Help, de dokter is ziek! (2)

Eén procent van de artsen is zwaar verslaafd aan alcohol. Dat cijfer ligt een pak lager dan bij de rest van de bevolking, van wie 3 à 4 procent afhankelijk is van de drank. Tot zover het goede nieuws, want onze dokters kunnen toch behoorlijk wat verzetten: 18 procent van hen vertoont risicovol drinkgedrag, tegenover 10 procent van de rest van de bevolking. En wellicht hebt u liever een beschonken boekhouder dan een aangeschoten arts.

‘Ik ben ervan overtuigd,’ zegt Dokter X ‘of ik nu voor het doktersberoep had gekozen of niet, dat ik sowieso alcoholist was geworden. Alleen heeft dat dokter-zijn wel repercussies gehad op mijn verslaving. En omgekeerd natuurlijk ook.’

'Het enige wat echt helpt, is praten. Daarom blijven dokters met een verslaving sukkelen: wij geloven niet in praten'

Al sinds z’n zeventiende wist dokter X, zoon uit een eenvoudig middenklassegezin, dat hij een probleem had.

Dokter X «Op mijn veertiende mocht ik voor het eerst bier drinken. Het was de gewoonte dat de kinderen na hun plechtige communie af en toe een glaasje meedronken. Nu weten we dat zo jong al alcohol drinken niet goed is, omdat de hersenen van een tiener nog volop in ontwikkeling zijn. Genetisch ben ik ook zwaar belast – langs beide kanten van mijn familie komen er verslavingen voor – maar dat pleit me niet vrij: als ik nooit een glas had aangeraakt, dan was ik niet verslaafd geraakt.

»Mijn hele studie lang – dertien jaar als je chirurg wilt worden – heb ik geen enkele dag níét gedronken. Anderen overleefden de blokperiodes op koffie; ik dronk alcohol. Hoe dat kan? Het vergt oefening (lacht). Mijn studie is evenwel perfect verlopen, zonder herexamens of bisjaren. Net als de meeste specialisten ben ik een harde werker en enorm gedreven. Het was alsof ik mijn verslaving wilde compenseren door een hele goeie dokter te worden.

»Wat volgde was een klassiek verslavingsverhaal: ik moest steeds meer drinken om me goed te voelen. Maar als dokter kun je eenvoudigweg niet van ’s ochtends vroeg beginnen te drinken – de patiënten zouden dat ruiken – dus ontwikkelde ik, zoals wel meer dokters, een polytoxicomanie: om de dag door te komen zonder te drinken of te beven, begon ik ’s ochtends met tranquillizers. (Legt een hand op het voorschriftenboekje op z’n bureau) Uiteraard schreef ik me die middelen zelf voor.»

HUMO Zelfmedicatie is één van de redenen waarom verslavingen bij artsen doorgaans langer onder de radar blijven.

Dokter X «Klopt. Maar arts of niet, zoals elke verslaafde begon ik op den duur afwijkend gedrag te vertonen. Er zijn nooit grote calamiteiten gebeurd – het had gekund, dat besef ik – maar ik kreeg wel klachten. Als de dokter je drie keer dezelfde vraag stelt of in slaap valt achter z’n bureau, dan weet je dat er iets niet klopt. Er werden klachtenbrieven gestuurd naar de directie van het ziekenhuis, waarna ik op het matje werd geroepen. Eerst bleef ik alles ontkennen: ‘Ik was moe’ of ‘Ik was pas van wacht geweest’. Zolang een arts nog veel opbrengt voor een ziekenhuis, is de directie ook geneigd een oogje dicht te knijpen. Ook collega-artsen dekken de problemen toe. Alsof we niet graag geconfronteerd worden met het falen van een andere arts, omdat we goed genoeg weten dat het bij ons ook fout kan lopen. Zo krijg je een conspiracy of silence.

»Sommige collega’s die mijn kwetsbare positie kenden, maakten er ook ronduit misbruik van. Dan belden ze me om hun wachtdienst over te nemen, goed wetend dat ik toch geen nee durfde te zeggen. Ik was continu chanteerbaar.»

HUMO Stond u dan dronken aan de operatietafel?

Dokter X (gedecideerd) «Ik heb nooit dronken geopereerd. Ik was wel geïntoxiceerd. Als ze toen bloed hadden getrokken, dan was ik daar niet clean uitgekomen. Als je de avond voordien zeven Duvels naar binnen hebt gegoten, dan zijn die de volgende ochtend nog niet uit je bloedbaan, hè. Vergelijk het met wat Larry Hagman uit ‘Dallas’ ooit zei, zelf een notoire alcoholist: ‘I was never drunk, but I was always loaded.’ Goed gemarineerd, zeg maar. Eigenlijk was ik zonder drank gevaarlijker dan met een paar glazen op.

»Ik ben er heel lang in geslaagd mijn benzo’s zo te doseren dat ik net niet door de mand viel. Ben ik daar trots op? Nee. En na verloop van tijd verliest elke verslaafde toch de controle.»

HUMO Viel het niemand op dat u zichzelf zoveel kalmeermiddelen voorschreef?

Dokter X «Nee. Elke keer ging ik bij een andere apotheker mijn voorraad halen – ik kende alle groene kruisjes in de wijde omtrek. Tegenwoordig hebben alle doktersvoorschriften een barcode, maar toen nog niet – misschien zou er vandaag sneller een belletje gaan rinkelen.

»Na een ingreep kreeg ik paracetamol met codeïne voorgeschreven. Codeïne is een sterke pijnstiller, maar helaas is het ook familie van de opiaten en dus verslavend. Toen ging ik mezelf ook daar steeds hogere dosissen van voorschrijven, of ik verving de codeïne door thebaconhydrochloride, een sterk opiaat. En intussen bleef ik maar werken. Zeer riskant. Het is gek hoe de normen van een verslaafde vervagen. Las

ik in de krant dat een autobestuurder iemand had aangereden en daarna positief had geblazen, dan dacht ik: ‘Ai, die heeft malchance gehad.’ Ik dacht dat iederéén dronk. Onzin, natuurlijk.»

HUMO Ging u als dokter gewoon op café zitten drinken?

Dokter X «Ja. Nog een bewijs van mijn normvervaging. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat mijn patiëntenbestand de laatste jaren aan het dalen was. Dat kwam vooral doordat de huisartsen hun patiënten niet meer naar me doorverwezen.»


De dokter is moe

Dokter X «Na een tijd ging het echt niet meer. Ik wilde stoppen met drinken, maar dat lukte niet. Plezier beleefde ik er allang niet meer aan. Mijn lichaam had het gewoon nodig. Tegelijk kon ik me geen leven voorstellen zonder drank. Als je niet kunt leven mét en niet kunt leven zónder, wat is dan de conclusie? Níét leven. De gedachte aan zelfmoord kwam dagelijks in me op: het heeft echt maar een haar gescheeld.

»De derde keer dat het ziekenhuis me op het matje riep, hebben ze me geschorst. De maanden daarna ben ik volledig weggegleden in de verslaving. Je moet begrijpen: de meeste dokters zouden nog liever hun familie buitenzetten, dan hun job te verliezen. Dat is hun laatste houvast. Zodra ze die kwijt zijn en levenslang geschorst worden, belanden ze in een zeer gevaarlijke neerwaartse spiraal. Ik zette het toen van ’s ochtends al op een zuipen. De eerste twee glazen hield ik niet eens binnen, maar braakte ik meteen weer uit. Eten was er allang niet meer bij. Ik was me aan het dooddrinken. Op mijn diepste punt had ik de spuit met insuline klaarliggen – ik had mijn arm al afgebonden. Ja, als het niet meer gaat, dan kiezen wij dokters natuurlijk voor een comfortabele manier om te gaan. Met een overdosis insuline, bijvoorbeeld.

»Waarom ik mezelf toen toch niet van kant heb gemaakt, dat weet ik niet. Misschien vanuit een overlevingsreflex?

»Via een collega ben ik uiteindelijk bij dokter Ansoms in Tienen terechtgekomen. Dokter Ansoms kent als geen ander de gedachtewereld van een verslaafde. Hij kent elke leugen, ontkenning of rationalisatie waarmee een verslaafde komt aandraven. Acht weken ben ik in Tienen gebleven. Eigenlijk moest ik er zes weken blijven, maar ik voelde me nog niet klaar om het alleen aan te kunnen en heb mijn verblijf zelf met twee weken verlengd.

»Mijn grote geluk is dat ik toen ook bij de bijeenkomsten ben terechtgekomen die dokter Ansoms nog steeds tweewekelijks organiseert, speciaal voor artsen, apothekers, dierenartsen en tandartsen met een verslavingsprobleem. Zo’n artsengroep is uniek. Het is een feit: een verslaafde kan nooit op z’n eentje nuchter blijven. Alleen was ik niet tegen de alcohol opgewassen, maar samen met mijn lotgenoten was ik sterker dan de drank. Via een arts uit die groep ben ik ook bij de AA beland. Dat had ik voordien nooit gedurfd – daarvoor was de afdaling van mijn piëdestal toch iets te groot. De AA was voor mij echt het ei van Columbus»

HUMO Bij de AA hoefde u niet te vertellen dat u arts was.

Dokter X «Ach, ik zat toen zo diep dat zelfs dat me niet meer had tegengehouden. Eigenlijk had ik nog het meest aan een vrachtwagenchauffeur en een zeeman uit de groep. Ze waren al dertig jaar nuchter en straalden het vertrouwen uit dat ik nodig had: ‘Jongen, als jij naar deze vergaderingen blijft komen, dan ga jij niet meer drinken.’

»Het enige wat echt helpt, is praten. Dat is ook waarom dokters zo lang met een verslaving blijven sukkelen: wij geloven niet in praten. Vanuit medisch standpunt is praten heel beperkt. Is er een probleem, dan opereer ik of schrijf ik pillen voor.

»Nog altijd ga ik naar de tweewekelijkse doktersvergadering, die dokter Ansoms belangeloos en met grote deskundigheid leidt. Ik ga ook nog elke week naar de AA, ook al sta ik nu al veertien jaar droog. Alles liever dan te vervallen in mijn vroegere gewoontes. Mijn drinkebroers van toen, allemaal huisartsen uit de streek, zie ik niet meer.»

HUMO Hoe is het met hen afgelopen?

Dokter X (somt op) «Dood, dood en helemaal aan de grond.

»Ik heb het geluk gehad dat mijn echtgenote bij me is gebleven. Weggaan is natuurlijk niet makkelijk voor een doktersvrouw – er is een bepaalde levensstandaard die onderhouden moet worden. Eigenlijk was mijn vrouw ook ziek: door mijn verslaving dwong ik haar om voor mij te liegen. Stond er een patiënt voor de deur, dan wimpelde ze die af: ‘De dokter ligt in bed, hij is moe.’ Je zou kunnen zeggen dat ze mijn problemen toedekte met de mantel der liefde, maar eigenlijk was het toch vooral de mantel der schaamte.»

HUMO Kon u na uw ontwenning weer makkelijk aan de slag in hetzelfde ziekenhuis?

Dokter X «Ook daarvoor moet ik dokter Ansoms bedanken: hij is gaan onderhandelen met mijn hoofdgeneesheer. Samen hebben we een soort contract opgesteld, waarin stond dat ik op elk moment gevraagd kon worden om te plassen of te blazen. Was het resultaat positief, dan werd ik definitief geschorst. Achteraf is plassen zelfs niet nodig gebleken: ze zagen ook wel dat het goed met me ging. Jarenlang ben ik wel telkens gaan plassen als ik naar Tienen ging voor een vergadering. Ik wilde een bewijs achter de hand hebben van mijn goed gedrag voor het geval er toch ooit nog een klacht zou komen, maar vooral ook voor mezelf, om mezelf veilig te stellen.

»Nooit heb ik overwogen om iets anders te gaan doen. Na mijn schorsing wist ik: ‘Ik kan mijn boeltje hier pakken en in Nederland als dokter herbeginnen, maar lang zal het niet duren voor ik ook daar door de mand val.’ Zo’n geografische kuur haalt niks uit. Je moet het probleem bij de wortels aanpakken.»

HUMO Heeft uw verslaving van u een betere dokter gemaakt?

Dokter X «Nu haal ik de verslaafde patiënten er zo uit. Nog meer dan aan hun fysieke verschijning herken ik ze aan hoe ze praten: de leugentjes, de excuses. Dan durf ik ze weleens het nummer van de AA te geven: ‘Ik ken wel een oplossing voor uw probleem.’ Mijn verslaving heeft me vooral veel milder gemaakt. Ik weet dat ik verre van perfect ben: ik ben nederig moeten worden om nuchter te kunnen worden.»


Ouder en vrouw

Sinds 2012 beschikken we voor het eerst over cijfers met betrekking tot het alcoholverbruik van onze artsen. Dokter Geert Dom, professor in de verslavingspsychiatrie aan de Universiteit Antwerpen, onderzocht het drinkgedrag van de medische specialisten in ons land.

Geert Dom «We merkten in ons onderzoek een duidelijk leeftijdseffect: vanaf 55 jaar is er een opmerkelijk verschil met de jongere dokters, die kennelijk bewuster omgaan met alcohol dan hun oudere collega’s. Verder viel vooral op dat het drinkgedrag van de vrouwelijke artsen richting de mannelijke cijfers opschuift: 15 procent van de ondervraagde vrouwelijke specialisten vertoont risicovol drinkgedrag. Dat cijfer ligt veel hoger dan bij de algemene bevolking: we schatten dat 6 procent van de Belgische vrouwen risicovol drinkt. En ook daar zien we weer dat leeftijd een rol speelt: bij de vrouwen was de stijging groter in de oudere leeftijdscategorieen dan bij de mannen.

»We zagen ook opvallende verschillen tussen de specialisaties. Vooral de vrouwelijke artsen in de urgentiegeneeskunde-anesthesie en in de gynaecologie-verloskunde drinken overmatig veel. Bij de anesthesisten ligt het cijfer van de vrouwelijke artsen die risicovol drinken, zelfs veel hoger dan bij hun mannelijke collega’s. Ook vrouwelijke chirurgen drinken overmatig: bingedrinken komt bij hen dubbel zoveel voor dan bij vrouwelijke pediaters. De onregelmatige uren en hoge stressbelasting zullen die vrouwen wellicht sneller naar de fles doen grijpen. Ik kan me voorstellen dat ook de moeilijke combinatie van werk en gezin meespeelt.

»De relatie van dokters met alcohol is dus moeilijk en complex, maar hopeloos is ze zeker niet: zodra artsen in therapie gaan voor hun verslaving, zijn de behandelresultaten beter dan voor niet-artsen. Hun prognose is dus beter.»

HUMO In Nederland werd de befaamde neuroloog Ernst Jansen Steur onlangs veroordeeld tot drie jaar cel. Hij was verslaafd aan Dormicum, Nitrazepam en viagra. De rechtbank achtte hem onder meer verantwoordelijk voor de zelfmoord van één van zijn patiënten en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan meerdere patiënten.

Dom «We moeten er niet flauw over doen: ook hier worden ongetwijfeld zware beroepsfouten gemaakt. Ook in België lopen er artsen rond van wie de vergunning is ingetrokken door de tuchtcommissie van de Orde der geneesheren – bij mijn weten worden die namen niet gepubliceerd. Maar we mogen niet dramatiseren: de meerderheid van de verslaafde artsen blijft z’n job behoorlijk doen.

»Problematisch gebruik blijft ook langer verborgen. Dokter is een vrij beroep en dus is het makkelijker om je problemen wat te camoufleren. Je hebt een kater en je laat je secretaresse je consultaties verzetten: is dat een beroepsfout of niet? Het is in elk geval slechte patiëntenzorg.

»En wat als het dan toch fout loopt? In Nederland bestaan daar uitgekiende protocollen voor, maar bij ons niet. De problemen komen vaak pas boven water als er klachten komen van patiënten, die vervolgens bij de Orde belanden. Meestal moeten die klachten al behoorlijk ernstig en vergaand zijn, voor er stappen worden gezet. En dan komt het misschien tot een tuchtstraf of een verplichte behandeling. Maar hoe die behandeling precies moet verlopen en wat die straf juist inhoudt, daar bestaan amper afspraken over. Daar zou dringend verandering in moeten komen.

»Ik pleit er ook al heel lang voor om in de studie geneeskunde een onderdeel in te bouwen over de arts als patiënt. Dat de studenten leren dat ze als dokter niet immuun zijn voor ziektes, ook niet voor die van psychische aard – burn-out, verslaving of een combinatie van die twee. Helaas komt dat idee zeer moeilijk van de grond. We moeten daar echt streven naar een cultuurverandering.»


De roes van morfine

Ook dokter Y belandde in de greep van de alcohol. Al was de drank slechts een zijspoor van zijn verslaving aan morfine. Dokter Y «Mijn morfineverslaving begon eerder per toeval. Ik was 22 en studeerde geneeskunde. Bij mijn grootmoeder, die geneesmiddelen verstuurde naar de derde wereld, vond ik op een dag vijf ampullen morfine. Eén ervan heb ik nog diezelfde avond bij mezelf ingespoten. Het voelde fantastisch. Ik werd teruggeworpen naar mijn kindertijd, die ik deels in Centraal-Amerika had doorgebracht. De hele nacht ben ik wakker gebleven en heb ik gefantaseerd over die verre landen, de muziek, noem maar op.»

HUMO Waarom voelde u de nood om die morfine uit te proberen?

Dokter Y «Ik ben altijd al nieuwsgierig geweest. Op mijn vijftiende wist ik al dat ik dokter wilde worden en sneed ik muizen en ratten open om te zien hoe ze er vanbinnen uitzagen. Plus: ik had me altijd al aangetrokken gevoeld tot les poètes maudits. Qua druggebruik konden Rimbaud, Baudelaire en co er wat van. Morfine fascineerde me. De rest van de ampullen heb ik er vrij snel doorgejaagd. Aangezien ik nog niet was afgestudeerd, had ik op dat moment geen enkele manier om aan nieuwe morfine te komen, dus is mijn gebruik vanzelf gestopt. Pas later, toen ik na mijn studie aan de slag ging als dokter in Afrika, heb ik opnieuw een aantal ampullen gebruikt.

»Zoals zoveel dokters banaliseerde ik mijn gebruik: ‘Dit is puur recreatief. Ik heb dit onder controle. Ik doe niemand kwaad.’ Ik beperkte me tot geneesmiddelen, maar die gebruikte ik wel op een illegale manier. Andere drugs – kalmeermiddelen en zo – interesseerden me niet. Voor mij lag de verlokking in de roes. Ik leefde toen ook behoorlijk grenzeloos. Terwijl mijn collega’s vier uur per dag werkten, klopte ik er acht. Elke avond was ik kapot, maar ik besefte het niet eens. Heel lang ben ik op die manier blijven werken.

»Een paar jaar later – ik was getrouwd en had kinderen – opende ik hier een eigen praktijk. Ik had meteen een massa patiënten. Ik was blij met het succes, maar eigenlijk was ik niet sterk genoeg om de druk te dragen. De morfine hielp me daarbij. In die beginjaren slaagde ik er wel in om tussendoor lange tijd clean te blijven. Tot ik met wat overgewicht zat en iemand me een aantal dieetpillen gaf op basis van kruiden. Na één zo’n pil voelde ik me fantastisch en kon ik de hele nacht wakker blijven (lacht). Het kan haast niet anders dan dat er amfetamines in zaten. Ik ben toen op zoek gegaan en vond dieetpillen met in de bijsluiter: ‘Niet voor mensen die de neiging hebben tot verslaving.’ Ik heb er meteen grote dosissen van ingeslagen.

»Langzaamaan ontdekte ik dat ik eigenlijk verslaafd was aan van alles: aan te veel werken, aan kicks, aan te veel sporten. Verslaving zit gewoon in mij. Mijn cleane periodes werden steeds korter en ik begon ook te drinken om de periodes tussen twee morfineshots te overbruggen. Ik zie het zo: middelen kunnen een genotsmiddel zijn of een geneesmiddel. Bij het eerste is er geen probleem; bij het tweede ben je verslaafd. Drink ik een glas wijn omdat ik dat graag drink, dan is het gevaar niet groot. Drink ik wijn omdat ik niet durf te praten met de journaliste van de Humo, dan heb ik een probleem.

»Na een tijd bracht wijn me geen genot meer – het was gewoon drinken om weg te zijn. Ik was jaloers op collega’s die veel dronken, maar aan wie je niks merkte. Zelf kon ik dat niet: als ik dronk, dan kon ik me de volgende dag niet eens meer recht houden.»


Dokter afwezig

HUMO Al die tijd bleef u wel functioneren als dokter?

Dokter Y «Als ik de avond voordien morfine had gebruikt, kon ik de volgende dag werken. Met alcohol lukte dat niet. Niet dat ik een zware kater had – de ontwenning was vooral psychologisch. Ik dronk om mijn angsten de baas te kunnen, maar de dag nadien was ik nog tien keer angstiger. Dan bleef ik in bed liggen en hing ik een briefje aan de deur: ‘Geen consultaties wegens ziekte.’ Dat is ook wat mijn patiënten me verweten, zeker de laatste twee jaar: ‘Hij is een goeie dokter, maar hij is er nooit.’»

HUMO U was dus onbetrouwbaar als dokter, omdat u er niet was. Was u wél altijd betrouwbaar als u werkte?

Dokter Y «Volgens mijn patienten wel. Zelf denk ik ook niet dat ik grote fouten gemaakt heb onder invloed van morfine, al had ik het natuurlijk nooit mogen doen.»

HUMO Tot een schorsing is het nooit gekomen?

Dokter Y «Nee. Mijn morfine ging ik bij verschillende apothekers halen, maar op den duur begon dat op te vallen bij de Orde. Ze hebben me gedwongen me te laten opnemen. Eerst kwam ik in Duffel terecht. Na een week zei de psychiater: ‘Je verslaving is voorbij.’ Niks was minder waar, maar ik kon het kennelijk goed verbergen.

»Daarna ging ik naar de Alexianen in Tienen. Ik verbleef er altijd korte periodes, waarna ik weer naar huis ging en prompt herviel. Een paar keer hebben de dokters van Tienen mijn leven gered. Op het einde was ik zeer depressief. Ik heb twee zelfmoordpogingen ondernomen. (Grijpt naar zijn pols) Van de ene draag ik nog de sporen. Eén keer belde ik helemaal depressief naar de instelling met de boodschap: ‘Ik zie het niet meer zitten. Bedankt voor alles.’ Even later stond de arts aan mijn deur met een ziekenwagen en de politie. Alleen was het toen niet meer nodig: ik had me intussen morfine ingespoten en voelde me beter (lachje).

»Burn-out en depressie hebben een grote rol gespeeld in mijn verslaving. Doorheen mijn carrière heb ik veel alarmsymptomen genegeerd. Ik werkte onmogelijke uren. Dikwijls begon ik al om zeven uur ’s ochtends, maar was ik zo uitgeput van de vorige werkdag, dat ik ’s ochtends niet wakker werd als de eerste patiënt aan de deur stond te bellen. Omdat ik mijn eigen burn-out niet herkende, zocht ik naar andere oplossingen. Morfine was mijn doping: ik kon er urenlang op blijven doorgaan. Natuurlijk wreekt zich dat, werkt dat het overwerken alleen maar in de hand.»

HUMO Veel dokters hebben het moeilijk om uit hun doktersstoel te komen en plaats te nemen in de stoel van de patiënt.

Dokter Y «Ik was zeker geen gemakkelijke patiënt. Ik volgde niet altijd de therapieën, wist het altijd een beetje beter en stelde veel vragen. Vergeet ook niet dat in veel instellingen met groepstherapieën wordt gewerkt. Ga daar maar eens zitten als dokter. Ik herinner me nog dat een andere verslaafde uit de groep zei: ‘Hoe kan het dat je zo laag bent gevallen? Een dokter hoort toch slim te zijn!’ Ik schaamde me kapot.»

HUMO Wisten uw patiënten van uw verslaving?

Dokter Y «Sommigen wel. Er waren er zelfs die me kwamen opzoeken in Tienen. Kennelijk hadden ze het secretariaat van de Alexianen gebeld met de vraag of ze me konden spreken – puur vanuit een vermoeden – waarop ze prompt werden doorverbonden met mijn kamer. Het beroepsgeheim zit soms vreemd in elkaar (lacht).

»De reactie van één patiënte heeft me wel pijn gedaan. Ze zei: ‘Ze zeggen dat dokter Y drinkt. Het kan me niks schelen wat hij met zichzelf doet, zolang hij mij maar goed verzorgt.’ Zo’n houding begrijp ik niet. Ik maak me altijd zorgen om een ander.»


Trein naar nuchterheid

Dokter Y «In Tienen konden ze me na een tijdje niet meer helpen. Ik bekijk het zo: iemand afhelpen van een verslaving, dat is samen met hem op reis gaan. Vergelijk het met een treinreis van Brussel naar Antwerpen: het belangrijkste is dat de verslaafde vertrekt uit Brussel. Het maakt niks uit dat hij ergens halverwege op een andere trein springt, zolang hij maar richting Antwerpen blijft gaan. Bovendien is iemands gebruik slechts het topje van de ijsberg. Daaronder gaat een enorme innerlijke problematiek schuil. Zodra de fysieke ontwenning over is, moet de verslaafde die problemen aanpakken. Om dat te doen heb je verschillende treinen – of hulpverleners – nodig. De hulpverleners zelf zouden de moed moeten hebben om te zeggen: ‘Ik heb je tot aan dit station gebracht, maar van hieruit moet een ander je begeleiden. Ik kan je niet meer helpen.’ Niet eenvoudig, want dat druist in tegen de opleiding van hulpverleners. Wij, dokters, hebben geleerd om een patiënt van a tot z te begeleiden, tot hij genezen is. Bij een verslaving lukt dat bijna nooit. Bij mij zeker niet: ik ben nogal koppig (lacht).

»Wat me uiteindelijk heeft gered – het tweede deel van mijn treinreis – is een verblijf van drie jaar in een therapeutische gemeenschap in het buitenland. Ze waren er streng: om zeven uur opstaan, acht uur per dag werken, geen elektriciteit of verwarming, geen vlees, geen sigaretten. En toch was ik er gelukkig. Het eerste jaar was de hel: ik was in de war, was mijn praktijk kwijt, ging door een echtscheiding. Ik dacht: ‘Alles is kapot. Ik zal nooit meer dokter kunnen zijn.’

Maar na dat jaar gaven ze me de verantwoordelijkheid over een groep jonge verslaafden. Dat beschouw ik nog steeds als één van de mooiste ervaringen van mijn leven. Het gaf me mijn zelfvertrouwen terug.

»Vandaag ben ik al jarenlang clean, al ben ik wel een paar keer hervallen. Nooit met morfine, wel met alcohol. Ongeveer 20 procent van de mensen die ooit problematisch gedronken hebben, kunnen weer sociaal leren drinken. Ik dacht dat ik bij die 20 procent hoorde. Niet dus (lacht). Achteraf bekeken was dat hervallen zo slecht nog niet: nu weet ik dat ik altijd alert zal moeten blijven. Voor alcohol ben ik niet bang: ik lust het niet meer. Maar morfine weiger ik in handen te hebben, uit angst om te hervallen. Ik zal er altijd gevoelig voor blijven, ook al gaf het me op het einde allang niet meer de roes van het begin – als ik had gespoten, dan voelde ik me depressief en moest ik overgeven. Ook voor burnout, depressie en suïcide zal ik altijd op mijn hoede moeten blijven. Ik werk nu alleen nog op afspraak en probeer mijn agenda niet te vol te proppen. Maar soms ga ik toch te ver. Begin ik kwaad te worden en te sakkeren op mijn patiënten, dan weet ik: ‘Ik moet oppassen, want ik zit weer tegen een burn-out aan.’

»Iemand zei me gisteren nog: ‘Ik zou geen vertrouwen hebben in een dokter die zelf ziek is. Als hij zichzelf niet kan verzorgen, hoe kan hij mij dan verzorgen?’ Het taboe van de kwetsbare dokter is groot. Als ik nu voor een groep geneeskundestudenten spreek en vertel dat ik ooit verslaafd was, dan geloven ze me niet. Dat taboe zit me toch dwars. In onze opleiding krijgen artsen de boodschap dat ze alles moeten kunnen oplossen. Maar wij zijn geen Meesters der Ziektes, geen tovenaars die jou gezond kunnen toveren. Het heeft jarenlang geduurd, maar nu ben ik een andere, strengere dokter. Tegen een patiënt zeg ik nu: ‘Ik kan u helpen, maar u moet wel meewerken.’ Het moet gedaan zijn met te denken dat ik iemand een pilletje geef en miraculeus genees.

»Mij kan het nog weinig schelen wat de mensen over me denken. Ik ben zelfs trots op waar ik nu sta, voel me veel beter in mijn vel dan vroeger. Dankzij mijn verslaving heb ik een enorme vooruitgang geboekt als mens.»

HUMO Was u ook verslaafd geraakt als u geen dokter was geworden?

Dokter Y «Dat denk ik wel. Ik ben genetisch en opvoedkundig belast: mijn opa was verslaafd aan alcohol. Mijn moeder was verslaafd aan slaapmiddelen, net als haar moeder. Ook mijn gevoeligheid, mijn perfectionisme, mijn angsten waren er sowieso.»

HUMO Misschien hebben die eigenschappen u net voor het doktersberoep doen kiezen.

Dokter Y «Misschien wel, ja. Mijn ouders waren extreem veeleisend. Ik moest altijd de eerste van de klas zijn. Ik ben afgestudeerd met 104 op 110, maar mijn moeder weigerde naar mijn diploma-uitreiking te komen – ze vond mijn punten niet goed genoeg. Misschien heeft dat bijgedragen tot mijn eenzaamheid. Ik heb lange tijd niet eens beseft dat ik eenzaam was, tot mijn psycholoog me erop wees. Ik kon met niemand praten over mijn gevoelens, over mijn patiënten. Als dokter had ik nochtans een netwerk van andere artsen bij wie ik te rade kon gaan als ik twijfelde aan een diagnose. Hoe kon ik me dan toch zo eenzaam voelen? Het had te maken met verantwoordelijkheid: dokters willen te veel zelf de verantwoordelijkheid dragen. We stellen ons te veel op als god. Om een gezondere situatie te creëren, voor de dokters en voor de patiënten, moeten de goden vallen.

»Ik heb er nog altijd geen spijt van dat ik dokter ben geworden. Ik zou het voor geen enkel ander beroep willen ruilen. Ik had alleen wat sterker moeten zijn.»


Lees ook: 'Help, de dokter is ziek! deel 1'»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234