null Beeld

Haruki Murakami - Blinde wilg, slapende vrouw

Tijdens één van de nachten die ik gereserveerd had voor Haruki Murakami's 'Blinde wilg, slapende vrouw' (Atlas) stond er plots een zwarte jongen voor me te plassen. Dat kwam zo: tuk op wat oxygène en toe aan een korte ontsnapping uit dat bedwelmende proza was ik op m'n klein balkon beland. Vijf meter lager en tien meter verder stond hij, de zwarte jongen. Hij droeg een knoert van een koptelefoon, en een muts die berekend was op herfst. Het was slechts nazomer. De zwarte jongen opende de gulp van zijn jeans en plaste. Bomenrij noch grasperk gebruikte hij daarbij als decorstuk: aan het voetpad scheen hij genoeg te hebben.

Ik zag zijn lid, een kloeke glimworm, en daarna zijn ogen. Hij keek me strak aan, maar niets in zijn blik was provocatie. Ik zag alleen uitstervende wanhoop, de paniek van drie-uur-'s-nachts-en-geen-veilig-warm-lichaam-in-de-buurt, en weemoed waarvan men plassen moet op voetpaden.


En vervolgens pletste het besef me in het gezicht: aan Murakami ontkom je niet, ook niet voor een handvol minuten. Die zwarte jongen had ik net zo goed in 'Blinde wilg, slapende vrouw' kunnen vinden, of in eender welk ander boek van de populaire Jap. Deze bundel verhalen - 't betreft 24 stuks, de oudste dateren van 1983, de jongste van 2005 - is een geschikte staalkaart van een schrijverschap dat put uit nooit opdrogende bronnen. Murakami, de man die grist uit de popcultuur, het magisch realisme kneedt, de suggestie laat regeren, en door dat melancholieke binnendringen van 'm in de condition humaine veel meer serveert dan alleen charmant exotisme à la japonaise. Dat ik van die vierde ster toch nog een halfje afgekliefd heb: sorry, Haruki, maar een enkel verhaal (het morsige vluggertje 'De spiegel', bijvoorbeeld) kreunt onder een overschot aan drammerig gepezeweef.

Voor het overige mag 'Blinde wilg, slapende vrouw' vlotjes naast 'Norwegian Wood', 'De opwindvogelkronieken' en 'After Dark'. Vooral de kleine verhalen treffen de ziel in al hun ielheid midscheeps. Dan lees je iets dat nauwelijks een fragment uit een leven is, een kippenborst met alleen een onderlijveke, maar dan zit de schrijver er zó pal op. Dan volstaat de korte passage van zo'n harkerig, neurotisch Murakami-personage om dagenlang in een badjas van triest sentiment rond te lopen. Een vrouw vertelt haar jongere minnaar dat hij voortdurend in zichzelf praat - 'alsof je een gedicht voordraagt'. Een jongen (in het waanzinnig mooie titelverhaal) vergezelt zijn neef naar het ziekenhuis en valt daar op een kaduke jeugdherinnering. And so on. Aldoor zit er een vlies tussen de personages en de buitenwereld - de werkelijkheid, hun verleden, de liefde. Er wordt gepulkt aan dat vlies, hier en daar zie je zelfs een scheurtje, maar glorieus wordt het nooit. Eenzaamheid is de rigueur.

En het blijft wonderlijk om te lezen hoe Murakami zijn verhalen vol pluizige, schijnbaar onbenullige kleinigheden stopt - erwtjes die verloren rollen in de mise-en-place. Ze staan er gewoon te staan: kokette details, minuscule aberraties, lepe observaties. Een beetje verbeelding maar, en je ziet er onze levens in: losse eindjes waar geen fatsoenlijk haakwerkje van te knopen valt. Ik denk dat ik ook maar eens een voetpad ga beplassen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234