Haruki Murakami: 'Als je té intelligent bent, kun je geen fictie schrijven. Maar als je te dom bent, lukt het ook niet'

Haruki Murakami (70) weet niet van ophouden. In 2018 verscheen zijn roman ‘De moord op Commendatore’, die in het Nederlands in twee delen is uitgegeven, en begin dit jaar publiceerde hij zijn essaybundel ‘Romanschrijver van beroep’. Het is veertig jaar geleden dat Murakami debuteerde met de novelle ‘Luister naar de wind’.

'Als schrijver moet je taai zijn. Eén boek schrijven is niet zo moeilijk, maar jarenlang schrijven grenst aan het onmogelijke'

– Bent u vandaag een andere schrijver dan veertig jaar geleden?

Haruki Murakami «Wel, ik ben intussen veertig jaar ouder. En naarmate ik ouder word, ga ik mezelf anders zien. Tegenwoordig probeer ik als een gentleman te leven. Dat is niet makkelijk voor een schrijver, het is als een politicus die tegelijk Obama en Trump wil zijn. Een gentleman-schrijver praat niet over zijn inkomstenbelasting, hij schrijft niet over zijn ex-vriendinnen of ex-vrouwen, en hij denkt niet aan de Nobelprijs voor de Literatuur. Vraag me dus niet naar die drie dingen, want dan kom ik in de problemen.»

– Ik wilde eigenlijk beginnen bij uw recentste roman, ‘De moord op Commendatore’. Nadat zijn vrouw ervandoor is gegaan, komt de hoofdfiguur bij een oude kunstschilder terecht. Daar gebeuren allerlei rare dingen in en rond een gat in de grond. Hoe komt u bij zo’n uitgangspunt?

Murakami «‘De moord op Commendatore’ is een dik boek dat me zeker anderhalf jaar heeft gekost, maar alles is begonnen bij één of twee alinea’s. Die had ik geschreven en in een lade van mijn schrijftafel gestopt. Drie maanden later, of misschien zes, bedacht ik dat ik er een boek van kon maken. Ik had geen plan, geen schema, geen rode draad: ik begon gewoon te schrijven. Het verhaal zelf leidde me naar de ontknoping.

»Als je een plan hebt, als je bij het begin al weet hoe het verhaal zal eindigen, is het niet leuk meer om het boek te schrijven. Een schilder tekent vaak eerst een schets, maar ik niet. Ik neem een leeg doek en een penseel en begin gewoon te schilderen.»

– Een centraal personage in het boek neemt de gedaante aan van de commendatore uit de opera ‘Don Giovanni’ van Mozart. Waarom?

Murakami «De meeste van mijn boeken ontstaan uit de titel. In dit geval hoorde bij die eerste alinea’s de titel ‘De moord op Commendatore’, en dan begin ik na te denken over wat voor verhaal daarbij kan horen. Dat vreemde woord, dat in het Japans geen tegenhanger kent, trok me aan.»

– Is uw Commendatore dan gebaseerd op het personage uit ‘Don Giovanni’?

Murakami «Doorgaans gebruik ik geen voorbeelden. In mijn hele carrière heb ik maar één keer een personage gebaseerd op een bestaande persoon, een nare man. Alle andere figuren in mijn boeken heb ik uit het niets verzonnen. En zodra ik een personage heb bedacht, komt het vanzelf tot leven. Dan moet ik enkel toekijken hoe hij of zij zich gedraagt, wat hij of zij doet en zegt. Zo heb ik tijdens het schrijven tegelijk het gevoel dat ik een boek aan het lezen ben, een verrassend en opwindend boek. En ik kan niet wachten tot de volgende dag om het vervolg te lezen. Ik kan de bladzijde niet omslaan, want ik moet ze zelf nog schrijven.»

– De hoofdfiguur luistert naar opera’s en andere muziekstukken die in het boek worden vermeld. Uw personages houden wel vaker van specifieke muziekgroepen of -genres. Helpt dat om uit te vissen wie ze zijn?

Murakami «Ik luister tijdens het schrijven naar muziek, en die dringt vanzelf door in mijn boeken. Wat voor genre, daar sta ik niet zo bij stil, maar muziek is als voedsel voor me. Ik krijg er energie van om te schrijven. Muziek is goed voor mijn gezondheid. Muziek en katten, daar heb ik al veel aan gehad.»

– Hoeveel katten hebt u?

Murakami «Geen! Maar ik ga iedere dag hardlopen in de buurt en dan zie ik er altijd drie of vier. Het zijn mijn vrienden: ik stop even om dag te zeggen en ze komen naar me toe. We kennen elkaar heel goed.»

– Uw werk wordt weleens als magisch realisme geklasseerd, door de bevreemdende elementen die in het gewone leven opduiken. Doet u dat bewust?

Murakami «Dat gaat vanzelf. Hoe meer ik op een realistische manier over de werkelijkheid probeer te schrijven, hoe meer het onwerkelijke erin doordringt.

»Mijn lezers hebben het vaak over een fantasiewereld in mijn werk, en dat mijn personages die wereld bezoeken en dan terugkeren naar de echte wereld. Maar zelf zie ik niet altijd de grens tussen wat echt is en wat fantasie. Die twee werelden lopen vaak in elkaar over. In Japan lijkt dat overigens heel wat gewoner dan in het Westen. Als je in mijn boek afdaalt in een waterput, kom je dus zomaar in een andere wereld terecht.»

– En dat is vaak een duistere plek.

Murakami «Niet per se. Het gaat vooral om nieuwsgierigheid. Als je een deur ziet die naar elders leidt, dan open je die toch? Wat ligt erachter? Wat tref je daar aan? Dat is wat ik elke dag doe. Ik sta rond vier uur ’s ochtends op, ga aan mijn schrijftafel zitten en begin te werken: dat speelt zich allemaal in de echte wereld af. Ik drink echte koffie. Maar zodra ik begin te schrijven, kom ik elders terecht. Ik open de deur, stap naar binnen en kijk naar wat daar gebeurt. Of die wereld realistisch is of niet, dat kan me niet schelen. Ik dring dieper en dieper door in een soort onderwereld. Ik maak er vreemde dingen mee, maar op dat moment voelen ze heel gewoon aan. En als zich daar iets duisters schuilhoudt, komt die duisternis ook tot mij. Ik probeer te vatten wat ze me duidelijk wil maken. Ik beschrijf wat ik er zie, en dan kom ik terug. Dat is belangrijk: het zou heel beangstigend zijn om niet te kunnen terugkeren naar de gewone wereld. Maar ik ben een professional, dus ik kan dat.»

– Brengt u ook dingen mee?

Murakami «Nee, dat zou pas eng zijn. Ik laat alles waar het is. Als ik niet aan het schrijven ben, ben ik een heel gewone mens. Ik heb een vaste dagindeling: vroeg uit de veren en rond negen naar bed, tenzij er nog een baseballwedstrijd bezig is. En ik ga hardlopen en zwemmen. Als iemand me op straat aanspreekt, vind ik dat gek: ik ben helemaal niet zo bijzonder. Maar tijdens het schrijven voel ik me wel bijzonder – of toch zeker ráár.»

– Gebeurt het weleens dat u niet weet hoe het verder moet? Dat u aan uw schrijftafel zit en er niets komt?

Murakami «Van een writer’s block heb ik nog nooit last gehad. Zodra ik aan mijn schrijftafel zit, wéét ik vanzelf hoe het verhaal verdergaat. En als dat niet gebeurt, of als ik geen zin heb om te schrijven, dan schrijf ik gewoon niet. Daarom sla ik ook alle opdrachten van tijdschriften af. Ik schrijf wanneer ik wil, wat ik wil, en zoals ik het wil.»

– Werkt u in uw slaap aan uw verhalen?

Murakami «Nee, dat denk ik niet. Ik droom nooit. Voor mij is schrijven als een droom die je zelf kunt sturen. Als je in bed droomt van iets fijns, een sappige biefstuk, een fris biertje of een mooi meisje, raak je dat weer kwijt als je wakker wordt. Maar ik kan de volgende dag gewoon verder dromen.»

'Aan de universiteit wilden al mijn medestudenten schrijver worden, maar ik vond dat ik geen talent had. Dus heb ik maar een jazzclub geopend'


Kerngezond

– Enkele jaren geleden hield u tijdens het schrijven van een roman een lijst met ideeën bij, zoals ‘een pratende aap’ of ‘een man die verdwijnt op de trap’. Toen u daarna aan een reeks korte verhalen begon, zei u: ‘Ieder verhaal moet drie dingen uit die lijst bevatten.’ Werkt u vaak op die manier?

Murakami «Mijn enige regel is dat ik iedere keer iets nieuws wil proberen. De meeste van mijn vroege romans heb ik in de ik-vorm geschreven. Daarom stopte ik in ‘1Q84’ drie personages in de derde persoon: dat was een hele uitdaging. Meestal is mijn verteller iemand zoals ik, maar dan anders. In het echte leven kan ik alleen maar mezelf zijn, maar in fictie kun je je in iemand anders verplaatsen. Dat is een soort therapie: als je kunt schrijven, hang je niet vast aan jezelf.»

– Rond de tijd dat u schrijver werd, bent u ook begonnen met hardlopen. Sommige auteurs schrijven graag al wandelend: het ritme helpt hen om in hun hoofd zinnen te vormen. Denkt u bij het lopen aan het boek waaraan u bezig bent?

Murakami «Nee, helemaal niet. Als ik ga lopen, loop ik alleen maar. Ik maak mijn hoofd leeg. Ik heb geen idee waaraan ik dan denk. Misschien aan niets.

»Om lang als schrijver te functioneren, moet je taai zijn. Eén boek schrijven is niet zo moeilijk, maar jarenlang schrijven grenst aan het onmogelijke. Je hebt een ijzeren concentratie nodig, en heel wat uithoudingsvermogen. En ik schrijf soms over ongezonde dingen. Rare dingen, gestoorde dingen. Om over ongezonde dingen te kunnen schrijven, moet je zelf kerngezond zijn. De dagen van decadente schrijvers als Charles Baudelaire, die een heel ongezond leven leidden, zijn voorbij. De wereld is vandaag zo ingewikkeld, dat je sterk moet zijn om die chaos te overleven.

»Ik ben begonnen met hardlopen om te zien wat er zou gebeuren als ik dat elke dag deed. Het leven is een laboratorium, je kunt alles proberen wat je maar wilt. En het heeft me goed gedaan, ik ben er taai van geworden.»

– Uw levensdroom, zei u ooit, is om op de bodem van een waterput te zitten. Dat doen verschillende personages in uw boeken, en nu ook Menshiki in ‘De moord op Commendatore’. Waarom?

Murakami «Ik hou erg veel van waterputten. En van koelkasten, en olifanten, en veel andere dingen. Als ik schrijf over dingen die ik leuk vind, ben ik gelukkig. Als kind woonde ik in een huis met een waterput erbij, en daar keek ik graag in. Die put voedde mijn fantasie.»

– Hebt u ooit geprobeerd om in een waterput af te dalen?

Murakami «Nee, nee. Dat is gevaarlijk, hoor. Ik doe het alleen in mijn verbeelding. Maar ik hou ook van grotten. Als ik op reis een grot zie, ga ik die verkennen. Dat vind ik veel fijner dan hoge plekken.»

– Liever omlaag dan omhoog?

Murakami «Sommigen zien er een metafoor voor het onderbewuste in. Maar ik ben gewoon erg geïnteresseerd in de onderaardse wereld.»

– Enkele jaren geleden beschreef u de drijvende kracht achter uw verhalen als ‘iets missen, en het dan zoeken en vinden’. Is dat nog steeds zo?

Murakami «Ja. Mijn personages zijn vaak op zoek naar iets wat ze zijn kwijtgeraakt. Dat kan een meisje zijn, of een verklaring, of een doel in het leven. Iets belangrijks. En als ze het dan vinden, worden ze op de één of andere manier teleurgesteld. Ik weet niet waarom, maar dat is een soort motief in mijn werk: een zoektocht zonder happy end.»

– De mannen over wie u schrijft, lijken vaak emotioneel of existentieel de weg kwijt. Ze lijken zich niet echt thuis te voelen in de wereld.

Murakami «Tja, als de hoofdfiguur gelukkig is, valt er geen verhaal te vertellen.»

– Vaak draaien uw romans om een mysterie. Soms wordt het opgehelderd, maar soms ook niet. Omdat u de lezer bewust in het ongewisse wilt laten, of omdat u het zelf ook niet altijd precies weet?

Murakami «Als ik een nieuw boek uitbreng, krijg ik weleens telefoon van vrienden: ‘Wat gebeurt er na het laatste hoofdstuk?’ Dan zeg ik: ‘Daar eindigt het.’ Maar mijn lezers verwachten een vervolg. Na ‘1Q84’ wist ik precies hoe het verhaal verderging. Ik had een vervolg kunnen schrijven, maar dat zou iets als ‘Jurassic Park 4’ of ‘Die Hard 8’ zijn geworden, en wie zit daarop te wachten? Dus bedacht ik de rest van het verhaal in mijn hoofd, en daar heb ik erg van genoten.»

– Zult u het ooit opschrijven?

Murakami «Ik denk dat ik het in mijn hoofd zal bewaren. Het gaat over de dochter van Tengo, het hoofdpersonage van ‘1Q84’, die intussen 16 is. Het is een heel interessant verhaal.»

– Dat klinkt niet als ‘Die Hard 8’.

Murakami «O, er is óók een verhaal dat aan ‘1Q84’ voorafgaat.»

– Alleen in uw hoofd?

Murakami (glimlacht) «Inderdaad.»


Jazzfanaat

– Sommige schrijvers proberen in ieder boek iets totaal anders te doen, andere schaven geduldig aan die ene aanpak waar ze goed in zijn. Wat voor schrijver bent u?

Murakami «Ik hou van het werk van mijn vriend Kazuo Ishiguro (de schrijver van ‘The Remains of the Day’, waarop de gelijknamige film is gebaseerd, red.). Telkens als hij iets nieuws uitbrengt, is het helemaal anders dan zijn vorige boek. Dat is heel boeiend. Mijn motieven en thema’s wisselen niet zo sterk. Vervolgverhalen schrijf ik niet, maar al mijn boeken blijven min of meer in dezelfde sfeer. Ik ben maar één persoon en ik denk nu eenmaal op mijn manier, dat kan ik niet veranderen.»

– U schrijft over complexe thema’s, maar in een toegankelijke en eenvoudige stijl. Is dat contrast een bewuste keuze?

Murakami «Veel auteurs schrijven over onbeduidende, oppervlakkige dingen in een zware, moeilijke stijl. Wat ik probeer te doen, is ernstige, moeilijke, complexe dingen beschrijven in een vloeiende stijl. En daarvoor moet je bereid zijn om diep te graven. In mijn veertig jaar schrijverschap ben ik daar bedreven in geraakt – het is eerder een lichamelijke vaardigheid dan een intellectuele. Als je té intelligent bent, kun je geen fictie schrijven. Maar als je te dom bent, lukt het ook niet. Je moet ergens tussenin blijven. Dat is heel moeilijk.»

– De westerse lezer kent uw werk voornamelijk in vertaling. Denkt u dat uw stijl in een andere taal overeind blijft?

Murakami «Ja. Hoe het komt, weet ik niet, maar als ik mijn boeken in het Engels lees, voel ik: ‘Dit ben ik.’ Hetzelfde ritme, dezelfde toon als in het Japans – of toch bijna.»

– U hebt zelf auteurs als F. Scott Fitzgerald, Truman Capote en Raymond Carver naar het Japans vertaald. Bent u door hen beïnvloed?

Murakami «Vast wel, op de één of andere manier. Toen ik begon te schrijven had ik geen mentor, geen leraar, geen collega’s of literaire vrienden. Ik had alleen mezelf. Dus heb ik veel geleerd uit boeken. Als kind las ik graag. Ik had geen broers of zussen, alleen boeken en katten – en muziek, natuurlijk. Sporten deed ik niet graag. Ik hield van Russische romans, van Tolstoj en Dostojevski. Van hun boeken leerde ik: hoe langer, hoe beter!

»Aan de universiteit wilden al mijn medestudenten schrijver worden, maar ik vond dat ik geen talent had. Dus heb ik maar een jazzclub geopend en van muziek mijn beroep gemaakt.»

– Hebt u zelf ooit muziek gespeeld?

Murakami «Als kind speelde ik piano, maar daar had ik ook al geen talent voor. Toen ik 15 was, kwam de legendarische jazzdrummer Art Blakey met zijn band The Jazz Messengers naar Japan. Ik wist niet eens wat jazz was, maar door dat concert werd ik op slag een grote jazzfanaat. En ik heb enorm veel over schrijven opgestoken uit de muziek. De drie belangrijkste elementen – ritme, harmonie en vrije improvisatie – heb ik uit de jazz geleerd, niet uit de literatuur. Toen ik begon te schrijven, probeerde ik te doen alsof ik muziek speelde.»

'Muziek is goed voor mijn gezondheid. Muziek en katten, daar heb ik al veel aan gehad'


Radio-dj

– U zei ooit dat 9/11 de wereld had veranderd, niet alleen de echte, maar ook die waarover u schrijft. Geldt dat ook voor andere tragedies, zoals de tsunami waardoor Japan in 2011 werd getroffen, en de kernramp in Fukushima die erop volgde?

Murakami «Ja. Nadat Kobe, de stad waar ik ben opgegroeid, in 1995 door een zware aardschok was getroffen, schreef ik een bundel korte verhalen met de titel ‘Na de aardbeving’. De stad was volledig verwoest, inclusief mijn ouderlijk huis. Zelf woonde ik op dat moment in Amerika, maar toen ik de beelden op tv zag, dacht ik: wat kan ik als schrijver doen? Dus beeldde ik me in wat zich tijdens de aardbeving had afgespeeld en schreef ik daarover.

»Twee maanden later werd in de metro van Tokio de beruchte aanslag met saringas gepleegd door leden van een religieuze sekte. Ik las alle nieuwsberichten maar vond nergens wat ik wilde weten. Ik wilde weten wat er die dag écht was gebeurd. Ik wilde horen hoe het was om dat gas te ruiken in een stampvol metrostel. Dus besloot ik om de slachtoffers te interviewen. Normaal doe ik nooit research voor een boek, want ik wil mijn verbeelding de vrije loop laten. Maar deze keer wilde ik niets verzinnen. Ik heb hun verhalen gebundeld in een non-fictieboek met de titel ‘Underground’. Het heeft me een jaar gekost, en in dat jaar heb ik niets anders geschreven. De slachtoffers waren gewone mensen op weg naar hun werk. Hun stemmen zijn me altijd bijgebleven. De sekteleden heb ik ook geïnterviewd, maar hun stem maakte geen indruk op me.

»Sindsdien zijn er tal van rampen geweest: 9/11, de tsunami… Telkens vroeg ik me af wat ik voor de slachtoffers kon doen, en dacht ik: goede fictie schrijven. Een goed verhaal kan ons helpen om elkaar beter te begrijpen. Ik ben schrijver, jij bent lezer, en ik ken je niet. Maar in de ondergrondse wereld van de fictie worden we door een geheime gang met elkaar verbonden en kunnen we elkaar boodschappen sturen. Dat is mijn bijdrage.»

– Als schrijver stuurt u een boodschap de wereld in. Krijgt u ook antwoord?

Murakami «Dat weet ik niet. Misschien valt daar wel iets op te verzinnen.»

– Toen ‘Kafka op het strand’ uitkwam, was er een website waar mensen vragen konden stellen over het boek. Sommige vragen beantwoordde u ook. Waarom?

Murakami «Ik was nieuwsgierig. Ik heb toen in korte tijd enorm veel berichten ontvangen, misschien wel dertigduizend. En ik heb ze allemaal gelezen, tot mijn ogen ervan kapotgingen. Ik heb er een stuk of drieduizend beantwoord. Dat was zwaar werk, maar het gaf me wel een vaag idee van wat mijn lezers over mijn werk dachten. Al waren er ook domme vragen bij. Zo vroeg een kerel me naar de tien tentakels van de pijlinktvis: hij wilde weten of dat handen of voeten zijn. Hoe moet ik dat nu weten? Mijn antwoord was: leg tien handschoenen en tien sokken naast zijn bed. Als de pijlinktvis wakker wordt, kiest hij ofwel voor de handschoenen, ofwel voor de sokken.»

– U zocht contact met uw lezers, maar opdraven voor evenementen of lezingen doet u niet graag. Waarom niet?

Murakami «Als schrijver heb ik het privilege dat ik rustig in mijn kamertje kan zitten werken. Op een bepaald moment heb ik beslist om niets anders meer te doen. Maar sinds kort ben ik wel dj voor een radiozender in Tokio. Ik mag er telkens 55 minuten lang mijn eigen plaatjes draaien en praten over wat ik maar wil, dus ik dacht: waarom niet? Ik stel een heel eclectisch programma samen, van Billie Holiday tot Maroon 5

– Het schrijverschap is in Japan een blits beroep, zei u ooit. Schrijvers staan er voortdurend in de publieke belangstelling. Hoe combineert u dat met uw gevoel dat u een heel gewoon mens bent?

Murakami «Om eerlijk te zijn: in het begin voelde ik me niet zo gelukkig in het literaire wereldje in Japan. Ik was een vreemde eend in de bijt van de traditionele literaire mainstream. Sommigen noemden me een nieuwe stem in de Japanse literatuur, anderen een relschopper. Dat was heel verwarrend. Daarom ben ik naar het buitenland gevlucht, naar Italië en Griekenland, waar ik enkele jaren heb gewoond. Ik schreef er ‘Norwegian Wood’, en dat boek werd in Japan geháát.»

– Hoezo? Er werden meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.

Murakami «Ja, maar toch haatte iedereen me. Toen ben ik naar Amerika verhuisd. Pas na de aardbeving in 1995 ben ik teruggekeerd naar Japan, om te zien of ik iets voor de mensen kon betekenen. Niet voor het land, niet voor de staat, niet voor de maatschappij, maar voor de mensen.»

– Wat is voor u het verschil tussen het land en de mensen die er wonen?

Murakami «Mijn boeken worden door mensen gekocht. Niet door het land.»

– Beschouwt u uw werk als Japans of past het meer in de westerse literaire traditie?

Murakami «Zo denk ik er niet over. Mijn verhalen zijn verhalen, ze passen niet in categorieën. Ik schrijf in het Japans en de meeste van mijn personages zijn Japanners: in die zin ben ik een Japanse schrijver. Maar mijn stijl is niet aan een plaats gebonden.»

– In Japan was u aanvankelijk vooral populair bij een jong lezerspubliek.

Murakami «Ja, heel gek is dat. Toen ik begon te schrijven, werd ik gelezen door twintigers en jonge dertigers. En nu, veertig jaar later, zijn mijn lezers nog altijd twintigers en jonge dertigers. Maar ook de fans van het eerste uur lezen mijn boeken nog, samen met hun kinderen. Het doet me altijd plezier als ik hoor dat drie of vier leden van een gezin hetzelfde boek lezen. Een vriend van me heeft tienerkinderen met wie hij nauwelijks nog een gesprek kan aanknopen. Het enige waarover ze met elkaar praten, zijn mijn boeken.»

– Het personage Commendatore in uw laatste boek onthult dat de schrijver Franz Kafka van bergpaadjes hield. ‘Nu je dat weet,’ zegt hij, ‘zal je begrip voor het werk dat hij heeft nagelaten toch wel iets aan diepgang winnen, nietwaar?’

Murakami (grinnikt) «Dat Kafka van bergpaadjes hield, is een leugen. Ik heb het verzonnen. Zo verzin ik een heleboel dingen.»

– Het is fictie, dus dat mag. Maar die zin is misschien wel waar. We weten nu bijvoorbeeld dat u van katten houdt: begrijpen we daardoor uw werk beter?

Murakami «Dat moet je aan mijn vrouw vragen.»

– Begrijpt zij uw werk beter omdat ze u kent?

Murakami «Dat weet ik niet. Ze zegt dat ik niet haar favoriete schrijver ben. Maar ze onderwerpt mijn werk aan een grondige kritiek. Ze is mijn eerste lezer: als ik klaar ben met een manuscript, geef ik het aan haar en krijg ik het terug met tweehonderd post-its erin. Ik háát post-its. ‘Deze stukken moet je herschrijven,’ zegt ze dan.»

– En doet u dat dan ook?

Murakami «Ja, en dan geef ik het opnieuw aan haar en krijg ik het terug met hónderd post-its. Minder post-its, dat is al iets.»

© The New Yorker

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234