Haruki Murakami - De moord op Commendatore

Na de bekroning van Kazuo Ishiguro, de Brit met Japanse roots, waren de Nobelkansen van Haruki Murakami al danig geslonken, en zijn nieuwe roman zal ’m ook niet meteen aan de hoogste literaire onderscheiding helpen. ‘De Moord op Commendatore’, ruim duizend bladzijden in twee delen, varieert op de bekende thema’s van de Japanse grootmeester, alleen heeft die weleens inventiever en vooral subtieler geschreven.

Een 36-jarige schilder die zijn artistieke ambities opgeborgen heeft en om den brode portretten op maat levert, probeert na een gestrand huwelijk met zichzelf in het reine te komen. Ruim negen maanden lang gaat hij op zoek naar een antwoord op de vraag der vragen, ‘Wie ben ik eigenlijk?’, tot zijn vrouw en hij besluiten hun huwelijk een nieuwe kans te geven. Hoe dat zo gekomen is, ‘is niet eenvoudig te begrijpen. Zelfs voor mij is het verband tussen oorzaak en gevolg niet goed te vatten.’ Het onvatbare speelt de schilder parten tijdens een maandenlange zwerftocht in een oude Peugeot (‘Ik was onderweg om onderweg te zijn’) en zo mogelijk nog meer wanneer hij zijn intrek neemt in het afgelegen atelier van een dementerende schilder.

Het huis (met een tempeltje in de tuin en een schilderij op zolder) en de buren (onder wie een enigmatische IT-miljonair en een nog enigmatischer schoolmeisje) doen bij de schilder oude trauma’s opspelen (een op haar 12de overleden zusje, een gewelddadige onenightstand), die via een spiegelspel met andere kunsten (de opera ‘Don Giovanni’, een laat verhaal van Akinari Ueda, ‘Alice in Wonderland’) gaan spoken in een stuk of wat dromen, vreemde parallellen en ontoevallige toevalligheden. Bruut samengevat klinkt het als een truc, maar zo leest het in deze roman ook. Nu eens is er ‘iets wat het bereik van logica en begrip ontsteeg’, dan weer raken ‘mijn oppervlakkige bewustzijn en een diepere bewustzijnslaag vermengd’, en uiteindelijk belanden we bij Murakami’s bekende magisch escapisme: ‘De werkelijkheid is toch niet beperkt tot wat we kunnen zien?’

De glijdende grenzen tussen werkelijk en onwerkelijk en echt en verzonnen zijn de motor van elk van zijn romans, maar zo uitleggerig, schetsmatig en expliciet was Murakami nooit eerder (tenzij misschien in het slotdeel van de trilogie ‘1q84’). Tegelijk verhindert die breedvoerigheid ’m niet om voor zijn doen slordig om te springen met verhaallijnen en motieven: de sterke proloogscène krijgt geen bevredigend vervolg, de talloze referenties aan het van de Stones bekende ‘Time Is on My Side’ blijven in het ijle hangen, de bovennatuurlijke verschijnselen ‘Idea’ en ‘Metafoor’ worden zwak uitgewerkt.

Een prettig neveneffect van zijn breedsprakigheid is wel dat Murakami de lezer een blik in zijn schrijverskeuken lijkt te gunnen. De grootmeester, vorige week 69 geworden, geeft zelden interviews en koestert het mysterie, maar ‘De moord op Commendatore’ leest bijwijlen als een artistiek testament. Zo is de sterkte van zowel de bijzondere portretten als het op zolder gevonden schilderij te danken aan het vermogen van de kunstenaar voorbij de werkelijkheid te kijken, daar een essentie te vatten en die vervolgens vorm te geven. Diezelfde verbeeldingskracht speelt in een ode aan Thelonious Monk, een bekende favoriet van Murakami: ‘Hij heeft die miraculeuze akkoorden niet uitgedacht met logica, maar opgediept uit het duister van het bewustzijn.’ (Tussen twee haakjes: dit pleidooi voor de ongebonden illusie omhelst ook een andere Murakami-preoccupatie: ‘Het deel van de seksuele daad dat zich afspeelt in de verbeelding was veel sensueler dan de feitelijke fysieke daad.’)

Hoog tijd voor zo’n verrassende wending waar Murakami het patent op heeft: met alle opzichtige tekortkomingen mag dit dan al een zwakke Murakami zijn, toch is het prettig toeven in de haast meditatieve cocon van ‘De moord op Commendatore’. Ruim duizend bladzijden houdt het proza hetzelfde gestage tempo aan, met herhalingen als mantra’s. Het versterkt het boeddhistische verhaallijntje, ingeluid door ritueel gebel. Daar komen meditatieve gemoedstoestanden van: ‘Het leek of het geluid van het verloop van het leven te horen was. De ene gedachte verdween, een andere gedachte kwam. De ene vorm verdween, een andere kwam. Zelfs ikzelf verbrokkelde een beetje onder het gewicht van de dagen en leefde opnieuw op.’ Zo is ‘De moord op Commendatore’ uiteindelijk een ode aan de kwikzilveren geest, die fantaseert en associeert en gelooft en troost voorbij de fnuikende kaders van logica en begrip. Haruki Murakami, zoon van een boeddhistische priester, komt thuis.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234