Herman Brusselmans: Kinderen interesseerden me geen reet. Als ik er eentje zag liggen, dacht ik: wat is dat voor een debiel'

Ik dacht bij mezelf: weet je wat, ik doe m'n kleren ook uit, dat zorgt voor een extra intieme sfeer

Ik wil er ook twee, met name een tweeling. M’n vriendin Lena en ik weten reeds hoe de hummeltjes moeten heten. Als het twee jongetjes zijn, is het Sam en Goris. Als het twee meisjes zijn, is het Kelly en Lindsey. En als het een jongetje en een meisje zijn, is het Kenji en Shania. Ik zou graag twee jongetjes hebben om er later mede te voetballen, te tennissen en te cyclocrossen. Het is natuurlijk mogelijk dat Sam en Goris geen sportieve types zijn. Nou, dan doen we toch aan geestelijke ontspanning en lossen we samen kruiswoordpuzzels op, doen we mee aan caféquizzen en lezen we romans van Griet Op de Beeck en Dimitri Verhulst, op voorwaarde dat die twee giganten der Nederlandstalige letteren tegen dan nog boeken schrijven. Ik heb immers vernomen dat Griet van plan is om over te schakelen van de literatuur naar de psychologische bijstand van vrouwen met oncontroleerbare antifeministische neigingen, en dat Dimitri eraan denkt om de pen in de wilgen te hangen met onbreekbare ijzerdraad en op een boerderijtje in Evergem te gaan wonen, waar hij zal leven van jacht en visvangst.

Een probleem qua het krijgen van kinderen is in mijn geval dat ik thans reeds redelijk oud ben, 62 jaar, en dat ik zodoende sowieso een bejaarde vader zal zijn. Tot nu toe heb ik geen kinderen, omdat ik ze in het verleden eigenlijk nooit per se gewild heb. Kinderen interesseerden me geen reet, en als ik er eentje in de wieg zag liggen en ik keek ernaar, dacht ik: wat is dat voor een debiel. Ik zei dan ook nooit ‘Kiele kiele kiele!’ tegen zo’n kind, maar wel zei ik: ‘Ga je opoe beffen.’ Dat viel niet altijd in goede aarde bij de moeder of de vader of allebei, die me meestal met klem vroegen om het pand te verlaten.

Of kinderen in de dierentuin, nog zoiets. Dat gejengel tegen die ouders, in de trant van: ‘Wat is dat beest met die grote oren en die slurf, mammie?’ Mocht een kind zo’n achterlijke vraag aan mij stellen, dan zou ik antwoorden: ‘Dat is een zwalibo, onnozelaar.’ En dan zou zo’n kind uiteraard vragen: ‘Wat is een zwalibo, pappie?’ En dan geef ik het een peer tegen z’n bakkes en zeg ik: ‘Dát is een zwalibo, klepzeikerd.’

Maar goed, zo dacht ik er vroeger over, maar nu niet meer, omdat Lena en ik vastbesloten zijn om er, ondanks m’n leeftijd, voor te zorgen dat onze tweeling er binnen het anderhalve jaar komt. Dat impliceert dat wij veel seks hebben en dat m’n gebruik van de Vivanza-erectiepil sinds een paar weken verdriedubbeld is. Op die wijze hebben wij ongeveer vier keer per dag seks. Vanmiddag was het weer prijs. Ik zei tegen Lena: ‘Doe jij maar eventjes die geile kleertjes van je uit, baby.’ Ze ontkleedde zich op een uiterst erotische manier, en ik dacht bij mezelf: weet je wat, ik doe m’n kleren ook uit, dat zorgt voor een extra intieme sfeer. Van lieverlede stonden we naakt bij elkaar en gingen we vervolgens op het bed neerliggen. Wat nu gezongen? Wel, ik begon alvast Lena’s tieten te kneden. Ik ben wat je een tietenkneder kunt noemen. Als ik tieten kneed, weten die niet waar te kruipen van puur genot.

Met het kneden der tieten verwek je echter geen baby’s, en derhalve worden penis en vagina in stelling gebracht. De penis is van mij en de vagina van Lena, want we zijn normale mensen. Je hebt immers ook koppels waar de penis van de vrouw is en de vagina van de man. Tegenwoordig moet je van niks meer opkijken, met die transseksualiteit, die genderverandering en al die shit. Nee, hoor, Lena en ik zijn van de oude stempel, dankzij haar kut en mijn pikkie. Dat pikkie is, mede door de Vivanza, gestegen tot grote hoogte en Lena’s kut is, ook door allerlei biologische configuraties in haar lichaam, zo vochtig als de bovenkant van de Leie. Niets staat me in de weg om het pikkie in de kut te rammen en op en neder te wippen. Tijdens die manoeuvres zeg ik allerlei dingen, zoals ‘Kom klaar, lekker beest!’, ‘Zo meteen spuit ik je vol tot het uit je lekkere oortjes komt!’ en ‘Verdomme, ik moet straks de vuilniszak nog buitenzetten!’

Na een uurtje of zo levert de copulatie voor ons beiden een uitbarsting op, en kunnen we alleen maar hopen dat we zonet de tweeling hebben verwekt waar we zo omstandig naar verlangen. Tijdens het roken van een postseksueel sigaretje na het buitenzetten van de vuilniszak, denk ik bij mezelve: Sam geeft een hoge voorzet naar Goris, die dribbelt drie tegenstanders, legt de bal achteruit en ik jaag het leder tegen de netten. Wat zullen Lena en ik en onze kindjes een leuk gezinnetje zijn!

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234