null Beeld

Harp tegen hard: de Bretoense bard Alan Stivell komt naar Antwerpen

Het mooiste concert dat ik in 2015 zag, was er niet één van een rockgod in een stadion, maar wel van de Bretoense bard Alan Stivell, die ons in het teken van Gone West, de herdenking van de Eerste Wereldoorlog, in de kerk van Boezinge met niets dan een harp en een ton Bretoens goud een magische avond bezorgde. Deze week krijgt wie dat miste een herkansing in De Roma.

'John Lydon van de Sex Pistols heeft al mijn cd's'


Alain Stivell speelt op 15 juni in De Roma in Antwerpen »

Alan Stivell werd wereldberoemd toen hij in 1972 met z’n iconische ‘à l’Olympia’-elpee lang vergeten Bretoense muziek deed verrijzen. Maar hij is veel meer dan een folkie uit Breizh die traditionals recycleert: hij heeft op zijn 24 platen heel wat eigen werk gecomponeerd en samengewerkt met verwante geesten uit zowat alle genres, van Kate Bush, John Cale en Simple Minds tot Khaled en The Chieftains.

Stivell woont op een idyllische plek in de buurt van Rennes. Zijn tuin grenst aan de rivier en daarachter begint het bos, zeg maar woud: terwijl we buiten praten, zie ik achtereenvolgens een reiger, een vos en een everzwijn passeren. Je herkent de slimme sterren aan het feit dat ze op hun domein een opnamestudio hebben laten bouwen: thuis zonder tijdslimiet opnemen komt zowel de creativiteit als de levenskwaliteit ten goede. In de studio van Stivell staan een twintigtal harpen, veelal prototypes en pièces uniques waaronder, onder een flinke laag stof, de harp die zijn vader 65 jaar geleden voor hem maakte.

‘Eén jaar werk,’ zegt Stivell zacht, terwijl hij het stof er teder afblaast. ‘Mijn vader had een droom en ik heb die waargemaakt.’

HUMO Je zou in lotsbestemming gaan geloven: dat ene instrument heeft niet alleen uw leven bepaald, het heeft Bretagne muzikaal op de wereldkaart gezet.

Alan Stivell «Het is inderdaad wonderlijk: een papa met een hobby, of juister een obsessie, die zijn zoon aan een carrière en een volk aan een hernieuwde muzikale identiteit helpt. En mijn vader begon er in 1953 aan zonder de garantie dat één van zijn kinderen überhaupt geïnteresseerd zou zijn. Maar toen ik als 8-jarige dat instrument voor het eerst bespeelde en dat hemelse geluid weerklonk, gebeurde er iets met me. Die harp was als een wild dier dat tot leven kwam. Ik wekte de harp en de harp wekte iets in mij. Eén stap verder en het zou pathologisch zijn geweest (lacht).

»Eerder had ik piano gespeeld. Ik vond de harp veel warmer en sensueler. ’t Was een openbaring, want vergeet niet: de Keltische harp was al eeuwen in onbruik. Bretoense Keltische muziek stond op het punt te verdwijnen, ook al omdat de Fransen onze cultuur negeerden of kleineerden.»

HUMO Ik heb enkele keren een harp beroerd. Het lijkt me niet alleen aartsmoeilijk maar bovendien fysiek belastend. Heeft u aan 65 jaar harp spelen letsels overgehouden?

Stivell «Tenniselleboog. Je lacht, maar de armen, polsen en ellebogen worden bij het spelen zwaar belast. En blaren, natuurlijk, honderden blaren! Maar dat was vroeger, nu is mijn eelt harder dan het staal van de snaren. Wist je dat de snaren van mijn harp door dezelfde fabriek worden vervaardigd als de snaren van de tennisraketten op Wimbledon en Roland Garros? En net zoals de tenniskampioenen laat ik mijn snaren extra hard opspannen. Ik heb slechte herinneringen aan mijn begintijd: terwijl de andere muzikanten in de uren voor het optreden op vrouwenjacht gingen, was ik mijn verdomde harp aan het stemmen (speelt een stukje).»

HUMO Ik zag in een documentaire over u enkele beelden van Ar C’hoarezed Goadeg, zussen die met z’n drieën het collectieve orale geheugen van de Bretoense muziektraditie belichamen... of belichaamden. Leven ze nog?

Stivell «Nee, ze zijn helaas alle drie dood. Ooit waren ze met dertien kinderen, hun moeder had een koor gebaard. Op hun 90ste konden de boerendochters nog goed le gwerz (traditionele Bretoense liederen, red.) zingen. Ik ben met hen bevriend geraakt, al ben ik nooit zeker geweest hoe ze over me dachten. Vooral Eugénie had een zwaar sarcastisch en ambigu gevoel voor humor. Als ik met hem jamde, liet ze altijd verstaan dat mijn muzikale begeleiding hen stoorde – ‘Ah, tu nous embête avec ta guitare et ta harpe.’ (lacht)»

HUMO Bretagne is een streek van mythen en sagen. Is er één die uw grootmoeder u vertelde?

Stivell «Neen, want mijn grootouders zijn alle vier gestorven voor ik werd geboren. Het feit dat ik ze nooit heb gekend, heeft een diep gat geslagen in mijn psyche. Ik was geen wees, maar wel ontworteld. Sommige mensen schijnen, op basis van mijn muziek, te denken dat ik een stereotiepe gesjeesde druïde ben die zich in een hutje diep in het woud verschuilt, maar dat is niet zo. Ik heb m’n kindertijd en jeugd in Parijs doorgebracht, en ook als volwassene ben ik nuchter en hou ik te allen tijde minstens één oog op de toekomst gericht.»

HUMO Ik was onlangs onthutst te ontdekken dat uw wereldhit ‘Tri martolod’ het nogal banale verhaal is van drie matrozen die op de markt een ezel kopen en daar een bevallig jong boerenmeisje opmerken. Ik dacht al die jaren dat het een bloedserieus revolutionair strijdlied was.

Stivell «Dat is het ook, maar niet op basis van de tekst. ’t Is een onweerstaanbare meezinger en het was het hoogtepunt van mijn concert in de Olympia in 1972. En omdat dat optreden live op de nationale radio werd uitgezonden, is dat nummer een eigen leven gaan leiden. ’t Is nu een symbool, een hymne, een onofficieel volkslied. Een strijdlied tegen de Fransen die denken ons te moeten opvoeden door onze cultuur te smoren – zij moedigen een eigen culturele identiteit niet aan omdat ze vrezen dat de eis voor onafhankelijkheid de volgende stap is. ’t Is wel degelijk een opstandig, opruiend lied dat solidariteit kweekt, ook al bevat het niet de woorden ‘Vive la revolution!’ of iets in die aard. Amusant daarbij is dat ik ‘Tri martolod’ pas op het laatste moment aan de set heb toegevoegd omdat ik vreesde niet genoeg nummers te hebben om een avond te vullen. Ik had een veel hogere dunk van sommige andere liedjes die ik die avond speelde. Zo zie je maar.»

HUMO U werd met één concert de bekendste Europese folkartiest en wat was het eerste dat u deed? De folk de rug toekeren. U werd de Bretoense Dylan, met uw elektrische harp.

Stivell «Dat is overdreven, maar het klopt dat ik mijn grenzen wilde verleggen. Ik ben geen purist. En ik ben niet méér een wandelende brok folklore dan Elvis of Mozart dat waren. Ik ben ook geen nationalist. Zoals ik op ‘1 Douar’ (één wereld, red.) zing, ben ik éérst wereldburger en daarna pas Bretoen.»

HUMO Heel wat mensen kennen Bretoense muziek zonder het te weten: de wereldhit ‘If I had words’ van The Christians is bijvoorbeeld een bewerking van de Bretoense traditional ‘Mná na hÉireann’. En ‘Belfast Child’ van Simple Minds bevat sporen van ‘She Moved Through the Fair’. Dankzij u is Bretoens zowat overal op de planeet te horen. Op welke plek verwonderde u dat het meest?

Stivell «In Afrika hoorde ik een klas kindjes het Bretoense lied ‘Son ar chistr’ zingen dat jullie kennen in de versie van de Hollandse popgroep Bots, ‘Zeven dagen lang’. Of in de versie van de hardrockgitarist Richie Blackmore. Het wordt nog vreemder als je bedenkt dat die zwarte kindjes zingen over liters cider hijsen (lacht). Waar ik ook paf van stond, was dat John Lydon van de Sex Pistols een fan van me was – we zaten indertijd allebei bij platenfirma Warner, en iemand daar vertelde me dat Lydon om al mijn cd’s had gevraagd. En het mannenkoor van het Russische leger zong een tijdje geleden een werkelijk surrealistische versie van ‘Tri martolod’. Onlangs stortte een vliegtuig neer waardoor een volledig Russisch mannenkoor stierf, ik hoop dat het niet díé jongens waren.

»Maar de beste herinnering bewaar ik aan Praag. Daar bestond vlak na de val van de Berlijnse Muur, God weet waarom, de behoefte om een Keltische avond te organiseren. Ik was te gast op de ambassade, de Franse ambassadeur in Praag was in die tijd een Bretoen. Op een receptie sprak ik dan ook Bretoens met hem, en ik weet nog hoe communistische spionnen ons vanop afstand verbijsterd aankeken: ze probeerden te liplezen, maar door ons Bretoens sloegen ze tilt. Daardoor werd ik nog meer verdacht, de spionnen dachten dat we een westers complot beraamden in een voor dat doel bedachte geheimtaal (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234