null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

ReportageIn therapie voor Misofonie

Hap, slik, woedend: ‘Als ik niet verander, ben ik bang dat mijn gezin uit elkaar valt’

Uniek in de wereld: in Amsterdam begeleidt de Belgische psychiater Damiaan Denys een therapie die misofoniepatiënten van hun aversie tegen (eet)geluiden afhelpt. Journalist Maarten van Gestel, al geïrriteerd als zijn vriendin een zak chips opentrekt, is één van de deelnemers.

Werner en ik zitten met onze ruggen tegen elkaar. Terwijl we allebei voor ons uit kijken, vertelt hij, een man van 47 uit Zuid-Holland, uitvoerig over een teamuitje dat hij een week eerder had. Met acht collega’s is hij gaan paintballen. Ik ken Werner niet – los van deze groepstherapie dan – maar luister aandachtig en probeer elk detail te onthouden. Ondertussen zie ik drie andere tweetallen rug aan rug om ons heen zitten in de gymzaal. Eén van de twee vertelt steeds, de ander luistert geconcentreerd. Onze behandelaar Jaimy wandelt nonchalant tussen ons door. In gymzalen mag normaal gesproken niet worden gegeten, maar Jaimy neemt luide happen uit een peer. Ze slurpt het vocht naar binnen, expres, om deze opdracht moeilijk voor ons te maken.

De opdracht is om een recente gebeurtenis aan de ander te vertellen, in zoveel mogelijk detail. Daarna moet de ander het herhalen. Een simpel taakje, zou je denken. Maar de peer maak het ons moeilijk. Iedereen in de gymzaal heeft namelijk misofonie, een recent ‘ontdekte’ stoornis waarbij bepaalde geluiden enorme gevoelens van woede en agressie kunnen opwekken, en die in sommige gevallen relaties en gezinnen sloopt. Wereldwijd wordt sinds een jaar of tien in toenemende mate onderzoek gedaan naar misofonie – taalkundig een samenvoeging van het Griekse misos (haat) en phonos (geluid) – maar alleen het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam biedt deze vooruitstrevende behandeling aan.

Dat gebeurt onder de hoede van hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys, één van de ontdekkers van de stoornis, die in oktober een alternatieve Nobelprijs won voor zijn onderzoek. Wij, negen ‘misofonen’, zijn groep nummer 129. Na een halfjaar op de wachtlijst en onze eerste twee therapiedagen zijn we vandaag in sessie drie aanbeland van de in totaal negen halve dagen die de behandeling behelst.

Misschien herkent u een (lichte vorm) van misofonie, bijvoorbeeld in de irritatie wanneer uw partner een appel eet. Maar bij een kleine groep gaat de reactie op chips eten, nagelbijten of typen op een toetsenbord veel verder dan irritatie. Neem Werner, de man met wie ik rug tegen rug zit. Thuis is hij een lieve, zorgzame vader. Maar voor Werner voelt het alsof er ‘iets knapt’ in zijn hoofd wanneer hij zijn vrouw op haar nagels hoort bijten, bijvoorbeeld ’s avonds tijdens het televisiekijken. Zeker wanneer zijn vrouw Werners frustraties niet serieus neemt, kan hij zo boos worden dat hij naar boven vlucht en zich ‘pas de volgende ochtend’ weer zichzelf voelt.

Werners gezinssituatie staat door zijn geluidenhaat onder zware druk. Tijdens het avondeten let hij non-stop op zijn 13-jarige zoon – elke paar seconden met een ‘eet met je mond dicht’, ‘maak niet zulke geluiden’ of ‘tik niet met je bestek.’ Die constant oplettende blik brengt zijn zoon soms tot tranen, zeker omdat Werner van de eetgeluiden van zijn twee andere kinderen veel minder last heeft. Deze therapie moet het redmiddel zijn. ‘Als ik niet verander, ben ik bang dat mijn gezin uit elkaar valt.’

En ik? Ik heb nooit de neiging gehad een kussen op het hoofd van mijn slapende vriendin te drukken totdat ze stopt met ademen, zoals een therapiegenoot opbiecht over haar situatie. Ik zou mezelf niet diagnosticeren met een zware vorm van misofonie, zeker niet als psychiatrische aandoening waar ik mijn leven op aanpas. Maar ik herken het rotgevoel wanneer mijn lieve vader me met de auto komt ophalen, en het eerste wat ik tegen hem zeg is: ‘Doe je kauwgom uit.’ Nu, in tijden van thuiswerken, vlucht ik soms de kamer uit als mijn vriendin begint te typen – wég moet ik, alsof er binnen een hagelbui losbarst.

Tv uit het raam gegooid

Op internet las ik ooit de bekentenis van een misofoon die zijn partner fysiek had aangevallen vanwege een geluid. Mensen die zo heftig reageren hadden vaak nog maar matige last van hun stoornis toen ze zo jong waren als ik nu. Het kwam in een stroomversnelling toen ze ouder werden, met de stress van een gezin en fulltimebaan. Ik ben 25, jong, denk ik, en woon in de stad waar mogelijk de beste behandeling ter wereld wordt aangeboden. Als ik daarmee kan voorkomen dat ik zo’n akelig persoon word, waarom dan niet?

Elke psychiater heeft wel een patiënt die hij of zij nooit vergeet. Zo ook Damiaan Denys (55), de Vlaamse psychiater die in 2013 voor het eerst over misofonie als psychiatrische stoornis publiceerde. Het begon allemaal bij de mevrouw die hij in 2005 ontving. ‘Ik moest oppassen, was de waarschuwing, want ze had dwangklachten én ze was heel agressief. Raar, want zo waren mensen met dwangklachten normaliter niet. Ik las dat ze een televisie uit het raam had gegooid van woede.’

Wat bleek: de mevrouw was geobsedeerd door niezen. ‘Ze kon het niet verdragen. Als ze iemand hoorde of zag niezen, werd ze zo boos dat ze zin kreeg om die persoon te slaan. Terwijl ze verder in haar leven een rustig persoon was.’ Denys zag dat ze er ‘enorm onder leed’ maar wist niet hoe hij haar kon helpen. ‘Het was geen dwangstoornis, ze had geen dwanghandelingen.’ Nergens in de medische en psychiatrische literatuur vond hij iets over mensen die agressief werden van geluid. ‘Ik heb lang nagedacht. Lang gezocht. Maar ik kon haar klachten nergens onderbrengen.’

Denys liet het los, tot hij twee of drie jaar later opnieuw een patiënt kreeg met last van geluid. Een vrouw die niet tegen het ademen van haar man kon. Als ze hem ’s nachts hoorde, kreeg ze zin om hem te vermoorden. Terwijl ook zij een volkomen normaal leven leidde, veel van haar man hield, een leuke job had en geen last had van andere psychische klachten. Is dit een groter probleem?, vroeg Denys zich af. En, met het enthousiasme van een astronoom die een nieuwe ster ontdekt: kan dit de ontdekking van een compleet nieuwe stoornis zijn?

De psychiater besloot een oproep naar oud-psychiatrisch patiënten van het AMC te sturen. Veertig mensen reageerden, die zoveel last hadden van geluiden dat ze niet meer met hun gezin samen aten, altijd een koptelefoon droegen of een ‘misofoniescheiding’ achter de rug hadden. Online kwam de term ‘misofonie’ toen al langer voor, zag hij, maar in de medische literatuur had slechts één Amerikaanse arts erover gepubliceerd, als auditieve aandoening, vergelijkbaar met tinnitus (oorsuizen). Terwijl dit volgens Denys ‘duidelijk een psychiatrisch probleem’ was. ‘Het gaat om de obsessie met geluid, de enorme woede die kan ontstaan door het geluid, en het vervolgens vermijden van die geluiden.’

Met die drie componenten – obsessie, woede, vermijden – kon hij gaan diagnosticeren. Hoewel hij de stoornis liever ‘sonofurie’ had genoemd – ‘het gaat niet om haat, maar meer om woede door geluid’ – nam hij de term misofonie over. In de 21ste eeuw wordt een stoornis nu eenmaal eerder op internet benoemd dan in de psychiatrie, en misofonie was voor sommige patiënten al een herkenbare term. Belangrijker dan de naam vond Denys het om snel een reeks onderzoeken te starten ‘en zo snel mogelijk een behandeling te laten ontwikkelen’.

Paniekaanvallen

Na een doorverwijzing van mijn huisarts (‘misofo-wat?’), een intakegesprek in het AMC en een wachtlijst van een halfjaar, zit ik in januari 2020 bij mijn eerste sessie. Denys is inmiddels hoofd angststoornissen van het AMC en doet zelf geen misofoniebehandelingen meer. Dat doen verpleegkundige Jaimy en ergotherapeut Babette, beiden behandelaars met een moederlijke uitstraling. De meer dan duizend misofoniepatiënten die me voorgingen, hadden na de behandeling gemiddeld 30 procent minder last van klachten, meldt het AMC. Een enkeling geneest zelfs volledig.

In het voorstelrondje vertelt Werner, naast mij de enige man in de therapiegroep, dat zijn vrouw en kinderen ’s avonds geen chips mogen eten, en hijzelf wel. ‘Ik zie zelf in dat dit belachelijk is’, stamelt hij. Een studerend therapiegenootje spreekt altijd bij vriendinnen en nooit bij haar thuis af, bekent ze. Ze kan paniekaanvallen krijgen van het geluid van hun ‘gefrunnik’, en heeft dan tenminste ‘altijd een uitweg’. De tweeling Pien (22) en Nora (22), samen in therapie, hadden zoveel last van elkaars geluiden dat ze niet meer samen konden wonen. Nóg meer last hebben ze van hun zus, die hun gezin ontwrichtte met een tienerzwangerschap. De spanning schiet al in hun lichamen als ze haar alleen maar zien, zo erg reageren ze op de geluiden waarvan ze aannemen dat die zullen volgen. Lichamelijke klachten door misofonie blijken geen uitzondering: de zussen hebben net als een andere groepsgenoot geregeld last van hun rug en nek door de continue spanning en alertheid.

Exemplarisch voor veel misofonen, zegt Denys, is dat de stoornis zich tijdens de jeugd ontwikkelt en dan op een ouder is gericht. Ook ik riep als 9-jarig jongetje ‘beest!’ naar mijn vader tijdens het avondeten, terwijl hij volgens mijn broer, die dit verhaal graag op feestjes vertelt, doodnormaal at. Later springt de focus over naar een partner of kinderen. Een marteling van de gemeenste soort; alle patiënten in dit AMC-vergaderzaaltje storen zich het meest aan de mensen van wie ze het meest houden, veel meer dan aan die ene vervelende collega of medestudent die zo luid een wortel eet. De verklaring: je leert iemands geluiden zo goed kennen dat de ‘hyperfocus’ telkens toeneemt en steeds kleinere nuances in tonen en klanken oppikt. Anticipatie speelt daarbij een belangrijke rol: wanneer de Brabantse Isabelle (40) haar man alleen al een zak chips ziet openen, verstart ze, net zoals je schrikt wanneer je ziet hoe iemand de lont van een duizendklapper aansteekt.

Eén ding hebben we allemaal gemeen: niemand weet waarom uitgerekend wij weggeblazen worden door de geluidsexplosie van een borrelnootje. Jaimy wil die vraag in de eerste sessie proberen te beantwoorden. ‘Zintuiglijke prikkels komen bij iedereen binnen via de thalamus, een beetje het schakelstation van het brein’, zegt ze terwijl ze naar een weergave van de hersenen wijst. Je hoort een deur die opengaat, de thalamus ontvangt die klank en stuurt hem door naar de prefrontale cortex, het gedeelte van je brein dat zich afvraagt: wie zou er binnenkomen? Maar stel nu dat de deur agressief opengebeukt werd, dan wordt die informatie direct naar de amygdala gestuurd: het gebied in het brein dat ervoor zorgt dat er adrenaline wordt aangemaakt zodat je vecht, vlucht of verstart als er gevaar dreigt.

Baas over eigen brein

Breinonderzoek laat zien dat bij misofonie ook onschuldige prikkels, zoals het gekraak van chips, direct via zo’n snelweg in het brein naar de amygdala racen. En dat er vervolgens een stresshormoon wordt aangemaakt, waardoor er een reactie volgt alsof je ineens een leeuw tegenkomt op straat. Maar, zegt Babette, dat is slechts een beschrijving van het proces in het brein, het verklaart nog niet waarom de een wel en de ander niet aan misofonie lijdt. Het vermoeden is, omdat het vaak in families voorkomt, dat het deels genetisch bepaald is. Een misofonie-gen is alleen nog niet gevonden. Het lijkt erop dat het vaker voorkomt bij mensen die perfectionistisch zijn en hoge morele verwachtingen van anderen hebben, legt Jaimy uit. Maar Denys zegt dat dit idee door recent meta-onderzoek is gaan wankelen. De kern: wetenschappers hebben nog vrijwel geen idee waarom de één meer last heeft van geluiden dan de ander.

De kennis over onze hersenen moet tot genezing leiden, zegt Jaimy. ‘We gaan jullie brein verwarren. Als jullie een hond horen slobberen vinden jullie het niet erg, maar bij een smakkend mens staan jullie op scherp.’ Door ‘contra-conditioneren’ (of, iets minder wetenschappelijk, ‘hersenspoelen’), moeten we die geluiden anders gaan ontvangen. Maar eerst gaan we ‘de amygdala ontspannen’, meer rust creëren en de baas worden over onze aandacht.

Zoals Jedi-meester Yoda in ‘Star Wars’ aan jonge krijgers leert hoe ze de force onder controle kunnen krijgen, zo leert psychomotorisch therapeut Matthijs ons hoe wij de baas kunnen worden over onze aandacht. Alle sessies van Matthijs – een nuchtere twintiger met de uitstraling van een turnleraar – beginnen met een bodyscan, waarin we ons lijf doorlopen en beoordelen hoeveel spanning we in elk deel ervan voelen. Zittend in een gymzaaltje doen we vervolgens ontspanningsoefeningen, omdat stress bij misofonen vaak zowel gevolg als oorzaak van hun aandoening is. Als Werner moe thuiskomt van werk en meteen aan tafel gaat, komt elk geluid ‘drie keer zo hard’ binnen. ‘In het weekend heb ik veel minder last en kan ik beter van mijn gezin genieten.’ Matthijs adviseert hem om elke dag als hij uit zijn werk komt een kwartier op bed te gaan liggen en eerst een serie ademhalingsoefeningen te doen voordat hij aan tafel gaat.

Het is niet wat ik me bij therapie voorstelde, maar we gaan verder met een potje badminton. Het doel: aantonen dat misofonen minder worden afgeleid door geluiden wanneer ze zich focussen op een taak. ‘Stoorde iemand zich aan het tikken van de klok of het geluid van de ventilatie terwijl jullie aan het badmintonnen waren?’ vraagt Matthijs. Iedereen schudt zijn hoofd. ‘Dat dacht ik al.’

‘Jullie laten het te vaak gebeuren dat een storend geluid als een vishaakje jullie aandacht wegtrekt,’ zegt hij. ‘Zonde.’ Volgens Matthijs gaat de aandacht van een mens doorgaans grofweg naar drie dingen. Naar een taak, zoals koken of sporten, naar eigen gedachten of gevoelens, of naar de omgeving. ‘Jullie zitten te vaak met die aandacht in jullie omgeving. Daar gaan we aan werken.’ Matthijs geeft huiswerk: dagelijkse ontspanningsoefeningen. ‘En stel elke dag mentale taakjes voor jezelf. Tel geconcentreerd het aantal rode auto’s als je op de fiets zit, of het aantal platen in het systeemplafond op je werk.’ Als we onze ‘aandachtsspier’ trainen, zo is het idee, kunnen we onszelf wapenen tegen de vishaakjes die misofoniegeluiden nu zijn, en de aandacht op confronterende geluidsmomenten verleggen naar het aantal streepjes op de blouse van een collega of de vorm van de wolken in de lucht.

Mindfucktruc

Voor de Limburgse tweeling Nora en Pien, die iedere week naar Amsterdam reizen voor de therapie, is één ding zeker: ontspanningsoefeningen en aandachtstrucjes alleen gaan hen ‘echt niet’ van hun misofonie verlossen. Tijdens een interview maken de zussen een vrolijke en ontspannen indruk en vertellen ze over hun droom om samen een galerie met café te openen. Dit jaar studeerden ze samen af aan de kunstacademie. Maar hun misofonie heeft zulke sterke vormen aangenomen, dat het die droom in de weg is gaan staan.

De twee zijn haast een tot leven gekomen Griekse mythe. Ze kunnen elkaar vaak niet uitstaan, maar houden tegelijkertijd zoveel van elkaar dat ze het liefst altijd bij elkaar zijn. Als ze samen eten, nemen ze op precies dezelfde momenten een hap, zodat ze door hun eigen kauwen de ander niet horen. Tijdens het slikken spannen ze hun hele bovenlichaam aan – ‘dat hebben we onszelf aangeleerd’ – zodat het zo min mogelijk geluid maakt.

‘Hoe gaan we ooit samen een bedrijf runnen als we amper met klanten kunnen afspreken?’ vraagt Nora. ‘Als we uren moeten bijkomen van het horen van een geluid?’ Nora en Pien ‘willen alles voor de therapie geven’, maar als het niet lukt overweegt Nora om ‘in een hutje op de hei’ te gaan wonen en Pien om postbode te worden. ‘Een beetje fietsen, niet met mensen in een dichte ruimte zijn. Het is niet de toekomst die ik had bedacht, maar het zou minder stress opleveren dan nu.’

Eén uniek therapiewapen, naast de aandacht- en ontspanningsoefeningen, moet ook voor Pien en Nora de redding zijn: contra-conditioneren, ofwel de ultieme mindfucktruc. Net zoals de hond van Pavlov geconditioneerd was om te kwijlen als-ie een etensbelletje hoorde, legt behandelaar Jaimy uit, zo zijn wij geconditioneerd om woest te worden bij het horen van het gekraak van chips. Niet een Russische wetenschapper maar wijzelf leerden ons dat aan, en alleen wijzelf kunnen ons er weer van af helpen door die geluiden een ‘compleet nieuwe betekenis’ te geven in ons brein.

Een paar weken later zit therapiegenoot Isabelle thuis achter haar computer, met een videobewerkingsprogramma. Ze heeft een filmpje van een skiënde man gevonden. Het geeft haar een fijn gevoel: bergvakanties en wintersporten zijn voor de actieve en ambitieuze Isabelle de hoogtepunten van haar jaar. De krakende geluiden van ski’s in de sneeuw lijken enigszins op het eten van chips van haar man. Hij zit nu naast haar achter de computer, met een zak bolognesechips in de aanslag. ‘Wil jij proberen om op dit skifilmpje te kauwen?’ vraagt ze voorzichtig. Normaal gesproken is de spanning om te snijden als hij chips eet, maar vanavond voelt het anders. Misschien door de absurditeit van de situatie, denkt Isabelle, en door de humor ervan, maar ze voelt zich ontspannen. Ze speelt de video af, houdt haar telefoon met opnamefunctie bij zijn mond. Precies in de skibochten neemt hij happen, produceert-ie de geluiden die zij normaal als krakerige explosies in haar brein ervaart, maar waar ze nu samen een beetje om moeten lachen.

Het resulterende filmpje van de afdalende skiër bij wie in elke bocht chipsgeluiden te horen zijn, moet Isabelle de weken erna zes keer per dag bekijken. Waar chipsgeluiden haar brein normaal gesproken in totale staat van alertheid brengen, moet de positieve associatie met het skiën en de krakende sneeuw een ‘nieuwe koppeling in het brein’ maken, waardoor de misofoniereactie afneemt of zelfs verdwijnt. Nora, op haar beurt, laat op een audio-opname het geluid van klakkende hakken op een houten vloer overgaan in wortels hakken op een snijplank - wél een prettig geluid, omdat ze van koken houdt. Het plassen van haar tweelingzus, ook een triggergeluid, wordt een klaterend fonteintje. Tandenpoetsen wordt het schuren van meubels.

Voor Isabelle lijkt het contra-conditioneren tot haar eigen verbazing te werken. Ze zit ’s avonds weer met haar man en zijn bakje chips op de bank, ‘vaak wel met de televisie aan om het geluid te dempen’.

Voor Werner werken de video’s minder heilzaam, maar een andere opdracht helpt hem wel. De opdracht is om de ‘tafelnormen’ thuis eens los te laten, vanuit het idee dat misofonen te strenge normen hebben en daarmee te hoge verwachtingen van hun omgeving. Jaimy en Babette raden aan om bij het avondeten zilverfolie op tafel te leggen, spaghetti niet op borden maar rechtstreeks op tafel te kieperen en daar vervolgens van te eten.

Klinkt absurd, maar wanneer Werner en zijn gezin aardappeltjes en stukjes vlees rechtstreeks van tafel eten, eerst zelfs zonder bestek, wordt er vooral gelachen om elkaar. Voor het eerst in jaren voelt Werner zich ontspannen en vrolijk bij het avondeten en lacht hij naar zijn zoon, op wie hij normaal onbedoeld kwaad wordt. ‘De hyperfocus was even verdwenen.’

Hersengolfsimulatie

Maar dan, net over de helft van ons behandelingstraject in maart, breekt de coronacrisis uit. De laatste drie sessies op de psychiatrie-afdeling van het AMC gaan niet door, krijgen we per mail te horen. ‘We wensen jullie veel sterkte en voldoende afleiding in deze wellicht best lastige periode,’ schrijft Jaimy in een mail. Twee maanden later horen we dat de laatste misofoniebehandelingen via videoverbinding verder zullen gaan, terwijl we eigenlijk met etende of ademende naasten zouden oefenen in de gymzaal – de climax van de therapie. Kan de therapie zo nog effectief zijn of eindigt iedereen terug bij af, zeker na thuisquarantaines met huisgenoten die smakken, slurpen of met hun hakken klakken?

En dan hoor ik ook kritische geluiden over de behandeling in Amsterdam, als ik navraag doe bij het grootste misofonie-onderzoeksfonds ter wereld, in de VS. Een rijk koppel in Chicago, Steve en Diane Miller, heeft een dochter met zo’n hevige variant van misofonie dat ze het geluid van de stemmen van haar ouders niet kan uitstaan. Met miljoenendonaties vormen de Millers financieel gezien de grootste motor in misofonieonderzoek. Ook het team van Damiaan Denys heeft onderzoeksvoorstellen ingediend, maar die werden allemaal afgewezen. Waarom toch?

Jarenlang snapte Denys zelf niet waarom hij door Amerikaanse collega’s zo goed als geboycot werd. En ja: het frustreerde hem ook. Maar sinds een recent telefoontje van een Amerikaanse psycholoog denkt hij dat hij het eindelijk begrijpt. ‘Wij zien misofonie als een psychiatrische stoornis. In de VS worden de wenkbrauwen gefronst als je dat zegt.’ Hij wordt geboycot in Amerika, denkt Denys, omdat ze daar misofonie liever beschouwen als louter neurobiologische of auditieve stoornis – een fysieke afwijking, niet een psychische. De Millers zouden hun dochter liever zien als iemand met ‘slechts’ een aangeboren, fysieke afwijking waaraan ze niets kan doen, dan als een psychisch ‘gestoorde’. Bij navraag ontkent het hoofd onderzoek het vermeende psychiatrietaboe in de VS. Maar, geeft de neuroloog via Zoom toe, haar droomoplossing zou wél een futuristisch computertje zijn dat via hersengolfstimulatie alle misofonieklachten kan doen verdwijnen.

Is de therapie die ik volg dan geen wereldwijd unicum voor het verhelpen van misofonie? De Amerikaanse deskundige geeft aan blij te zijn voor de tevreden Nederlandse patiënten die 30 procent verbetering ervaren. Maar, voegt ze toe: die 30 procent komt heel toevallig wel precies overeen met het gemiddelde placebo-effect van behandelingen of medicijnen. Is de therapie echt baanbrekend, bedoelt ze, of dénken patiënten dat ze de beste therapie ter wereld volgen en voelen ze zich daarom beter?

En als dat zo is, denk ik, maakt dat dan uit?

Met Werners misofonie gaat het nu, een half jaar nadat de therapie digitaal eindigde in de zomer, beter dan voordat hij naar het AMC ging. ‘Ik heb wat minder last van eetgeluiden’, zegt hij telefonisch. Maar, voegt hij er meteen aan toe, ‘mijn gezin durft nog steeds geen chips te eten met mij in de buurt.’ Ja, zegt hij, als hij zijn ontspanningsoefeningen regelmatiger had gedaan en vaker naar zijn aangepaste videos had geluisterd, was het nu waarschijnlijk nog beter geweest. ‘Maar met alle drukte op het werk en onze verbouwing thuis is dat iets wat ik in een rustige periode opnieuw wil oppakken.’

De grootste vooruitgang voor Werner is dat zijn misofonie door de therapie een onderwerp is geworden ‘dat mijn gezin begrijpt.’ De sfeer tijdens het eten, waarbij er eerst continu spanning heerste tussen hem en zijn zoon, is ‘lichter’ geworden. ‘We maken grapjes. Dan zeg ik: zit je weer te smakken? En antwoordt hij: ja, jij kan er niet tegen, hè.’ Wat helpt, sinds die keer dat ze vlees van tafel aten, of toen ze voor de lol met extreem groot of klein bestek aten, is dat er ruimte is gekomen voor humor aan tafel. ‘Onder de tafel schoppen we voor de lol tegen elkaars voeten. Daardoor ben ik minder met geluiden bezig.’

Pien en Nora zijn sinds de therapie zowel vooruit- als achteruitgegaan, zeggen ze. Waar Pien eerst nog nauwelijks last had van haar vriend, kan ze nu niet meer tegen zijn slikgeluiden. ‘Elke ochtend neemt hij koffie, water en yoghurt. Dan neemt-ie elke seconde wel ergens een slok van. Soms word ik helemaal gek. Heeft hij nooit eens genoeg gedronken?’ Maar, merkt Pien, nu ze nieuwe triggers heeft bij haar vriend, zijn geluiden die haar eerst het meest raakten, minder storend geworden. ‘Ik kan weer beter tegen de geluiden van mijn zus.’

De grootste wens van de zussen? ‘Een pil tegen misofonie,’ zegt Nora. Dat komt goed uit, want Denys wil de komende jaren het liefst met bestaande medicijnen gaan experimenteren. ‘Daar valt nog veel te ontdekken.’

En ik? Ik zou sowieso geen pil tegen misofonie nemen, daarvoor heb ik bij lange na niet genoeg last. Ja, soms schuif ik mijn stoel tijdens het eten stiekem dertig centimeter naar achteren zodat ik iets verder van mijn tafelgenoot af zit. Of ik zet de muziek op mijn koptelefoon pijnlijk hard zodat ik andermans getik op het toetsenbord niet hoor. En waar ik mijn vriendin vóór de therapie nooit bewust had horen slikken, komt dat geluid nu soms onverwacht hard binnen. Maar verrassend genoeg lukt het steeds beter om dicht tegen elkaar chips te eten bij een film zonder dat het volume plots omhoog moet.

Misschien is dat het placebo-effect, of heb ik mijn brein inderdaad ontpavlofd. Of, en dat vermoed ik eerlijk gezegd, besef ik dat vergeleken met het auditieve slagveld van Nora en Pien mijn vorm van misofonie best te overzien is.

De namen Nora en Pien zijn gefingeerd. Werner en Isabelle willen niet met hun achternaam in de krant. Hun volledige namen zijn bekend bij de redactie.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234