null Beeld

Herman Brusselmans: 'Rustig blijven'

Sommige muzikanten zien er zo goed als achterlijk uit, daar helpt geen lievemoederen aan.

Ik heb in m’n open loft, met zo’n magneetje, op m’n Smeg-koelkast een zwartwitfoto vastgemaakt van m’n eigen kont, zodat bezoekers in m’n huis roepen: ‘O, van wie is dat prachtige achterwerk?’ Dan zeg ik: ‘Van m’n grootvader Frans, net voor hij werd afgevoerd naar Auschwitz.’ Vervolgens valt er een beetje een ongemakkelijke stilte, die ik op den duur doorbreek door te zeggen: ‘Ja, wij joden hebben veel geleden, maar we hebben wel een mooie kont.’ Zo is het ijs toch snel gebroken en bied ik een kopje thee aan. Een veelgehoorde uitspraak van mij in dat kader is: ‘Wilt u er een koekje bij?’ Een kopje thee met een koekje erbij straalt voor mij een soort van 19de-eeuwse rust uit, rust die we zo ontberen in onze maatschappij, die mede door het snelle tempo van alles wat gebeurt, een valkuil is voor velen van ons. Slechts weinigen zijn in staat om de fysieke en vooral pyschische ongemakken af te wenden die nagenoeg onlosmakelijk verbonden zijn met de manier waarop we leven. En net daarom bied ik m’n bezoekers een ouderwets kopje thee aan, met een vaak nog ouderwetser koekje. En dat niet alleen: ook nodig ik geregeld een vioolkwartet uit dat voor het bezoek in alle kalmte een stuk van Pachelbel brengt. En als één van de vier muzikanten er ietwat debiel uitziet, zeg ik tegen het bezoek: ‘Bij hem heeft het iets langer geduurd eer hij de noten onder de knie had, maar ondertussen is hij zelfs de beste van de vier geworden. Hij oefent dan ook achttien uur per dag, en komt alleen buiten om wijven lastig te vallen en achter een struik te schijten.’ Sommige muzikanten zien er nu eenmaal zo goed als achterlijk uit, daar helpt geen lievemoederen aan, zowel in de klassieke als in de moderne muziek. Ik zal hierbij geen namen vermelden, of de genoemden komen naar m’n woonstee om mij in elkaar te slaan met een ploertendoder. Maar goed, ik zeg dan wel dat ik het bezoek thee, koekjes en muziek aanbied, maar dat wil geenszins zeggen dat ik veel bezoek krijg. M’n ex-vrouw komt af en toe langs, waar ik heel blij mee ben, en enkele van m’n tienduizenden fans durven weleens een afspraak vast te leggen, maar dat is het zo ongeveer. Geen wonder dat ik eenzaam ben, en daarom hoop ik dat m’n potientiële nieuwe verloofde, met wie het nog heel pril is, binnenkort ook een paar keer per week op bezoek komt, niet om thee te drinken, koekjes te eten of naar dat gejammer van Pachelbel te luisteren, maar wel om samen te zijn in uniciteit, mekaar erg veel kusjes te geven en bij gelegenheid onder de lakens te duikelen, en daar de lichamelijke pret te beleven die zo typisch is voor kakelverse geliefden. Ik heb haar al verteld dat ik joods ben, zij het niet voor 100 procent, maar voor drie zevenden. Het joodse bloed zit aan moederskant, want een achterneef van m’n grootvader was Abe Weinbaum, de beroemde wereldreiziger die onder meer de originele teensletsen van Jezus Christus gevonden heeft in een grot ten oosten van Tel Aviv. Zelf heb ik Abe nooit gekend, omdat hij in 1952 is overleden in Madagascar, nadat hij daar gebeten was door een vergiftigde hoer. Tja, Abe en de vrouwtjes, dat is een verhaal apart. Joden zijn hitsige rakkers, dat weten we al eeuwen. M’n grootvader Frans had, naast z’n echtgenote Maria, drie minnaressen, van wie de één een mismeesterde hazenlip had, de ander 2,06 meter groot was, en de derde ooit, tijdens een knullige zelfmoordpoging, haar eigen neus had afgesneden. Gelukkig werden zij en de neus op tijd ontdekt, en kon de neus er in het ziekenhuis weer aangenaaid worden, maar snuiten zonder dat het opviel, dat kon ze niet meer – want het snot spoot alle kanten op. Ik moet inmiddels wel toegeven dat m’n grootvader Frans nooit in Auschwitz vertoefd heeft, omdat hij van 1939 tot 1945 ondergedoken zat bij de bevriende Duitse familie Von Heichheufen in Dachau. Mensen vragen mij weleens of ik veel waarde hecht aan m’n joodse afkomst. Natuurlijk, al overdrijf ik er niet in, ik ben tenslotte in de eerste plaats een Vlaming, in de tweede plaats een Belg, in de derde plaats een Europeaan, en in de vierde plaats een individu dat probeert te leven naar de regels van het algehele humanitarisme en niet naar de regels van één of andere maffe religie. M’n potentiële nieuwe verloofde is niet joods, en dat is helemaal niet erg. Als ze prima beulingen weet te bakken, ben ik allang tevreden. Dan volgen thans een kopje thee, een paar koekjes en een streepje Pachelbel. Rust is alles wat ik nodig heb.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234