Heleen Debruyne - De plantrekkers

1988 ontvouwt zich stilaan als een vruchtbaar jaar voor de Letteren: zowel Lize Spit – ‘Het smelt’ ligt vast netjes uitgelezen op uw nachtkastje – als Heleen Debruyne zagen in dat jaar het levenslicht. Debruyne fungeert al een tijdje als een Stem in het Vlaamse medialandschap, zij het eentje die haar versterkers zorgvuldig selecteert: ze werkt bij Klara, schuift soms aan in ‘Van Gils & gasten’ en heeft haar eigen podcast, ‘Vuile lakens’, waarin ze de morsige kant van seks verkent.

Ook in haar debuut bewijst Debruyne dat twee wijnen uit eenzelfde jaar een totaal andere afdronk kunnen hebben. Want waar ‘Het smelt’ als een razende sneeuwbal de literatuur kwam binnendenderen, leest ‘De plantrekkers’ als een voorzichtige, maar parmante voet tussen de deur.

Net als ‘Het smelt’ is Debruynes debuut duidelijk op Vlaamse leest geschoeid: de ge’s en gij’s zijn ook hier niet van de lucht. Debruyne heeft er eveneens een handje van weg om de Vlaming, en dan vooral zijn tomeloze ondernemingszin, in zijn hemd te zetten. De schrijfster plant gelukkig ook enkele buitenbeentjes in Roeselare, haar oer-Vlaamse decor, die de boel wat leven komen inblazen: ‘Misschien begrepen zij waarom mensen die je al tig keren had gezien, je niet groetten op straat.

Of waarom mensen zweren bij de Heilige Drievuldigheid van de maaltijd: stukje vlees, aardappelen en platgekookte groentjes.’ Op z’n best doet ‘De plantrekkers’ wat denken aan ‘Bevergem’, dat West-Vlaamse curiosum waarin tegelijk universele thema’s werden behandeld. Ook ‘De plantrekkers’ heeft als grondmotief de menselijke drang om zichzelf mooier voor te stellen dan-ie is. Lionel, het personage dat die eigenschap perfect belichaamt, lijkt zelfs als twee druppels water op Claude Delvoye, de plantrekker par excellence uit ‘Bevergem’.

‘De plantrekkers’ loopt vol met van die gemankeerde figuren, en leest zo als een echte ensemble-roman. Zeurkousen zouden kunnen opperen dat Debruyne het zichzelf gemakkelijk gemaakt heeft en haar debuut eigenlijk meer een bundel kortverhalen is dan een roman. Wij spreken liever van een moedige zet: tegenover de karrenvracht schrijvers die in hun debuut het pluis in eigen navel verkennen, werkt de weidse blik van Debruyne juist verfrissend. De spilfiguur van haar ensemble is Willem, ‘meester in het onderdrukken van eventuele grote verlangens en ambities’, wiens gezapige leventje grondig overhoop wordt gehaald door zijn broer, de gehaaide Lionel dus, en – vooral – de reeks buitenlandse vrouwen die in zijn zog volgen.

Debruyne discrimineert daarbij niet: de mannen en de vrouwen in ‘De plantrekkers’ struikelen over hun eigen tekortkomingen, gedragen zich egoïstisch en proberen elkaar voortdurend de loef af te steken. Als herder van dat hoopje ongeregeld balanceert Debruyne perfect tussen liefdevol mededogen en wrange kritiek – een talent dat we graag ontwaren in beginnende schrijvers. Hier en daar blijft het oog in ‘De plantrekkers’ nog aan een stroeve zin haken, maar geen zorgen: die Debruyne, die trekt haar plan wel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234