Herman Brusselmans: 'Regen'

Als je zelf geen kinderen hebt, sta je er zelden bij stil dat andere mensen van 58 jaar al godvergeten kleinkinderen kunnen hebben.

Ik ging naar het optreden van de nieuwe Vlaamse rockgroep Dubbele Bodem in de Charlatan op de Vlasmarkt in Gent. Ik was benieuwd, niet alleen omdat Vlaamse rockmuziek mij altijd nauw aan het hart heeft gelegen, tevens omdat één van de leden van Dubbele Bodem, de bassist, de kleinzoon is van een gozer met wie ik ooit m’n legerdienst heb gedaan. Als je zelf geen kinderen hebt, sta je er zelden bij stil dat andere mensen van 58 jaar al godvergeten kleinkinderen kunnen hebben.

Dat zit zo: m’n legermaat, Matthieu Van Langsdonck, was 22 toen hij een dochter kreeg, Patricia; zij was 19 toen ze een zoon kreeg, Lonny, die nu 17 is, dus dat klopt. Deze Lonny was thans de bijzonder bedreven bassist van Dubbele Bodem, dat verder bestaat uit de gitarist Achmed, de drummer Cliff en de zangeres Victoria, bijgenaamd Radar, omdat ze, naar eigen zeggen, in haar hoofd ‘een radar heeft die signalen opvangt uit de ruimte, maar alleen als het regent’.

Eigenlijk is dit meisje krankzinnig, maar wie niet tegenwoordig? Je kan beter een radar in je hoofd hebben dan jezelf vol speed spuiten, een sonnet van Shakespeare brullen en onder de trein springen, want zulke jongeren bestaan ook, ik ken er alleszins eentje, een neef van een gast met wie ik nog gestudeerd heb, en die neef was helemaal dol in de kop geworden door wat er gebeurt in de wereld, vluchtelingen, aanslagen, Syrië, klimaatverloedering, burgeroorlogen in Afrika, noem maar op.

Het enige wat hem tot aan z’n zelfmoord enigszins had rechtgehouden waren drugs, de zeventiende-eeuwse literatuur en een meisje, Sarah, dat hem voedde, koesterde, liefhad, beminde en aan goedkope dope hielp. Haar vader was een dealer, en vandaar. Na het optreden van Dubbele Bodem praatte ik na met Matthieu Van Langsdonck, z’n vrouw Tia en hun dochter Patricia, die zei: ‘Ik vind vooral hun nummer ‘Diepgevroren ogen’ heel mooi, al is de tekst misschien een beetje cru.’

‘Ik begreep niks van die tekst,’ zei Tia, ‘want waarom zou die vampier de ogen van de hinde in de diepvriezer bewaren als hij de dag na de jacht toch vertrekt naar de Mississippi-delta, om daar blonde meisjes te vermoorden met een geigerteller?’ Haar man, Matthieu, zei tegen mij: ‘Ze snapt niet dat het allemaal symboliek is. En wat vond jij het beste nummer, Herman?’ ‘Wel,’ zei ik, ‘ik was nogal gecharmeerd door ‘Witte ramp’, vooral als blijkt dat de mist eigenlijk geen mist is, maar rook uit de pijp van Beëlzebub.’ ‘Ja,’ zei Matthieu, ‘dat liedje swingt redelijk de pan uit.’

Op dat moment kwamen de leden van Dubbele Bodem even goeiedag zeggen, en ik moet toegeven, nu ik Radar zo van dichtbij zag leek ze me veel mooier en aantrekkelijker dan op het podium. Ze zei tegen mij dat ze een boek van mij half had gelezen en daarna de andere helft had ingesmeerd met paté en te eten had gegeven aan haar hond Jacco, een dobermann met een ruilnier. ‘Je moet haar niet geloven,’ zei Achmed, ‘honden met ruilnieren bestaan niet.’ ‘Jij moet zwijgen,’ zei Radar, ‘jij bent een allochtoon en die zijn minderwaardig.

Het blanke ras is overheersend en als je niet zo’n ongelooflijk goeie gitarist was, we hadden je allang op de trein gezet naar Marokko, waar je je grootmoeder kan verrot slaan op haar sterfbed.’ ‘Bedankt voor het compliment,’ zei Achmed, die inderdaad een bijzonder goeie gitarist was gebleken, ‘en à propos, m’n grootmoeder is ondertussen overleden.’ We condoleerden hem allemaal, en gedurende een minuut of tien haalde hij ontroerd herinneringen aan z’n grootmoeder op, en we konden uit z’n verhaal opmaken dat het mens enorm stonk, analfabeet was, een slechte kokkin, in haar leven meer fietsen had gestolen dan je voor mogelijk hield, en de namen van haar twee lievelingsgeiten maar niet kon onthouden.

‘Hoeveel fietsen waren dat dan ongeveer?’ vroeg ik aan Achmed. ‘Rond de tweeduizend,’ zei hij. ‘Rot toch op,’ zei Radar, ‘in heel Marokko zijn niet eens tweeduizend fietsen, eikel.’ Ze keek in m’n ogen en ik in de hare, en dat was het sein voor ons om te vertrekken. In m’n kleine doch gezellige loftje liet ik haar in bad gaan, en daarna kuste ik heel haar lichaam, maar voor de rest liet ik haar met rust, omdat ze een enorme huilbui kreeg, zei dat niemand behalve ik van haar hield, en dat ze signalen doorkreeg uit de ruimte die zeiden dat ze onder de trein moest springen. Daar hechtte ik geen geloof aan, want het regende niet.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234