null Beeld

Herman Brusselmans & de kankerplekken van de liefde

Herman Brusselmans heeft een prachtige liefdesroman geschreven. Zo luidt het pochpraatje van zijn uitgeverij, maar het is waar: tussen het traditionele dissen van BV's en andere ongelukkige bevolkingsgroepen door, en rondom zijn eeuwig absurde stream of consciousness, heeft Brusselmans in 'Van drie tot zes' een verhaal geprikt over de liefde die niet thuis geeft.

Jeroen Maris

Enkele quotes van Herman Brusselmans

HUMO Voor de goede orde: jullie zijn niet uit elkaar?
Brusselmans «Absolúút niet. We hebben nu een soort van latrelatie, en we hopen dat alles op termijn weer gezond wordt. Tania huurt nu een eigen appartement. Ze is nog vaak bij mij, maar op die eigen plek kan ze ongestoord een avondje lachen en zeveren met vriendinnen.
»We zien elkaar heel graag. We zijn elkaar niet beu, we hebben elkaar niet de duvel aangedaan met de typische dingen die een relatie kapotmaken. We zitten in zwaar weer, maar we willen er wel samen uit raken.»

HUMO Je gaat in 'Van drie tot zes' tekeer tegen de oppervlakkigheid: 'Je kunt maar beter een holenmens zijn dan een Schopenhauer.'

Brusselmans «Het is de popularisering van letterlijk álles die me stoort. We zitten nu in de hausse van ons eigen Vlaamse gevoel: alles wat we zelf maken, is per definitie fantastisch. Dat wordt ons opgedrongen, ook door de media, die veel meer hun rol spelen dan vijftig jaar geleden.
»Ik krijg geen tijd meer om me rustig een oordeel te vormen over 'De Ronde' - nee, al vooraf wordt me duidelijk gemaakt dat ik dat een fantastisch programma moet vinden. Als je niet naar 'De slimste mens' kijkt, ben je een debiel. Nu, ik kijk óók naar 'De slimste mens' hoor, op een goedwillende manier - ik vind dat helemaal geen slecht programma.
»Maar tegelijk denk ik bijvoorbeeld: relativeer die Philippe Geubels nu eens. Die man heeft zijn plaats in de wereld van de humor, absoluut, maar doe niet alsof hij de meest komische mens aller tijden is. Mensen kunnen klaarblijkelijk niet meer gewoon goed zijn: er worden meteen genieën van gemaakt.
»Letterlijk: over Jonas Geirnaert lees ik nu in de krant dat hij een genie is. Ik vind Kabouter Wesley en 'Basta' tof, en 'Willy's en Marjetten' zelfs geweldig. Maar om dan die gast meteen uit te roepen tot een god: dan zijn we efkes de trappers kwijt.
»Het genie Bart De Wever, nog zoiets. Plots krijgt die man de aura van een heiland, en gaan we er met z'n allen voor stemmen. Terwijl voor de verkiezingen toch al duidelijk was dat hij niet de nieuwe wonderdokter is? Het is die plattigheid die me irriteert: dat alles en iedereen fantastisch gevonden wordt, en dat je een zurig ventje bent als je daar wat kanttekeningen bij plaatst.
»Ik behoud mezelf het recht voor om eens rustig voor de dingen te gaan zitten, en dan mijn kritische mening te geven. Niet al vooraf bepalen dat Nathalie Meskens de meest komische vrouw ter wereld is omdat ze prinses Mathilde kan imiteren.
Niet al vooraf vinden dat 'Frits en Freddy' naar de top van de box office moet, gewoon omdat het een Vlaamse productie is. Niet al vooraf 'Rundskop' beter vinden dan alles van Steven Spielberg, gewoon omdat die film hier gemaakt is. Veel mensen zijn hun kritisch vermogen kwijt.
»Een ergernis in dezelfde lijn: het moet tegenwoordig allemaal ludiek zijn. Het land breekt een triest wereldrecord, en in Gent wordt dat vrolijk gevierd met frieten, bier en grieten die hun tieten laten zien. Ludiek, weet je wel, jolig. Terwijl we eigenlijk gewoon het paleis en het parlement in Brussel moeten gaan afbreken om die klootzakken ter verantwoording te roepen. Ik heb het daar moeilijk mee.
(Glimlacht) »Zeg me als ik doordram.»

Brusselmans «Ik lees ongelooflijk veel. Daardoor kan ik mezelf als schrijver behoorlijk goed inschatten. En ik zeg al jaren: ik speel aan de top in tweede klasse. Niet in eerste klasse, dus. Ik kan lezers amuseren, ik werk snel, ik lever goeie teksten, maar ik ben geen potentiële Nobelprijswinnaar. Ik heb nooit moeite gehad om te beseffen dat ik niet zo fantastisch ben.
»Nu en dan, wanneer ik een tekst of een boek geschreven heb, denk ik wel eens: niet slecht, dit kan gepubliceerd worden. Mijn werk mag er zijn, maar nooit zal ik pretenderen dat ik een schrijver voor de eeuwigheid ben. Ik weet zeker dat ik, als ik morgen doodval, na drie jaar vergeten ben.
»Kijk naar Gerard Reve. Die is twee jaar dood, maar nu al merk ik op literaire optredens dat zeventienjarigen geen idéé hebben wie die man is. Hetzelfde met W.F. Hermans en Harry Mulisch. Hugo Claus sterft, 'Het verdriet van België' staat nog twee weken in de top tien, en het is gedaan. Wie leest nu nog 'De verwondering'? Niemand. Wie leest Walter van den Broeck nog? Wie noemt hem nog als literaire invloed? Ik, ja. En verder niemand. Dat is spijtig én logisch. Het zou niet van pretentie maar van grote onnozelheid getuigen om te denken dat ik over honderd jaar Shakespeare ben.
»Ik bén trouwens al vergeten.»

Het volledige interview leest u op dinsdag 22 februari in Humo 3677/08.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234