Henk Rijckaert: de fun, de hits, de bullshit

‘De fun, de hits’ heet de splinternieuwe zaalshow van Henk Rijckaert – die comedian met dat imposante stel bakkebaarden, en dan zwijgen we nog over de kop die ertussen zit. De slagzin heeft hij gevonden in de al enige tijd leegstaande lokalen van Radio Donna. Er zal muziek in de show zitten, dat wil hij wel verklappen. En een boodschap. ‘Maar toch vooral veel bullshit.’

Gent, één van de laatste ochtenden van 2014. Luc De Vos is er al even niet meer, de avond tevoren is ook Walter De Buck definitief uit het straatbeeld verdwenen. Het is stil rond de Vooruit, het laatste arbeidersparadijs. Binnen zit Henk Rijckaert, en met hem gaat het op het eerste gezicht ook niet zo goed: ‘Excuseer als ik af en toe eens een halve long ophoest,’ verontschuldigt hij zich, terwijl hij boven z’n koffie net geen halve long ophoest. Al is het toedienen van de laatste sacramenten voorbarig: slechts lichtjes overwerkt, luidt de diagnose.

Henk Rijckaert «Zo’n twee weken geleden heb ik voor het eerst sinds lang nog eens een nacht doorgewerkt – voor de opnames van ‘De schuur van Scheire’, Lievens nieuwe programma op Eén. Ik ben achteraf niet gaan slapen, in de hoop mijn bioritme strak te kunnen houden. Een vergissing: ’s anderendaags was ik kapót. En nu krijg ik het blijkbaar niet uit mijn lijf.»

HUMO Er is al veel gezegd en geschreven over ‘De schuur van Scheire’, maar hoe ziet het er vanbinnen uit?

Rijckaert «Het is Lieven zijn programma, maar drie andere nerds staan hem bij: Bart Van Peer, Kurt Beheydt en ik. Elke week nodigen we een BV uit in de studio, waarop we met z’n allen op zoek gaan naar het verborgen nerdkantje van die bekende mens.»

HUMO En wat is jouw rol?

Rijckaert «Ik ben de verantwoordelijke voor de hardware: ik knutsel de iets grotere projecten in elkaar. Dat is altijd al een hobby geweest, maar nu kan ik eindelijk tegen iedereen zeggen dat het méér dan tijdverspilling is: ‘Het is voor het werk.’ (Fluistert) Momenteel ben ik al twee weken lang aan het wroeten aan een project dat me, als ik het kan verkopen, rijk zal maken.»

HUMO Heb je soms een alternatieve energiebron in elkaar gestoken in de schuur?

Rijckaert «Warm. Het is inderdaad een alternatieve energiebron, maar dan één die bij ons in onbruik is geraakt en die ik in ere wil herstellen. Ik heb een machine met een onbeperkte energievoorziening gemaakt, die zijn eigen afvalstoffen hergebruikt.»

HUMO Geef niet té veel weg, Henk.

Rijckaert «Wees gerust, meer zeg ik niet. Ik hou anders wel van het open source-idee: wat wij in het programma doen, kan voor iemand anders een vertrekpunt zijn om er zelf iets beters van te maken. Onze bedoelingen zijn namelijk goed, maar de uitwerking is soms nogal knullig.»

HUMO ‘Een vertrekpunt om iets beters te maken’: ik was bijna vergeten dat je ooit voor de klas hebt gestaan.

Rijckaert «Klopt, ik heb acht jaar biologie en fysica gegeven aan het Stedelijk Kunstinstituut hier in Gent. Ik kreeg er toekomstige kunstenaars voor me, en die staan niet altijd even hard te springen om zich te verdiepen in de boeiende wereld van de elektromechanica en de fotosynthese. Maar het voordeel was dat het wel een creatief publiek was: als je ze geboeid krijgt, gaat het daarna vanzelf. Daar heb ik geleerd hoe je wetenschap verteerbaar kunt maken voor mensen die er niet noodzakelijk in geïnteresseerd zijn.»

HUMO Wat is het dat wetenschappers zo geschikt lijkt te maken voor comedy? Jij, Lieven Scheire, Bart Cannaerts...

Rijckaert «En je vergeet Raf Coppens, die is nog leraar wiskunde geweest. Maar laten we het nu niet voorstellen alsof álle wetenschappers geestig zijn: het tegendeel is waarschijnlijker (lacht). Wat wel waar is: zet een paar wetenschappers bij elkaar en je hoort al snel dat typische nerdy gegrinnik opstijgen. Lieven en Bart Van Peer zijn daar sterk in: samen in een plooi liggen om kwantummechanische referenties waar de rest van de wereld geen bal van snapt.

»Ontleden, analyseren en syntheses maken komt wel goed van pas bij comedy, als je mensen aan het lachen wilt brengen met je hersenspinsels. Ook mooi meegenomen: een constante nieuwsgierigheid.»

HUMO In de titel van je nieuwe show, ‘De fun, de hits’, zit er alvast weinig wetenschap. Ook heimwee naar Radio Donna?

Rijckaert (lacht) «Nee, ik heb die slagzin altijd al hilarisch lullig gevonden. Vooral door die lidwoorden: ‘Dé fun, dé hits’ – zó tenenkrullend. Het is vooral zelfrelativerend. ‘Henk Rijckaert: de fun, de hits’: dan zet ik mezelf meteen zo te kakken dat het op slag grappig wordt.»

HUMO Je hebt al ontzettend veel try-outs achter de rug.

Rijckaert «Ik ben de tel kwijtgeraakt, maar het moeten er zo’n zeventig geweest zijn. Nog een reden voor mijn kwijnende gezondheid (lacht).»

HUMO Was dat echt nodig, zeventig try-outs?

Rijckaert «Bij mij groeit een nieuwe show altijd organisch: ik begin met tien, vijftien minuten materiaal, en dat groeit tijdens die try-outs aan. Deze keer heb ik ook wel erg veel tijd gestoken in de muziek die ik breng.»

HUMO Want je hebt zelf nummers geschreven.

Rijckaert «Ik wou al langer een show met meer muziek in. Ik ben geen topmuzikant, maar ik heb wel altijd in bandjes gespeeld. Uren heb ik gerepeteerd, tot bloedens toe, à la Bryan Adams in ‘Summer of 69’. En als je jezelf als muzikale comedian presenteert, moet je maar zorgen dat je muziek béter is dan het gemiddelde gekrassel, vind ik.

»Bovendien is het erg leuk om in je show iets anders te doen dan moppen vertellen. Er zijn niet zo gek veel comedians in Vlaanderen die songs in hun shows verwerken. Urbanus deed het als eerste, daarna Kommil Foo, en ook Bart Cannaerts doet het af en toe. Maar daar blijft het bij.»

HUMO Als je je eigen nummers hits noemt, schep je wel hoge verwachtingen.

Rijckaert «Ja, zo bescheiden ben ik wel (lacht). Het is een rode draad in de show: wat is een hit, en wat zorgt ervoor dat een hit een hit wordt? Het is geen al te strak scenario – het is veeleer een roze draad, nu ik erover nadenk – maar daar gaat het wel vaak over. En over verschillende muziekgenres, en over hoe mensen daar tegenover staan. In mijn tijd luisterde je ofwel naar house, of je was een johnny of een rocker: al die fans stonden lijnrecht tegenover elkaar. Dat is nu minder het geval, wordt gezegd. Echt waar? Hoe wordt er vandaag over schlagermuziek gepraat, denk je? Laat die mensen toch met rust.»

HUMO Aha, ben je diep vanbinnen een schlagerfan?

Rijckaert «Dat ook weer niet, al kan ik af en toe wel wat kitsch verdragen. Maar schlagermuziek doet wat het moet doen: een bepaalde doelgroep hard aanspreken. Het is een formule, ja. Maar wel één die erg goed in elkaar steekt. En als dat die mensen content maakt, wie zijn wij dan om daarop te kakken?

»Er wordt ook enorm irritante kindermuziek gemaakt, maar het is toch tijdverspilling om je daaraan te storen? Neem nu die drie roze huppelkutten van K3: goed gedaan, toch? Mijn dochter is 5 jaar, en als ze K3 hoort, valt haar mond al na 5 seconden open. Hoe kun je daar dan tegen zijn? Dat is hetzelfde effect dat Nirvana destijds op mij als puber had. Mijn ouders hebben daar vroeger ook niet op gesakkerd, al vonden zij dat ongetwijfeld ook kutmuziek.»

HUMO Is dat de rode draad in ‘De fun, de hits’? Leven en laten leven?

Rijckaert «Ongeveer. Of het nu over eten, politiek of godsdienst gaat, dat polariseren, dat bang zijn van al wie niet op jou lijkt, zit erg in de mensen ingebakken. ‘Als je niet dezelfde keuzes maakt en mijn smaak deelt, ben je niet goed bezig. Als je niet tot onze groep behoort, scheelt er iets met je en zijn we tegen je.’ Daar heb ik het over in de show.»

HUMO Nu zijn we er: je wilt eigenlijk gewoon de wereld verbeteren.

Rijckaert «Zo lijkt het nu wel, maar het belangrijkste blijft toch de fun, om zelf even die kuttitel te citeren. De mensen moeten gelachen hebben als ze naar buiten gaan. En als ik tussendoor iets kan vertellen dat hen even doet nadenken, is dat mooi meegenomen. Maar ik zal nooit met het vingertje staan zwaaien, dan zou ik mezelf tegenspreken. Dus, ja: beschouw het als een oproep tot tolerantie, maar een niet té luide oproep (lacht). Want laten we wel wezen: er zit ook véél bullshit in – bullshitten blijft mijn sterkste punt. Ik besef heus wel dat alles al ettelijke keren is verteld, en dat die anderen het ongetwijfeld ook veel beter konden formuleren. Maar ik hoop dat er tussen al mijn gezwam af en toe iets zit dat mensen doet denken: ‘Tiens, misschien toch een intelligente mens, die Rijckaert.’»


Bart De Held

HUMO Je kluste bij als panellid in onder andere ‘De slimste mens’ en ‘Scheire en de schepping’. Jeukt het niet om weer een eigen programma te maken, zoals ‘Zonde van de zendtijd’?

Rijckaert «Dat was voor alle duidelijkheid evenveel van Bert Gabriëls als van mij. Een fantastische periode, maar na die drie zeer hectische jaren en evenveel seizoenen heb ik voor mezelf uitgemaakt dat ik de nadruk voortaan op livecomedy zou leggen. Televisie neem ik erbij, maar wel als duidelijke tweede. De return is ook groter als je op een podium staat. Kom je op tv, dan weet je dat iemand ergens in een Vlaamse huiskamer wel zou kunnen lachen met je grappen, maar daar moet je ’t mee doen. Je hebt die fantastische wisselwerking tussen podium en publiek niet.»

HUMO Ben je iemand die het applaus nodig heeft?

Rijckaert «Tja, op een podium staan, mensen aan het lachen krijgen, dat applaus: het is een egokwestie, ik geef het toe. Maar met die keuze voor comedy boven televisie wou ik ook het duo Gabriëls-Rijckaert uit elkaar halen. Na drie seizoenen begonnen we te versmelten met elkaar.»

HUMO Het Gaston en Leo-syndroom.

Rijckaert «Voilà. Dat zag je ook aan de nieuwe voorstellen voor tv-programma’s die we kregen: die waren allemaal in de trant van ‘Zonde van de zendtijd’, hetzelfde met een ander sausje. Terwijl we daar net mee gestopt waren omdat we bang waren dat we niets anders meer zouden kunnen doen, en dat we het op den duur zouden beginnen uit te melken. Dan hou je beter de eer aan jezelf.

»Ik zit nu niet te wachten op een nieuw idee voor een programma. Ik heb ook geen onstuitbare drang om met mijn kop op tv te komen. Het moet 200 procent goed aanvoelen of ik doe het niet. Maar ik sluit ook niets uit. Stel dat ik een ongelofelijk tof idee krijg voor een sitcom en ik kan er zo aan beginnen: dan twijfel ik niet.»

HUMO Een sitcom? Plannen in die richting?

Rijckaert «Niet concreet, hoor. Er hebben er zich al veel aan dat genre verbrand. Maar de laatste jaren is het klimaat hier wel beter – neem bijvoorbeeld ‘Safety First’.»

HUMO Of ‘De Biker Boys’.

Rijckaert (veert op) «Fuck, jong, zó goed. Neem het van mij aan: Bart De Pauw is een held. Maar goed, iemand als hij moet je ook niet meer leren hoe hij televisie moet maken. Als je voluit voor tv gaat, moet je er ook een drang voor voelen. Bart De Pauw heeft die, daar ben ik zeker van. Ik niet – ik heb die voor comedy.»

HUMO Ken je je collega en stadsgenoot Lukas Lelie, de kraakverse winnaar van Humo’s Comedy Cup?

Rijckaert «Zeker. Hij is enórm, hè? Ik herkende nog namen in de Comedy Cup, en het verbaasde me dat sommigen al vóór de halve finales afvielen. Maar ik schrok niet toen ik hoorde dat Lukas de Comedy Cup gewonnen had. Ik vond eerder al dat hij de beste mop van het jaar, zo niet het decennium geschreven had: die waarin hij jarenlang in de waan verkeerde dat ‘Polizei’ Duits voor drie was. Een ongelofelijk dwaze mop, maar dat is net zijn kracht: het zo formuleren dat het bijna geniaal wordt. Ik moet opletten dat ik hem niet op een piëdestal zet, want het begint nog maar goed voor hem, maar ik ben blij dat hij gewonnen heeft. Zijn soort humor is de volgende stap in de comedy in Vlaanderen, daar ben ik zeker van: die deadpan, dat bijna emotieloos en zo goed als monotoon moppen vertellen zonder versiering of andere tralala.»


Allemaal kak

HUMO Ben jij het soort comedian dat ervoor gaat zitten om te schrijven?

Rijckaert «Schrijven is voor mij vaak een erg onromantische nine-to-five job. Ik werk tijdens de schooluren van mijn dochter. Ik breng haar naar school, om vijf voor negen ben ik weer thuis, en als er dan geen file is op de trap, ben ik rond negen uur op mijn werk (lacht). Maar het is niet altijd even makkelijk. Zoals Lukas ook bewijst: soms is comedy gewoon een zaak van punten en komma’s en de juiste woorden. En soms komen die niet. Dan ga ik gitaar spelen of wat knutselen, of afwassen.»

HUMO Moet je vaak tegen de writer’s block vechten?

Rijckaert «Het gebeurt, al geloof ik niet echt in zoiets als een writer’s block: je mag gewoon niet stoppen met schrijven. Hoe langer je op die flikkerende cursor zit te staren, hoe luider dat stemmetje gaat roepen: ‘Het komt niet, hè? Het komt niet! Je gaat het niet vinden! Je bent een loser! Je bent het kwijt!’ Enfin, je hoort dat stemmetje waarschijnlijk ook weleens.»

HUMO Elke dag, maar dan zet ik mijn vriendin even aan de deur.

Rijckaert «Enfin, ook al heb ik maar een half idee, dan nog begin ik te schrijven. Als je op het eind van de dag alles doorneemt, kan dat wel ontnuchterend zijn. Soms ís het ook allemaal kak, maar af en toe zit er iets bruikbaars tussen, en daarmee kun je de volgende dag aan de slag. Op één of andere manier heb ik leren leven met die klootzak in mijn hoofd: ik duik als een enthousiast kind overal in, en ik zie wel of ik verdrink of niet.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234