Heleen Debruyne: 'Bejaarde op de dansvloer'

‘Jezus zeg, dat klinkt alsof ze wegenwerken aan het uitvoeren zijn.’
‘Zie je die pupillen? Ik denk dat ie-de-reen hier aan de pillen zit.’

Als knorrige bejaarden dwalen we over de enorme festivalweide van Lowlands. ‘Wat is nu de meerwaarde van dit live-optreden? Het geluid trekt op niets en ik denk dat hij playbackt.’ We zijn hier alleen maar omdat ik net zelf moest optreden – verbazend genoeg heeft dit festival een literatuurtent, die, nog verbazender, nokvol zat. Sinds mijn ontmaagding in een te warm tentje op Pukkelpop ben ik niet meer op een groot festival geweest. Ik was 17 en nog niet helemaal in het reine met mijn voorkeuren. Het was nog te vroeg om aan mezelf toe te geven dat ik liever in kleine cafés drink, in woonkamers dans en op mijn sofa naar muziek luister.

Wat zijn de dingen veránderd, knorren wij, bejaarden. Vroeger waren we al blij met bier en slappe frieten, nu slaan ze je hier om de oren met gezonde burgers en sapjes, gerechten met van over de hele wereld ingevlogen ingrediënten. In 2005 was ik al teleurgesteld over het ontbreken van de innige verbondenheid, waar ik door te vaak naar filmpjes van Woodstock te kijken op had gehoopt. Toen betekende muziek nog iets, geloofde ik, naïef als ik was. Nu ik zoveel mensen dit festival zie beleven door de lenzen van hun smartphones, lijkt de verbondenheid nog minder in de lucht te hangen. Ik tik mezelf op de vingers: ik mag een verleden dat ik niet heb beleefd niet idealiseren. Die verbondenheid overleefde de duur van de trip vast niet. En hoe politiek was Woodstock, al bij al? Wat hebben die protestliederen nu écht opgeleverd? Het was hoog tijd dat er getornd werd aan het vanzelfsprekende gezag van Kerk en Staat, maar de wereldwijde tegencultuur van de jaren 60 had bitter weinig weerslag op het beleid.

Wie wel garen spon bij de hang naar tegendraadsheid, waren de reclamemakers. Mensen die zich een individu voelen, lopen er ook graag zo bij. Om uit te drukken hoe bijzonder je bent, heb je de juiste attributen nodig – kleren, platen, camera’s, kapsels, drankjes, motoren – en die moet je kopen. Zelfs een multinational als Coca-Cola probeerde zich die tegencultuur toe te eigenen. In een beroemd reclamefilmpje uit 1971 zingen blije hippies van overal ter wereld broederlijk verbonden, in perfecte harmonie, dat ze de wereld een Coke willen kopen.

Zo zijn festivals dus al lang geen tegencultuur meer, maar een zomers uitstapje geworden, een duur te betalen beleving. We passeren strak ontworpen standjes waar street clothes verkocht worden. Hoe street zijn die sweaters nog, als ze in zulke afgeborstelde boetieks hangen, die veel betaald hebben om een standje te openen op een al even afgeborsteld festival? Ik zou me hier makkelijk kunnen verliezen in cynisme, merk ik. Maar liever gaat deze bejaarde zich toch maar even verliezen op de dansvloer. Ik moet toegeven: dit winstgevende massa-escapisme voelt bijna lekker. Nog één drankje, dan.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234