Heleen Debruyne: 'De vrouw van Tinder'

Zij roert in haar thee, een brouwsel vol brokjes van echte vruchten. Ik nip van mijn koffie. Ik zit op een terras met een vrouw die ik op Tinder heb ontmoet. Een man die ik van Tinder ken, komt voorbijgewandeld, ook hij wil zonlicht opzuigen voor het weer gaat regenen. Lente in België, weet je wel. Hij is één van de betere Tindervangsten, ik geloof dat we zelfs vrienden zouden kunnen worden. ‘Stoor ik?’ vraagt hij. Het zijn boeiende tijden.

Hij stoort niet, zeg ik. Hij schuift aan, laat de ijsblokjes ronddraaien in zijn glas icetea. Als deze situatie ongemakkelijk is, merk ik het niet. Naar het schijnt ontbreekt het mij aan voel-sprieten voor andermans ongemak. We kunnen goed praten, de man en ik, snel en veel. De vrouw luistert geamuseerd, vermoed ik. Onze handtassen zijn van hetzelfde merk – gemaakt van gebruikte plastic flessen. Voor de ingewijden zijn onze tassen aflaten voor onze vage schuldgevoelens over het klimaat, de wereld, ons geografisch geluk. ‘Hebben jullie dat ook,’ begint zij, ‘dat jullie minder lezen dan jullie zouden willen?’

Klasse heeft nog weinig met opzichtig pronken met bezit te maken, maar alles met bewustzijn en opleiding. De leden van de elite herkennen elkaar aan subtiele signalen, volgens sociologe Elizabeth Currid-Halkett. Gelijkgestemden knikken goedkeurend naar elkaars biologische hummus, leesvoer en gebrek aan protserige wagens. De man van Tinder herkent dat wel-willen-maar-er-toch-niet-aan-toekomen-want-druk-druk inderdaad, en is daarom lid geworden van een boekenclub. De clubleden lezen vooral Nederlandstalige debutanten, bespreken die op restaurant om het daarna snel op een zuipen te zetten.

Zij heeft zichzelf verboden om nog naar series te kijken, want, zegt ze, ze vóélt gewoon hoe die regisseurs harpoenen naar haar brein schieten, stomme verhaaltechnische trucjes gebruiken die haar tegen haar wil verslaafd maken. Ik luister. Dit is mijn publiek. Plots vind ik mijn beroep nogal vergeefs, extreem gedateerd ook. Maar dat is hoogmoed. Schrijven is ook maar dat: een beroep. Eén van de weinige waarvoor ik – onhandig, chaotisch, alleen sociaal als mijn hoofd er naar staat – geschikt ben. Nederig produceer ik tekst, in de hoop dat wie Currid-Halkett de elite noemt, er plezier aan zal beleven.

‘Als over honderd jaar nog één of andere krolse minnaar één van mijn regels in het oor van zijn geliefde zou fluisteren, dan zou mij dat wel behagen,’ zei Hugo Claus ooit vals of oprecht bescheiden over zijn literaire nalatenschap. Gedichten schrijf ik niet, erotica zelden. Zelfs daar kan ik dus niet op hopen. Maar waarom zou ik meer willen zijn dan het vage goede voornemen van twee welbespraakte mensen? Mensen die straks naar huis gaan, even twijfelen om een boek vast te nemen, en dan toch maar Netflix openklikken en het ondertussen weer op een swipen zetten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234