null Beeld

Haim - Days Are Gone

Begin jaren negentig had je in Los Angeles een meidentrio, samengesteld uit dochters van dé twee sixtiesbands uit die even magische als verdorven stad: The Beach Boys en The Mamas and the Papas. Wilson Phillips heette het groepje toepasselijk (twee dochters van Beach Boy Brian en eentje van Papa John en Mama Michelle) en hun enige hit ‘Hold On’ klonk zelfs in 1990 overdreven emo – net dat ietsjes te glad geproducet, maar ook onweerstaanbaar zoet en meezingbaar.

Hetzelfde geldt voor de muziek van de gezusters Haim uit de San Fernando Valley, zelfverklaarde fans van Wilson Phillips: wie geen weke plek heeft voor pop in haar meest uitgepuurde vorm, hoeft niet verder te lezen. Alleen planten de Haims gitaren in hun LA powerpop, wat hen qua indie cred weer dichter bij de school van The Go-Go’s brengt.

Het debuut borduurt verder op de goeie tot zeer goeie singles van het begin dit jaar door de BBC de hoogte ingekatapulteerde zustertrio: er is het bekende geroffel en de intussen vertrouwde harmonieën (met de stem van gitariste Danielle Haim in een glansrol) van ‘Falling’, ‘Forever’, ‘Don’t Save Me’ en onze favoriet ‘The Wire’ – succulent hoe in die laatste dat béétje Tom Petty-melancholie om de hoek komt kijken en de song naar een hoger niveau tilt.

Ritmiek, samenzang, empowerment en andere vrouwenzaken vormen ook het basisrecept van de songs die op ‘Days Are Gone’ hun première beleven, al zijn die verder van heel diverse pluimage – en wisselend niveau. Heel geslaagd is het feestje bij de r&b-getinte songs – achter de knoppen zaten Ariel Rechtshaid (Diplo, Usher en anderen) en James Ford (Arctic Monkeys, onder andere op hun door r&b beïnvloede laatste plaat).

De door Kid Harpoon en Jessie Ware meegeschreven titeltrack bijvoorbeeld: pure, goeie r&b met Alana Haim op lead. Top is ook het naar Timbaland en Aaliyah lonkende ‘My Song 5’, een meisjestoonladdertje met een stampvoetende beat. ‘Honey And I’ is dan weer een zomerse folkballad waarin de zussen een welkome subtiliteit tentoonspreiden, en onverbiddelijk het hart doorboren.

Er werd al wat afgezeurd over hoe Haim er live al eens een potje van maakt – hormonen, toursyndroom, zussenpesterijen – maar wat branie kan je een jonge groep onmogelijk kwalijk nemen. Wat telt is dat de zussen kunnen spelen. Zo goed zelfs dat – en daar heeft ondergetekende het live dan weer moeilijk mee – er al eens virtuositeit aan de pas komt; vooral bassiste Este Haim etaleert graag wat ze allemaal kan.

Op plaat leidt dat meesterschap helaas tot pastiches: het gitaargesoleer van ‘Let Me Go’ imiteert ‘Tusk’ van Fleetwood Mac (die naam móést een keer vallen) en bij ‘Running If You Call My Name’ gaan we geheel tegen onze zin Peter Gabriel zingen: ‘Bi-ko/Bi-kooo’.

De sterkhouders van de plaat zijn vooral de al bekende nummers, en het zou oneerlijk zijn om die over het hoofd te zien omdat de verwachtingen over dit debuut zo hoog gespannen waren. Daarom, en omdat er hier geen driekwartster bestaat, ronden we af naar boven, naar drie. Intussen staat de meest empowering poprocksong van dit moment bovenaan de hitlijsten: ‘Roar’ van Katy Perry. Verwarrende tijden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234