Heleen Debruyne: 'Veel mannen kon ik in bed krijgen door op een bepaalde manier naar ze te kijken. Een ongekend gevoel van macht'

Ik was een veulen, leunde tegen een toog, klaar om eindelijk aan een opleiding en een groots leven te beginnen. Mijn feministisch bewustzijn stond nog niet verder dan de niet op theorie gestoelde overtuiging dat ik een even grote mond mocht hebben als mannen, zonder daarom scheef bekeken te worden. Aan de andere kant van het duistere café stond een man. Een behoorlijk mooie man. Dik haar in een knot, blauwe ogen, brede schouders. Keek hij naar me? Ik wist niet wat me overkwam.

Tijdens mijn middelbareschooljaren sjokte ik met hangende schouders door een West-Vlaams stadje, diep overtuigd dat ik onaantrekkelijk was. Ik was te groot, mijn borsten te plat, mijn haar te ontembaar en niet blond genoeg. ‘Niemand wil me,’ lamenteerde ik regelmatig in mijn dagboek. Daarna masturbeerde ik mezelf in slaap. De paar jongens die me in een bierwaas kusten, schaamden zich daar de volgende dag voor. Eentje raakte me alleen aan in het struikgewas, ver van de blikken van zijn vrienden. Vreselijk puberleed. Al gaf die vermeende lelijkheid me wel vrijheid. Ik groeide op zonder dat mooi zijn mijn identiteit vormde.

Tot die glorieuze dag aan die toog in de nieuwe, iets grotere stad. Die man zou niet de enige blijven. In cafés, op straat, in de bibliotheek, in de supermarkt: overal ving ik blikken. De wereld werd mijn speeltuin. Veel mannen kon ik in bed krijgen door op een bepaalde manier naar ze te kijken. Een ongekend gevoel van macht. Zeker, sommige staarders waren best intimiderend, vooral in donkere steegjes na valavond. Maar ik had mijn gestalte mee. Als ik mijn volle lengte uitstrek, mijn rug recht, mijn schouders naar achter gooi, mijn hoofd altijd geheven houd en sissers strak aanstaar, laten ze me altijd door. Veel vrouwen hebben minder geluk in de publieke ruimte.

Met die nieuwe macht kwam ook een nieuw zelfbewustzijn en een afhankelijkheid. Ik kon mijn uiterlijk inzetten, mijn gezicht zorgde ervoor dat mensen me niet snel vergeten. Maar ik werd bang om dat te verliezen, om oud te worden. Ik studeerde geschiedenis, ik las de feministen en ik leerde hoe bedrieglijk dat gevoel van macht is. Tijdens het overgrote deel van de geschiedenis was dat de enige manier waarop sommige vrouwen heel soms iets voor elkaar konden krijgen. Die nadruk op het uiterlijk zorgt er nog steeds voor dat vrouwen makkelijk weg te zetten zijn als frivool en leeghoofdig. Als te mooi of te lelijk voor hun werk. Ik wil niet meer afhankelijk zijn van die macht, wil mezelf niet meer waarderen door de blik van de ander. Kort haar schakelt alvast veel van de blikken uit. Ouder worden ook, naar het schijnt. Auteur Siri Hustvedt (64) beschrijft het zo: ‘Ik heb het gevoel dat de vrouwelijke objectivering van mezelf geen deel meer uitmaakt van mijn identiteit. En dat is een soort van opluchting.’ Bovendien merkt ze dat het publiek haar gerimpelde gezicht beter vindt passen bij de ernstige onderwerpen die ze behandelt. Ouder worden is dan geen vloek, maar een bevrijding.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234