Herman Brusselmans: 'Tien keer'

Ik heb ooit 'ns bijna gemuild met Kristien Hemmerechts, maar ik kon wijselijk m'n tong in m'n smoel geklemd houden.

In mijn nieuwe roman, getiteld ‘De kroeg waarin de filosofie werd afgeschaft’, vertel ik over het reilen en zeilen in een café, De Oppervlakte, en iedere keer als iemand iets diepzinnigs zegt, moet die voor straf 5 euro in een bijna levensgroot roze plastic varken deponeren. Dat varken is tot nu toe leeg, hoewel er op een bepaald moment een gozer het café binnenkwam die zei: ‘De ziel kan enkel gedijen als het ego zich splitst in verstand en gevoel.’ Omdat die gast een dakloze dompelaar was die allicht geen cent op zak had, moest hij geen 5 euro in het varken gooien, maar hij werd wel bij z’n nekvel gegrepen en op de keien gegooid, waarna Dikke Fons, de minst diepzinnige man op aarde, hem nariep: ‘En als we je nog één keer zien, zullen we je geen tweede keer meer zien!’

Dikke Fons zuipt ongeveer dertig pinten per dag, en als hij veel dorst heeft, verstouwt hij er minder, onder het motto: ‘Ik drink niet graag als ik dorst heb.’ Z’n vrouw, Irma Puist, houdt het bij een fles whisky, en hun dochter, Sonja Reutel, degusteert alleen milkshakes van bosbessen, want als ze iets anders inneemt, begint ze te reutelen, en iedereen in De Oppervlakte is het althans hierover eens: ‘Reutelen, daar zitten we niet op te wachten.’

Maar dan gebeurt er plots een moord achter de toog! Wie is de moordenaar, en waarom? Welnu, dat komt de lezer pas te weten in de allerlaatste paragraaf van de roman, en hij zal versteld staan, kippenvel krijgen, en uitroepen: ‘Verduiveld! Wie had dat kunnen denken?’

Tja, ik ben nu eenmaal een schrijver die de spanning huizenhoog weet op te drijven, wat ik gemeen heb met Toni Coppers, David Van Reybrouck en Lize Spit. Voor de rest vind ik al dat schrijven niet erg belangrijk. Het is een bron van inkomsten, het kan weleens amusant zijn, en je gaat er derhalve bij tijden met succes de verveling mee te lijf, doch verder heeft het weinig vorm of inhoud. Plus, je vervelen is nog zo saai niet. Ik kan me urenlang vervelen, terwijl ik denk: ik had iets anders kunnen doen, maar ik zou niet weten wat. En na die gedachte ga ik vol vrolijkheid verder met de verveling, tot het ongeveer zeven uur des ochtends is en ik me kapotverveeld naar m’n bed begeef, waar ik me gedurende de slapeloosheid nog een paar uur meer verveel. Als ik op den duur toch nog Morpheus weet te vinden, begin ik met dromen, meestal van blote wijven. Men mag niet vergeten dat het een jaar en zeven maanden geleden is dat ik een bloot wijf gezien heb in de realiteit. Het was er één met lange benen, kleine tieten en een geschoren foef. Lekker dier, dat wel. Ik likte haar onderstel aan gort, sloeg m’n fluit een paar keer tegen haar linkerkaak en spoot de boel onder. En aldus had ik alweer een seksueel avontuur achter de rug.

Tegenwoordig ben ik volop op zoek naar een nieuwe levenspartner. Dat mag gerust een negerinnetje zijn, en als ze voor de zoveelste keer maniok voor me klaarmaakt, zal ik haar geen pets tegen haar bakkes geven, maar haar bedanken voor de schitterende maaltijd en m’n vuist in haar vagina duwen, zeggend: ‘Als het pijn doet, moet je maar balken als een ezel, krassen als een kraai of hinniken als een merrie, je mag zelf kiezen.’ De kans is echter groot dat m’n nieuwe naaidoos geen negerinnetje, maar een blank mokkel zal zijn. Je mag over blanke vrouwen zeggen wat je wil, maar er zitten een paar mooie exemplaren bij. Zolang ze een rijbewijs heeft, ben ik al content. En ze moet sigaretten paffen natuurlijk. ’s Avonds zullen we één keer in de week een wedstrijd ‘om het meest sigaretten paffen’ organiseren en wie wint, mag de kut van de ander strelen met een strijkstok. Kortom, wie is de winnaar? Ik! Ik! Ik!

Niettemin blijf ik een bescheiden jongeman. Akkoord, ik ben met een belachelijk grote voorsprong de beste schrijver van Vlaanderen en Nederland, wat niet moeilijk is, mede omdat alle andere schrijvers uit dat taalgebeid ongelooflijk slecht zijn in hun vak, behalve Toni Coppers, David Van Reybrouck en Lize Spit. Die laatste is de beste vrouwelijke schrijver sinds de menopauze van Kristien Hemmerechts. Met Kristien heb ik overigens ooit ’ns bijna gemuild, maar ik kon wijselijk m’n tong in m’n smoel geklemd houden. Daar was ik me even aan het ergst denkbare ontsnapt! Hoe dan ook, laat mij maar verder onnozele romans schrijven, ik val er immers niemand mee lastig, en enkele tienduizenden lezers hebben er wat aan. Nu ga ik koffiedrinken, en roken, en denken aan tien keer niks.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234