Herman Brusselmans en Joost Vandecasteele: 'Europa is al lang niet meer het centrum van de wereld'

Ook in ‘Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper’, zijn jongste semiautobiografische roman en het sluitstuk van een trilogie, maakt Herman Brusselmans gewag van zijn loftje. Dat verkleinwoord lijkt me een contradictio in terminis, want een loft is nog het meest een voormalig pakhuis, met alle ruimte van dien.

'Door zoveel in 'Bart & Siska' en 'De slimste mens' te zitten, moest ik denken: 'Nu ben ik niet langer de schrijver maar een typetje''

Hebben deze twee auteurs nog iets anders gemeen dan de schrijverij? Misschien dat geen van beiden tot het literaire establishment behoort. Hoe het ook zij: toen Joost Vandecasteele in 1979 werd geboren, was Herman Brusselmans 22 jaar. Dat scheelt.

Herman Brusselmans «Een verschil van twee generaties, denk ik, want ik heb de indruk dat een nieuwe generatie zich tegenwoordig om de tien jaar aandient. Dat generatieverschil merk ik uiteraard aan de boeken van Joost, die helemaal van deze tijd zijn: dystopische grotestadsromans – ‘dystopie’, een anti-utopie.

»In de jaren 70 konden de boeken van Joost niet geschreven worden. Je zou denken dat je dat over heel veel boeken kunt zeggen, maar dat is niet het geval. Neem nu die wijvenboeken van tegenwoordig, met al die probleempjes van het gezinsleven en de psychologische crisisjes die daaruit voortvloeien: die thematiek is zo oud als de straat en al duizend keer beschreven. En dan ook tot op de draad versleten. Maar de boeken van Joost zijn volop 21ste-eeuws.»

HUMO Als je het in een roman over deze tijd wilt hebben, Joost, kom je dan vanzelf in het parallelle universum van het internet terecht, en in het grenzeloze claustrum van gamers en geeks?

Joost Vandecasteele «Ik kom daar in ieder geval in terecht. Stripauteur Warren Ellis zei ooit: ‘Als een boek niet futuristisch aanvoelt dan is het niet hedendaags.’ Nu ja, wat ik vandaag schrijf, zal morgen wel achterhaald zijn, maar toch probeer ik in mijn boeken als het ware een voorsprong te nemen. Ik moet eraan toevoegen dat ik willens en wetens pulp schrijf – ik probeer zo goed mogelijke B-literatuur te maken. Ik zie niets negatiefs aan pulp: als ’t maar spannend en grappig is en – als het even kan – overdonderend groots.»

HUMO In de jaren 70 leerden Herman en ik nog dat er een wezenlijk onderscheid was tussen literatuur en pulp.

Brusselmans «Volgens de boekenbijlagen van De Morgen en De Standaard bestaat dat onderscheid nog steeds. Kijk, als Joost het over B-literatuur heeft, vraag ik me meteen af: ‘Wat zou bij ons op dit moment dan A-literatuur kunnen zijn?’ Geen idee.»

Vandecasteele «En wie bepaalt zulke categoriseringen?»

Brusselmans «Er is ons aangepraat dat iemand als Hugo Claus tot de topklasse behoorde, maar zijn succesroman ‘Het jaar van de kreeft’ was B-literatuur, een verhaaltje voor de Viva, of hoe vrouwenbladen toen ook mochten heten. Misschien is die A-klasse er wel nooit geweest.»

Vandecasteele «’t Heeft wellicht te maken met wie je je meet. Misschien zijn de onbetwiste wereldklassiekers – van Homeros tot de 19de-eeuwse Russen – de A-literatuur. Als je je met hen meet, ga je daar dan ook A-literatuur van schrijven?»

Brusselmans «In ieder geval schrijf ik B-literatuur, ook al omdat ik geen idee heb wie hier tegenwoordig de A-literatuur zou kunnen voorstellen. Kristien Hemmerechts? Annelies Verbeke? Stefan Brijs?»

Vandecasteele «Ik wil grootse en meeslepende romans schrijven die zich met comics en met sciencefictionboeken meten, met B-genres dus, waar ik heel veel inspiratie uit haal. Regisseur Ridley Scott noemde ‘Alien’ een B-film, terwijl het een cinematografisch meesterwerk is.»

Brusselmans «Is er een link tussen jouw werk en de romans van Paul Mennes

Vandecasteele «Zijn roman ‘Tox’ was bepalend voor mij. En een verademing. Paul Mennes stopte ‘Tox’ schaamteloos, haast obsessief, vol met referenties – ’t was als het ware een boek vol hyperlinks.»


Simple Minds

HUMO Herman, jij hebt altijd wel elementen van de heersende popcultuur in je romans verwerkt, maar heb je nog affiniteit met de hedendaagse popcultuur? Met de wereld van de games en de onbestemde vertes van het internet, bijvoorbeeld?

Brusselmans «Neen, hoewel ik altijd heb gezegd: ‘Hoe oud ik ook mag worden, ik blijf bij de tijd.’ Maar ik kan in de praktijk nauwelijks een foto versturen met m’n iPhone. Toen Joost het net over hyperlinks had, dacht ik even: ‘Wat zijn dat nu ook alweer?’»

HUMO Je bent toch geen digibeet?

Brusselmans «’t Scheelt niet veel. Ik ben niet mee met de tijd. Ik volg nog wel nieuwe ontwikkelingen in de rockmuziek, maar alles wat te maken heeft met deephouse en trance of hoe-heet-het ontgaat me. Ik ken wel Kraftwerk en Can, groepen die aan de basis van de elektronische muziek van nu liggen.

»Op onze leeftijd, Rudy, grijpen we eerder naar het verleden terug dan dat we naar de toekomst kijken.

»Als je 18 bent – dat is in mijn geval veertig jaar geleden – zuig je alles op als een spons. Ik heb nooit hooghartig gezegd: ‘Ze doen maar, die jongeren, met hun deeptrance en hun games en hun computers.’ Ik ben gewoon afgehaakt omdat ik niet langer mee kon. ’t Was me ineens te veel. Als ik in 2003 schreef, schreef ik over gebeurtenissen en mijn leven in 2003, en zo heb ik het altijd gedaan. Wat ik toen schreef, zal ondertussen ten dele achterhaald zijn omdat er namen in voorkomen die jonge mensen niet meer kennen, maar daar heb ik me nooit iets van aangetrokken. Geen enkel boek is tijdloos. In ‘Heden ben ik nuchter’, één van mijn eerste romans, staat een verslag van een concert van Simple Minds in Deinze. Toen kreeg ik op een literaire avond al te horen: ‘Over twintig jaar weet niemand nog wie Simple Minds waren.’ Ik dacht toen al dat veel mensen dat nog wél zouden weten, en wie het niet wist moest maar denken dat Simple Minds een fictieve groep was – ’t ging om romankunst, hè, om literatuur.»

HUMO Weet jij wie Roy Harper is, Joost?

Vandecasteele «‘Is’? Ik dacht dat het ‘was’ was: de auteur van ‘A Confederacy of Dunces’?»

Brusselmans «Dat was John Kennedy Toole

HUMO Roy Harper is een Engelse folksinger die eind jaren 60, begin jaren 70 van enig belang was in kennerskringen. Ik herinner me dat de toenmalige TTT-redactie van Humo zich wekenlang vrolijk over hem maakte omdat hij een schaap mond-op-mondbeademing had gegeven en daardoor een zeldzame ziekte had opgelopen: stank voor dank.

Brusselmans «Ik las ook dat hij ooit van pedofilie is beschuldigd. Hij is nu 74. ’t Was de bedoeling dat hij een paar nummers kwam spelen op de boekpresentatie van ‘Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper’, maar hij wou te veel geld, een vijfsterrenhotel en limo’s – alsof hij een popdiva was. Maar goed, zijn ‘Bullinamingvase’ is één van mijn favoriete cd’s. Het eerste boek van mijn trilogie heet ‘Poppy en Eddie’, het tweede ‘Poppie en Eddie en Manon’ en in het derde gaat de ik-figuur op zoek naar een vierde element voor de titel. Aan het eind duikt Roy Harper op, maar zijn naam wordt niet genoemd.»

HUMO In je laatste boek overbluft het personage Herman Brusselmans ouder gewoonte zichzelf – hij roept herhaaldelijk dat hij de allergrootste schrijver ooit is, maar naderhand…

Brusselmans «…blijkt hij een sukkel te zijn. Als zo iemand zich dan een bodyguard permitteert…»

Vandecasteele «Een Joodse dan nog wel.»

Brusselmans «…is dat redelijk belachelijk. Hij zegt dan ook vaak tegen die bodyguard: ‘Ga maar naar huis, er zal me toch niemand lastigvallen.’ Doordat ik graag de lezers ontregel, zal ik ook nooit een bestsellerauteur worden, denk ik.»


Schnabbelen

HUMO Ik ben er zeker van dat Herman er na al die jaren niet meer aan twijfelt dat het schrijverschap zowel zijn beroep als zijn roeping is. Hoe zit dat met jou, Joost?

Vandecasteele «Ik twijfel er nog steeds aan. Ik doe aan zelfbescherming. Mocht ik alleen maar schrijver zijn, dan zou ik vreselijk gefrustreerd raken. Dat heeft met persoonlijke trots te maken, met ego, en met de periodes tussen twee boeken in, als je jezelf leeg voelt. Als ik die leegte niet met iets anders dan schrijven kan vullen, dan riskeer ik dat ik me te veel ga focussen op literatuur, en dat ‘Het moet lukken!’ een dwanggedachte wordt. Het liefst zeg ik tegen mezelf: ‘Literatuur is maar een onderdeel’. Ik laat de mogelijkheid open dat het mislukt, en in dat geval doe ik wel aan stand-upcomedy, al was het maar om te kunnen zeggen: ‘Ik ben nu met iets anders bezig.’»

Brusselmans «Oké, maar die stand-upcomedy zie ik als een onderdeel van je schrijverschap: je schrijft je eigen teksten. Ik treed ook op, en daarnaast schrijf ik columns: dat behoort volgens mij allemaal tot mijn literaire werk. Ieder woord dat ik in welke vorm ook op papier zet, ieder woord dat ik op een podium uitspreek, is literatuur.»

Vandecasteele «Schrijven was voor mij eerder toeval, een middel om te overleven. Ik ben theaterregisseur van opleiding. Ik was lang aan Abattoir Fermé verbonden, en toen ik daarmee klaar was, had ik een inkomen nodig: ik kwam erachter dat je 100 euro kon verdienen als een literair tijdschrift een kortverhaal van je plaatste, en zo is het schrijven voor mij begonnen.»

HUMO Herman, heb jij je al moeten afvragen of je stilaan niet meer tot de amusementswereld dan tot de literatuur behoort?

Brusselmans «Daar worstel ik mee. Ik zat in ‘Bart & Siska’ en in ‘De slimste mens’, en ik werk mee aan ‘Zijn er nog kroketten?’ en ‘De allesweter’. Dat is schnabbelen, en het brengt dan ook geld in het laatje. Maar goed, als ik daarover pieker, kan ik nog altijd denken: ‘Je bent geen tv-figuur, maar een schrijver’. Ik ben wel van plan dat tv-werk dit jaar af te bouwen.»

HUMO Volgens mij ben je door je tv-optredens zelfs een publiekslieveling geworden.

Brusselmans «Misschien. 800.000 mensen kijken naar ‘De slimste mens’ en gemiddeld 10.000 mensen kopen een boek van mij. Die discrepantie blijft enorm. En precies daardoor weet ik dat de amusementswereld iets heel anders is dan de wereld van de literatuur. ‘De slimste mens’ is geen promo voor een schrijver, want anders was ik nu al een bestsellerauteur, wat niet het geval is.»

Vandecasteele «‘Schnabbelen’ betekent meestal: iets doen wat uiteindelijk hinderlijk is voor je schrijverschap en dan ook niets met schrijven te maken heeft. Maar wat Herman doet in de media, past volgens mij bij zijn kijk op de werkelijkheid.»

Brusselmans «Al heb ik, door in al die spelletjes te zitten, wel grenzen overschreden, waardoor ik wel moest denken: ‘Nu ben ik niet langer de schrijver maar een typetje.’»

'Het publiek waar ik op mik, bestaat uit mensen die in de steek zijn gelaten door de literatuur, omdat ze op school Harry Mulisch moesten lezen'

Vandecasteele «Ik ben in 2010 zeker een volle dag beroemd geweest, nadat ik twee keer in ‘De slimste mens’ had gezeten. De dag erop kreeg ik al een telefoontje van de VTM: of ik wilde meedoen aan een spelletje met Rani De Coninck. Daar heb ik voor bedankt. Ik zag me niet meteen met Rani De Coninck leuteren.»


Bloempotkapsel

HUMO Over promo gesproken, Herman. Een tijdje geleden heb ik de verzamelde vertelsels en verzen van Herman Finkers gekocht omdat jij uit dat boek citeerde in ‘Winteruur’.

Brusselmans «Dan ben jij ongetwijfeld één van de weinigen. Weet je wat het is? Mensen kopen over het algemeen geen boeken, en daar zullen tv-programma’s geen verandering in brengen. De afgelopen twee jaar hebben er welgeteld drie Vlaamse boeken gescoord: twee van Griet Op de Beeck en ‘Oorlog en terpentijn’ van Stefan Hertmans. Dat is alles. Nu, lezen heeft nooit in de top vijf van de favoriete menselijke bezigheden gestaan. Je wordt met het leesvirus geboren of niet. Sommige mensen zouden zich verhangen om een boek te kunnen lezen, maar ze zijn zwaar in de minderheid.»

Vandecasteele «Door de televisie heb ik anders wel schrijvers ontdekt: Will Self bijvoorbeeld, die op BBC Two in het panelspelletje ‘Shooting Stars’ zat.»

Brusselmans «En toch zal het overgrote deel van het publiek van ‘Shooting Stars’ gedacht hebben: ‘Who the fuck is Will Self? Een schrijver? Veel geluk ermee!’ Jij, Joost, denkt dan: ‘Ik ga iets van Will Self lezen’ en dat is uitzonderlijk.»

HUMO Herman, telkens als je een nieuwe roman uit hebt – twee keer per jaar – kom je in ‘De wereld draait door’. Kun je bij zulke gelegenheden ergens uit opmaken dat Matthijs van Nieuwkerk je boek ook gelezen heeft?

Brusselmans «Natuurlijk niet. Het enige waaraan ik denk, is: ‘Misschien verkoop ik zestien boeken meer door me een keertje naar Amsterdam te laten rijden.’ En ik kom eens buiten – mijn sociale leven is al beperkt genoeg. Bij DWDD krijg je een maaltijd aangeboden en ze leggen je in de watten – en je leert er ook weleens iemand kennen.»

HUMO Statistisch gezien zijn de meeste lezers dames tussen de 40 en de 50. Heeft een schrijver iets aan dat statistiekje?

Brusselmans «Griet Op de Beeck boomt zowel in Vlaanderen als in Nederland. Haar publiek, dat ik al eens op de Boekenbeurs heb gadegeslagen, bestaat goeddeels uit vrouwen met – ik zeg het met respect – een bloempotkapsel, die er een lief ding voor overhebben om even de knieschijf van Griet Op de Beeck aan te mogen raken. Ze werpen zich, echt waar, snikkend voor haar neer: ‘Je hebt mijn leven gered!’ Die aanbidding is nog nooit vertoond, terwijl ik me bij het lezen van de boeken van Griet Op de Beeck afvraag: ‘Wat zien die vrouwen hier in jezusnaam in?’»

'Ik word veel gelezen door allochtonen, die aan de hand van mijn boeken Nederlands leren'

Vandecasteele «Je kunt respect hebben voor een bepaald publiek. Neem nu gamers, meestal twintigers en dertigers. Games worden zeer goed verkocht, en ze zijn vaak intelligent en spectaculair goed. Ik geloof dat gamers ook geïnteresseerd zijn in iets hallucinants en spannends dat in een boek staat, in ideeën die je kunt lézen. Ik vind dan ook dat ze door schrijvers bediend moeten worden. Het publiek waar ik op mik – om het eens plat te zeggen – bestaat uit mensen die in de steek zijn gelaten door de literatuur, omdat ze op school verplicht werden Harry Mulisch te lezen en niets anders. We moeten als schrijver nederig zijn en eens luisteren naar wat die mensen zoal interesseert.»

Brusselmans «Zodra je 10.000 lezers hebt, weet je niet meer wie dat zijn. Maar in de loop der jaren heb ik ondervonden dat ik veel door arbeiders gelezen word. En door allochtonen, die aan de hand van mijn boeken Nederlands leren. De oppervlaktelaag van mijn romans is namelijk vrij simpel en er valt altijd wel te lachen. Zulke mensen komen naar me toe en zeggen: ‘Ik lees niet, behalve jouw boeken.’ Al kom je maar drie zulke mensen tegen, toch denk je: ‘Ik ben niet voor niets bezig.’»


De Vlaamse Befkoning

HUMO Laten we het eens over achting voor de schrijver hebben, wat nog iets anders is dan louter commercieel succes. Herman, in je nieuwe roman maak je een allusie op de Editio-ranglijst, die gebaseerd is op literaire prijzen, boekenverkoop, het aantal vertalingen en de bijdrage van schrijvers aan het literaire discours. In de recentste ranglijst, die van 2015, komen jullie allebei niet voor. Hertmans staat op nummer 1, Van Reybrouck op 10, Lanoye op 17, Griet Op de Beeck op 18 en Dimitri Verhulst op 20.

Brusselmans «‘Bijdrage aan het literaire discours’: dan kunnen wij het wel schudden, hè? (lacht). Er staan pipo’s op die lijst die veel minder boeken verkopen dan ik, pipo’s van wie ik nog nooit heb gehoord zelfs. Als in die lijst de 35 belangrijkste schrijvers van 2015 staan, dan verbaast het me toch dat ik daar niet bij ben.»

HUMO De uitgeverij van de schrijver om wie ‘Jungle’ draait, stopt haar activiteiten, wat aan De Bezige Bij Antwerpen doet denken, je vorige uitgeverij. Daardoor dreigt de schrijver in een identiteitscrisis te belanden. Is dat ook uit jouw schrijversleven gegrepen?

Vandecasteele «De enige reden waarom ik columns in kranten mag schrijven, is dat ik een aantal boeken op mijn naam heb staan. Toen De Bezige Bij Antwerpen stopte, werd ook de serie die ik voor Canvas zou maken afgevoerd. ’t Was alsof ineens niets meer lukte. Als ik niets doe, bén ik ook niemand. Ik val namelijk samen met wat ik doe, en dan nog wel met totale overgave. Ik moet toch aan mezelf kunnen verantwoorden waarom ik mezelf elke dag opsluit om te schrijven, waarom ik de meest waanzinnige gedachten toelaat en de vreemdste dingen opzoek. Dat doe je allemaal niet zonder liefde voor je vak of je genre.»

Brusselmans «Het schrijven heeft mij, als persoon, altijd uit identiteitscrisissen gered. Mijn identiteit als schrijver heeft nooit op de helling gestaan. Hoezeer ik ook mag twijfelen aan wat ik doe en hoe vaak ik ook werk mag weggooien: dag en nacht blijf ik schrijver. Niet wát ik schrijf is therapeutisch voor mij, maar dát ik schrijf. Of ik morgen nu gedichten voor kinderen zou schrijven of een Bouquetreeksboek, het maakt me niet uit. Het is me om het schrijven zelf te doen. Daar klamp ik me aan vast.»

HUMO De schrijver Herman Brusselmans krijgt in ‘Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper’ te horen dat het meisje Manon, eens zijn nieuwe vriendin, niet langer als personage wil worden opgevoerd.

Brusselmans «En dat kwetst mij. Manon is mijn monument voor Melissa, maar Melissa dacht daar anders over. Zij vond namelijk dat ik haar privéleven te grabbel had gegooid. Maar ik kon haar niet uit mijn boek weglaten omdat ze nog in mijn leven was. Ik heb daar overigens geen gewetensproblemen mee, want ik weet waar de grens ligt. En zodra je uit het leven geplukt wordt en in de literatuur verschijnt, ben je een personage, en dus niet langer wie je in het echt bent. Literatuur is iets anders dan de krant, en met dat onderscheid hebben veel mensen het moeilijk. Ook bij ‘De wereld draait door’. Daar kreeg ik te horen: ‘Je hebt jezelf de Vlaamse Befkoning genoemd.’ Zo heb ik het om te beginnen nooit uitgedrukt. Ik kreeg ook te horen dat ik ooit geschreven had dat ik goed kon beffen. Hoe zou ik nu kunnen weten hoe goed ik bef? Is er een competitie?»

Vandecasteele «Er is wel een ranglijst van de 35 beste beffers.»

Brusselmans «Waar ik overigens óók niet in sta (lacht).»

Vandecasteele «Griet Op de Beeck dan weer wel.»

Brusselmans «En niet te vergeten: Saskia de Coster! De pest is dat veel mensen mijn boeken erg letterlijk nemen, en ik ben gestopt met uit te leggen wat literatuur is.»

Vandecasteele «Ik denk dat twintigers tegenwoordig weer meer op hun privacy gesteld zijn.»

Brusselmans «Dat is waar. En ik merk ook dat ze een enorme drang hebben om hun leven volkomen in handen te nemen, zo van: ‘Een partner, of wie dan ook, zal nooit mijn leven bepalen.’ Dat is een enorm verschil met bijvoorbeeld mijn eerste vrouw Gerda, en ook met Tania. Die jonge vrouwen zijn in de loop van anderhalve generatie enorm geëvolueerd. Ik heb daar last van. Noem mij macho, maar ik heb nog altijd een vrouw nodig die náást mij staat. Die dus niet zegt: ‘Jij hebt niets met mijn leven te maken, ik neem het helemaal zelf in handen.’ Ik wil het leven van een vrouw méé in handen nemen, maar met jonge meisjes lukt dat niet meer. Vandaar dat ik geen nieuwe vrouw meer vind. Als je niet in hun denktrant meegaat, blijf je alleen.»

Vandecasteele «Ik denk dat wij, mannen, gestopt zijn met evolueren en emanciperen. Wij zijn blijven steken. Vreemd dat er geen mannelijke versie van feminisme bestaat, terwijl me dat net erg nodig lijkt. Als vrouwen emanciperen, denken wij, mannen, nog steeds dat ze dat altijd ten koste van ons doen. Terwijl wij, mannen, net moeten emanciperen.»

Brusselmans «Jonge vrouwen willen een fantastische relatie en 100 procent vrijheid. Wel, dat kan niet. Want een relatie is: een deel van je vrijheid afstaan. Als een meisje je zegt: ‘’t Is jouw vuilnisbak, ik zet hem niet buiten,’ dan heb je al een probleem. Pas op, ik vind het prettig om me aan te passen, en ik denk vooral niet: ‘Zo was de man in 1975 en zo ben ik nog steeds.’ Ik val toevallig op jonge vrouwen van 25, maar altijd krijg ik het na verloop van tijd moeilijk, en denk ik terug aan Gerda en Tania die me een biefstuk voorschotelden en zich daardoor niet in hun vrijheid beknot voelden. Ik weet dat dat nu niet meer kan. Als man zeg ik: ‘Ik kook niet’. Het interesseert me niet, ik kan het niet, en dus kook ik niet. En dan zegt zo’n jonge vrouw: ‘Dan kook ik ook niet.’»

HUMO Als je zegt dat je op meisjes van 25 valt, betekent dat ook dat er volgens jou een – en nu ga ik me bot uitdrukken – vervaldatum op vrouwen staat?

Brusselmans «Onlangs sprak een meisje van in de 20 me aan in een café. Haar moeder bleek enkele tafeltjes verderop te zitten. Dat meisje zei me: ‘Mijn moeder heeft ook geen relatie. Misschien is zij iets voor jou.’ Die moeder was een mooie vrouw van een jaar of 50, maar toch dacht ik: ‘Neen, jíj zou iets voor mij zijn.’ En tegelijk realiseer ik me dat die gedachte totaal fout is: een meisje van 20 is niets voor mij, maar fysiek trekt ze me wel meer aan dan vrouwen van in de 50, die in mijn ogen grootmoeders zijn. En hoeveel meisjes van in de 20 voelen zich aangetrokken tot een vent van 58?»

HUMO De schrijver in ‘Jungle’ kijkt geweldig op naar de activiste Mona, met wie hij af en toe naar bed gaat.

Vandecasteele «En daar beslist zij over, niet hij.»

HUMO Ja, en daar komt dan nogal mechanische seks van.

Vandecasteele «Dat heeft te maken met de hele sfeer van het boek. De grondlaag van ‘Jungle’ is: de realiteit is virtueel besmet en niet langer logisch. Sinds we online zijn, is het niet alleen de realiteit die het internet vult maar het internet vult ook de realiteit. We hebben zo veel toegang tot informatie, dat we eigenlijk niets meer met zekerheid weten. Mona weet veel meer van dat vreemde tussengebied tussen reëel en virtueel af dan de schrijver. Ik ben bezeten van experts, en daarom schrijf ik ook graag over hen. De schrijver wordt geconfronteerd met de expertise van Mona, waardoor er een meester-knechtverhouding ontstaat. En wat dat mechanische betreft: als ze weet dat bijna niets echt is, dan vindt ze haar lichaam misschien ook niet echt. Dan gaat ze denken dat seks meer een verzinsel is dan een lijfelijke ervaring.»


Europa loopt achter

HUMO Laat ik in de gauwte even een reëel tijdsbeeld schetsen: Islamitische Staat, het internationale moslimterrorisme, dreigingsniveau 3, de onbedwingbare vluchtelingenstroom, het Schengenakkoord dat op springen staat, de kloof tussen culturen, polarisatie, populisme, de perfide Poetin, het sujet Donald Trump dat veel bijval oogst in de VS, het economische en financiële noodweer dat eenieder boven het hoofd hangt, en daarbovenop natuurlijk de gigantische milieuproblematiek. Hoe zien jullie de toekomst?

Brusselmans «Ik ben blij dat ik bepaalde dingen niet meer zal meemaken. Deze uitspraak deden onze grootvaders ook al.»

HUMO Joost heeft het in ‘Jungle over die twee terroristen die in 2013 in Londen een Britse militair ambachtelijk hebben afgemaakt met een hakbijl en een kapmes. Je schrijft, Joost, dat ze in vergelijking met Carlos de Jakhals ofte Ilich Ramírez Sánchez, amateuristische zielenpoten zijn.

Brusselmans «Daar heeft Joost gelijk in. Wat stelt IS voor? Waar blijft dat kalifaat?»

'Europa is al lang niet meer het centrum van de wereld. Daarom ben ik voor mijn roman naar Tokio gereisd' 'Ik ben een thuisblijver. Maar er zijn drie sushirestaurants in mijn straat'

HUMO Hebben ze dan niet overal ter wereld met succes angst gezaaid?

Brusselmans «Die angst ligt niet aan hen, maar aan ons. Die angst kun je vergelijken met bang zijn om de straat over te steken omdat je dan door een auto geschept kunt worden. Zulke angst moeten we verbijten en daarmee uit. Nu ja, na ‘Charlie Hebdo’ heb ik wel met angst geworsteld, zo van: ‘Hoe moet het verder? Parijs is maar enkele uren hiervandaan.’ Kijk, als ze hier op de Gentse feesten toeslaan, kunnen twee mannen met een kalasjnikov makkelijk vijfhonderd man vermoorden, maar er zijn op de wereld misschien wel een miljoen doelwitten als de Gentse Feesten. Ik vind de angst voor terrorisme dan ook volkomen irrationeel.»

Vandecasteele «Ik ben enorm optimistisch, want ik geloof dat we nu een overgangsperiode beleven. De wereld evolueert sneller dan veel mensen op dit ogenblik kunnen begrijpen. Wat men niet snapt, probeert men met geweld te verbieden, maar het geweld dat we nu meemaken is een laatste stuiptrekking van de conservatieve krachten. Wij, Europa, zijn al lang niet meer het centrum van de wereld, en daarom ben ik voor ‘Jungle’ naar Tokio gereisd, en voor ‘Massa’, mijn vorige roman, naar Hong Kong. Om er nu al de toekomst mee te maken.»

Brusselmans «En wat voel je daar dan? Dat Europa achterhaald is?»

Vandecasteele «Daar komt het op neer: Europa loopt achter.»

HUMO Joost maakt reizen voor z’n boeken: ‘Jungle’ bracht hem naar Spanje, New York, Kazachstan en Tokio. Jij bent nog steeds een thuisblijver, Herman.

Brusselmans «Er zijn drie sushirestaurants in mijn straat (lacht). Kijk, ik dúrf gewoonweg niet naar Kazachstan. Ik ben er niet geschikt voor. Als ze tegen Joost zeggen: ‘Hier, een vliegtuigticket naar Kazachstan,’ dan vertrekt hij meteen. Terwijl ik niet eens weet hoe ik in Zaventem moet raken. Wat dat betreft, ben ik gehandicapt.»

HUMO Moet jij in die buitenlanden geweest zijn, Joost, om erover te kunnen schrijven?

Vandecasteele «Ja. Een scène in mijn boek ‘Massa’ speelt zich in Roemenië af, in de stad Râmnicu Vâlcea, het centrum van de internetfraude in Europa. Je hebt er per vierkante kilometer meer filialen van Western Union dan waar ook ter wereld. Ik ben er niet geweest, waardoor het schrijven van die scène niet goed aanvoelde, hoe vaak ik ook naar Google Maps keek. Ik merk dat geuren voor mij van belang zijn: in Hong Kong hangt overal de geur van sojasaus en ontsmettingsmiddel. En in Astana, Kazachstan, waar als bezeten gebouwd wordt, ruik je niets dan stof – je wordt er haast misselijk van. Ik blijk zulke geuren nodig te hebben om nadien over die plaatsen te kunnen schrijven. Ik koop daar ook allerlei prullen, waarvoor ik zelfs een extra koffer meeneem. Die rommel – kaartjes, poppetjes, tot vervallen vlees toe – vormt als het ware de dramaturgie van mijn boek.»

HUMO Tot slot wil ik het nog even over het slot van jullie respectieve romans hebben. Jouw hoofdpersonage woont in Tokio, doet daar iets dat ik voor de aardigheid niet verklap, en is vooral gelaten.

Vandecasteele «Hij heeft zich neergelegd bij een gigantisch groot complot. Zijn leven voelt aan alsof hij een verzameling pixels en bytes in een game is. Dat is niet noodzakelijk een pessimistisch einde maar veeleer een verklaring: ‘Ik denk dat de wereld er zó aan toe is en wel dáárom.’»

HUMO Jouw roman, Herman, eindigt haast – ik wik mijn woorden – op een optimistische noot, op een belofte van beterschap zelfs.

Brusselmans «Die beterschap is er. Ik mag dan wel alleen zijn, maar ik ken veel mensen. ’t Is draaglijk, en ik voel me dan ook niet slecht in mijn vel. Als Tania, die ernstig ziek is geweest, oké is, dan stijgt mijn welbevinden, want zij is toch nog altijd dé persoon in mijn leven. En als Melissa me sms’t dat alles oké is, dan is het met mij ook oké.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234