null Beeld

Herman Brusselmans: 'Wie ik bijna ben'

De herinneringen zijn zo dierbaar dat ik wilde dat de dood een eigen gezicht kreeg, opdat ik erin kon spuwen.

Herman Brusselmans

Hoe sta ik in het leven? Als een man met een baard van drie dagen, wiens voeten zonet van eelt zijn ontdaan, en hij verlangt naar de opwaardering van het cijfer 6, hij kan pralines rangschikken volgens zuurtegraad, leest een biografie van Kierkegaard, kijkt hoe spinnen zich naar het oosten begeven, hangt een duister beeld op van de innerlijkheid, heeft nog maar vier keer in een vliegtuig gezeten, neuriet vaak liedjes van de rockgroep James, en op dit moment kijkt hij uit naar de liefde, die in persoon op de trein zit en naar hem op weg is.

Kleuren liggen in zijn verlengde, zijn hond zou een portret van hem in de sneeuw kunnen plassen, zijn ex-vrouw gaat door met voor hem eieren te koken, en ergens loopt er iemand rond die over hem denkt: ‘Gelukkig kan ik zonder jou.’

Tja, uit veel meer ben ik niet opgebouwd, of je zou moeten meerekenen: de hang naar kleine blozende appeltjes, een marmerkoek gekocht in station Gent-Sint-Pieters, en de opmerking dat ik mooie benen heb. ‘Of je vandaag voetbalt, baby,’ zeg ik, ‘of je hebt, zoals ik, veertig jaar geleden gevoetbald, je voetballersbenen blijf je altijd behouden.’

En dan gaan de gedachten natuurlijk uit naar Sporting Lokeren in 1976, toen de trainer, Leon Nollet, tegen iemand zei, niet tegen mij: ‘Ga maar douchen, homo.’ Verslagen droop deze jongen af, ik zie hem nog lopen, een lange slungel met veel krulhaar, en inderdaad, een goeie voetballer was hij niet, en of hij homo was of niet, wie kan het wat schelen, mij alleszins niet, ook niet in 1975, toen de Middeleeuwen Vlaanderen nog maar nauwelijks achter zich hadden gelaten. Het meisje dat m’n benen mooi vindt, is een meisje van goudbrokaat, door de Goden in hun bloedeigen wandtapijt gestikt.

Je kan zeggen: ‘Daar is hij weer met z’n bloedeigen wandtapijt, en wordt het niet ’ns tijd dat hij over dat bloedeigen wandtapijt ophoudt en het vervangt door pakweg het hoofdkussen zonder begin of einde?’ Voor mij is dat oké. Welnu, op het hoofdkussen zonder begin of einde lag haar hoofd en lag mijn hoofd, en we keken elkaar in de ogen, en we zagen iemand die we zo graag zagen als het beeld in het stilstaande water, waarin weerspiegeling bijna een verplichting is.

Zachte lippen die zacht kussen, nadat in de hals is gebeten, op zoek naar abstract levenselixir uit een lichaam dat zich laat lezen als het enige woord dat onvindbaar is. Wat zei je daar over die kleine blozende appeltjes? Daar wil ik over zeggen dat ik er twee van kreeg op 30 augustus, en ze werden mij geschonken door het meisje dat zomaar een kapsalon was binnengestapt in Amsterdam, had gevraagd om haar haar te knippen, en buitenkwam met een ontroerend kort koppie, waarvan ik twintig keer zei dat het prachtig was.

Vliegen wil ik, naar luchten die zuurstof over mij gooien, tot ik de neiging heb om te verdrinken in het binnenste van m’n ongekrenkte ego. Natuurlijk is m’n ego niet te krenken, de tijden waarin dat maar een fluitje van een cent was, zijn lang voorbij. Ik ben de man die een sigaret paft, die een boek wil schrijven met als titel ‘Gooi mij naast de leeuwen’, en die dan denkt: ‘Ach jongen, wat heeft het allemaal voor zin, het enige wat jij moet doen, is je kleine blozende appeltjes en je marmerkoek en je gekookte eieren opeten, eventueel het zesde kopje koffie drinken, en zeker niet vrezen dat de zondvloed komt.’

Doch het gevaar dreigt overal. Het gevaar van liefdesverlies, het gevaar van verjaard ademtekort, het gevaar van herinneringen aan whisky-cola’s met Patrick De Witte, Luc De Vos, en Fons van de Scabs. De herinneringen zijn zo dierbaar dat ik wilde dat de dood een eigen gezicht kreeg, opdat ik erin kon spuwen. De dingen die mij wijzer maken, komen slechts samen met de nacht die mij heel erg moe maakt, en de slaap heeft mij uitgekozen om te negeren.

Ja, ik ben moe, en staar naar het sneeuwwitte bed, dat mij weigert, en al wat sneeuwwit is, zou niet moeten weigeren maar aanvaarden, en weet je, eigenlijk zou ik ooit in een sneeuwwit graf willen liggen, met erboven in cirkels de zwarte symboolraven, die zo’n grote waarde hebben in m’n leven en m’n werk, en er zijn niet alleen de zwarte raven, er zijn ook de leeuwen waar ik naast gegooid word, en er is mijn hond, en er zijn de spinnen, en er is het paard van de fruitboer in 1964, en ik was 6, en ik vroeg aan m’n moeder: ‘Krijg ik ook een paard?’ maar ze was te moe om te antwoorden, zo moe was ze, die lieve vrouw die mij maakte tot wie ik bijna ben.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234