Heleen Debruyne: 'Een zwangerschap wordt pas een kind als de moeder dat zo wil'

Ik radicaliseer. Principieel ben ik al jaren voor legale abortus, al was het maar omdat anticonceptie feilbaar is en vrouwen er sowieso voor kiezen om ongewenste vruchten af te drijven – dan liever niet in smerige achterkamertjes.

Sinds ik zelf zwanger ben, kan ik mijn kalmte in de discussie niet meer bewaren. Ik sta klaar om mijn logge lijf op de barricaden te gooien telkens als ik lees dat Alabama, Missouri of Georgia de abortuswet aanscherpt. Als ik denk aan alle tot het einde voldragen ongewenste zwangerschappen in Brazilië, Honduras, Saudi-Arabië, Andorra, Malta en nog tientallen andere landen, word ik afwisselend woest en wanhopig.

Een zwangerschap is een aanslag op het lichaam. Ik heb geleerd wat het betekent om drie maanden lang elke minuut van de dag misselijk te zijn – die ‘ochtend’ in ‘ochtendmisselijkheid’ is een leugen om vrouwen niet op voorhand te ontmoedigen. Ik ben voortdurend moe, duizelig, vergeetachtig. Mijn hormonen dwingen me regelmatig in een toestand van diepe wanhoop. Mijn onderrug zeurt. Ik heb meer puisten dan toen ik 14 was. Al te vaak stekende hoofdpijn. Dat ik überhaupt nog werk kan verrichten, vind ik een klein mirakel. Mijn bewondering voor het doorzettingsvermogen van zwangere serveersters, winkelbedienden en koks is groot. Ik moet nog een paar maanden volharden: er staan me in het beste geval nog kreunende gewrichten, harde buiken en bandenpijnen te wachten. En dan de bevalling. Het herstel dat minstens een paar maanden duurt. Striemen, slappe huid en andere blijvende veranderingen – meestal esthetisch van aard, maar laten we niet doen alsof dat geen enkele invloed heeft op het geestelijk welzijn.

Omdat ik het zelf wil en omdat ik weet dat het voorbijgaat, kan ik het allemaal net opbrengen. Sommige vrouwen beschrijven de zwangerschap als een gelukzalige toestand – ik benijd ze. Maar zelfs voor hen gelden de statistieken: een abortus is veel minder gevaarlijk dan een zwangerschap uitzitten en een kind baren. Iemand tot pijnen en angsten en lichamelijke risico’s verplichten? Je zou het marteling kunnen noemen. Het verbaast me niet dat het aantal kinderen dat ter adoptie wordt afgestaan meteen enorm daalt als abortus legaal wordt. Legaal, nodig, maar nooit makkelijk. Dat zie je in de taal. Op sites van abortuscentra gaat het droog over het beëindigen van ‘de zwangerschap’. Alle informatieve sites voor toekomstige moeders – tot ergernis van de verwekker van ons kind richten die zich nooit tot toekomstige vaders – noemen dezelfde klomp cellen al vanaf de eerste dag na de bevruchting ‘baby’. ‘Je baby is nu zo groot als een pruim!’ lees ik. ‘Nu worden de hersentjes gevormd!’ ‘Het hartje van je kindje klopt.’ Tegenstanders van abortus noemen dat dubbele taalgebruik hypocriet, een bewijs van de morele bedenkelijkheid van abortus. Ik vind het mooi. Het leven begint niet bij de bevruchting, maar met de wens om ouder te worden. Zonder intentie is er niets. Een zwangerschap wordt pas een kind als de moeder dat zo wil.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234