Heleen Debruyne: 'Perverse kunst van mannen'

Daar zit ze, achterovergeleund, ogen dicht, snoezige sokjes, en een flits van een witte – kinderlijke – slip. Aan de voeten van het meisje likt een kat room van een schoteltje – de dubbele bodem mag u er zelf in zoeken.

‘Therese Dreaming’ van Balthus is een schilderij waar je lang naar blijft staren, met groeiend ongemak. Onlangs kreeg het New Yorkse Metropolitan Museum een petitie voorgeschoteld: dat doek seksualiseert een veel te jong meisje en moet dus weg. Ook Egon Schiele, bekend van zijn expliciete, vlezige naakten, moest er in 2017 aan geloven: de Londense metro weigerde posters van zijn werk op te hangen. Schiele hield er naar de normen van de bourgeoisie een te liederlijk leven op na, maar zijn seksuele voorkeuren lagen niet bij piepjonge meisjes.

Hoe verknipt de verhoudingen tussen de oudere Balthus en zijn weerloze model ook waren, de plotse heisa brengt me in de war. Prachtige prenten van halfgeklede of naakte vrouwen, meisjes vaak nog, geschilderd door geile mannetjes, zijn niets bijzonders. Musea en kerken hangen vol met naakten, van oude en nieuwere meesters. Schilders zoeken al eeuwenlang excuses – obscure mythologieën, het scheppingsverhaal – om het vrouwenlijf te penselen. Pas vanaf de negentiende eeuw raakten vrouwelijke naakten met een expliciet erotische ondertoon in zwang – denk de Olympia van Manet of de Odalisk van Ingres. Die schilderijen verkochten vlot: onder het genot van een goed glas wijn gniffelden burgermannen in de herensociëteit over hun nieuwste prikkelende aanwinst. Al sinds mijn vader me op reis elke kerk insleurde – kijk, dat is barok, dat is rococo, goed onthouden, komt later nog van pas – ben ik gewend aan die hoop geschilderd vrouwenvlees.

Het kunstenaarscollectief The Guerrilla Girls wees er in 1989 op dat er nog niet veel veranderd was: een telling in het Metropolitan Museum liet zien dat vrouwen maar vijf procent van de artiesten in de afdeling Moderne Kunst uitmaakten, maar dat 85 procent van de afgebeelde naakten wel vrouwen waren. In 2012 gingen ze nog een keer aan het tellen. Een zielige vier procent van de artiesten was vrouw – al was er wel al meer mannelijk naakt te zien: ‘nog maar’ 76 procent van de naakten waren van vrouwen. Ik hoor The Guerrilla Girls verveeld zuchten.

Die cijfers zijn droevig, maar niet bizar. De kunst spiegelt een wereld waarin vrouwen minder telden, waarin de mannenblik domineerde. Nog droeviger is dat zelfs hedendaagse kunstenaars, waarvan we toch hopen dat ze meer fantasie hebben dan wij, arme stervelingen, die oude verhoudingen maar moeizaam van zich afschudden.

Maar krampachtige pogingen tot uitwissen leiden er alleen maar toe dat mensen – mannen, vooral – hoog op hun achterpoten gaan staan. Laat de geschiedenis de geschiedenis. Verklaar ze, maar wis ze niet uit: ze laat ons zien wat er anders kan. Laat kunstenaars hun perverse fantasieën botvieren. Maar ik mis meer perversiteiten van vrouwelijke artiesten. Kon ik maar schilderen – mijn overweldigende doeken zouden tot het kader gevuld zijn met glimmende, onderdanige mannen, hun rozige eikels en minutieus geschilderde borsthaartjes genadeloos blootgesteld aan mijn artiestenblik.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234