Herman Brusselmans: '2016'

Op m'n grafsteen zal staan: 'Hier ligt de naamloze Herman Brusselmans

Ik zal nog eens, in opperste bescheidenheid en in de overtuiging dat het allemaal weinig uithaalt, verklaren wat de plannen zijn voor 2016. Over een heel korte tijd verschijnt m’n roman ‘Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper’, waarin de liefde, de muziek en de nietigheid van het allesdom een grote rol spelen. In mei verschijnt de thriller ‘Zeik en het lijk op de dijk’, en die is zo spannend dat sommige lezers tijdens het lezen een hartaanval zullen krijgen, of voor mijn part miltvuur, dood moeten we toch. In september verschijnt ‘De fouten’, een semiautobiografisch geschrift waarin ik zowel kond doe van m’n jeugd als van m’n huidige problemen met relaties, verbondenheid en imminente seksualiteit.

Ondertussen werk ik gestaag verder aan, zo God het wil, de in 2017 te verschijnen roman ‘Guggenheimer koopt een neger’, die zich ten dele zal afspelen in het voetbalmilieu, zoals we weten één der debielste milieus die ooit in onze maatschappij een onverklaarbaar belangrijke plaats hebben ingenomen. Over de naam van de neger twijfel ik nog, maar het zal iets zijn in de richting van Bonobo Kukubula. Ik zal in 2016 ook doorgaan, indien mij de gelegenheden worden geschonken, met het fabrieken van ontelbare columns en andere diverse vertellingen. De schoorsteen moet roken.

Nochtans zal ik, net zoals in de vorige jaren, weinig geld opmaken. Ik zou niet weten wat ik me moet aanschaffen. Oké, voeding, kledij en volop sigaretten, dat wel, maar voor de rest? Geen auto, geen nieuwe motorfiets, geen meubelen of huisgerief, geen schilderij van een kunstzinnige hotemetoot, geen abonnement op het weekblad Knack. Ik zal een sober mens blijven. Geen drank, geen drugs, geen designerkoffie. Nu en dan een kopje eenvoudige Nespresso, bij al te warm weder een frisse Fanta, en om ’ns gek te doen een mocktail, bijvoorbeeld op m’n verjaardag, op de dag waarop de derde wereldoorlog officieel uitbreekt of op de dag dat ik eindelijk een nieuwe verloofde de mijne mag noemen.

Hierbij heb ik het over iets van cruciaal belang: het vinden, in 2016, van een kakelverse levenspartner, vanzelfsprekend van de vrouwelijke kunne, en het zal haar taak zijn om smoorverliefd op mij te wezen, enorm veel van mij te houden, mij bij te staan in verdriet en plijzier, en een keer of drie per week m’n halfimpotente sjarel toch tot een soort van orgasme te brengen, waarbij, tegen alle verwachtingen in, m’n spermatozoïden gerust tot tegen het godverdomde plafond mogen spuiten. M’n verloofde mag Vlaams zijn of van een ander ras, het maakt niet uit. Trouwens, vandaag nog zag ik in café Aba-Jour een ebbenhouten meisje dat zo mooi was dat m’n ogen defibrilleerden, en mocht ze geen rouwdouw in haar gezelschap hebben gehad, ik zou haar misschien hebben aangesproken, zeggende: ‘Mejuffrouw, ik zou graag uw gitzwarte poes met helroze binnenkant eens zien, bestaat daar de mogelijkheid toe?’

Je moet durven om af en toe buiten de lijnen te kleuren en daar hoort vragen naar het eventuele bekijken van een flamoes toch wel bij, vind ik. Maar goed, m’n nieuwe verloofde mag zijn wie ze wil, en ze mag in m’n nabijheid ten dele haar eigen persoonlijkheid behouden, en ze mag geregeld alleen de baan op, als ze voor middernacht weder thuis is ben ik allang tevreden. Qua leeftijd moet ze tussen de 28 en de 36 jaar zitten, want als ze ouder is, heeft ze allicht putten in haar billen, een adem die naar het kelderputje ruikt, en overbodige snorvorming, en geloof mij, daar ben ik niet dol op. Bij voorkeur spreekt ze zes talen, en als we naar Marokko of Zuid-Spanje gaan, vermag zij in het plaatselijke dialect te vragen waar het toilet zich bevindt, want haar minnaar, en dat ben ik dus, moet geregeld zonder voorafgaande waarschuwing dringend kakken, dat zit in de familie, medegerekend dat m’n grootvader Frans geregeld z’n broek volscheet en m’n oom Oscar vier kilo keutels per dag aan de openbaarheid prijsgaf. Kortom, in de loop van 2016 zal ik behoorlijk veel schrijven, behoorlijk veel op m’n lamme kloten liggen, behoorlijk veel piekeren over de slechte wereld waarin we leven, en behoorlijk nerveus op zoek gaan naar een nieuw lief. Het zou natuurlijk ook wel kunnen dat ik 2016 niet volmaak, wegens voortijdig overlijden. Op m’n grafsteen zal staan: ‘Hier ligt de naamloze Herman Brusselmans’, want ja, met z’n allen zijn we slechts zo goed als onzichtbare stofdeeltjes in een oneindig tijdsverloop.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234