null Beeld

Heleen Debruyne: 'Allah in de taxi'

‘Mag ik iets vragen?’
Natuurlijk mag deze alleraardigste taxichauffeur me iets vragen. De weg naar Gent is lang en donker, we zitten nog minstens drie kwartier met elkaar opgescheept, maar zo voelt het niet. We praten over zijn lastigste klanten, over mijn werk, over het verschil tussen zijn geboorteland Frankrijk en mijn België, dat hij maar een rommeltje vindt. Nu gaat hij vragen of ik een vriend heb, vermoed ik – zo gaat het meestal.

‘Geloof jij?’

Deze man wil me helemaal niet versieren, maar, veel vervelender, bekeren. ‘Nee,’ zeg ik. Zijn vriendelijke gezicht betrekt een beetje.

Ooit heb ik nochtans een week lang geloofd. De juf van mijn katholieke kleuterschool vertelde me de verhalen die mijn ouders te onnozel vonden. Dat je gunsten kon vragen aan een lieve, oude man in de hemel, schiep mogelijkheden in mijn kleuterhoofd. Mijn moeder betrapte me bij een kaars, handjes gevouwen, hoofdje gebogen, prevelend. Even had ze spijt van haar keuze voor het katholieke onderwijsnet. Om dergelijke uitschuivers te vermijden legde ze me kalm maar gedecideerd uit dat ik niets moest geloven van wat leraren en priesters me over God, Jezus of de Heilige Geest vertelden. ‘Dat zijn gewoon oude verhaaltjes voor grote mensen’, zei ze. Vanaf die dag bedelde ik alleen nog bij mijn grootmoeders om gunsten.

‘Zoveel goede mensen geloven niet’, zegt hij. ‘Zo jammer.’

Dat ik behoorlijk gelukkig ben, zo zonder illusies, probeer ik.

‘Omdat je hem niet kent’, zegt hij. ‘Allah.’

Ik zie een opening, gooi het over de historische boeg. ‘Ah, maar ken jij Hém, of de Koran?’ Hij luistert heel beleefd naar mijn verhaal over teksten die mensenwerk zijn, de historische context en de potentieel slordige overlevering. Net zoals zoveel goedbedoelende gelovigen van alle strekkingen is hij selectief ontvankelijk voor de heilige tekst. De mooie passages over naastenliefde en toewijding bejubelt hij, de gewelddadige stukken wuift hij weg. ‘Als het hele boek het woord van God is, waarom zou je dan alleen de vriendelijke passages gehoorzamen?’ wil ik weten. Als een doorgewinterde politicus glibbert hij om mijn vraag heen, zo vaardig dat ik zeker ben dat deze man niet gelooft uit simpelheid van geest.

‘Je moet het gewoon ervaren’, zegt hij. ‘Als je de Koran hardop leest, in het Arabisch, dan wordt alles één, wordt alles liefde, krijgt alles zin. Dan los jij op in het hogere, en niets is heerlijker.’

Nu begrijp ik het. Het voelt gewoon lekker, dat geloven. Hij beschrijft zijn ontmoetingen met Allah even bloemrijk als ik de beste vrijpartijen navertel. Natuurlijk kunnen mijn rationele praatjes niet tippen aan mystieke extase, extase waarin ook nog eens de belofte van een hiernamaals schuilt. ‘Ik ben jaloers,’ zeg ik maar eerlijk, verslagen. Het dagelijkse geploeter om mezelf te doen geloven dat mijn kleine aardse bestaan wel de moeite waard is, voelt plots vermoeiend. We rijden Gent binnen. Hij geeft me een korting van 5 euro. ‘Ik heb al lang niet meer zo goed gepraat’, zegt hij, glunderend. Ik ben een onwaardige apostel van het atheïsme, denk ik.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234