null Beeld

Help, de dokter is ziek!

We horen het niet graag, maar ook onze dokter is maar een mens. Onderzoek bracht eind vorig jaar aan het licht dat vijf procent van de ziekenhuisartsen met een burn-out kampt. Meer nog: maar liefst één arts op vijf is goed op weg er één te krijgen en op de lijst met de belangrijkste risicogroepen voor zelfdoding staat slechts één beroepscategorie: de (huis)artsen.

Hanne Van Tendeloo

'Artsen blijven tot in extremis anderen verzorgen en zorgen ondertussen extreem slecht voor zichzelf'

'Veel artsen die bij mij terechtkomen, houden zich op de been met pillen, drank of drugs'

‘Ik kan je precies vertellen wanneer ik voelde: nu gaat het niet meer,’ zegt Dokter W. Ze was toen al een aantal jaar aan de slag als arts.

Dokter W «Het was na een traumatische operatie met ernstige verwikkelingen: de patient overleefde het maar net. Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten: ik ben niet het type mens dat daarna gewoon weer de slaap kan vatten. Maar er zijn weinig mensen die nadien eens vragen: ‘Gaat het een beetje met jou?’ Niet de verplegers, niet je collega’s, niet het ziekenhuis. Als zorgverlener sta je vaak alleen. Die eenzaamheid heeft zeker een rol gespeeld in wat me is overkomen. Steeds vaker vraag ik me af: ‘Waarom zorgen we niet beter voor diegenen die zorgen?’»

Een overheidsstudie bracht eind vorig jaar onthutsende cijfers aan het licht: 5 procent van de ziekenhuisartsen kampt met een burn-out en maar liefst één arts op de vijf loopt er tijdens zijn of haar carrière risico op. Ook dokter W kreeg er tot haar eigen verbazing mee te maken.

Dokter W «Met die patiënt is het gelukkig goed afgelopen En toch heeft hij nadien nog een claim tegen mij ingediend. Die klacht is onderzocht en volledig ongegrond verklaard, maar tegen die tijd was er bij mij al iets geknakt. Niet dat ik eeuwige dankbaarheid van mijn patiënten verwacht, maar mijn zelfvertrouwen was danig aangetast. Zelfs maanden later nog stond het angstzweet me bij elke operatie op de rug. Mijn lichaam zat tjokvol spanning. Uitwendig zag ik er misschien rustig uit, maar vanbinnen kolkte het.

»Dat voorval met die patient was niet de enige oorzaak van mijn burn-out. Het was een combinatie van factoren, op het werk en privé. Dat, én bepaalde persoonlijkheidskenmerken. Ik ben iemand die alles nogal snel persoonlijk neemt en meteen denkt: ‘Wat heb ík fout gedaan? Wat had ík beter kunnen doen?’ Nu weet ik dat ik perfectionistisch aangelegd ben, maar toen ik daarachter kwam, was dat een echte eyeopener voor me. Ik had het al die jaren maar normaal gevonden dat ik mijn best deed voor mijn patiënten. Méér dan mijn best, want als dokter mocht ik geen fouten maken. Ik ben altijd enorm op mijn hoede geweest voor beroepsaansprakelijkheid. Je móét als arts ook perfectionistisch zijn, want jij alleen draagt de eindverantwoordelijkheid voor je patiënten. Ik controleerde wat de verpleging deed – of ze wel de juiste antibiotica gaven, of ze het juiste infuus gebruikten. Misschien heeft net dat perfectionisme ervoor gezorgd dat ik nog zo lang kon blijven werken, tot ik de diagnose van burn-out kreeg.»


Nice guy, nice girl

‘Typisch voor mensen met een burn-out,’ zegt dokter Luc Swinnen. Als stresscoach ziet hij veel dokters bij wie op een bepaald moment het licht is uitgegaan. ‘Ik noem ze de nice guys en de nice girls. Té vriendelijk zijn is als een strop rond je nek. Als arts hoor je je patiënten eigenlijk een beetje op te voeden, maar in plaats van assertief te zijn tegenover patiënten en collega’s, nemen de nice girls en guys er altijd maar taken bij.’

Luc Swinnen «Je mag ook niet onderschatten hoe uitgebreid het takenpakket van een dokter tegenwoordig is. Voor alles bestaat er wel een computerprogramma, zodat de dokter alles zelf doet. Taken die vroeger door de secretaresse gebeurden, komen nu bij de dokter terecht.

»Ook tandartsen zie ik vandaag bij bosjes uitvallen met een burn-out. Logisch: ze hebben veel te veel werk, zitten de hele dag alleen en kunnen amper een gesprek voeren met de patiënt, want die ligt met z’n mond wijdopen. Alleen de angst in diens ogen, die zien ze wel. Bovendien ademen ze de godganse dag allerlei giftige gassen in.»

Komt daar nog eens bij dat dokters notoire ‘zorgmijders’ zijn. ‘Bij een burn-out schrijf ik zes maanden rust voor,’ zegt Swinnen, ‘maar dokters hou je met geen stokken thuis. Zo kreeg ik eens een huisarts op consultatie met een kanjer van een burn-out. Geen sprake van dat hij zijn patiënten zo lang in de steek zou laten. Toen is die man – een geluk bij een ongeluk – van zijn paard gevallen: twee maanden heeft hij in het ziekenhuis gelegen. Had hij toen gewoon doorgewerkt, dan was het wellicht nog slechter met hem afgelopen. Ik heb patiënten die ondanks hun burn-out toch aan de slag blijven, tot ze op een dag niet meer uit hun bed raken. Of op een ochtend ineens de weg naar hun werk niet meer vinden – ze moeten naar Antwerpen, maar staan plots in Mechelen.’

Ook Dokter W wist jarenlang van geen ophouden: ‘Rust? Dat kende ik niet. Ik werd nóóit met rust gelaten. Toen ik jaren geleden in een ziekenhuis begon, stond er niet eens een systeem voor wachtdiensten op poten. De eerste jaren van mijn carrière had ik dus altijd nachtdienst. Zelfs een kleine uitstap met het gezin plannen was onmogelijk. Gek genoeg kreeg ik pas problemen met mijn gezondheid toen dat dienstrooster er wél was en ik het eindelijk wat rustiger had. Alsof het voor mij tegen die tijd al te laat was.’

HUMO Over wat voor gezondheidsproblemen hebben we het nu?

Dokter W «Ik was altijd moe, sliep slecht en recupereerde niet meer. Ik kreeg allerlei klachten, van hoofdpijn tot maagpijn. Ik luister graag naar muziek, maar plots kon ik zelfs geen radio op de achtergrond meer verdragen. Op het werk functioneerde ik gek genoeg nog wel. Zodra ik m’n bed uit was en in dat operatiekwartier stond, kon ik nog zeer adequaat werken. Puur op routine, denk ik nu. Want het was net alsof daar iemand anders stond te opereren. Ik herkende mezelf gewoon niet meer. Als persoon vond ik dat ik veranderd was. Mijn familie en vrienden zeiden dat ook.

»Ik liet mijn klachten allemaal wel onderzoeken, maar geen enkele arts wist iets te vinden. Uiteindelijk kwam ik bij een specialist terecht. Na tien minuten had hij zijn diagnose klaar: ‘Jij hebt een burnout.’ Ik viel bijna van mijn stoel. Tijdens mijn opleiding hadden ze met geen woord over burnout gerept. Toen die dokter daarna zei dat ik twee maanden zou moeten thuisblijven, viel ik helemáál van mijn stoel. Ik was er al die tijd van uitgegaan dat mijn problemen wel zouden overgaan met wat vakantie, maar niks was minder waar. Op het strand lag ik alleen maar te denken: ‘Wat lig ik hier in godsnaam te doen?’ In mijn ogen kon ik niks goeds meer doen. Op den duur voelde ik me niet alleen een slechte dokter, maar zelfs een slechte moeder.»

HUMO Als u tijdens uw opleiding nooit over burn-out had gehoord, dan hadden ze u wellicht ook nooit gewaarschuwd voor de risico’s van het vak: ‘Pas op, dokter worden kan uw gezondheid ernstig schaden.’

Dokter W «Nee. Ik herinner me wel nog een les psychologie waarin de professor zei: ‘De plaats van een vrouw is bij haar kinderen.’ Ik dacht: ‘Wat zegt die nu!’ Maar nu begrijp ik wat hij bedoelde: hij wilde de vrouwelijke studenten waarschuwen, omdat je als vrouw toch vatbaarder bent voor bepaalde psychische klachten, zoals burn-out of depressie. Niet dat vrouwen beter geen dokter worden, maar ze moeten wel alert zijn voor de risico’s. Ze kunnen ook maar beter van bij het begin leren om assertief te zijn, want ze zullen het nodig hebben.»

HUMO Is de artsenwereld nog altijd een machowereld?

Dokter W «Ja. Maar die macho’s zijn niet per se mannen. In de ziekenhuiswereld zijn er net zo goed vrouwen die hun beleidsfunctie op een zeer autoritaire manier invullen. Dat gezegd zijnde: ik ken geen enkele mannelijke arts die kan toegeven dat hij een burn-out heeft, terwijl die er ook zijn.

»Ook van collegialiteit is er in ziekenhuizen jammer genoeg soms weinig te merken. Ik heb zelfs de indruk dat het management van een ziekenhuis soms liever níét heeft dat de artsen een hechte groep vormen. Zelfs mijn eigen collega’s hadden niks in de gaten. Toen ik mij ziek meldde, vielen ze uit de lucht: ‘Jij toch niet? En jij was degene die we altijd mochten bellen.’ Een nice girl, hè.»


Geen pillen of vitamines

Als iemand bij dokter Swinnen komt aankloppen met de symptomen van een burnout, dan stuurt hij die eerst door naar de huisarts voor een bloedonderzoek, om zeker te zijn dat er geen onderliggend probleem is. Niet vanzelfspre-kend in het geval van artsen, want de meesten van hen hebben geen huisarts.

Swinnen «Komen die tests negatief terug, dan is de ontgoocheling groot: ‘Heb ik dan toch een burn-out, collega?’ Tja... Ze ervaren dat als zwak, als een mislukking. Tegen die tijd hebben de meesten zichzelf al een hele poos op de been proberen te houden met pillen of – in het slechtste geval – drank of drugs. Stuk voor stuk ervaren ze die burn-out als onrechtvaardig: ‘Het kan iedereen overkomen, maar míj niet. Ik heb mijn hele leven lang hard gewerkt.’ Ja, maar je slaapt al je leven lang te weinig en ’s middags sla je de lunch over. Zo’n ongezond leven eist z’n tol.»

HUMO Er bestaan tegenwoordig burnouttests.

Swinnen «Dat zijn lange vragenlijsten waarin ik vooral pols naar vermoeidheid – ‘Voel je je ’s ochtends meer moe dan de avond voordien?’ – en naar cynisme – ‘Vind je je job nog zinvol?’

»Burn-out wordt dikwijls verward met een depressie. Zelf ben ik heel voorzichtig met het stellen van een diagnose – er lopen al te veel mensen met een verkeerd etiket rond. Ik stel het nu zeer eenvoudig voor, maar eigenlijk valt met drie vragen een eerste onderscheid te maken: ‘Heb je nog plezier in eten? Heb je nog plezier in goed slapen? Heb je nog zin in seks?’ Mensen met een depressie zeggen dan: ‘Nee.’ Iemand met een burn-out antwoordt: ‘Natuurlijk heb ik nog zin! Maar ik heb er geen energie meer voor.’ Heb ik het vermoeden dat het om een depressie gaat, dan stuur ik de cliënt meteen door naar een psychiater.

»Meer dan eens krijg ik patienten over de vloer die antidepressiva slikken, terwijl die niks uithalen bij een burn-out. Zulke mensen moet je niet volproppen met pillen of vitamines – dat helpt geen zier. Alleen rust helpt je weer op de been. Na het fysieke herstel moet ook werk gemaakt worden van het emotionele herstel. Iemand met een burn-out is vaak boos, voelt zich onheus bejegend door z’n omgeving, omdat die het niet heeft zien aankomen. Maar het heeft geen zin om de schuld bij de anderen te leggen. Je moet er zélf voor zorgen dat het niet meer zover komt. Ik denk nu aan Erika Van Tielen. Toen ze openlijk in de pers over haar burn-out sprak, zei ze: ‘Hadden mijn bazen me één compliment gegeven, dan was het nooit zover gekomen.’ Maar dat is het ’m net: een werkgever geeft alleen maar complimenten als je je werk goed doet. Iemand met een burn-out doet z’n werk per definitie niet goed, dus hoeft-ie ook geen complimenten te verwachten. Nee, om zich te beschermen tegen een burn-out, zal Erika moeten stoppen met de nice girl te spelen en zichzelf moeten veranderen.

»Wat je evenmin mag onderschatten is gezonde voeding. Suiker is het grootste vergif dat er bestaat. Daarvan – ik heb het over koekjes, maar ook over de koolhydraten in pasta, brood en rijst, die door je lichaam worden omgezet in suikers – stijgt je energie. Alleen zakt die na anderhalf uur weer weg en dan val je in een gat. Op die manier leef je van de ene moodswing naar de andere. Zeker voor iemand met een burn-out zijn die constante pieken en dalen nefast.»

HUMO Moet een arts met burn-out uit de circulatie genomen worden?

Dokter W «Tijdelijk wel, ja. Ik vind het trouwens vreemd hoe we vrachtwagenchauffeurs en piloten nauwlettend controleren op werken rusttijden, maar artsen niet. Integendeel: al van bij de opleiding wordt hun aangeleerd om veel te lange shifts te draaien.»

HUMO Liep u zelf ooit gevaar tijdens uw burn-out?

Dokter W «Er is een moment geweest – ik was toen niet meer aan het werk – dat ik niet zo graag alleen was. Sombere gedachten, zeg maar. En toch was ik niet depressief: zette je me in een andere omgeving, dan kon ik nog plezier beleven.

Maar had ik toen niet ingegrepen, dan was ik ongetwijfeld in een depressie gesukkeld.

»Na mijn drie maanden rust ben ik aan de directie van het ziekenhuis gaan vragen of ik tijdelijk parttime kon werken. ‘Nee,’ was het antwoord. Van de collega’s kreeg ik evenmin steun. In het begin liet ik mijn wachtdiensten nog over aan een vervanger, maar toen is één van de collega’s me komen zeggen: ‘Zo kan het niet langer. Jij moet weer zelf je wachtdiensten doen.’ Ik heb het nog een tijdje volgehouden, maar al vrij snel voelde ik dezelfde klachten opkomen en was ik flink op weg naar een tweede burn-out. Ik heb toen de knoop doorgehakt en mijn ontslag ingediend.

»Ik heb mijn job ook een andere invulling gegeven. Tegenwoordig werk ik weer voltijds, maar toch slaag ik erin om af en toe een avond vrij te houden voor mezelf, voor mijn echtgenoot en voor de kinderen. Dat lukt aardig. Meer nog: ik voel me er niet schuldig over. Ik ben even belangrijk als mijn patiënten, weet ik nu.»


Papierwinkel

Met de burn-outcijfers in gedachten hebben een viertal hulpverleners eind vorig jaar Doctors4Doctors opgericht. Tine Daeseleire, psychologe bij The Human Link, een organisatie ter preventie en behandeling van burn-out, en één van de oprichters van D4D: ‘Omdat artsen niet of pas zeer laat hulp inroepen, vonden we de nood zo groot dat we niet wilden wachten op maatregelen van de overheid. Sinds december vormt D4D een aanspreekpunt voor artsen in nood. D4D is dus geen behandelcentrum, maar stuurt in alle discretie door. Ondanks ons prille bestaan merken we nu al dat dokters de weg naar D4D vinden. Voorlopig concentreren we ons vooral op Antwerpen, maar we willen ooit nationaal gaan.’

Tine Daeseleire «In The Human Link geef ik, in samen-werking met Eric Boydens, de bezieler van D4D, cursussen aan dokters om hen te helpen burn-out te herkennen bij hun patiënten, maar vaak merk ik dat er op de twaalf aanwezige artsen een aantal – twee of drie – zélf tegen een burnout aan zitten. Da’s een hoog percentage.

»Hoe komt dat? Het beroep is sterk aan het vervrouwelijken. Dat betekent dat vrouwelijke artsen nu een zware job combineren met een gezin, waar de man ook werkt. Vroeger waren de meeste artsen mannen en vormden hun echtgenotes een buffer: ze lieten de patiënten binnen, regelden de afspraken... Vandaag doen artsen veel meer zelf, terwijl de emotionele verantwoordelijkheid even groot blijft. Boven op de chronische stress van een te volle wachtzaal krijgen ze te maken met acute zaken zoals de zelfdoding van een patiënt of een jonge patiënt die plots geveld wordt door kanker. Hoge burn-outcijfers zie je vooral bij oncologen, maar ook huisartsen blijven niet gespaard.

»Artsen zijn ook vaak zelfstandigen, waardoor er zomaar even tussenuit knijpen geen optie is. De bijbehorende papierwinkel dijt ook uit. Ik ken artsen die na een hele week consultaties hun weekend noodgedwongen spenderen aan het in orde brengen van hun administratie. Hun takenlast wordt steeds groter, maar het zijn niet noodzakelijk taken die energie geven. Zijn ze niet in orde met het Riziv, dan mogen ze een reprimande verwachten.»

HUMO Maken groepspraktijken het artsenvak gezonder?

Daeseleire «Die helpen tegen de eenzaamheid, maar je ziet er andere problemen de kop opsteken: visies die uit elkaar groeien, onderlinge spanningen... Maar ook bij artsen in een ziekenhuis brengt de spanning tussen het ziekenhuisbeleid en het beroep van arts vaak extra stress mee. Denk maar aan de druk vanuit het ziekenhuis om zo veel mogelijk bedden te vullen.»


Kanariepietje

‘Bij burn-out en depressie spelen – net zoals bij verslaving of andere psychiatrische aandoeningen, trouwens – verschillende factoren een rol,’ voegt Andy De Witte toe. ‘Ik denk dan aan een genetisch-familiale kwetsbaarheid, bepaalde persoonlijkheidskenmerken zoals perfectionisme, of stresserende omgevingsfactoren.’

De Witte stond als psychiater mee aan de wieg van D4D. ‘Bij een arts kan dat zelfs één van de redenen zijn waarom die voor een zorgend beroep heeft gekozen. Als je niet bevlogen, ambitieus en idealistisch bent, kies je niet voor een job waarvoor je eerst zeven jaar – dertien als je wilt specialiseren – in jezelf moet investeren door keihard te studeren. Ik ben zelf óók psychiater geworden om de meest kwetsbare mensen te helpen.’

HUMO Ziet u het vaak tot medische fouten komen bij disfunctionerende artsen?

Andy De Witte «Dat niet. De beroepseer en -ernst bij artsen is zeer groot. Ze halen alles uit de kast om toch maar goed voor hun patiënten te blijven zorgen, maar zodra die buiten zijn, zakt de dokter bij wijze van spreken in elkaar. Ze blijven tot in extremis voor de ander zorgen, maar zorgen ondertussen extreem slecht voor zichzelf.

»Kijk, de toenemende druk is een breed maatschappelijk probleem, maar wij artsen zijn de kanariepietjes van de maatschappij: als wij van ons stokje vallen, is er echt iets aan de hand – ook al denken we zelf vaak dat we immuun zijn. Met D4D willen we onze collega’s sensibiliseren: om goed voor onze patiënten te kunnen zorgen, moeten we eerst goed voor onszelf zorgen. Lange tijd was die bood-

schap taboe, maar nu is de tijd er rijp voor. Alle beroepen die ooit op een piëdestal stonden – politici, noem maar op – zijn er intussen afgedonderd. Nu is het de beurt aan de dokters, en ik merk dat jonge artsen daar klaar voor zijn.»


Dokter N

Dokter N behoort tot die nieuwe generatie. Na haar studies ging ze meteen aan de slag bij een Wijkgezondheidscentrum: ‘Uit idealisme. Ik ben altijd al sociaalvoelend geweest – volgens mijn buurmeisje liep ik als kind al te verkondigen dat ik dokter wilde worden en mensen wilde helpen. De laagdrempeligheid van zo’n WGC sprak me enorm aan.’

Dokter N «Mijn patiënten waren vooral mensen uit de lagere sociale klassen, aangevuld met illegale vluchtelingen. Die mensen hebben het sowieso moeilijk – geen papieren, geen huis, geen job, veel stress. Als arts moet je daar oog voor hebben, vind ik. Had iemand geen geld voor medicatie, dan trok ik mijn eigen medicijnkast open. Maar ook bij mijn andere patienten voelde ik me enorm betrokken. Als ik vermoed dat een kind in een problematische situatie zit, dan ga ik mee naar het vertrouwenscentrum. Of ik denk nu aan die man van 91 die zijn vrouw pas had verloren: meer dan zorg had die man gewoon een praatje nodig. Ik vind dat even belangrijk, maar mijn werkgevers deelden die mening niet. Wat zij voor ogen hadden, was: oplappen en opkrassen. Ze gedroegen zich als managers, benaderden het centrum als een bedrijf dat vooral tot een succes moest uitgroeien. En dat wérd het ook: op een paar jaar tijd hadden we een bestand van om en bij de 1.800 patiënten. En dat voor twee dokters. Maar met óns welzijn leek het bestuur niet in te zitten. ‘Als jij het niet wil doen, dan vinden we wel een andere dokter’ – zo’n mentaliteit heerste er. Ik kreeg het er steeds moeilijker mee, maar vond geen gehoor. ‘Mis-schien moet je iets anders gaan doen,’ zei mijn baas. Toen ben ik nog méér aan mijn capaciteiten gaan twijfelen.

»Toen ik zwanger werd, kreeg ik al na een maand of zes vroegtijdige contracties. Eigenlijk was dat een teken dat mijn lichaam niet meer kon. Mijn huisarts – want die had ik wel – heeft toen zelfs in mijn dossier ‘burn-out’ genoteerd, met daarachter een vraagteken. Maar zelf ontkende ik dat in alle toonaarden. Na mijn bevallingsverlof begon ik meteen weer te werken. Ik werd extreem prikkelbaar: de kleinste opmerking van mijn baas nam in mijn hoofd gigantische proporties aan. Op een vergadering wierp hij me voor de voeten dat ik de sfeer op het werk verpestte, omdat ik er zo knorrig bij liep. Ik ben toen emotioneel gecrasht.»

HUMO Had u ook fysieke klachten?

Dokter N «Ik had last van mijn maag en liep vaak rond met hoofdpijn. Dan nam ik een pilletje en negeerde mijn klachten verder. Ik dacht: ‘Wat heb ik nu te klagen? De praktijk bloeit!’ Mijn collega’s merkten niks, omdat ik nog altijd met een glimlach rondliep. Pas toen ik eindelijk gestopt ben met werken, is alles naar boven gekomen: plots zag ik er doodvermoeid uit.»

HUMO Hebben uw patiënten ooit iets gemerkt?

Dokter N «Op het einde wel, ja. Ik had een patiënte die wekelijks langskwam – voor een burn-out, nota bene. Zij heeft me achteraf gezegd: ‘Ik merkte dat er iets was. Je ogen straalden niet meer.’ (Begint te huilen) Sorry, ik word nog altijd snel emotioneel. In het bijzijn van een patiënt heb ik nooit gehuild, omdat je als arts toch een soort rol speelt. Die heb ik tot op het einde weten vol te houden.»

HUMO De burn-out van uw patiënte herkende u, maar die van uzelf dus niet. Dokter N «Nee. Ik sloeg mijn eigen raad ook in de wind. ‘Wanneer neem je eens tijd voor jezelf?’ vroeg ik haar, maar zelf bleef ik doorperen. Als dokter zie je jezelf gewoon niet als patiënt.

»Achteraf vind ik het ook vreemd dat ik niks in de gaten had. Ik heb nog patiënten geholpen terwijl ik 39 graden koorts had. Tussen twee patienten door liep ik naar het toilet om over te geven. Dan dacht ik: ‘Het gaat wel over.’ Of: ‘Ik zal iets opgelopen hebben van één of andere patiënt.’ Ik weigerde om naar mijn lichaam te luisteren. Is het oké om in zo’n toestand te blijven werken? Nee, maar toch deed ik het. Anders zat mijn collega met de shit.»

HUMO Kon je bij hem terecht?

Dokter N «Nee. Onze visies verschillen nogal. Hij lachte zelfs een beetje met mijn aanpak: ‘De psychiatrische gevallen stuur ik door naar jou.’ Nadat ik was uitgevallen, heb ik niks meer van hem gehoord – ik heb zelfs geen kaartje gekregen.

»Laten we eerlijk zijn: artsen leggen de lat nog altijd zeer hoog. Voor zichzelf en voor elkaar. Ik hoor van een vriendinanesthesiste dat één van haar collega’s na een marathonoperatie van 24 uur liep op te scheppen dat hij nog fit genoeg was om meteen achter het stuur te kruipen en op skivakantie te vertrekken.»

HUMO Liepen je patiënten ooit gevaar?

Dokter N «Nee. Het is net dankzij het contact met mijn patiënten dat ik het nog zo lang heb uitgezongen. Ik bleef voldoening scheppen uit mijn consultaties, ook al was die op het einde minimaal. Professioneel wist ik alles dus vrij goed te verbergen, maar privé liet ik wel steken vallen. Ik ben twee keer met mijn baby van de trap gevallen. Zelfs toen bleef ik uitvluchten verzinnen: ‘Het is normaal dat een jonge moeder moe is.’

»De spreekwoordelijke druppel was toen ik van mijn bazen koudweg te horen kreeg: ‘Als je hier weg wilt, dan moet je zelf maar ontslag nemen.’ Ze gaven er zelfs een deadline bij. Na dat gesprek ben ik nog één dag komen werken, om mijn vaste patiënten te laten weten dat ze voortaan bij iemand anders zouden terechtkomen. Daarna ben ik thuisgebleven. In het begin deed ik niks anders dan huilen en slapen. Toevallig – of net niet – had ik me ingeschreven voor een cursus burn-out en stress. Die heb ik nog wel gedaan. Zéér confronterend (lachje). Op aanraden van een collega heb ik me toen intensief laten begeleiden in The Human Link. Bij de burn-outtests bleek meteen dat ik heel hoog scoorde op het vlak van depersonalisatie en heel laag op het vlak van competenties: ‘Voel je jezelf nuttig?’ Pff, nee. Uiteindelijk ben ik vierenhalve maand thuisgebleven – twee meer dan ik had gehoopt (lacht).

»‘Misschien móést dit me overkomen,’ denk ik soms. Ik ga altijd over mijn grenzen, zeg altijd ja als iemand me vraagt om er nog iets of iemand bij te nemen. Liever dan een conflict aan te gaan, plooi ik me naar andermans wensen. Ik wil ook altijd alles per se zelf doen, wil niks overlaten aan anderen. Vroeg of laat was ik sowieso gecrasht. Ze zeggen weleens dat het leven aan de nemers is. Ik heb intussen geleerd dat ik een gever ben, maar ik geef me niet meer zomaar aan iedereen. Op mijn nieuwe job was ik al tijdens de eerste teamvergadering weer de eerste om mijn hand op te steken toen ze een vrijwilliger zochten. ‘Ik ben weer bezig,’ dacht ik. Maar nu ben ik me er tenminste van bewust en probeer ik erop te letten.

»Intussen ben ik ervan overtuigd dat mijn burn-out me heeft verrijkt, als mens en als arts. Ik ben me in de materie gaan verdiepen, zodat ik er in de toekomst patiënten mee kan helpen. Ik schaam me ook niet voor wat er gebeurd is. Misschien denken dokters van de oude stempel er anders over, maar mijn patiënten mogen weten dat ik ook maar een mens ben, dat ik ook geveld kan worden door stress of ziekte. Ik hoef niet op een piëdestal te staan.»


Doctors4Doctors: info@doctors4doctors.be of doctors4doctors.be

Arts in Nood: 09/220.47.50 (vragen naar vaste secretaris Lieven Ascoop)

Lees ook: 'Help de dokter is ziek' deel 2 »

undefined

undefined

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234