Heleen Debruyne: 'Ik ben van niemand'

‘Dat is wel iemands dochter, hè.’ Dat zeggen welmenende mensen graag, wanneer ze zich boos maken over seksueel geweld of grensoverschrijdend gedrag.

‘Dochter’ is ook te vervangen door ‘zus’, ‘moeder’, ‘nicht’, ‘vrouw’ of ‘lief’. ‘Mag iemand jouw vrouw betasten?’ prijkt in Antwerpen op affiches, boven mooi gestileerde foto’s van vrouwen met symmetrische gezichten. Of de prachtige retorische vraag: ‘Mag iemand jouw moeder een hoer noemen?’

Die beelden maken deel uit van de campagne tegen seksuele intimidatie die de stad Antwerpen sinds vorig jaar voert. Telkens als ik die posters zie, krijgt mijn hoop voor de toekomst van de mensheid een kleine knauw.

Ik snap die campagnemakers: de menselijke empathie heeft zo haar grenzen. Ons brein kan zich vooral inleven in leed dat onze naasten moeten doorstaan. Die slogans moeten dus de empathie in gang trappen van de knulletjes die op straat al eens ‘hoer’ sissen naar passerende vrouwen. Het ‘altijd iemands vrouw-moeder-zus’-argument wérkt. Mannen gruwen bij het idee dat andermans tengels aan hun vrouw zitten.

Het argument is misschien extra doeltreffend omdat het appelleert aan een oeroude, kwalijke kijk op vrouwenlichamen. Je ziet het al in de vroegste sedentaire samenlevingen: de vrouw baart de kinderen, dus de vrouw moet in haar bewegingsvrijheid worden beperkt. Want welke vent wil dat zijn door ploeteren en ploegen bijeengescharrelde bezit doorgegeven wordt aan kroost uit andermans zaad? Van Babylon tot Saudi-Arabië vandaag: een vrouw is van haar vader. Tot ze trouwt. Dan krijgt de echtgenoot haar lichaam ter beschikking. De geest krijg je er gratis bij, al blijkt die moeilijker te kluisteren. Als een vrouw verkracht wordt, is dat vooral beledigend voor de man die haar bezit.

Klinkt achterlijk, barbaars? In België was een gehuwde vrouw tot 1958 ‘handelingsonbekwaam’ – ze stond dus onder de voogdij van haar man. In de praktijk betekende dat dat ze geen eigendommen kon verkopen of contracten mocht tekenen zonder de handtekening en dus de goedkeuring van haar echtgenoot. Pas in 1958 kreeg ze zelfbeschikkingsrecht. En pas in 1981 werd het erfrecht zo gewijzigd dat weduwen – net als alle andere erfgenamen – vrij over de erfenis kunnen beschikken. Met zo’n lange, deprimerende geschiedenis is het misschien niet verwonderlijk dat een vrouwenlichaam nog steeds meer respect krijgt wanneer het ‘van iemand is’. Zo’n hardnekkige denkpatronen krijg je niet op een paar decennia uit de hoofden geschud.

Ik ben van niemand. Dat is geen holle feministische kreet die me moet helpen mijn persoonlijke ontwikkeling te voltooien, geen empowerende slogan om op een T-shirt te drukken. Dat is gewoon de wet. Ik ben van niemand, en desondanks mag je me niet ongewenst aanraken. En toch roep ik soms, moegetergd, hypocriet, dat ik ‘wel een verloofde heb’ wanneer een bijzonder hardnekkig mannetje me lastigvalt. Ik heb niet elke dag het geduld om de fundamenten van onze rechtsstaat uit te leggen. Het werkt: dan druipt zo’n mannetje snel af. En voel ik me viezer door mijn eigen lafheid dan door zijn onbetamelijke voorstellen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234