Herman Brusselmans: 'Nageslacht'

Ik ben nog nimmer een kind tegengekomen dat lekker ruikt.

De ware kunstenaar heeft geen kinderen. Dus zijn Philippe Geubels, Jeroom en Sarah Vandeursen helaas geen ware kunstenaars. En evenmin: Kamagurka, Tine Embrechts, de drummer van dEUS, Peter Terrin, Will Tura, Saskia de Coster en Pieter Aspe.

Ze hebben misschien wel ooit de vonk van het ware kunstenaarschap in zich gevoeld, maar deze flits werd onmiddellijk gesmoord door het eerste gekrijs hunner nakomelingen, die hun vader en/of moeder tot een hulpeloos wrak maakten dat niet eens in staat zou zijn om op een ordentelijke manier prei te planten zonder van vermoeienis om te vallen, laat staan dat deze man of vrouw ertoe kan komen om ongestoord kunstwerken te vervaardigen.

Ik heb het altijd spijtig gevonden dat ik mensen die ik een zeker talent wilde toedichten, zich zag voortplanten. Dan dacht ik: jij bent zot, zeker! Nu gaat dat op stapel staande mormel niet alleen je hele leven overhoophalen, maar ook je creatieve impulsen, je misschien wel aangeboren genialiteit of je onstuitbare neiging tot scheppende arbeid!

In een interview zei Philippe Geubels, tot voor kort een veelbelovende komiek, iets als: ‘Flesjes: ja, pampers: néé!’ Daar zou je toch het schijt van krijgen? Deze Geubels, die ongeveer achttien uur per dag aan z’n schrijftafel zou moeten zitten om grappen en grollen te verzinnen, moet nu aan de lopende band flesjes verwarmen, terwijl hij wel mooi te lui en te lam is om een pamper te vervangen – dat moet allicht z’n arme vrouw voor hem doen.

Ofwel heb je kinderen ofwel niet, en als je ze jammer genoeg hebt, dan moet je je niet te beroerd voelen om de stront vanonder hun kont te scheppen. Ik kan me goed voorstellen dat als het kind van Philippe Geubels weder eens haar pamper heeft volgekakt, en als de vrouw des huizes zegt: ‘Philippe, baby, wil jij de pamper ’ns vervangen?’, nou, dan gaat Geubels ineens de kunstenaar uithangen en zegt hij tegen z’n veelgeplaagde naaidoos: ‘Ik voel ineens een paar moppen opkomen die ik moet nederschrijven, ik heb even geen tijd om pampers te verversen. Maar vanavond zal ik wel het flesje in de microwave steken, hoor schat!’

Ik noem de vrouw van Geubels nu wel naaidoos, maar je kan zo’n vrouw die net een kind heeft gekregen evengoed ex-naaidoos noemen. Immers, van seks komt er niet veel meer terecht, ongeveer tot de kinderen naar de middelbare school gaan. Een getalenteerde kunstenaar die net een kind heeft, en aan wie ik vroeg: ‘Nog wat geneukt de laatste tijd?’, zei met een oneindige spijt in z’n stem: ‘Nee, sinds de derde maand van haar zwangerschap ben ik op droog zaad gezet. En het zal niet meteen voorbij zijn, want sinds de kleine er is, lijkt het er niet op dat m’n vrouw ook maar aan seks dénkt.’

Je mag er zeker van zijn dat de bron waaruit deze man z’n kunst heeft geput, langzaam zal verstoffen, en op den duur zal er van kunstmakerij geen sprake meer zijn. Plus, of je nu kunstenaar bent, of seingever bij de bereden politie, of ambtenaar bij het ministerie van Mobiliteit, of verkoper van gepekeld hoofdvlees, of luxeprostituee in de regio Meetjesland: het is altijd beter dat je geen kinderen hebt.

Als ik zie hoe die rotzakjes het leven van iedereen om hen heen tot een ware hel maken, dan kan ik er met m’n verstand niet bij dat iemand ooit tegen iemand anders in alle ernst heeft gezegd: ‘Zal ik stoppen met de pil, lieverd?’ Of: ‘Gooi het pakje condooms maar het raam uit, muisje.’ Of: ‘Niet meer in m’n anus, bolletje, vanaf nu is het in het vagijn, want ik wil een baby’tje.’

Wijs mij een kind aan en ik wijs je een sujet aan dat bij voorkeur binnen de vijf minuten de boel onderkotst, of z’n boterham met choco tegen de muur plakt, of achter de potplant pist, of de bril van grootmoeders neus rukt en ’m in de Leie pleurt, of met een naald in de nek van pappie steekt terwijl die de gezinswagen bestuurt in een moeilijke verkeerssituatie, of tegen z’n moesje zegt: ‘Mammie, je stinkt’ – terwijl de enige in huis die stinkt, meestal dat kutkind zélf is.

Ik ben op straat, op café, tijdens een uitvoering van ‘Het zwanenmeer’ in de Muntschouwburg, bij het op de tribune supporteren voor Anderlecht of waar dan ook nog nimmer een kind tegengekomen dat lekker ruikt. De geur van een kind is moeilijk te omschrijven, maar denk aan de onderkant van een koeienvlaai, een vuilniszak die al drie weken in z’n eigen nat in een hoek ligt weg te teren of de moederkoek van een poedel met nierkanker. Alleszins niet lekker. Weg met het gebroed, leve de kunst!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234