null Beeld

Henny & Xander Vrienten over 'En toch', de mooiste Nederlandstalige plaat van het jaar

Henny Vrienten (66) heeft ‘En toch …’ uit, misschien wel de mooiste Nederlandstalige plaat van het jaar: gracieus snarenspel, vernuftige eenvoud, het ingetogen geluid van elegantie: mooie liedjes over leven en dood die net lang genoeg duren.

Over dode, levende en van leven en dood verloste dichters gesproken: het interview vindt plaats in zijn werkkamer, tevens een sanctuarium van de poëzie: Henny Vrienten is een hartstochtelijk liefhebber en een obsessief verzamelaar van poëzie. Toch wil hij liever niet dat dit inspirerende interieur op de foto komt. ‘Een achtergrond met boekenkasten is zo pocherig. Op de televisie zetten ze professoren nog altijd graag voor een boekenkast neer. ‘Die weet wat-ie zegt,’ zou daar dan uit moeten blijken. Nou, voor mij hoeft dat niet.’

Henny Vrienten heeft vijf kinderen, voortgesproten uit twee relaties. Zijn zoon Xander (27) is er vandaag ook bij: hij speelde bas op ‘En toch…’ en is heden vooral bassist bij Jett Rebel, the next big thing in Nederland. De bas is ook het instrument dat zijn vader bij Doe Maar bespeelde. Xander moet het interview iets vroeger voor bekeken houden wegens een repetitie voor het Nederlandse filiaal van Band Aid. ’s Avonds zou ik hem in ‘De wereld draait door’ al bassend een bodem zien leggen in ‘Doen ze daar aan Kerstmis dan’. ’s Ochtends stelde ik eerst een vraag aan zijn vader.

HUMO Henny, aan iemand die de 60 is gepasseerd mag ik het wel vragen: heb je je dromen waargemaakt?

Henny Vrienten «Ja, ik geloof het wel. Als jongetje droomde ik ervan om iets te bereiken met mijn gitaar. Ik droomde van liedjes zingen waar mensen naar willen luisteren. Dat leek mij in die tijd utopisch. Nog het meest dacht ik dan ook: ‘Dat gaat nooit gebeuren.’ Maar het is wél gebeurd. En toen ik ophield met in bandjes te spelen, droomde ik ervan om toch een carrière in de muziek te blijven aanhouden, en filmmuziek te maken, of musicals, of muziek voor allerlei tv-programma’s. Ook dat is gebeurd. Nu heb ik niet veel dromen meer, al wíl ik nog een heleboel: ik heb nog ambities. En ik heb de redelijke verwachting dat iets wat ik ambieer ook gebeurt. Ondertussen heb ik de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Als ik geen klap meer zou uitvoeren, zou iedereen dat accepteren, maar ik denk niet dat ik daar ooit aan toekom. Ik voel toch nog een soort van blinde drift. Of is het nog steeds de drang om mezelf te bewijzen?»

HUMO Xander, wat zijn de dromen die jij wil waarmaken?

Xander Vrienten «Waar ik ongeveer tien jaar geleden nog van droomde, is nu aan het uitkomen. Op m’n zestiende begon ik te bassen en al heel snel wilde ik m’n geld verdienen met m’n instrument. Dat lukt me nu toch al zeven jaar, al kon ik er eerst niet zo rijkelijk van leven als nu: ik woonde in een kraakpand en als ik geen geld had, ging ik bij Henny of bij mijn moeder eten. Ik droomde niet noodzakelijk van véél geld, maar wel van rond te kunnen komen met muziek. Op school was ik niet echt met school bezig, en bovendien wist ik niet wat ik later wilde studeren. Ik ben haast vanzelf bij de bas terechtgekomen, zonder dat ik per se bassist wilde worden.»

HUMO Je hoort zelden dat muzikanten per se bassist willen worden. Zou een bas een gitaar met een beperking zijn?

Xander «Absoluut niet. Ik vind de bas het meest sexy voorwerp op aarde.»

HUMO In je liedje ‘Gitaar’, Henny, het openingsnummer van ‘En toch…’, heb je het ronduit over de gitaar als lustobject.

Henny «De vormen van de gitaar zijn toch nadrukkelijk vrouwelijk? De bas is dan weer iets robuuster.»

Xander «En misschien ook wel mannelijker.»

Henny «Al is de hals van een gitaar dan weer een soort fallus. Maar om even terug te komen op wat je net vroeg: of de bas een gemankeerde gitaar was. In één van de eerste bandjes waarin ik ooit heb gespeeld, zat ook een soort tiran, die op dat moment ook het meest van muziek afwist en dus de baas was. Over mijn gitaarspel zei hij: ‘Vrienten, ga jij maar even bassen, want er zitten twee snaren te veel aan je instrument.’ Voor hem was een bas dus duidelijk een gitaar met een beperking. Maar volgens mij heeft bas spelen iets met je karakter te maken.»Xander «Mensen die ervan dromen iets met muziek te beginnen, denken meestal eerst aan gitaarsolo’s, maar als gitarist moet je in een band nog het meest een deel van het geheel zijn, de afgesproken slagjes spelen, en méé de sound maken. De bassist is in samenspel met de drummer de ruggengraat van dat geheel.»

Henny «Behalve de motor van een band is de bassist ook vaak de kapitein – hij houdt de boel op koers. En iedereen rekent op de bassist. Als iemand een gitaarsolo staat te pielen en hij mist daarbij vier tonen, dan valt dat niemand op. Als een bas één belangrijke noot van een groove mist, dan stort het hele geluid als een kaartenhuisje in.»

HUMO Je zei dat bas spelen een karakterkwestie was, Henny.

Henny «Je hebt bassisten die voorop gaan staan: Paul McCartney, Sting, en ik wellicht ook wel in mijn jonge jaren. Maar de meeste bassisten doen dat niet. Ze staan liever met hun kont tegen hun versterker aan, om de geluidsdruk te voelen. Xander is een mooie man op het podium, maar ik zie hem altijd haast ingekeerd zijn instrument bespelen.»

HUMO In welke mate raken jullie gehecht aan basgitaren?

Henny «Enorm.»

Xander «Ooit werden er twee bassen van mij gejat. Ik heb me nooit zo leeg gevoeld als toen. Ik wilde toen zelfs met muziek stoppen. Je bent zo verknocht aan die houten plank, en elke houten plank klinkt bovendien anders. Maar ze zijn gelukkig teruggevonden. Ik heb toen voor het eerst in mijn leven gebruikgemaakt van de achternaam Vrienten op een basforum op het internet. Iemand vond mijn gestolen bassen 13 minuten later terug op het internet: ze werden te koop aangeboden in een winkeltje in Amsterdam-Oost.»

Bachs bassen

HUMO Was muziek wezenlijk in de opvoeding die je voor je kinderen voorzien had, Henny?

Henny «Je hoeft kinderen niet in muziek op te voeden als je in een huis woont waar instrumenten zijn. En waar vader altijd op een gitaar zit te tokkelen. Vroeger wilden we geen vaatwasmachine omdat we het afwassen zo leuk vonden: mijn eerste drie kinderen en ik stonden dan altijd vierstemmig te zingen. Wat de muzikale opvoeding van mijn kinderen betreft, heb ik alleen maar voorwaarden geschapen.»

Xander «We werden nooit gepusht. Muziek was ook niet verplicht. Als kind hield ik heel veel van Bach…»

Henny «Wat ik heel raar vond: een kind dat helemaal verslingerd was aan ‘Das wohltemperierte Klavier’ en de ‘Brandenburgse concerten’. ’t Was erg monomaan en obsessief. Toen ik langs zijn kamer liep, hoorde ik altijd Bach. Hij was toen een jongetje van vijf.»

Xander «Bach is ook: goeie bassen (lachje). Ik was best wel een dromerig kind – ik zei ook niet zo heel veel. Ik hield van oplossingen bedenken, en in Bach hoorde ik problemen en gaandeweg ook de oplossing ervan. Ik tripte op het feit dat een muziekstuk van Bach neerkwam op het kunstig uitstellen van de oplossing – niet dat ik daar toen al een muziektheoretisch begrip van had, maar ik voelde het wel aan.»

HUMO Xander, wanneer werd je je ervan bewust dat je vader een popster was?

Xander «Toen ik een jaar of 11 was, zei een vriendje: ‘Je vader staat in de top tien.’ Ik wist niet eens wat de top tien was, maar dat het iets hips was, kon ik wel aanvoelen. Voor de rest was ik helemaal niet bezig met zijn reputatie. Ik ben heel sec, heel Nederlands opgevoed: doe maar normaal. Zaten we ergens in een restaurant aan tafel en kwam er iemand een handtekening vragen, dan deden zowel Henny als mijn moeder alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Het was me wel bekend dat Doe Maar groot was geweest, maar pas in 2000 – in de tijd van de eerste reünie van Doe maar – dacht ik: ‘Wauw! Dit is wel tof.’ En toen ben ik prompt gitaar gaan spelen. Ik zat toen op de middelbare school en dacht: ‘Ik wil er óók staan, en meisjes hebben, en stoppen met dagdromen.»

HUMO Wat heb je je kinderen willen bijbrengen, Henny?

Henny «Naastenliefde. En ook: maak af waar je aan begint, sla je broer niet in elkaar, laat je moeder niet altijd alleen afwassen. Allemaal erg klassiek, en niet wat je van een popster zou verwachten: dat het hele gezin aanhoudend stoned op de bank ligt.»

Xander «’t Was een heel warm en veilig nest. Ik heb een heel goeie jeugd gehad.»

HUMO Henny, jij hebt ten tijde van Doe Maar al over je verhouding met je vader gezongen in ‘Pa’. Die was ongetwijfeld onvergelijkelijk anders dan de verhouding die je met je eigen kinderen hebt.

Henny «Ik had een oude vader, geboren in 1903, meer een 19de-eeuwer dan hij ooit een 20ste-eeuwer is geweest. Hij sprak niet met mij – nou ja, hij zei weleens wat, maar er kwam nooit een gesprek van. Ik was een kind, en kinderen waren in zijn ogen geen gesprekspartners. Je had in die jaren 50 ouderen met een ouderencultuur, en kinderen bengelden daar maar wat bij. Ze moesten vooral niet al te zichtbaar zijn, en voor de rest doen wat van ze werd verlangd. Hij was geen onaardige vader, maar wel afstandelijk. En stil. Gelukkig had ik een erg toegankelijke moeder, zodat ik eigenlijk ook niets heb gemist.»

HUMO Op ‘Mijn hart slaapt nooit’, je soloplaat uit 1991, staat het nummer ‘Vaders zijn verraders’, waarin je het kantelmoment vreest waarop je geen held meer bent in de ogen van je zoons. Dat is ondertussen al gebeurd, neem ik aan.

Henny «Niet lang nadat die plaat uit was, toen ik het huis verliet.»

Xander «’t Lijkt me heel gezond dat je je in je puberteit afzet tegen alles wat ouderlijk is. Dat heb ik wel gedaan. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik 13 was. Dat is natuurlijk nooit leuk. Mijn reactie was: ‘En nu ga ik precies doen waar ik zin in heb.’ Behalve heel veel muziek maken was dat ook stiekem jointjes roken en te veel alcohol drinken. Al mijn vriendjes deden dat, en in die tijd leek het alsof ik mijn vrienden belangrijker vond dan mijn familie. Ik hield wel van mijn familie, maar toch dacht ik: ‘Laat me nou maar even met rust.’»Henny «Je hebt je wel onttrokken aan het ouderlijk gezag, maar je ouders hebben zich nooit aan jou onttrokken. Daardoor ben je ook niet ontspoord.»

Xander «Dat heb ik altijd wel gevoeld.

»’t Was een tijd waarin ik meisjes en jointjes ontdekte, en wat muziek betrof, switchte ik van Bach naar The Beatles en van The Everly Brothers naar Red Hot Chili Peppers. Ik luisterde toen ook veel naar Miles Davis

HUMO Goede smaak. En erg onmodieuze muziek in jouw jeugdjaren.

Xander «Ik zat op een school waar de trendy popmuziek van die jaren niet van belang was. Ik had er zelfs vrienden-muzikanten die jazz speelden. ’t Was een heel goeie school. Niet afgemaakt, helaas. Voor de rest heb ik nooit gedacht dat ik zou ontsporen of dat het slecht met me zou aflopen.»

HUMO Wie is jouw ideale bassist, Henny?

Henny «Ik heb altijd erg van Paul McCartney gehouden, omdat hij meestal tegenmelodieën speelt. Hij heeft de bas tot een lyrisch instrument ontwikkeld, en er prachtige lijnen voor bedacht. (Zingt de basintro van ‘Come Together’) Geweldig toch? Ik heb The Beatles altijd ongelofelijk goed gevonden, maar ik wist niet precies waarom, want als jonge jongen kon ik hun muziek nog niet analyseren. Nu wel. Ik heb hier de volledige partituren van The Beatles liggen, die ik af en toe bestudeer. Telkens weer moet ik denken: ‘O, wat een slimme overgang!’ Het waren genieën.

»Ik moet nog altijd oppassen voor hun invloed. Hoe vaak heb ik al niet gedacht: ‘Neen, dit is te McCartneyaans.’ Een paar jaar geleden zag ik hem optreden in Ahoy in Rotterdam, en van de eerste tot de laatste noot besefte ik dat hij in alles mijn absolute meerdere is. De manier waarop hij in zijn vel zit, de manier waarop hij zong, zijn openheid ten aanzien van het publiek. En hij heeft ook respect voor zijn liedjes. Hij zette het delicate introotje van ‘Blackbird’ in en miste een noot. ‘Oops, I’ll do it again,’ zei hij, en hij speelde het opnieuw. Zo moet je het doen: ‘Ik ben een mens en jullie ook; we weten dat er weleens iets fout gaat.’ Een groot man. Ik ben die keer in grote nederigheid naar huis gegaan, en in gedachten heb ik mijn hoed wel honderd keer voor hem afgenomen.»

Cursus op YouTube

HUMO Xander, vraag je je vader soms advies?

Xander «Niet vaak. Ik heb hem weleens erg níét om advies gevraagd, terwijl ik dat eigenlijk wel had moeten doen: toen ik besloten had te stoppen met mijn opleiding aan het conservatorium. Ik was er niet gelukkig. Ik wist wel dat hij dat niet leuk zou vinden, maar evengoed wist ik dat ik daar zelf over moest beslissen.»

Henny «Ik had zo’n kans wel willen krijgen toen ik 20 was. In paniek heb ik toen één van z’n leraren gebeld, en die zei: ‘Ach, dat heeft die jongen niet nodig: hij komt er wel. Nu zie ik ook wel dat hij zo zijn eigen bassist is. Muzikaal-technisch hoeft Xander me al helemaal geen advies te vragen, want op dat gebied staat hij veel verder dan ik. Het kan ook haast niet anders. Toen ik begon, was er niets: geen goede gitaren, geen goede gitaarmethodes en geen goede gitaarleraren. Ik heb dan ook foutief leren bassen omdat ik het mezelf heb aangeleerd. Een kind van nu loopt een winkel binnen en ziet honderd basgitaren van de allerbeste kwaliteit hangen. En zo’n kind hoeft maar op YouTube te kijken waar alle grote bassisten laten zien hoe ze het doen.»

Xander «Jelte Tuinstra, Jett Rebel, bij wie ik nu speel, is enkele jaren jonger dan ik. Vanaf zijn tiende kon hij dankzij de computer en de digitale technologie al opnames maken. Zijn hele puberteit heeft hij thuis in z’n eentje platen zitten maken, de ene na de andere.»

Henny «Ik heb voor ‘En toch…’ met jonge muzikanten gewerkt, en dat wil ik ook, maar toch valt me een verschil in concentratie op. Ze kunnen allemaal goed multitasken – terwijl ze een track voor me spelen, zitten ze naar hun iPhone te kijken of anders lezen ze de krant op hun iPad. Ik zeg niet dat hun concentratie slechter is dan die van mij, maar ik zit wel helemaal anders in elkaar: ik zoom in op iets, maandenlang, en dan bestaat er ook niets anders. En op de duur heb ik de plaat die ik wilde maken.»

HUMO Xander, je speelt bas op de soloplaat van je vader. Is een familieband een voordeel bij een samenwerking?

Xander «Mijn insteek was: doen zoals ik het gewoonlijk doe. En dat is: in de ziel van de opdrachtgever proberen te duiken. Ik merkte dat het wat makkelijker ging bij Henny dan bij anderen, want ik kom nu eenmaal uit hem.»

Henny «’t Ging allemaal vanzelf. We hadden heel weinig woorden nodig.

»Misschien mag ik dat niet zeggen, maar ik ben redelijk goed in arrangeren. Ik vind mezelf niet zo’n zanger, en met die arrangementen heb ik altijd geprobeerd mijn zangstem zo veel mogelijk te maskeren. Dat wilde ik nu juist níét meer doen. Ik wou ook een onopgesmukt geluid, omdat ‘En toch…’ veel met jeugdherinneringen te maken had, die als pop-ups tevoorschijn schieten als je ouder wordt. Dat schijnt een courant ouderdomsverschijnsel te zijn (lachje). Ik vond dat daar ook de meest elementaire manier van gitaarspelen bij hoorde.»

HUMO Je moest dus eigenlijk je muzikale bagage ontkennen.

Henny «Precies. De muziek die ik voor ‘Sesamstraat’ schrijf, is vaak een stijloefening, of een pastiche: nu eens tex-mex, dan weer doowop, en nog een andere keer Dylanachtig, enzovoorts. Ook dat soort vaardigheid wilde ik op ‘En toch…’ absoluut vermijden: mijn plaat moest waarachtig en rechtuit zijn, geen krulletjes. Terug naar de basis.»

HUMO Heeft die drang naar vereenvoudiging iets met je leeftijd te maken?

Henny «Ongetwijfeld. Onthechten, hè. Een uur geleden, in de studio, zei ik nog: ‘Ik wil kleiner gaan wonen, want dit huis is veel te groot.’ ‘En wat doe je dan met al je boeken?’ kreeg ik meteen te horen. Nou: wég ermee!»

Xander «Dit hoor ik voor het eerst.»

Henny «Ik ben er al een tijdje mee bezig. Ik was een keer bij Remco Campert op bezoek, die in een prachtig groot huis woont. Daar stond één boekenkastje in. Ik zei daar iets over, en toen antwoordde hij: ‘Het is toch de essentie die in dat boekenkastje staat.’ Dat is ook zo. Je kunt met veel minder. Ik heb wel veertien planken T.S. Eliot: het werk van de dichter, zijn proza, vertalingen van dat alles, en vooral boeken óver dat werk. Maar als ik nog twee dagen te leven had, wat zou ik dan willen lezen van T.S. Eliot? Alleen maar zijn poëzie: één deeltje, niet eens zo dik.»

HUMO Heb je het met de andere leden van Doe Maar vaak over vroeger?

Henny «Jazeker. Ons succes was fantastisch, maar tegelijk was ik meestal erg gefrustreerd omdat we te oud waren voor ons publiek, en bij iedere hit leek dat publiek zowat tien jaar jonger te worden.

»We hebben ondertussen een aantal verledens: naast de hectiek van het oorspronkelijke succes van dat bandje hebben we ook al drie reünietournees achter de rug. Eindelijk kwam het geld niet alleen maar in andermans zakken terecht.»

HUMO Is de muziekbusiness dan eerlijker geworden dan vroeger?

Henny «Neen, de muziekbusiness blijft stinken. Je hebt mannetjes en vrouwtjes die mooie dingen maken en je hebt er die dat niet kunnen, maar wel veel geld verdienen aan wat die creatieve mannetjes en vrouwtjes voortbrengen. Het is nooit anders geweest. Als je contracten navlooit van kinderen die meegedaan hebben aan ‘The Voice Kids’, dan merk je meteen dat ze nu al totaal genaaid zijn, en voor heel lang. Er is wezenlijk niets veranderd, ook al zijn wij dan minder naïef dan vroeger.»

HUMO Heb je je ooit afgevraagd, Henny, hoe je elegant ouder wordt in de popmuziek?

Henny «Ik weet dat sommige mensen van mijn leeftijd gepensioneerd op hun einde zitten te wachten achter de geraniums. Dat zit er bij mij niet in. Je kunt in de popmuziek elegant ouder worden als je probeert te zijn wie je op dat moment bent. Als je de jongen probeert te zijn die je 35 jaar geleden was, dan krijg je gegarandeerd pathetische trekjes. Maar eigenlijk heeft mijn generatie, die de jongerencultuur heeft uitgevonden, geen tijd om oud te worden. Als je gezond eet en fit probeert te blijven, ben je niet klaar als je 65 bent. Ik weet wel zeker dat je jong van geest kunt blijven. Ik hou heel veel van hiphop en rap, wat niet echt bij mijn generatie past. Hoewel ik in vergelijking met de meeste jonge mensen een digibeet ben – ik twitter niet en doe ook niet aan Facebook – vind ik de digitale revolutie, en alles wat het internet mogelijk maakt, fantastisch: een wereld die opengaat.»

HUMO Internet heeft ook het stelen van muziek mogelijk gemaakt.

Henny «En dat vind ik niet eens zo erg. Het meeste geld dat je met platen en cd’s verdiende, verdween toch in andermans zakken.»

Liefde en verlies

HUMO ‘En toch…’ is geproducet door Daniël Lohues, een singer-songwriter uit Drenthe, en ook een geweldige gitarist. Ik kende hem van ‘De vergrijzing’ van Freek de Jonge. Waarom was hij de aangewezen man?

Henny «Toen ik mijn liedjes aan Ernst Jansz liet horen, zei die meteen: ‘Daniël Lohues zal die muziek feilloos aanvoelen.’ En dat bleek: hij houdt van americana en van oude gitaren. Ik wist snel dat mijn liedjes bij hem in goede handen waren, ook omdat ik dit keer niets wilde maskeren met een hoop overdubs en blazers en koortjes. Hij heeft ook heel goed de eenvoud bewaakt. Ik nam weleens een track mee naar huis om er in mijn studio nog een beetje aan te zitten prutsen – ik ben en blijf nu eenmaal een studiobeest. Maar dan riep Daniël: ‘Blijf ervan af!’ En ik heb goed naar hem geluisterd.»

HUMO Het liedje ‘Lieske’ gaat over de ontluistering van je moeder in de slotfase van haar leven.

Henny «’t Was een dwingend liedje: ik móést het schrijven. Mijn moeder is 93 geworden. Een gezellig mens, een babbelaarster. Ze is heel lang gezond gebleven. Ze zat wel al tien jaar in een verzorgingstehuis, maar dat kwam omdat ze blind was geworden. De ontluistering in de laatste maanden van haar leven hakte er bij mij hard in. Ook al omdat je zoiets niet vaak meemaakt. Gelukkig maar. En toch gaan alle goeie liedjes uiteindelijk over liefde en verlies, vandaar dat mijn cd ‘En toch…’ heet. Liefde en verlies: daar gaat het leven over, denk ik. De rest is bijzaak. En met liefde bedoel ik evengoed liefde voor een kind, voor een vriend, voor een gitaar, of voor de literatuur.»

HUMO Het pakkende ‘Het uur tussen hond en wolf’ lijkt me over euthanasie te gaan.

Henny «Over de dood van een heel goede vriend. Ook toen zag ik dat er niets was om bang voor te zijn. Wij, de achterblijvers, moesten vaststellen dat de vogels nog steeds zongen, en dat de zon nog steeds opkwam en onderging. Alles gaat gewoon door, panta rhei, er is niets aan de hand. Ik ben dus niet bang voor de dood, al heb ik liever niet dat ik morgen al sterf. Ik vind het leven nog steeds veel te leuk.»

Xander «Hoewel ik niet met mijn dood bezig ben, heb ik laatst tegen een vriend gezegd welk nummer op m’n begrafenis gespeeld moet worden: ‘Right Down the Line’ van Gerry Rafferty. En daarna hadden we het weer over iets anders.»

Henny «Toen ik een twintiger was, dacht ik: ‘Ik word geen 30.’ Iets als ‘over de 65’ was voor mij onvoorstelbaar. Ik herinner me nog dat sommige mensen van 65 vroeger meteen naar een bejaardentehuis gingen, uit eigen beweging. Twee jaar voor hun 65ste verjaardag waren ze er al ingeschreven, en daar gingen ze nog prat op ook (lacht). In een bejaardentehuis zal ik nooit komen: dat weet ik wel zeker.»

Jongens vol zaad

HUMO Zullen we het weer even gewoon over lust hebben, en over het liedje ‘Margreetje’, een nummer met de beat van Bo Diddley, dat over een gewillig meisje gaat met wie alle jongens het mochten doen, behalve jij. Met terugwerkende kracht heb ik eerlijk gezegd met Margreetje te doen.

Henny «O ja? Ik vind het mooi dat je dat liedje vanuit het oogpunt van Margreetje bekijkt, maar ik heb het geschreven vanuit het oogpunt van jonge hongerige jongens – jongens vol zaad, die maar één ding wilden. Maar Margreetje vond het leuk, hoor, en er was ook geen dwang bij. Ze móést het ook niet doen, want ze woonde in een even net huis als wij, en ze had evenveel te eten. Maar hoeveel waarheid zit er in dat lied? Ik zing: ‘Iedereen mag, behalve ik’, maar misschien was het wel andersom (lachje).»

HUMO Je schrijft veel muziek in opdracht. Reken je er ook op dat er altijd iets komt?

Henny «Ja, en dat is natuurlijk pure arrogantie. Krijg ik een opdracht, dan denk ik geen halve seconde dat het me niet zal lukken. De ene dag gaat het beter dan de andere, dat wel. Ik ben me er erg van bewust dat ik bevoorrecht ben. Ik heb heel lang niet gezien dat ik iets kon. Als we met Doe Maar het podium opkwamen en de eerste twee rijen vielen flauw, dan had ik altijd de neiging om om te kijken. Wie veroorzaakt die commotie? Ik ging er dus van uit dat wij dat niet waren.

»Vandaag tel ik mijn zegeningen. Maar misschien komt de man met de hamer nog langs: ‘Zo is het wel genoeg geweest, Vrienten.’ Maar wat dan nog? Ik ben gepensioneerd. Niets aan de hand.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234