Herman Brusselmans: 'Dodenlijst'

Kinderloosheid is de enige mogelijke toekomst van betekenis op deze verdoemde aarde

'Kinderloosheid is de enige mogelijke toekomst van betekenis op deze verdoemde aarde'

De overweldigers zullen piepen als muizen in doodsnood. Bruin bloed zal vloeien. Iedere valse God die om de hoek komt kijken, zal de kogels van de represaille door het voorhoofd gejaagd krijgen. We moeten leren, als de beste leerlingen van de klas, om het beu te zijn. Er zijn nu eenmaal limieten aan wat niet kan blijven duren.

Het geduld is verworden tot het belangrijkste kenmerk van de zwakheid. Willen wij zwakkelingen zijn? Natuurlijk niet, maar de vraag blijft: hoe kunnen we sterker worden en hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze kracht eindelijk in resultaten eindigt? Ik zeg al twintig jaar: het komt niet goed. Ik zie al langer dan twintig jaar dat gevaar en angst en haat de actoren zijn van wat de mensheid drijft.

Anderen, die er voor mij al waren, zagen het al vijftig jaar, honderd jaar, millennia. Ze werden vaak gestenigd, onthoofd, voor de leeuwen gegooid. De leeuwen trof geen schuld, het was de leeuwentemmer die uit z’n positie moest worden gehaald, en als hij niet wilde antwoorden op de vraag: ‘Zal je je hersens herprogrammeren?’ dan moest hij gewoon worden afgemaakt. Een dagger door z’n hart.

Maar de leeuwentemmers zijn met fluwelen handschoenen aangepakt, ze kregen de kans om te blijven ronddwalen, en te kweken als konijnen. En nog steeds treft de leeuwen geen schuld. Nog steeds worden hersens niet geherprogrammeerd. Nog steeds stroomt het rode bloed door de straten.

En je mag niks meer hoorbaar zeggen of je bent een racist, een fascist, een misantroop. Je mag het onderscheid niet maken tussen het rode bloed, het bruine bloed, het zwarte bloed. Je mag niet bang zijn voor een man met een afgestorven blik in z’n ogen, die in z’n tas een arsenaal aan wapens meetorst. Zijn valse God is zijn gids, en zijn gids is per definitie een moordenaar.

We moeten ons verbergen in open ruimtes, en tonen dat we niet bang meer zijn, en we moeten uitstralen dat bommen niet kunnen ontploffen en dat geweren alleen maar stil kunnen blijven. Nou ja, aan de andere kant moeten we ook niet naïef zijn. Sommigen van ons, en ze zijn allicht met velen, zullen doorgaan met sneuvelen en verpletterd worden, en ze zullen naar de vergetelheid geblazen worden, en iedere keer als we hen herdenken zullen we ons mogelijk niet eens meer hun namen herinneren, of de namen van hen die om hen treurden tot de tranen op waren, tot voor het zelfbehoud werd gekozen, en tot het leven nu eenmaal doorging.

Onze nieuwe leus dient in grote letters te worden geprojecteerd, zo neem ik aan, en de leus luidt Make War Not Love. Tot je weer een milder moment kent en de leus verandert in Make War And Love. Want ja, terwijl de bruine horden je op de hielen zitten, kan je ondertussen toch nog verliefd worden, je kan op de vlucht de vrouw of de man ontmoeten die je tot je redder benoemt, je kan verscholen in een duistere kelder een stem horen die je de helpende hand reikt. Ik liep over straat.

Net zoals iedereen was ik paranoïde en ik probeerde de sidderingen te verbergen. Maar het asfalt trilt door het beven van de benen van zij die zich buiten hebben gewaagd, ondanks alles zijn ze te vinden op een miljoen plaatsen waar het mis kan gaan, en ik was één van hen, kortstondig dapper, en ik ging op weg naar het hopelijk behouden huis van het Nieuwe Meisje. Ze was thuis. Ze opende de deur. Ze leek blij om me te zien. Ze zei: ‘Kom snel naar binnen.’ En binnen werden door ons pogingen gedaan om normaal met elkaar om te gaan, normaal iets te leiden als een gewoon leven, normaal door het raam te kijken. En normaal de liefde te bedrijven, er uiteraard voor zorgend dat door dit liefdesbedrijf geen kind zou ontstaan, want wie nu een kind op de wereld zet, weet vooraf dat dit kind op de bruine dodenlijst staat.

Kinderloosheid is de enige mogelijke toekomst van betekenis op deze verdoemde aarde. Ik klemde het Nieuwe Meisje in m’n armen en vroeg haar of het niet een goed idee zou zijn om soep te drinken. Een mens moet zich voeden. Een mens moet een kop soep drinken. Een mens moet af en toe de verschrikking van zich afleggen. Het Nieuwe Meisje schonk twee koppen Royco-soep, met preismaak. ‘Waar is de prei van m’n jeugd toch gebleven?’ zei ik, en het Nieuwe Meisje schoot in de lach. En toch, ja, vroeger, de prei van toen, de dagen van destijds, niks aan de hand, de oorlog is voorbij, laten we bouwen en hogerop klimmen, laten we gelukkig zijn. Laten we ook nu gelukkig zijn, en terwijl we het zijn volledig verkrampen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234