Heleen Debruyne: 'De literaire canon'

De positie van de vrouw in de literatuur, het is iets waar ik zelden wakker van lig. Zeker, de shortlists van de literatuurprijzen zijn nog steeds vooral mannelijk, en heel erg blank.

Maar de literatuurbijlagen worden druk bevolkt door vrouwelijke schrijfsters, die juichend worden besproken en onder de prijzen bedolven. Naïef-optimistisch geloof ik ondertussen dat de vrouw zich best lekker voelt in de literatuur.

Waar ik wel al eens wakker van lig, zijn al die vrouwen die ooit debuteerden, ook juichend onthaald werden, maar ondertussen zo goed als vergeten zijn. In Vlaanderen werd vorig jaar met veel bombarie een literaire canon voorgesteld. Die canon wil een leidraad zijn voor ‘leraren, leesclubs, bibliothecarissen, uitgevers, theatermakers, cultuurministers, televisiemakers en andere lezers van vandaag’. Eénenvijftig prachtige boeken zijn het, maar de werken van vrouwen zijn op één hand te tellen. Die ‘nieuwe’ canon verschilt vermoedelijk niet wezenlijk van de informele canon die er al was. Dat moest ik, zelf ook een product van leraren, leesclubs, bibliothecarissen, uitgevers, theatermakers, cultuurministers en televisiemakers, toch vaststellen: ik kon geen illustere voorgangsters bedenken.

Daarom begon ik min of meer vergeten schrijfsters uit de stoffige plooien van de literatuurgeschiedenis te kloppen. Mijn obsessie begon met Simone de Beauvoir. Nog bekend van haar lastig te lezen feministische kritieken, maar niet meer als romancière – haar magistrale romanoeuvre is in het Nederlands nauwelijks nog te krijgen. Waarom krijgen scholieren Camus voorgeschoteld, en niet ook een – nochtans toegankelijk geschreven – novelle van De Beauvoir?

De volgende die ik afstofte: Irmgard Keun. Waarom worden Joseph Roth en Stephan Zweig – volkomen terecht – de laatste jaren volop herdrukt en vereerd, maar weet haast niemand nog wie Keun was? Als mensen haar hier al kennen, dan is dat vooral als minnares van Roth. Keun en Roth hokten samen in ballingschap in Oostende, op de vlucht voor het naziregime. Maar Keun schreef ook prachtige boeken, die de verwarrende en jachtige tijd van de Weimarrepubliek beeldend treffen. Ze voert jonge vrouwen op die zich proberen op te werken, als typiste of met hun lichaam. Dan is er nog Mary McCarthy, de hilarisch scherpe chroniqueur van het intellectuele New York van voor de Tweede Wereldoorlog. Of Doris Lessing, Djuna Barnes, Carry van Bruggen. De lijst is eindeloos en mijn kennis al te beperkt. Ze schrijven zo prachtig over vrouwen en hoe zij door hun klein gehouden leven ploeterden. Waarom kwamen zij niet in het vizier van wie het ook zijn die informele canons samenstellen? Virginia Woolf wist het al: ‘Dit moet een belangrijk boek zijn, denkt de criticus, want het gaat over oorlog. Dit moet een onbelangrijk zijn, want het gaat over de gevoelens van een vrouw die in haar salon zit.’ De geschiedenis is achteloos: wat machtige stemmen haar niet keer op keer doen napraten, vergeet ze. Vrouwen waren nooit de luidst roepende stemmen. Ondertussen zitten we hier niet meer zo vast in onze al te kleine vrouwenlevens – laten we dus niet vergeten de lof van onze voorgangsters luid te verkondigen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234