null Beeld

Herman Brusselmans: 'De kleur van ogen'

Als ik haar al een orgasme zal bezorgen, moet dat een gouden randje hebben.

Ofwel ben je een kale veertiger die net een nieuwe kruiwagen heeft gekocht, ofwel ben je een terminale ALS-patiënt, ofwel ben je een Zweedse dichter met een writer’s block, ofwel ben je een Syrische vluchteling die verliefd is, ofwel ben je een werkloze junk die z’n verjaardag alleen viert in een klein flatje in de Papegaaistraat, en aan de overkant breekt brand uit, nadat een sigaret niet terdege is gedoofd door een in slaap vallende vrouw van 96 kilo. Iedereen kan om het even wie geweest zijn, of iemand anders. Als je in de spiegel kijkt, zie je een waanbeeld met de verkeerde kleur van ogen.

‘Help!’ zou je kunnen denken, ‘m’n ogen zijn blauw! Die hadden groen moeten zijn!’ Maar er is geen lievemoederen aan. Je kunt jezelf zoveel veranderen als je wil, op allerlei gebieden, maar tenslotte blijf je de nitwit die deze ochtend nog met z’n rechter- of linkerhand z’n bloedeigen reet heeft afgeveegd. Zelf herken ik me in de Syrische vluchteling, want ik ben ook verliefd. Op vijf vrouwen. Ze zijn alle vijf m’n type: ze spreken Nederlands, ze zijn niet al te feministisch omdat ze dat niet nodig hebben, en de boeken van Griet Op de Beeck vinden ze maar zozo.

De eerste ken ik al 25 jaar, de tweede wil me nooit meer zien, de derde is pas 18, de vierde is een model, en met de vijfde ga ik binnenkort een aantal dagen naar Amsterdam, om later over dit verblijf heel bewust een boek te schrijven, getiteld ‘Amsterdam in de lente’. Ik ben ook al bezig aan een ander boek, ‘Guggenheimer koopt een neger’, maar dat schiet niet goed op. Schrijven is geen minne bedoening. Je moet zeker vijf keer verliefd zijn om over verliefdheid te kunnen schrijven, je moet het woord neger durven te gebruiken, en als je in Amsterdam over een straatsteen struikelt, moet je dat proberen te onthouden, omdat daar later een hele zin aan gewijd moet worden.

Het meisje dat meegaat naar Amsterdam en op wie ik verplicht verliefd ben, ken ik niet zo goed. Ik heb haar één keer in een flits gezien, precies lang genoeg om m’n telefoonnummer in haar wilde krullen te fluisteren. Ze geurde naar een zopas verbouwde ruïne in het zuiden des lands. Alwaar de bloesem uit de lucht naar beneden zweeft, en mogelijk op je schouder landt, en als je ernaar kijkt, voel je je zo scheel als het derde oog van de afgeleefde cycloop. De vrouw die ik 25 jaar ken, heeft een heel stuk gelezen van wat tot nu toe ‘Guggenheimer koopt een neger’ is, en ze vindt het prima, alleen vraagt ze zich af of ik het woord ‘neger’ wel moet aanhouden.

Ik zei tegen haar: ‘Jazeker, liefje,’ waarna ze drie hotdogs voor mij klaarmaakte, want dat eet ik graag. De vrouw die me niet meer wil zien, heb ik al lang niet meer gezien. Al m’n vroeger verworven kennis over haar is wazig aan het worden. Toch zie ik sommige details nog klaarhelder. Hoe ze glimlachte toen ik haar ‘Wiebel’ noemde. Hoe ze bijna geheel naakt de deur voor me opendeed. Hoe ze een doos Merci-chocolade voor me meebracht. Kom terug en ruik aan de heilbrengende bloesem op m’n schouder. Het meisje van 18 droeg dan weer een roos in haar haar.

Ze had de ideeën en opvattingen van iemand van 30. Haar schoonheid zou zelfs een verloren Zweedse dichter weer aan het fantaseren brengen. Ze zei: ‘Ik baal een beetje omdat je te oud bent om mee te vrijen.’ Het model heeft een vriend die jaloers is. Koffiedrinken? Nee, dat mag niet van m’n vriend. Naar je huis komen en daar van je wijn drinken? Dat mag al helemáál niet van m’n vriend. Aan je denken? Dat heeft m’n vriend verboden. Ze zucht heel diep als ze het over haar vriend heeft. Het meisje dat ik heb veroordeeld tot het samen met mij over de Amsterdamse grachten wandelen, en dan naar het Spui en het Rembrandtplein en de Dam en de Vijzelsraat, waar we misschien in een klein winkeltje een amulet kopen dat nog aan de onderkoning van Tralalieland heeft toebehoord, begeleid ik naar hotel Ambassade.

Daar zal ik naast haar proberen te liggen, en tja, lichamelijkheid behoort tot de vele mogelijkheden, en als ik haar al een orgasme zal bezorgen, moet dat een gouden randje hebben. En dan gaan we met de trein weer naar huis, en onderweg, langs de spoorweg, loopt een kale veertiger trots voorwaarts met z’n splinternieuwe kruiwagen, en thuis nemen we afscheid, en dan ga ik een boek schrijven, of eerst een ander boek, of twee boeken tegelijk, of een monoloog, uitgesproken door de man die eeuwig duisterbruine ogen zal hebben.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234