null Beeld

Herman Brusselmans: 'De volgende dag'

Als je je eenzaamheid tot axioma wil verheffen, moet je daar wat voor over hebben.

Herman Brusselmans

Iedereen kent mij als het mannetje van het gepreoccupeerde atavisme. Maar ik ben veel meer dan dat. Ik ben immers de zoutpilaar van blinde kommer, de uit de gratie gevallen onbekende factor, en hij die het collectieve niets achter zich aansleept. Ik ben uit bloed en steen gesneden. Ik krijg een knarsende huid als er een tandeloze kreet passeert. Ik vervang buitenstaande emoties door het uitverkopen van m’n innerlijk. Bovendien kan ik geen beulingen bakken. Ik kan nagenoeg nul komma nul. Aan iemand anders vragen om beulingen te bakken doe ik niet meer, durf ik niet meer, wil ik niet meer. Als je je eenzaamheid tot axioma wil verheffen, moet je daar wat voor over hebben. Ondertussen schrijf ik nog twee en een half jaar verder aan het driehonderd pagina’s tellende gedicht ‘De boogiedanser in het maanlicht’, een autobiografische impressie van wat ik nooit geweest ben, omdat m’n wegen uiteengereten werden door kruispunten, al te veel kruispunten, overal kruispunten, en ik die alle windstreken verloor terwijl ik mij buiten de kern bevond. Maar op een dag zal ik, indien dat tot de mogelijkheden behoort, zestig jaar oud worden en dan koop ik een Jaguar XJ en dan neem ik een chauffeur in dienst, bij voorkeur een vroegere militair die nog met F-16’s heeft gevlogen, die nog met gecamoufleerde Hummers door oerwouden heeft gejakkerd en die een ontkoppeling kan vervangen terwijl hij een sigaret rookt, een kop koffie drinkt en een callgirl vingert. Allemaal op mijn kosten. M’n chauffeur, die ik André zal noemen, moet mij overal heenbrengen, van Gent naar Venlo, van Venlo naar Parijs, van Parijs naar Bordeaux, van Bordeaux naar Berlijn, van Berlijn terug naar Venlo en zo naar Gent, de thuishaven waar alle boten gezonken zijn. In één van de voornoemde steden, of eventueel in een dorp zo klein dat het op de punt van een naald past, hoop ik een vrouw te ontmoeten die mij begrijpt, zelfs al spreek ik in de taal der zwijgers. Daar is hij weer met z’n gelul. Over het ontmoeten van een vrouw. Tjonge, het kereltje heeft geen vrouw en hij wil een vrouw vinden. Wat een afgezaagde veronderstelling, premisse of droomsequentie. Een vrouw die verschijnt, natuurlijk één van de mooiste vrouwen ter wereld, en uitgerekend die vrouw zou Herman Brusselmans moeten volgen naar waar de wereld ophoudt en opnieuw begint? Je bent gek, zeker. Dat die hele Herman Brusselmans maar stilletjes ophoudt met naar een één-uit-honderd-miljoenvrouw te zoeken. Wat is er mis met een verlept wijf dat op de markten staat met een oliebollenkraam? Dat Herman Brusselmans díé vrouw opzoekt, haar voorstelt om met hem te gaan samenhokken en haar belooft dat ze, als ze braaf is, een abonnement krijgt op het weekblad Knack. Die Herman Brusselmans van wie zonet sprake was, dat ben ik, daar ben ik me wel degelijk van bewust. Nu en dan praat ik over hem in de derde persoon, omdat hij geregeld de indruk geeft dat hij iemand anders is. Wie dan wel? Nou, één of andere oude langharige eikel die, als hij moet kiezen tussen zelfmoord en een pan gebakken beulingen, ten slotte voor de pan gebakken beulingen zou kiezen. Dat type, weet je wel. Terwijl je met zelfmoord zo veel meer kan bereiken dan met een pan gebakken beulingen. Toch zal ik over twee en een half jaar roepen: ‘André! Rijd de Jaguar voor! We gaan naar Venlo.’ Men mag niet vergeten dat er in Venlo veel te beleven valt. Er is het museum van Jan Kees Hulzenbosch, de schilder die schilderde zonder canvas, zonder verf en zonder penseel. Er is de kerk gewijd aan de Heilige Dokus, die aanbeden wordt door mensen die niet per fiets kunnen rijden en overigens ook niet kunnen kakken nadat ze in hun broek hebben gescheten (hupsakee!). Er is café-restaurant De Volle Vijl, waar je houtsnip kan eten die nog bezig is haar eieren uit te broeden. Die eieren kan je ook eten, zij het aan een belachelijke meerprijs. En tenslotte is er het huis waarin een meisje woont van 15 jaar oud, en van haar krijg je, als je daar naakt om vraagt, haar gsm-nummer, haar e-mailadres en haar Romeinse sandalen, maar dan moet je wel eerst haar moeder zwanger maken. En naderhand keer ik met André terug naar Gent, waar ik m’n dukaten zal tellen, m’n neus zal föhnen en m’n kalebas door de ruit van de socialistische vakbond zal gooien. En dan zal ik moe zijn, te moe om van het gepreoccupeerde atavisme te profiteren. Maar dat is niet erg. Morgen is er weer een dag.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234