Herman Brusselmans: 'In het reine'

Ik moet nooit meer in een spiegel kijken, mezelf nooit meer confronteren met wie ik ben.

De twee trilogieën waaraan ik een tijdlang heb geschreven, zijn klaar. De eerste trilogie, die autobiografisch is te noemen, bestaat uit ‘Poppy en Eddie’ (reeds gepubliceerd in het voorjaar van 2014), ‘Poppy en Eddie en Manon’ (reeds gepubliceerd in het voorjaar van 2015) en ‘Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper’ (wordt gepubliceerd in het voorjaar van 2016).

De tweede trilogie bestaat uit drie literaire thrillers: ‘Zeik’ (reeds gepubliceerd in het najaar van 2014), ‘Zeik en de moord op de poetsvrouw van Hugo Claus’ (wordt binnenkort gepubliceerd), en ‘Zeik en het lijk op de dijk’ (wordt gepubliceerd in het najaar van 2016). De laatste zin van ‘Zeik en het lijk op de dijk’, tevens de laatste zin van de twee trilogieën, heb ik geschreven op donderdag 25 juni 2015.

Hierna zal ik de romankunst niet meer beoefenen zoals voorheen. Dit wil zeggen dat ik, zoals ik gedurende ongeveer dertig jaar wél heb gedaan, niet meer twee romans per jaar zal publiceren. Sterker nog, ik zal me beperken tot het schrijven van slechts twee romans in de rest van m’n leven, op voorwaarde dat dit leven me nog de kans en de tijd biedt. De ene roman, te publiceren ergens rond 2020, zal als titel dragen ‘De overlevende van geen enkele ramp’, en de andere roman, m’n allerlaatste, krijgt als titel ‘Mijn eigen genadeschot’ en wordt gepland voor 2025. In deze twee waarschijnlijk zeer dikke boeken, zal ik in het reine proberen te komen met een aantal dingen.

Ten eerste met de literatuur, die mijn bestaan voor een groot stuk heeft bepaald, en dankzij dewelke ik een beroep heb gehad en geld heb verdiend, net voldoende geld om in onze democratische, kapitalistische maatschappij tot de middenklasse te kunnen behoren. De literatuur heeft mij vreugde, werkplezier en een lichte mate van trots gebracht. Maar ze heeft me ook uitgeput, slapeloosheid bezorgd en er mij bij momenten van overtuigd dat ik als schrijver geen reet voorstel.

Met twee nog ongeschreven boeken zal ik proberen dat te weerleggen. Tevens moet ik in het reine komen met de liefde. Ik heb drie volwaardige relaties gehad met vrouwen van wie ik hield. M’n eerste vrouw heb ik in geen twaalf jaar meer gezien, die woont ergens in een voor mij onbekende uithoek en zoekt nooit meer contact, en ik ook niet, want ik heb geen thuisadres, geen e-mailadres en geen telefoonnummer van haar, en verder evenmin enige informatie die mij eventueel had kunnen worden verstrekt door derden. Het enige wat een mens kan doen is zo’n vrouw het beste toewensen.

M’n tweede vrouw was de liefde van m’n leven, met haar was ik vele vruchtbare jaren samen, en op het hoogtepunt van onze verbintenis, althans ik ervoer het als een hoogtepunt, zei ze dat ze niet langer bij mij kon blijven, en ze ging weg uit ons huis. Ik bouwde met vallen en opstaan een vriendschap met haar op, continu in de hoop dat deze vriendschap zou blijven duren, en ze duurt inderdaad nog steeds, maar toch vervreemd je van elkaar, en zit je soms met de vraag: hebben wij elkander ooit écht gekend? Maar dat ik haar graag zal zien tot het einde, daar wil ik garant voor staan.

M’n derde vrouw was jong en zelfbewust, en ze leek blij dat we samen waren, maar dat was niet zo en ze ging snel bij me weg. Ze kon naar eigen zeggen ook niet om met m’n demonen, hoewel ze die niet kon definiëren, en iedere keer als ik ze dan voor haar definieerde, werd ze nog onzekerder en banger voor mij, en kalfde haar liefde verder af. Ook met haar zou ik vrienden willen blijven, maar het laat zich aanzien dat het een vriendschap wordt die zich naar de rand van een diep ravijn begeeft.

Ook moet ik in het reine komen met mezelf. Dat is niet zo moeilijk: ik moet nooit meer in een spiegel kijken, ik moet mezelf nooit meer confronteren met wie ik ben, en als het nodig is, moet ik bijtijds m’n bestaan ontkennen. Ik moet me voorstellen dat ik iemand ben die evengoed niemand had kunnen zijn, en dan lukt het wel om in het reine te komen met die langzaam verdwijnende Herman Brusselmans.

En, ten slotte, moet ik in het reine komen met de dood. Dat wordt niet de gemakkelijkste opdracht, en om die uit te voeren zonder dat het al te veel pijn doet, moet ik ervoor zorgen dat vooreerst de dood in het reine komt met mij. Dat kan morgen gebeuren, dat kan volgend jaar gebeuren, ik wens hoe dan ook dat het niet gebeurt vóór 2025, want eerst moet ik nog, met de roman ‘Mijn eigen genadeschot’, een orgelpunt plaatsen in een al bij al behoorlijk nietig leven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234