Halina Reijn maakt haar regiedebuut met 'Instinct': 'Ik was zo blij dat ik die rol zelf niet hoefde te spelen'

‘Instinct’, de eerste film van actrice Halina Reijn als regisseur, is niet alleen goed onthaald, hij is ook geselecteerd als inzending voor de Oscars. Het hoofdpersonage, een hulpverleenster die verliefd wordt op een psychopaat, deed Halina’s zussen aan haar denken: ‘Dat heeft vast te maken met mijn neiging om soms het verkeerde te willen, terwijl ik mezelf toch als een intelligent wezen zie.’

'Dat iedereen aan mijn lijf zit, daar ben ik nu gelukkig van af'

Het was een onrustige nacht,’ zegt Halina Reijn (44), terwijl ze wat later dan afgesproken het café binnenstormt, haar jas al half uit. ‘Ik kan mijn hoofd niet meer zo goed stil krijgen. Wat er nu gebeurt, is natuurlijk leuk, maar het ligt buiten mezelf. Ik heb vooral veel zin om weer te schrijven: ik heb echt een vet idee.’ Ze heeft het erg druk. Met de tiendelige tv-serie ‘Red Light’, die zij en haar hartsvriendin Carice van Houten niet alleen bedacht hebben, maar waarin ze ook te zien zijn. En met haar eerste speelfilm ‘Instinct’, waarvoor ze samen met Esther Gerritsen het scenario heeft geschreven op basis van ware gebeurtenissen, en die ze heeft geproduceerd en geregisseerd. Carice van Houten speelt er een therapeute in een kliniek in, die voor een psychopaat valt. De film ging in wereldpremière in Locarno en werd daar bekroond met de Variety Piazza Grande Award en een speciale vermelding van de jury. Daarna ging ‘Instinct’ naar Londen en Toronto, en hij is nu in de bioscoop te zien. Hij is ook één van de kanshebbers voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film.

Halina Reijn «Maar we relativeren het succes, hoor. Klinkt dat heel onlogisch? Let wel, ik geloof in wat we hebben gemaakt, in al zijn imperfectie, en ik vind dat we het succes absoluut moeten vieren. Maar ik wil me ook niet te veel laten meesleuren, want het is allemaal heel relatief.»

– Is dat geen valse bescheidenheid?

Reijn «Nee, de film wordt goed onthaald en dat is top, maar je moet ook een beetje geluk hebben. Hij moet natuurlijk een zekere kwaliteit hebben, maar dan nog heb je één persoon in het enorme internationale circuit nodig die uitgerekend jouw film uit die enorme stapel vist. Wij hadden geen bekende sales agent, maar er was één vrouw in Locarno die ‘Instinct’ toevallig heeft bekeken, hem goed vond en de moed had om hem voor de Piazza Grande te programmeren, dat plaats biedt aan achtduizend mensen.

»Het is een kleine arthousefilm, gemaakt met een bescheiden budget, en ondanks de sterrencast zal het niet eenvoudig zijn een groot publiek te bereiken. Het is geen makkelijke film, er worden pittige onderwerpen in aangesneden. Daarom ben ik ook zo blij met de Oscarinzending: de Amerikanen waren meteen wakker. Er komen dan allerlei krachten vrij. Toen het nieuws bekend raakte, werd ik bedolven onder de mails. De meeste zijn gebakken lucht: iemand schreef bijvoorbeeld dat hij tien films voor me heeft die ik moet regisseren, en dat ik snel naar L.A. moet komen. Eerst denk je: o, wat bijzonder! En daarna: what the fuck? Er zijn mensen, vooral buiten het wereldje, die denken dat ik de Oscar al heb gewonnen. Maar er volgt nog een enorm lang traject.»

– U zou al verzucht hebben dat iedereen jullie nu gaat haten.

Reijn «Dat is wel een angst, ja. Ik ben dankbaar voor de hype, maar het komt altijd met een prijs.»

– Dat was vast niet wat u voor ogen had toen u op uw 6de besloot dat u actrice wilde worden.

Reijn «Ik wilde gewoon Annie worden. En dat is – los van het verhaaltje van die zoektocht naar een vader, dat veel parallellen met mijn leven heeft – een slagroomspektakel. Het ging me niet zozeer om de roem, maar om het vertellen. En om illusies creëren. (Lacht) Ik dacht toen niet: ik ga ingewikkeld theater maken. Ik was 6 en ik woonde in Wildervank, in het diepe Groningen.»

– Kon u al van jongs af acteren?

Reijn «Ik vrees van wel, ja. Ik heb meteen les gevolgd en de leraren zeiden tegen mijn moeder: ‘Dit is een beetje gek.’ Ik kon me in elke situatie inleven. Het is geen verdienste, het zit gewoon in mijn DNA. Ik heb een overontwikkeld empathisch vermogen, wat in het echte leven heel vervelend kan zijn.

»Als ik het toneel oploop, komen alle emoties zó heftig naar boven. Het is grenzeloos. Amoreel. Daarom vind ik regisseren zo fijn, dat is rationeler en daardoor veel veiliger. Je hebt het wel zelf bedacht, maar het zijn niet jouw ogen, het is niet jouw huid, jouw stemming, jouw ziel. Dat is een enorme bevrijding.

»Weet je wat zo kut is aan spelen? Dat intieme. Dat iedereen maar aan je zit en op je zit en dat je maar in elkaars adem moet staan. Blèh. Het is mentaal en fysiek zo intiem, ik heb daar geen zin meer in. Het is geen toeval dat er in ‘Instinct’ geen naaktscènes voorkomen: dat is geen preutsheid, het is een poging de ingesleten patronen te doorbreken.»

– U hebt meer dan eens naakt op het toneel gestaan.

Reijn «Dat klopt, en ik heb daar nooit een punt van gemaakt als het bij de rol paste. Maar ik ben daar anders over gaan denken.»

– U hebt ooit een column geschreven over een mannelijke collega die u in het voorbijgaan telkens op uw billen sloeg.

Reijn «Ik dacht altijd: dat is toch leuk. Maar eigenlijk vond ik het helemaal niet prettig, ik had mezelf gewoon geconditioneerd om het te accepteren. Ook omdat ik het zielig vond – nog steeds, eigenlijk – om tegen de man die dat doet te zeggen dat ik het niet fijn vind.

»(Denkt na) Het is een tango die we met zijn allen al honderden jaren dansen en het is moeilijk die te stoppen. In het toneel is er al veel veranderd. Je krijgt nu heel maffe situaties, waarin mensen zichzelf bij voorbaat gaan corrigeren: o, dat mag niet meer. Maar je wilt ook niet naar een situatie waarin niemand zich nog vrij voelt in het repetitielokaal. En jongens zitten hormonaal nu eenmaal anders in elkaar dan meisjes. Dat is geen excuus, maar het is wel zo. We zijn gewoon beesten. Er zit een laagje beschaving overheen, maar we zijn beesten.»

– Regisseren past u nu beter, zegt u. Was er ook een moment waarop u besloot dat u regisseur wilde worden?

Reijn «Ik kwam er al vrij snel achter dat Aileen Quinn, die Annie speelt, die film helemaal niet had gemaakt. En op de toneelschool zei ik ook al dat ik eigenlijk dingen wilde maken. ‘Doe maar,’ antwoordden mijn leraren. Maar er kwam niks, ik was alleen maar doodsbang. Ik ben geen intrinsieke maker, ik heb een lange weg moeten afleggen.»

– Van wie hebt u het meest geleerd?

Reijn «Van Ivo van Hove bij Toneelgroep Amsterdam. Het goeie van Ivo is dat hij niet alleen een geniale kunstenaar is, maar ook de skills heeft om dat voor het voetlicht te krijgen. Dan gaat het om leiderschap, management, organiseren, efficiëntie. Zeker een derde van wat me zo aantrekt in regisseren, heeft daarmee te maken; snel kunnen denken, anticiperen, goed communiceren, transparant blijven. Eerlijk zijn.

»Toen ik op mijn 13de ‘Lulu’ met Chris Nietvelt zag, wist ik al dat ik met Ivo wilde werken. Ik heb hem toen een brief geschreven – hij houdt nog altijd vol dat ie die niet heeft ontvangen. Toen ik later bij theatergezelschap De Trust ging spelen, kwam hij altijd kijken. Ik vond hem heel aantrekkelijk – hij droeg toen al van die mooie pakken – en ik probeerde altijd even met hem te praten. En op een gegeven moment heeft hij me gevraagd. Ik heb een week niet geslapen vóór ik mijn artistiek leider durfde te zeggen dat ik naar Toneelgroep Amsterdam zou gaan.»

– U hebt ook met Alex van Warmerdam en Paul Verhoeven gewerkt.

Reijn «Alleen maar mannen, dat is misschien wel een beetje raar.»

– De amateurpsycholoog in mij zegt: u hebt op jonge leeftijd uw vader verloren, dus...

Reijn «Ik heb me altijd enorm aangetrokken gevoeld tot krachtige mannen, tot makers. En ik heb hen allemaal brieven geschreven. Nee, Paul niet, terwijl die rare dingen van hem, zoals de film ‘De vierde man’, mij toch ook erg aanspraken.»


Hippiejeugd

– Wist u meteen dat uw eerste regie een film zou zijn, en geen toneelstuk?

Reijn «Ja, toneel is voor mij een soort heilige kerk, dat durfde ik niet.»

– Hoe is ‘Instinct’ er gekomen?

Reijn «Ik zag een tv-reportage over het fenomeen dat veel hulpverleners in klinieken en gevangenissen verliefd worden op zware criminelen. Dat intrigeerde me: ik denk dat het te maken heeft met mijn neiging om soms het verkeerde te willen, terwijl ik mezelf toch als een intelligent wezen zie. Dat is een blinde vlek, die vaak te maken heeft met de liefde.

»Ik vind verslaving sowieso een interessant thema: dat je je ergens toe aangetrokken voelt waarvan je weet dat het slecht voor je is, maar je dat verlangen niet kunt onderdrukken. Dat kan ook gaan over drugs, sigaretten of voedsel, over een giftige vriendschap of over een nare vader van wie je maar blijft hopen dat hij trots op je is. In dit specifieke geval komt daar nog bij dat je zou denken dat een hulpverleenster als geen ander weet wat de valkuilen zijn. We gaan ervan uit dat ze zo goed zijn opgeleid dat ze precies weten hoe ze moeten omgaan met dergelijke situaties, maar het zijn ook maar mensen.

»We zijn zo’n vreemde caleidoscoop van prikkels en indrukken, van DNA en chemische processen, van de boeken die we hebben gelezen, de films die we hebben gezien en de vrienden die we hebben gemaakt.»

'Jongens zitten hormonaal nu eenmaal anders in elkaar dan meisjes. Dat is geen excuus, maar het is wel zo. We zijn gewoon beesten'

– Gaat ‘Instinct’ ook over u?

Reijn «Mijn twee zussen zeiden dat ze het hoofdpersonage Nicoline erg op mij vonden lijken. Hoe ze bewoog, hoe ze praatte: ze zagen de hele tijd mij, ook al is het Carice die de hoofdrol vertolkt. De dualiteit die in Nicoline zit, zit in alle klassieke personages die ik sinds mijn 20ste heb gespeeld: Ophelia in ‘Hamlet’, Katherina in ‘Het temmen van de feeks’, Nora in ‘Een poppenhuis’, Frank Wedekinds Lulu, Judy in Simon Stones bewerking van Woody Allens ‘Husbands and Wives’... Het zijn allemaal vrouwen die extreem tegenstrijdige krachten in zich dragen en die relaties aangaan met mannen die stuk voor stuk gevaarlijk zijn.

»In ‘Instinct’ heb ik geprobeerd hun innerlijke verscheurdheid en zoektocht naar seksuele identiteit vorm te geven. Ik heb altijd een grote gespletenheid ervaren als het over liefde en seks gaat: enerzijds voel ik een oeverloze, overheersende kracht, anderzijds ervaar ik een irrationele drang tot onderwerping.»

– Nicoline heeft in ‘Instinct’ een gecompliceerde verhouding met haar moeder: is dat ook autobiografisch?

Reijn «Ik heb een heel goede band met mijn moeder. Maar tijdens onze research hebben Esther Gerritsen en ik veel gelezen over de seksuele revolutie, en hoe alles en iedereen maar bevrijd moest worden. Zonder dat we daar erg op ingaan, is Nicoline een product van die generatie: ze is erg vrij grootgebracht en de consequentie is dat ze in haar volwassen leven op zoek gaat naar grenzen. Ze wordt zelf hoekig: ze is schijnbaar heel begrensd, maar ze heeft een ongezonde band met grenzen. En ze voelt zich aangetrokken tot wat niet echt intiem is, want wat wel echt intiem is, doet haar aan die jeugd denken. Daar zitten natuurlijk kanten aan die ik ken. Ik had een hippiejeugd, maar wij zaten niet bij de Bhagwan of zo. Ik heb daar de vruchten van geplukt en ik ben er in zekere zin door bevrijd, maar er zit een andere kant aan en die probeer ik nu te belichten.»

'Toen ik Carice bezig zag, was ik zo blij dat ik die rol niet zelf hoefde te spelen.' (Foto: Carice van Houten en Marwan Kenzari in 'Instinct'.)'

– Wat vond uw moeder van ‘Instinct’?

Reijn «Ze moest er wel even aan wennen, omdat hij natuurlijk best heftig en gewelddadig is, en dat is dan het eerste wat je dochter de wereld instuurt als filmmaker. Maar ze steunt me volledig. Dat is ontzettend belangrijk voor mij, want zij heeft een grote rol gespeeld in de totstandkoming ervan. Al die jaren dat ik rondliep met filmplannen, zei ik: ‘Ik kan het niet, ik kan het niet zonder Ivo.’ Iedereen werd daar gek van, mensen vluchtten weg als ik eraan kwam, maar zij bleef luisteren. ‘Het zit in jou,’ zei ze. ‘Je hebt al zo lang met hem gewerkt, Ivo zit in jou. Je bent het zelf, het is jullie chemie.’ Dat is misschien een open deur, maar voor mij was het heel belangrijk dat zíj dat zei. Zij is belangrijker geweest voor mijn carrière dan wie ook. Ze heeft me als een voetbalmoeder overal naartoe gebracht. Naar de toneelles, of naar Amsterdam, waar ik op mijn 11de al in voorstellingen speelde. Altijd ging ze met me mee.»

– Door uw film hebben we u lange tijd niet op het podium gezien. Mist u het?

Reijn «Ik heb tussendoor een paar keer bij Toneelgroep Amsterdam meegespeeld in ‘De stille kracht’ van Louis Couperus, en ik ga nu weer op tournee met ‘La voix humaine’ van Jean Cocteau, maar ik ben niet ingepland voor nieuwe producties. Dat is een keuze. Ivo heeft wel door dat ik dit écht wil doen, dat dit voor mij de nieuwe weg is. En daarin steunt hij me ook. Als mijn film was neergesabeld, was het misschien anders geweest, maar het enige waar ik nu aan kan denken, is nóg een film maken. Maar ik mis hem soms wel. Tijdens de ‘Zomergasten’-aflevering met hem afgelopen zomer zat ik de helft van de tijd te janken voor de tv, omdat ik hem zo mis. Ivo ontroert mij echt heel erg.»

'Van Ivo van Hove heb ik het meest geleerd. Hij is een geniale kunstenaar die ook skills heeft qua leiderschap, management, organisatie en efficiëntie.'

– Heeft hij uw film al gezien?

Reijn «Natuurlijk. Toen ik aan het monteren was, had ik hem een ruwe versie gestuurd. Die heeft hij in New York op zijn laptop bekeken, en daarna hebben we gefacetimed. Hij was heel trots. En hij was zwaar onder de indruk van het acteerwerk.»

– Had u de hoofdrol zelf graag willen spelen?

Reijn «Ja. Het is een toprol. Maar Carice heeft iets wat niemand anders heeft: haar kwetsbaarheid is zó gigantisch. Dat Aziatische dunne blad dat ze is, die transparantie... Natuurlijk had ik het zelf willen doen, maar toen ik haar bezig zag, was ik zo blij dat ik Nicoline niet hoefde te spelen.

»Ik heb enorm veel respect en eerbied voor Carice en Marwan Kenzari (die de psychopaat speelt, red.). Zij zijn mijn kinderen. Misschien ebt het wel weer weg, maar ik voel nu een heel heftig moedergevoel bij hen allebei. Zij zitten daar natuurlijk niet op te wachten. Carice zegt dan: ‘Hou op, laat me met rust!’ (lacht). Zo ben ik op mijn 44ste toch nog moeder. Wel vet: ik heb heel grote kinderen gemaakt.»

– Als u over erkenning spreekt, hebt u het over uw moeder en over Ivo van Hove. Was de bevestiging van uw partner, Daniel de Ridder, ook van belang?

Reijn «Ja, natuurlijk! Filmmaken is erg politiek: je hebt de hele tijd besprekingen, waarin je voortdurend je ideeën moet verdedigen. Ik ben dan vaak het cliché van een vrouw, een pleaser. Ik denk al snel: hij zegt het, dan zal ik het maar doen. Maar dan zegt Daniel: ‘Natuurlijk doe je dat niet.’ Daarin is hij cruciaal. Hij brengt me altijd terug naar mijn radicale zelf.

»Als ik met de toneelgroep op tournee ging naar Parijs of New York, ging hij vaak mee – nu kan dat lang niet meer altijd, omdat hij rechten studeert. Hij zat ons dan vaak te analyseren alsof het een voetbalwedstrijd is. Volgens hem zijn er veel parallellen tussen de voetbalwereld en de theaterwereld en ik denk dat hij gelijk heeft. Zijn opmerkingen en inzichten zijn altijd top, het is niet voor niets dat hij ook heel close is met Ivo.»

– Gaat u ook weleens naar hem kijken?

Reijn «Af en toe, maar de voetbalwedstrijden op die kleine veldjes zijn heel heftig, en Daan is een temperamentvolle speler. Dat vind ik heel aantrekkelijk, heel sexy, en ook herkenbaar. Zoals hij op het veld staat, kan ik me op de bühne gedragen. Maar na een halfuur kijken ga ik meestal wat zitten typen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234