'Heel veel vakantie? Ik was 60 uur per week bezig.' SOS onderwijs: de leraar is schoolmoe

Hommeles in de leraarskamer. Onlangs bleek dat in Antwerpen bijna de helft van alle leerkrachten lager én secundair onderwijs binnen de vijf jaar afhaakt.

'Net de meest enthousiasten haken af; met al hun energie en moed botsen ze op een muur'


Frank D’hanis (33): de probleem-oplosser

Frank D’hanis, lector communicatie aan de Gentse Arteveldehogeschool, hield zijn job als leerkracht in het middelbaar onderwijs na drie leservaringen voor bekeken: enkele disciplinaire problemen en het gebrek aan begeleiding en begrip deden hem na de uren letterlijk trillen van de stress.

Frank D’hanis «Ik ben het onderwijs ingerold na mijn studies filosofie en journalistiek. Als freelancejournalist kwam ik niet rond, dus...

»Mijn eerste baan was in Sint-Niklaas: een vervangopdracht van twee maanden. Ik was behoorlijk nerveus, want ik had sinds mijn eigen middelbareschooltijd geen stap meer in een klaslokaal gezet. En ik moest bovendien Nederlands geven, ook al had ik daar niet voor gestudeerd.

»Plots stond ik dus, zonder enige pedagogische achtergrond, les te geven over ‘Van den vos Reynaerde’ aan leerlingen in de richting landbouwwetenschappen, tuinbouw en lichamelijke opvoeding: verhalen over Walewein en Beatrijs konden hun gestolen worden. Sommigen hadden ook – letterlijk – een nogal boers karakter. Toen er ’s een vogel binnenvloog, heb ik hemel en aarde moeten bewegen om te voorkomen dat ze dat beest de nek omwrongen. Voor hen zijn vogels smeerlappen die de zaden komen oppikken.»

HUMO Stuur je hen dan naar de directeur?

D’hanis «Nee, want dat is een teken van onmacht. Autoritair zijn zit niet in mijn natuur: mijn middel is altijd humor geweest. Maar in het lager secundair en in het BSO moet je niet met ironie afkomen, want dat snappen ze niet.

»Mijn tweede lesopdracht was een vervanging van drie maanden in Eksaarde, en dat was echt verschrikkelijk: toen kwam ik trillend van de stress thuis. Ik gaf er Nederlands en Engels – opnieuw: Engels had ik ook niet gestudeerd – aan het tweede en derde jaar ASO. Die gasten hebben nog veel structuur nodig: je moet hun echt nog zeggen wat ze moeten opschrijven of onderstrepen. En 14-jarige pubers rebelleren tegen n’importe quoi: ze weten de zwakte van een beginnende leerkracht goed uit te buiten. Een klaslokaal is een harde, darwinistische omgeving. Eén voorval zal ik nooit vergeten: een populaire gast had een mollig meisje tijdens haar spreekbeurt zitten filmen – ze droeg een roze salopet. Ik was op dat meisje en haar spreekbeurt gefocust, en had niet gezien dat die kerel zijn smartphone had bovengehaald. Hij heeft haar spreekbeurt op het internet gegooid en er ‘Oink oink oink’ onder gezet. Ik had al opgevangen dat het meisje gepest werd en vond het voorval ernstig genoeg om ermee naar de directie te stappen. Maar daar vond ik geen steun: ze hebben hem enkel een berisping gegeven: ‘Niet meer doen, hè!’ Alsof dat hem zou tegenhouden!

»Niet lang daarna is de boel ontploft. Normaal zou mijn vervangopdracht met twee maanden verlengd worden, maar toen ik de leerlingen die hun taak vergaten in te dienen een nul gaf – zowat de helft van de klas – kreeg de directeur zo veel boze reacties van ouders dat hij mij om uitleg vroeg. Dat gesprek is geëscaleerd omdat hij de kant van de ouders koos.»

HUMO Veel hulp kreeg je dus niet?

D’hanis «Nee. En raad vragen aan collega’s lukte ook niet, want alle leerkrachten zaten in de leraarskamer in hun eigen groepje, en ik vond geen aansluiting bij hen.

'Ik ben na zes jaar nog altijd maar voor één uur vast benoemd'

»Daarna kwam ik in Anderlecht terecht, en daar was de sfeer veel fijner: ik had veel aan m’n collega’s, en de directeur was geen autoritaire tiran. Het cliché dat lesgeven in Brussel verschrikkelijk is, klopte voor mij niet: het was mijn tofste leservaring. Ik gaf er les aan het vijfde en zesde jaar ASO.»

HUMO Je had in Anderlecht geen moeite met de diversiteit in de klassen – één van de redenen waarom veel jonge leraren afhaken?

D’hanis «Het merendeel van de leerlingen was Franstalig: zij hadden bewust voor een Nederlandstalige school gekozen, dus zij behoorden – om een lelijk woord te gebruiken – tot de elite. En ik gaf les aan de laatste jaren: als je zo ver kon doorstromen, was je een goeie leerling.»

HUMO Waarom ben je er na je ervaringen in Eksaarde niet mee gekapt?

D’hanis «Ik ben geen opgever. En ik was zelf een probleemgeval in het middelbaar: ik heb ooit een tampon in brand gestoken in de klas en de vandaal uitgehangen in het zwembad. En ik ben zelfs eens van school gevlogen omdat ik mijn broek had afgestoken op de brug van Dendermonde, terwijl de leerkracht Duits toevallig net passeerde (lacht). Nu weet ik dat de lessen niet stimulerend genoeg waren voor mij. Daarom ben ik zelf nooit hard tegen leerlingen ingegaan: je moet gewoon met hen praten – ‘Wat vind je hier nu zelf van?’ – en ervoor zorgen dat ze in een omgeving terechtkomen waar ze zich creatief kunnen uiten. Dus wou ik het nog een kans geven. Dat semester in Anderlecht was een positieve ervaring, maar toch was ik opgelucht dat ik ermee kon stoppen: er was één klas waar ik niet goed mee opschoot, waardoor ik in het begin van de week al opzag tegen die lessen. Je moet al sterk in je schoenen staan om daarmee om te kunnen.

»Ik had vooral moeite met het feit dat je als leerkracht jezelf niet kunt zijn. Je moet er eens op letten: heel veel leerkrachten vervormen hun naam op Facebook bijvoorbeeld, zodat niet iedereen hun foto’s van beschonken avonden kan opspeuren (lacht). Na mijn eerste ervaring in Sint-Niklaas ben ik speciaal voor Eksaarde een blazer en aktetas gaan kopen, om er wat professioneler uit te zien. Maar een rolletje spelen, ligt mij niet. Ik voelde me vooral fake.»

HUMO Waarom haken jonge leraren volgens jou snel af?

D’hanis «Je hebt er een bepaalde maturiteit voor nodig – iets wat een 25-jarige nog niet heeft. Ik werd wat aan m’n lot overgelaten. Er is dus zeker extra personeel nodig dat zich om beginnende leerkrachten bekommert. Nu worden de anciens vaak met die taak opgezadeld, maar die hebben al genoeg aan hun hoofd. En leerlingen met leerstoornissen worden – in tegenstelling tot in het hoger onderwijs – niet apart begeleid in het middelbaar. In de drie scholen waar ik heb lesgegeven, moest je daar zelf aandacht aan besteden, maar ik was geen professional: leerlingen met dyslexie gaf ik bijvoorbeeld gewoon meer tijd om een tekst te lezen, en ik was milder in m’n verbetering. Maar ze hebben een leer-, taal- en studiecoach nodig! Daarom heb ik ook m’n twijfels bij het M-decreet (voor meer inclusie in het onderwijs, red.).

»Een ander deel van het probleem is dat het beroep geen achting meer krijgt. Waar beginnen mensen direct over als ze horen dat je leerkracht bent? ‘Amai, dan heb je veel vakantie!’ Ze weten niet hoe stresserend het soms is om voor de klas te staan. Ik heb het indertijd eens uitgerekend: ik was per week wel zéstig uur bezig. Mijn weekends bestonden vooral uit verbeteren, evalueren en lessen voorbereiden. Mensen uit de bedrijfswereld werken ook lang, maar een gewone ambtenaar werkt sowieso minder hard dan een leerkracht. De vakanties zijn geen overbodige luxe: tegen het einde van het schooljaar ben je kapót. Het onderwijs telt niet toevallig een hoog aantal burn-outs.»

HUMO Denk je dat het loopbaanpact dat minister van Onderwijs Hilde Crevits voorstelt – meer begeleiding, werkzekerheid en flexibiliteit – het beroep aantrekkelijker zal maken?

D’hanis «Ik vrees vooral dat met ‘flexibiliteit’ bedoeld wordt: het zien te rooien met minder middelen. Terwijl je net moet investeren! Met meer middelen kun je meer personeel aanwerven: dat is al een goede start. En toon in een campagne dat leerkrachten het níét zo makkelijk hebben als iedereen denkt, en dat het geen soft beroep is dat vooral voor vrouwen weggelegd is: mannen moeten beseffen dat je er heel veel creativiteit in kwijt kunt, en dat je sterk in je schoenen moet staan om een klas aan te kunnen. Zo kan er een mentaliteitswijziging op gang komen en krijg je op den duur ook béter personeel, namelijk: mensen die ervan dromen leerkracht te zijn en het niet puur uit economische noodzaak doen. Want zúlke leerkrachten heb je nodig.»


Isabelle Fassin (27), de geboren leraar

Isabelle Fassin begon vol enthousiasme aan haar carrière in het onderwijs. Maar toen ze na drie jaar al in acht scholen had gestaan en half Vlaanderen had doorkruist, raakte ze gedesillusioneerd.

Isabelle Fassin «Na mijn studie Frans en Italiaans was het voor mij evident om de specifieke lerarenopleiding te volgen, want ik wilde al van jongs af aan leerkracht worden. Ik vind het heel tof om jonge mensen klaar te stomen voor de wereld. Ook al ben je als leerkracht maar een schakel in de ketting: leerkrachten zijn nódig.

'Isabelle Fassin: 'Soms begonnen meisjes zich plots te schminken tijdens de les.'

»Tijdens de lerarenopleiding heb ik de smaak pas echt te pakken gekregen: de stages vond ik fantastisch. Rond de paasvakantie werden alle studenten uit de lerarenopleiding Frans gemaild door het Sint-Ritacollege in Kontich: ‘We zijn op zoek naar een leerkracht Frans, ter vervanging van een zieke collega.’ Ze waren blijkbaar zó wanhopig dat ze tussen de niet-gediplomeerden gingen zoeken. Dus heb ik gesolliciteerd – met succes. Een enorm fijne school: ze incorporeren heel veel wereldse thema’s – zoals holebi’s en armoede – in hun lessen. Ik kreeg er gigantisch veel ondersteuning, had toffe leerlingen en dito collega’s. Zelfs de oudere leerkrachten Frans waren niet uitgeblust: ze staken bijvoorbeeld nog zotte computerprogramma’s ineen voor de leerlingen, zodat die hun grammatica konden oefenen. En er was geen handboek: de leerkrachten maakten zelf dossiers, gebaseerd op de actualiteit. Op het einde van het schooljaar kwam de directeur naar me toe: ‘In september gaat er iemand op zwangerschapsverlof: wil jij niet bij ons beginnen?’ Natúúrlijk wilde ik dat: ik kon meteen na mijn studie beginnen met een fulltimeopdracht – zulke aanbiedingen zijn dun gezaaid.

HUMO En beviel het je?

Fassin «Absoluut. Een paar maanden lang kon ik me uitleven in de lessen en haalde ik er voldoening uit. Daarna ben ik meteen begonnen in een TSO/BSO-school in Brasschaat. Dat was toch wel even aanpassen. De leerstof was bijvoorbeeld compleet anders: verder weg van de literatuur, meer gericht op grammatica. Je kunt die leerlingen niet aan het werk zetten met de woorden: ‘Bereid eens onderling een debat voor’ – daarvoor is hun Frans nog niet sterk genoeg. En sommige leerlingen waren nogal passief. Zo waren er meisjes die zich plots begonnen te schminken tijdens de les.»

HUMO Maar verder viel hun gedrag mee?

Fassin «Elke klas probeert weleens iets. Iedereen kent de klassieker waarbij leerlingen wisselen van naam tijdens de voorstellingsronde. Maar ik hield het dan een maand vol om die leerlingen bij hun verkéérde naam te noemen, en doorstreepte zelfs hun echte naam op hun toetsenblad en schreef de verkeerde erboven: dan is het rap gedaan (lacht). Veel heeft ook te maken met de eerste indruk die je nalaat.

»Na Brasschaat kwam ik in het Onze-Lieve-Vrouwinstituut Pulhof in Berchem terecht en dat was weer volledig mijn ding: ik kon weer onnozel doen en er af en toe een grof mopje tussengooien. Ik heb ooit eens grappend tegen een leerling gezegd: ‘Amai, jij hebt ook het geheugen van een goudvis!’ Maar die kon ermee lachen, omdat hij die opmerking kon kaderen: hij wist dat ik bedoelde dat hij totaal niet aan het opletten was. In BSO/TSO-klassen moet je daarmee opletten, omdat die leerlingen zo’n opmerking persoonlijk nemen en zich beledigd voelen, waardoor ze zich defensief gaan gedragen.

»Het volgende schooljaar is het bergaf beginnen te gaan. In Schoten kon ik vanaf september acht uur per week aan de slag – niet voldoende om mee rond te komen, maar ik heb me daar toch op gestort. Ze beloofden me een volledig schooljaar te houden en zouden moeite doen om extra uren voor me te zoeken. Dus deed ik plots ook secretariaatswerk, en viel ik in voor collega’s. Een heel onregelmatig uurrooster dus. Uiteindelijk ben ik er vertrokken, want ik kreeg plots telefoon van het Sint-Ritacollege: ik kon er 18 uur per week aan de slag – de collega die ik al eens had vervangen, was opnieuw zwanger. Mijn derde jaar als leerkracht begon aangenaam: ik kon stukken van m’n lessen hergebruiken, kende de collega’s en het schoolsysteem, en had zelfs sommige leerlingen opnieuw voor me in de klas. Ik was zelfs klastitularis – toch een soort van prestige. Ik verzorgde ook onderwijs aan huis, aan leerlingen die langdurig ziek waren of het mentaal moeilijk hadden. De directie deed hard haar best om me zo veel mogelijk uren te geven, maar je bent dan wel voor de zoveelste keer aan het investeren in een job zonder de garantie te kunnen blijven. Dat zat me al langer dwars: ik had ondertussen meegedaan aan het toelatingsexamen van de Vlerick Business School in Gent. Toen ik daarvoor geslaagd was, en m’n uurrooster op school op losse schroeven stond, heb ik beslist: ‘Dit kan ik niet blijven doen.’

HUMO Hoewel je het graag deed.

Fassin «Ik had het gevoel dat ik aan het lijntje gehouden werd. Ik ben jong en ambitieus: ik wil het gevoel hebben dat ik iets aan het opbouwen ben. Ik ben toen even gaan werken in een bedrijf: een marketingstage ter voorbereiding van het jaar aan Vlerick, maar dat was niets voor mij. Dus ben ik toch teruggekeerd naar het onderwijs en ben ik op een TSO-school in Sint-Niklaas beland. Daar bleef ik tot ik aan m’n studie marketingmanagement begon. Afgelopen juli ben ik afgestudeerd, en drie dagen later was ik al aan het werk bij een marketingbureau. Ik weet dat ik ooit weer voor de klas zal staan, maar ik moest er gewoon even weg: anders was ik uit frustratie een zuurpruim geworden.»

HUMO Je bent duidelijk een geboren leerkracht.

Fassin «Weet je wat mijn allergrootste frustratie is? Dat net de meest enthousiaste leerkrachten afhaken. Ze hebben zo veel ideeën, energie en moed, maar botsen op een muur. Op een gegeven moment hou je het dan voor bekeken. Terwijl je jongeren gemotiveerd moet houden voor de job waarvoor ze in de wieg gelegd zijn. Het systeem van vaste benoemingen moet weg, maar niet enkel om te voorkomen dat beginnende leerkrachten van het kastje naar de muur gestuurd worden: het zorgt er ook voor dat slechte leerkrachten met een vaste benoeming niet ontslagen kunnen worden. Dat is absurd: bij elke andere job word je bedankt voor je diensten als je het niet goed doet.»


Bram Waents (34), de papierbergbeklimmer

Bram Waents is logistiek coördinator bij een marketingbedrijf, maar eerder stond hij zeven jaar lang voor de klas. In zeven verschillende lagere scholen. Het was de administratieve mallemolen die hem uiteindelijk te veel werd. Hij houdt zijn hand 30 centimeter boven de tafel, een dikke stapel papierwerk suggererend: ‘Als iemand van zijn stoel opstond of met een propje smeet, moest ik daar verslag over uitbrengen.’

'Bram Waents: 'Omdat ouders het gezag van de school niet meer aanvaarden, moet élk voorval in een lijvig dossier worden bijgehouden.'

Bram Waents «Dat zo veel jonge mensen afhaken, verbaast me niet: de magische grens van vijf jaar is mij bekend. De redenen waarom mensen afhaken, lopen sterk uiteen: sommigen hebben om de verkeerde redenen voor de opleiding gekozen. Omdat hun ouders dat wilden bijvoorbeeld, zoals bij mij. Mijn moeder stond in het onderwijs en heeft me ook in die richting gestuurd. Vanwege de jobzekerheid – iets wat veertig jaar geleden misschien nog belangrijk was, maar nu zeker niet meer. Ik was 19 en scoutsleider: tieners vond ik te lastig en kleuters ook – stel dat ik pampers moest gaan verversen. Het is dus lager onderwijs geworden.

»In maart 2007 ben ik officieel afgestudeerd. Maar toen stond ik al voor de klas: je wordt dan ingeschreven als administratief medewerker – om in orde te zijn met de regels. Het was een functieomschrijving waar enige waarheid in zat, zou nadien blijken (lachje). Ik heb het traditionele parcours gevolgd, ben begonnen met interimopdrachten, heb zelfs een tijdje (trekt raar gezicht) kleuterturnen gedaan. In zeven jaar tijd heb ik op zeven scholen gewerkt. Rond Brussel. Intussen kluste ik bij als decorbouwer. Zelfs toen ik eindelijk fulltime les kon gaan geven, in een school voor bijzonder onderwijs in Vilvoorde, bleef ik dat combineren. In de zomers – dan had ik toch veel tijd – werkte ik voor Medialaan, ik deed promowerk. Voor mij was dat een uitlaatklep. In het bijzonder onderwijs krijg je zware thuissituaties voor de kiezen. Kinderen die ’s avonds geen eten hebben. Schrijnende armoede. Gastjes die vier weken aan een stuk dezelfde trui dragen en in de winter zonder jas naar school komen. (Blaast) Dat schud je niet zomaar van je af, zeker niet als jonge gast.»

'Ik ben blij dat de staatsgreep in Turkije tijdens de vakantie heeft plaatsgevonden'

HUMO Hoe heb je je tijd als leerkracht ervaren?

Waents «De eerste vijf jaar waren cruciaal. Als interimaris leer je veel bij van collega’s, maar je loopt ook achterstand op, doordat je je elke keer de aanpak van de school eigen moet maken. Je moet je elke keer weer voorstellen aan nieuwe collega’s en een plek bemachtigen in de leraarskamer. Ik heb in die zeven jaar een groot stuk van de Brusselse rand gezien, maar tegelijk bereikte ik niks. Die jaren tellen wel mee in je loonberekening maar niet voor je vaste benoeming. Als je van scholengemeenschap verandert, begin je telkens helemaal van nul. Maar het ergst van al vond ik de paperassen. In de laatste school waar ik heb gewerkt, vroeg de inrichtende macht erg veel. We moesten minutieus de vordering van elke individuele leerling bijhouden. Ik stond toen in het derde leerjaar, en had een moeilijke klas: er zaten 8 probleemgevallen tussen mijn 24 kadees. Gedragsproblemen. Leerproblemen. En dan is er nog het probleem dat ouders het gezag van de school niet meer aanvaarden. Ze doen moeilijk als je zegt dat hun kind moet blijven zitten, of beter naar het bijzonder onderwijs zou gaan. Daarom wilde de inrichtende macht een stok achter de deur: een lijvig dossier waarin élk voorval – hoe miniem ook – werd bijgehouden. Als iemand tijdens de les naast zijn stoel ging staan: notitie. Iemand gooit een prop? ‘3 februari om 09.24 uur. X gooit met prop.’ Iemand roept? (maakt schrijfbeweging) Een slechte rekensom? Rapport. Op den duur raakte ik niet meer door de stapels papier heen. Ik was erg geïrriteerd. Ik had intussen zelf twee kinderen en als ik thuiskwam, was ik snauwerig, ik verdroeg niets meer, had steeds vaker ruzie met mijn vrouw. Het laatste anderhalf jaar was ik gewoon niet meer gelukkig. En toen liep mijn laatste contract af. Dat heeft de doorslag gegeven: ik heb niet meer naar iets nieuws gezocht. Nochtans moest ik een huis afbetalen. Ik heb een tijdje decors gebouwd, maar ben uiteindelijk logistiek coördinator geworden bij een field marketing-bedrijf. Ze leiden verkopers op – bijvoorbeeld van de Mediamarkt, als die een nieuw toestel moeten aanprijzen. Toen ze verhuisden, heb ik mee de logistieke afdeling uit de grond mogen stampen.»

HUMO Geeft je nieuwe job je evenveel voldoening?

Waents «Het is misschien op maatschappelijk vlak minder nuttig, maar ík voel me nuttiger. De klant geeft meteen feedback. Een leerling niet, en ouders al helemaal niet. Niemand komt in het onderwijs zeggen: goed gedaan. Als we nu – onder tijdsdruk – nog iets geklaard krijgen voor een klant, is die dankbaar: ‘Fijn. Merci.’ En op het einde van het jaar word je geëvalueerd: dat soort directe feedback ontbreekt in het onderwijs. Vroeger had je zoiets als mentoruren: oudere leerkrachten werden een aantal uren vrijgesteld om jonge collega’s wegwijs te maken. Bij hen kon je terecht met vragen. Doe ik het goed? Hoe moet ik een oudercontact aanpakken? Hoe gedraag ik me in de leraarskamer? Die mentoruren waren nuttig, maar ze hebben ze afgeschaft. Geldgebrek, zeker?»

HUMO Sta je er nu financieel beter of slechter voor?

Waents «Ik heb eerst een stap terug moeten zetten: in het begin kreeg ik netto minder dan in het onderwijs. Daar stonden wel extralegale voordelen zoals maaltijdcheques, een gsm en een computer tegenover, en intussen sta ik qua loon weer op hetzelfde niveau. Maar ik ben nu wel al twee jaar niet meer ongelukkig. Ik verdraag veel meer van mijn kinderen. Niet alles, maar genoeg (lacht).»


Dieter Fuchs (31), de blijver-idealist

We treffen Dieter tijdens de laatste dagen van een lange zomervakantie, maar later vandaag wordt hij alweer verwacht op het atheneum van Willebroek. Hij vat er volgende week zijn zevende schooljaar als leraar Nederlands-Engels aan. Fuchs heeft tot nog toe in het tweede, vijfde en zevende jaar beroepsonderwijs gestaan. En in het vierde, vijfde en zesde jaar technisch onderwijs. En in de secundair-na-secundairopleiding internationale logistiek. Een zottekesspel, kortom, maar hij weigert op te geven.

'Dieter Fuchs: 'Ik vind de multiculturele achtergrond van onze leerlingen eerder een rijkdom dan een probleem.'

Dieter Fuchs «Ik ben al acht jaar leerkracht, en het heeft er altijd in gezeten. Misschien is het iets genetisch: mijn moeder stond ook in het onderwijs. Ik zat zelf op een heel goeie maar blanke eliteschool, Sint-Gabriël in Boechout, waar ik Nederlands kreeg van een bevlogen leerkracht: hij heeft mijn interesse voor literatuur aangewakkerd. Toen ik hem aan het einde van het jaar zei dat ik dezelfde weg wilde inslaan, zei hij: ‘Niks voor u.’ Ik was niet de euh... allerbéste student (lacht). Maar ik ben wel koppig: ik had me voorgenomen om stage te lopen bij díé leerkracht. Dat is gelukt en ik heb er een heel goed verslag aan overgehouden.»

HUMO Wat sprak je aan in een job als leerkracht?

Fuchs «Verschillende aspecten. Het overdragen van kennis, bijvoorbeeld, maar ik wilde zéker jongeren weerbaar maken: hen helpen hun weg te vinden in een samenleving die toch niet zo vanzelfsprekend is.

»Toen ik mijn moeder vertelde dat ik haar voetsporen wilde drukken, vond ze dat een goed idee. Mijn vader niet: hij had een hekel aan het onderwijs gekregen, omdat mijn moeder zo vaak ’s avonds moest werken. Als hij van het werk kwam, begon zij aan haar tweede dagtaak. Dat heeft mij niet afgeschrikt. Ook al onderschatten veel mensen de lesvoorbereidingen, de taken en het verbeteringswerk. Zelfs studenten die in het onderwijs willen stappen. Ik heb er tijdens mijn opleiding niks over gehoord: ze focussen op het lesgeven zélf. Op pedagogiek. Met veel omhaal wordt dan gesteld dat ‘élke leerling intrinsiek wil bijleren’. Onzin, natuurlijk: het zijn tieners die naar school komen omdat ze móéten, maar het liefst met rust gelaten worden. De lerarenopleiding staat mijlenver van de realiteit: over de administratieve taken wordt niet gerept.

»In 2008 was ik afgestudeerd. Ik heb eerst nog drie maanden rondgereisd en vanaf januari stond ik voor de klas, in het atheneum van Boom. Ik had gewoon gereageerd op een vacature voor een vervanging bij de VDAB. Ik heb een lessenrooster gekregen en ben begonnen. Simpel. Nadien had ik het geluk dat ze in Willebroek, in een school van dezelfde scholengroep, ook iemand zochten. ‘Willebroek?’, zeiden sommigen in Boom. ‘Ai.’ (Lacht) Ik ben vertrokken met een lichte aarzeling, maar het is ontzettend goed meegevallen.

HUMO Wat was er anders?

Fuchs «Willebroek is een middelgrote school: zeshonderd leerlingen. ASO, TSO én BSO. Andere koek dan Sint-Gabriël, zeer divers. Turkse Belgen, Marokkaanse Belgen. Centraal-Afrikanen uit Brussel. Veel leerlingen spreken thuis Frans of Engels, een minderheid spreekt zelfs geen Nederlands. Toch willen ze per se Nederlandstalig onderwijs volgen. En dat geeft problemen. Qua leerinhoud: ze begrijpen niet altijd wat je vertelt of wat je verwacht. Als ze zelf Nederlands spreken, maar hun ouders niet, is dat ook moeilijk: op het oudercontact moeten de leerlingen voor hun ouders vertalen wat ik over hen vertel. Je kunt alleen maar hopen dat ze eerlijk zijn (lacht).

»Diversiteit brengt spanningen met zich mee, wat bij momenten resulteert in tuchtproblemen. Sommige leerlingen hebben het moeilijk om het gezag van een vrouwelijke leerkracht te aanvaarden. Als man heb ik het makkelijker. En ik laat mijn baard zelfs staan om het mezelf nóg iets makkelijker te maken. Bij Turkse jongens gaat het wel andersom: bij mannelijke leerkrachten willen zij hun mannelijkheid net laten gelden.

HUMO Leidt dat tot incidentjes?

Fuchs «Zeker niet elke dag, maar het komt voor: Afrikaanse jongens gaan op een andere manier om met meisjes en Turkse jongens zijn daar heel gevoelig voor. De buitenlandse politiek sijpelt ook bij ons binnen. Ik ben blij dat de staatsgreep in Turkije tijdens de vakantie heeft plaatsgevonden, maar het zal straks meespelen op de speelplaats. Toch wil ik zeker geen negatief beeld ophangen. Ik vind de multiculturele achtergrond van onze leerlingen eerder een rijkdom dan een probleem. Ik werk in mijn lessen actief rond racisme, kansarmoede en discriminatie. Ik geef mijn leerlingen statistieken, om ze te tonen dat mensen met een taalachterstand moeilijker toegang hebben tot het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt. Ik sluit niets uit, maar ik zie me niet snel weer op een school als Sint-Gabriël staan. Daar spraken we ook over racisme, discriminatie en homofobie, maar dat waren abstracte begrippen. Deze school staat veel dichter bij de realiteit. Onze leerlingen voelen zich in de maatschappij veel vaker gediscrimineerd. Pas op: ze roepen snel ‘racisme’ wanneer het hun uitkomt, hoor, maar het overkomt hun ook écht. Ik leer hun ermee om te gaan. Ik leer ze Nederlandstalige liedjes. Die kennen ze niet. Sommigen hebben nog nooit van Bart Peeters gehoord. Of van Charles Michel. Ik zeg dan altijd: hoe willen jullie meedraaien in deze samenleving als jullie er de facto buiten staan? Ze zeggen: ‘Dat interesseert ons niet, meneer.’ Maar van de Turkse politiek weten ze alles.»

HUMO Waarom haken volgens jou zo veel jonge leerkrachten af?

Fuchs «De werkzekerheid is laag. Iedereen begint met interimcontracten waarmee je niets opbouwt. Je vervangt negen maanden een leraar die afwezig is, en vlak voor de vakantie keert die terug, waardoor het vakantiegeld niet naar zijn vervanger gaat. En het jaar nadien is het weer van dat. Je moet het geluk hebben dat ik heb gehad: drie jaar lang binnen dezelfde groep kunnen werken. Dan hoef je op het einde van het jaar niet meer ontslagen te worden om bij het begin van het volgende schooljaar opnieuw aangenomen te worden. Maar ik heb nog altijd geen garanties: ik ben nog altijd maar voor één uur vast benoemd. Om te krijgen waar je recht op hebt, moet je trouwens een hoop administratie indienen en ik ben niet zo sterk in administratie. Of je een goede leerkracht bent of niet, is dan niet meer zo belangrijk: als je papierwerk maar in orde is.

»Bij het begin van vorig schooljaar had ik een voltijdse lesopdracht, maar al snel bleek dat er te weinig leerlingen waren ingeschreven. Ze hebben klassen bijeengevoegd, waardoor ik – de talen zijn altijd de eerste vakken die sneuvelen – zes uur ben kwijtgespeeld. Toen heb ik de kans gekregen om op het secretariaat te gaan werken. Ja, gekrégen: het was een gunst. Ik kan het me niet veroorloven om niet voltijds te werken.»

HUMO Het is onvoorstelbaar hoe onzorgvuldig de samenleving omspringt met mensen die zo’n cruciale functie vervullen.

Fuchs «Blij dat je het zegt (lacht). Leerkracht was ooit een respectabel beroep, nu een stigma.

»Ik hou vol omdat er niets is wat ik liever doe. Je stapt niet in het onderwijs om het gemakkelijk te hebben. Ze bestaan nochtans, de meestal iets oudere leerkrachten die hun lessen aframmelen en voor de rest weinig moeite doen. Maar daar put je weinig arbeidsvreugde uit. Ik weiger op te geven omdat ik mijn rol wil blijven vervullen en jonge mensen wil klaarstomen voor de 21ste-eeuwse samenleving. Als leraar wil je het verschil maken. En vaak lukt dat ook. Héél af en toe krijg je daar zelfs erkenning voor. Héél af en toe komt een leerling – al is het jaren later – naar je toe: ‘Bedankt. Ik doe nu dit of dat en jij hebt mij er jaren geleden doorgetrokken.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234