null Beeld

Herman Brusselmans: 'Kerstperiode'

Om twaalf uur werden er cadeautjes uitgedeeld, en iedereen kreeg van iedereen een paar nieuwe sokken.

In 1972 was er de kerstperiode. De avond voor Kerstmis, in de volksmond ook weleens de 24ste december genoemd, zou plaatsvinden bij ons thuis. Er werd gekookt door m’n moeder Lea en m’n bij ons inwonende grootmoeder Maria. Dan had je m’n vader Gust, z’n kinderen Joseph, Mia en ik, en grootvader Frans. Ik zou voor het eerst m’n vriendinnetje voorstellen, een meisje dat Brigitte heette, en dat zelf geen familiale omgeving had.

Ik had haar leren kennen in het weeshuis, waar ik als vrijwilliger klusjes ging doen, bijvoorbeeld varkens slachten, een nieuw dak leggen, en de baas van het weeshuis, zuster Forenzia, helpen bij het zoeken naar goudklompjes in de ondergrond van de kloostertuin. We hadden nog geen goudklompjes gevonden, maar wel stootte ik op een keer op een grote ijzeren kist, en toen we die openden, zaten daar allerlei documenten in van de nazi’s, waarin werd uitgelegd hoe ze in 1947 in alle Vlaamse steden nieuwe stadsparken zouden aanleggen waar iedereen, mits in het bezit van een nazipartijkaart, gratis achter een struik mocht schijten.

Zover is het gelukkig nooit gekomen, en zuster Forenzia verbrandde de documenten, en overigens mocht je in de tuin van het weeshuis ook gratis achter een struik schijten, behalve als je diarree had, dan mocht je gratis in het gezicht van zuster Forenzia schijten, want ze was een seksueel-psychopatische slet. Maar goed, ik had Brigitte leren kennen, die sinds haar 3de levensjaar in het weeshuis was weggeborgen, nadat haar ouders, twee verknipte zigeuners, zonder hun dochter waren gevlucht naar Zuid-Amerika, waar ze onder de schuilnamen Juan en Rosita in Peru een winkeltje waren begonnen in splinters van het originele kruis van Christus. Origineel?

M’n reet, ja, die splinters haalden ze gewoon uit afgewaaide takken in het bos van Lima. In Lima staat er soms een strakke wind en dan waaien er takken af, vandaar. M’n moeder en m’n grootmoeder hadden canard à l’orange gemaakt, en allen zaten we aan tafel, vast van plan om eens ons buikje rond te eten. Brigitte had nog nooit canard gegeten, laat staan à l’orange. ‘Waarvan wordt canard gemaakt?’ vroeg ze schuchter. ‘Van een olifant,’ zei m’n grootvader Frans, die altijd wel te vinden was voor een geintje, een leugentje om bestwil of een plaisanterietje.

Derhalve lachte Brigitte luid, want voor een meisje van 13 jaar had ze veel gevoel voor humor. De aandachtige lezer zal zich inmiddels afvragen: ‘Meneer Brusselmans, had u toen, in 1972, als 15-jarige knaap, al seksuele omgang gehad met uw vriendinnetje Brigitte?’ Wel, daar moet ik eerlijk gezegd bevestigend op antwoorden. We waren inderdaad al drie keer naar bed geweest, en de eerste twee keer kwam ik klaar, en de derde keer Brigitte. Kortom, erg leuk. Brigitte was echter zo bang om zwanger te raken dat ik haar niet vaginaal had gepenetreerd, althans niet met m’n penis, maar wel met een tafelpoot, die Brigitte had geleend van zuster Forenzia. Ze ging nooit de baan op zonder die tafelpoot. ‘Van een olifant!’ riep ze schaterend. ‘Wat een goeie grap!’

M’n grootvader Frans was het niet gewend dat er gelachen werd met z’n grappen, en hij vond Brigitte meteen een bijzonder aantrekkelijk meisje. ‘Wil je neuken met mij?’ vroeg hij aan haar. ‘Frans,’ zei m’n grootmoeder Maria, ‘als jij neukt met dat meisje, ga ik neuken met de zoon van de neef van de buurman van de zwager van de postbode.’ M’n grootvader trok bleek weg in z’n gezicht. Z’n bloedeigen vrouw neuken met de zoon van de neef van de buurman van de zwager van de postbode?! Dat kon hij niet toestaan, en daarom borg hij z’n plannen om met Brigitte te neuken definitief op.

Ten slotte belandden we bij het dessert, chocolademousse. Brigitte kende deze lekkernij niet en vroeg: ‘Waarvan wordt dat gemaakt?’ ‘Van een olifant,’ zei m’n grootvader Frans, maar nu moest Brigitte niet lachen, wat m’n grootvader serieus tegenviel, en hij sprak geen woord meer tegen haar. Om twaalf uur werden er cadeautjes uitgedeeld, en iedereen kreeg van iedereen een paar nieuwe sokken. Een tof cadeau, want ik zeg altijd: zonder sokken ben je barrevoets. Kerstavond was voorbijgevlogen en Brigitte ging te voet terug naar het weeshuis, en wij, de Brusselmansen, gingen naar bed. De dag nadien hoorde ik dat Brigitte tijdens haar voettocht naar het weeshuis was geschept door een auto, en was overleden. Op die manier zou ik de kerstperiode van 1972 niet makkelijk vergeten en juist ja, ik herinner me deze periode nog altijd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234