null Beeld

Heleen Debruyne: 'Stofzuigen, afwassen en zwijgen'

De toren van vettig glanzende pannen en borden in de afwasbak vertelt me dat ik me niet laat afleiden door futiliteiten. Of dat maak ik mezelf toch graag wijs – dat mijn gebrek aan huishoudelijke ijver een bewijs is van hoe vlijtig ik ben in alles wat écht telt in het leven: schrijven, vrijen, eten, lezen, op café hangen.

De waarheid is dat het loeien van de stofzuiger, het steeds viezer wordende afwaswater waar ik mijn zachte handen in moet steken en het afkrabben van kalkaanslag me telkens opnieuw in een klein existentieel crisisje doet storten. Op duistere dagen deprimeren die eentonige taakjes me zoals het leven zelf me op nog duisterder dagen deprimeert: we scharrelen maar wat rond, doen wat er van ons verlangd wordt, menen dat het zin heeft, maar voor we het weten zijn we hopeloos vergeten. Een aanstellerig, puberaal excuus vonden mijn ouders dat. Stofzuigen, afwassen en zwijgen moest ik. Ook nu doe ik dat nog, ik ben me bewust van de westerse hygiënische standaarden. Maar ik voel me nooit een Angel in the House, eerder een landerige Sisyphus.

Dat vond ook Simone de Beauvoir – pagina’s en pagina’s vult ze in ‘De tweede sekse’ (1949) met deprimerende beschrijvingen van het langdradige huishoudelijk werk dat vrouwen moesten opknappen. Zij kon, net als veel vrouwen van haar generatie, niet wachten op de verregaande automatisering van het huishouden. Glanzende toekomstdromen spatten van de pagina’s: geef ons keukenrobots, geef ons blinkende wasmachines, zodat wij ons leven in de maatschappij nuttig kunnen besteden, net als mannen!

Die apparaten zouden gauw genoeg uit Amerika komen. Maar de verhoopte revolutie bleef uit. De staafmixers, centrifuges en elektrische messen werden een nieuw statussymbool voor een nieuwe soort vrouw: nog steeds in de keuken, maar dan wel op elektriciteit. En de vrouwen die wel uit gingen werken, werden nog steeds geacht om daarnaast een Angel in the House te zijn. Mijn beider grootmoeders hadden zoveel apparaten – voor het elegant snijden van eitjes tot het maken van ijs – dat ze bedienen een halve dagtaak was. Ze bleven huisvrouw.

Maar dat zijn levens uit het verleden, toch? Bij mijn samenhokkende vrienden zie ik vooral gedeelde taken: met z’n tweeën die rotsteen de berg opduwen is een pak minder deprimerend. En toch bracht het European Institute for Gender Equality onlangs bizarre cijfers naar buiten: Belgische mannen zijn tussen 2005 en 2015 net minder gaan doen in het huishouden. Bij koppels met kinderen is het verschil zelfs nog groter. Daar doet 28,7 procent van de mannen dagelijks iets in het huishouden, tegenover 88,5 procent van de vrouwen. Enkel Litouwen scoort slechter. Dat heeft uiteraard een impact op de positie van vrouwen op de werkvloer.

Ik hoor de Beauvoir zuchten in haar graf: zoveel wettelijke en technische vooruitgang, en waarvoor? Het lijkt alsof de mensen niet uit hun rollen willen kruipen. Dat begrijp ik best. Ik wilde dat ik een mannetje had om mijn vieze pannen op te blinken, zodat ik kan doen alsof ik iets beteken in de maatschappij en wat kan schrijven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234