Hatebreed op Graspop 2019: Voorspelbare kopstoot, maar geen knock-out
De Amerikaanse hardcoreformatie wist als eerste het publiek massaal in beweging te krijgen. Toch was het wat vroeg op de dag to destroy everything.
Intensiteit en energie: twee factoren die een cruciale rol spelen in het succes van hardcore. Exact tien jaar geleden stonden we ook naar Hatebreed te kijken op de Stenehei, en toen waren aan beiden geen gebrek. De band kolkte, beukte en ramde tot het publiek murw geslagen was. Hatebreed beleefde zijn hoogdagen, en daar kon geen recensent tegenop.
Anno 2019 is de scherpe kant enigszins zoek. Ondertussen speelt de band om hun kinderen door het peperdure Amerikaanse universiteitssysteem te loodsen, niet om hun agressie te kanaliseren en een middelvinger naar ‘het systeem’ – interpreteer zo u wil – op te steken. Elk jaar wat minder relevant, elk jaar een plaatsje lager in de hiërarchie.
Versta ons niet verkeerd: muzikaal speelde de band een strakke show. Op zich niet verwonderlijk, aangezien de sound van de band weinig meer dan één snaar en een snaredrum vereist. Frontman Jamey Jasta deed zijn job en wist de voorste linies van het publiek te transformeren tot een slagveld. Een hele prestatie, in het achterhoofd houdend dat de band om 14u10 begon. In metaltermen een hoogst ondankbaar uur.
Dat het publiek vooral reageerde op de hits uit het verleden, is geen toeval. Een nummer als ‘Destroy Everything’ was jarenlang de maatstaf in het harde genre, maar klinkt inmiddels ouderwets en voorbijgestreefd. Het recentere werk is onderling volstrekt inwisselbaar en weinig vernieuwend. Maar het publiek, dat amuseerde zich. Later op de avond zullen velen echter beseffen dat ze te vroeg hebben gepiekt.