het verbaast me dat zoveel mensen het elke dag doen.' Precies wat Brandt Corstius er ook van vindt, en die treedt zelfs de controversiële stelling bij die Coetzee in zijn roman 'Dierenleven' het personage Elizabeth Costello liet verwoorden: dat we omgeven zijn door een onderneming in vernedering, wreedheid en moord die de holocaust overtreft omdat er nooit een einde aan komt: onophoudelijk brengen we konijnen, ratten, kippen, vee ter wereld met het doel ze te vermoorden.

Coetzee koos de vorm van een roman waarin hij argumenten en tegenargumenten voor die stelling liet botsen, Brandt Corstius heeft wat minder geduld en schrijft treiterig tegen de 'logica' van de moordenaars-vleeseters in. De vraag die Plutarchus als eerste stelde - 'Mag je een dier vermoorden alleen maar om hem op te kunnen eten?' - is wat hem betreft al twintig eeuwen overtuigend met neen beantwoord. Ooit was het vermoorden van mensen die niet van de eigen stam waren de gewoonste zaak, schrijft hij, in een verder beschavingsstadium was het dat niet meer. 'Ik bepleit net als Jezus een verdergaande verruiming van het begrip 'onze stam'. Hij dacht aan de mensen die toevallig geen joden waren, ik aan de dieren die toevallig geen mensen zijn.' De pen van Brandt Corstius is krachtig genoeg om je een pamflet lang te laten genieten van de hogere beschaving die we nooit zullen meemaken.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234