null Beeld

Herman Brusselmans: 'De verlossing'

Herman Brusselmans

Ik verbrijzel de wachttijd door blij te zijn met m'n eenzaamheid

Als alleen de liefde overblijft, dan zal de dood snel volgen. Aan louter liefde gaat een mens kapot. Je kan je nedergang tegenhouden door de liefde een halt toe te roepen, haar van het smalle koord waarop ze wankelt af te duwen, haar af te maken middels het gif dat je in je hart hebt opgeslagen. Terwijl ik liefheb ligt m’n hoofd onder de guillotine, en al m’n gedachten hebben te maken met eindpunten, definitieve besluiten, en ontknopingen die pijn doen.

Herinneringen zijn stenen in de vijver waarin ik verdrink. Zie hoe het laatste meisje in de laatste tram zit. Zie hoe de muze op het vliegtuig stapt naar verre oorden. Zie hoe een nieuw meisje een kobold omhelst. En dan denk ik: op de mannenladder sta ik een trede lager dan kobolden, een trede lager dan degenen die onhandig met versmelting jongleren, een trede lager dan zij die alleen nog maar het woord liefde in geen enkele taal kunnen spellen.

Dat nieuwe meisje, dat tot omhelzing van anderen overging, was van een schoonheid die de zintuigen overhoophaalt. Zij had een Grieks profiel, een Vlaamse tongval, en een aantrekkingskracht die in de hele wereld carrière kan maken. Zij liet, echt waar, door mij haar buik signeren, en zij verzekerde me dat ik boeken schreef die haar tot hogere vermogens brachten. Dat streelt het oude ego, en je veronderstelt algauw: dit meisje is in betekenis gevangen. Tot ze nog diezelfde avond niet antwoordt op een sms. Tot ze de volgende dag geen sein geeft, afwezig blijft, verdwenen lijkt. En terwijl ik naar een foto van haar op internet staar, heb ik zin om het hele internet te laten exploderen. Exit het nieuwe meisje, en waar is het vroegere meisje? Zij heeft zonder twijfel de tram verlaten, om rond te wandelen in een bestaan dat het mijne niet meer aanraakt. Ik wil nooit meer het begrip verdriet vastkleven op iets wat ik verdriet zou kunnen noemen, ik wil nooit meer verlangen naar een verlangen dat mij doet sidderen, ik wil nooit meer hopen dat de deurbel herschapen gezelschap brengt. Ik ben nu alleen, ik wacht tot ik niet meer alleen ben, en ik verbrijzel de wachttijd door blij te zijn met m’n eenzaamheid. Waarom zijn er toch altijd weer, door de eeuwen heen, die verhaaltjes van man en vrouw? Moet je, als je naar de urne op weg bent, niet beter weten? Een vrouw is zomaar een lichaam met een geest erin, dat moet je jezelf voorhouden, en toch streef je ernaar om zowel dat lichaam als die geest te bezitten, te kunnen koesteren, te kneden tot je een diepe zucht van verwezenlijking kan slaken. Het nieuwe meisje sluipt nog nu en dan m’n brein binnen, met die blote buik, het haar in een staart, de jukbeenderen prachtig, het gezicht een blijk van goddelijkheid, en is dit alles niet overdreven? Is zij niet zomaar een meisje in de massa, dat uitsluitend opvalt omdat ze uniek lijkt? Vergeet haar toch, gedurende deze ene seconde. Oké, ik ben haar vergeten en ik besef nog nauwelijks dat in haar telefoonnummer ergens het getal 22 voorkomt. De rest is een geschiedenis die te klein is voor om het even welk vervolg. En op een nacht besloot ik: ik ben alleen, jazeker, en alleen zal ik de nacht laten weglopen. Ik begaf mij in de straten van het uitgeputte Gent en ik verbeet de neiging om achter iedere hoek de komst van een godin te verwachten. Daar liep een oude dronkaard, en ginder liep een ontsnapte patiënt, en op nog een andere plaats stond een heks tegen zichzelf te mompelen. En terwijl ik haar passeerde, hoorde ik haar ternauwernood brabbelen: ‘Nee, hou niet van mij, want haat is een beter medicijn.’ Ik was bang voor haar en vluchtte de Goudstraat in, waar ik iedere vorm van richting kwijt was, en hoe ga je van de Goudstraat terug naar het Patershol zonder dat je heksen ontmoet? Op een bepaald moment moet je jezelf bij het eigen nekvel grijpen en in je eigen oor fluisteren: kom terug naar Moeder Aarde, doe normaal, en verricht de taken van een weliswaar verloren maar desondanks klaar uit de ogen kijkende sukkel. En ja, van lieverlede hervond ik mijn positie en mijn plaats, en die plaats was thuis, tussen de vier muren die de liefde, de dood en de angst voor allebei kunnen tegenhouden. Het meisje in de tram, het meisje met het Griekse profiel, de vrouw der vrouwen en haar hond in de hof der prinsen, ik begroette hen ineens als oude bekenden, en dat deed ik door over hen te schrijven in een roman die de wereld zou moeten verbazen en dat uiteraard niet zal doen. Ik ging op de vloer liggen, staarde naar boven, en zag de uitwaaierende tekenen des tijds. Ik viel in slaap, en voor even was ik de verlossing nabij.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234