null Beeld

Herman Brusselmans: 'Wijlen Hugo Claus'

Het is toch niet omdat die mens dood is dat z'n literatuur totaal genegeerd moet worden?

Ik vind dat de jongeren van tegenwoordig veel te weinig romans lezen, maar vooral vind ik dat ze veel te weinig romans van Hugo Claus lezen. Het is toch niet omdat die mens dood is dat z’n literatuur totaal genegeerd moet worden? Ik zeg vaak tegen een jongere – jongen of meisje maakt niet uit: ‘Zeg eens, puistenkop, wanneer ga jij ’ns een roman van Hugo Claus lezen?’ Bijna altijd zegt zo iemand dan: ‘Ik weet niet wie Hugo Claus is, meneer.’ Dat is toch schandalig? Hugo, bij leven één mijner beste vrienden, is nog maar een paar jaar geleden naar de overkant vertrokken, en nu reeds weet ongeveer 96 procent van de jongeren niet meer wie hij was.

Ik zeg dan: ‘Hugo Claus was een schrijver. De grootste van allen! Dat jij dat niet weet zou je gerust een paar peren tegen je bakkes mogen opleveren.’ De jongere repliceert: ‘Schrijvers ken ik niet, meneer. We leren daar niks over op school, behalve dat Griet Op de Beeck niet zelf haar flamoes epileert, maar dat laat doen door een gespecialiseerde firma; dat het vriendje van Lize Spit sinds Lize zoveel succes heeft enorm jaloers en achterdochtig is geworden, omdat Lize allerlei aandacht krijgt van vele mannen die haar clitoris manueel een beurt willen geven terwijl ze hun tong in haar hol steken; en dat Arnon Grunberg en Dimitri Verhulst joden zijn. Verder leren we niks over boeken en schrijvers.’ ‘Nou,’ zeg ik dan, ‘dat Dimitri Verhulst joods is, is totaal niet waar, maar dat van Lize Spit is dan weer wel waar, hoewel je toch al een serieuze pervert moet zijn om je tong in Lize haar hol te willen steken, want ik heb horen waaien in het literaire milieu dat Lize zelden haar reet terdege reinigt, zeker niet als ze achter een struik heeft gescheten in het grote, enge bos. Maar het gaat hier godverdomme over Hugo Claus.’

En dan probeer ik de jongeren enige kennis over Hugo mee te geven, waarbij ik begin met een korte biografie. ‘Welnu, Hugo Claus werd geboren te Waarschoot op 4 april 1936, als zoon van Kevin Claus en Kimberley Claus-Cluts. Kevin en Kimberley waren eenvoudige volksmensen die elkaar ontmoet hadden in de Eerste Wereldoorlog, toen Kevin dienst deed als één van de gozers die de gouden tanden uit de smoel van Duitse gesneuvelden moesten rukken, en Kimberley was poetsvrouw bij Obersturmbahnführer Heinz-Otto Von Trotinette, die tot taak had in het Meetjesland alle homoseksuelen te leren tapdansen, want de Duitsers vonden dat flikkers toch voor niks anders geschikt waren. Hugo had drie broers: Sven, Sören en Kevin Junior. Die laatste zou ooit z’n sporen verdienen als schlagerzanger en in de jaren 50 een kleine hit scoren met ‘Schat, je adem ruikt naar je tenen’, dat op nummertje 16 in de toenmalige Top 40 binnen duikelde.

Hugo wierp zich alras op als auteur, en hij was pas 14 toen z’n debuutbundel werd uitgegeven, de magisch-realistische gedichtencyclus ‘M’n moeder pist in snokjes’, die helaas niet in de toenmalige Boeken Top 50 binnen duikelde. Doch Hugo versaagde niet, en de ene meesterproef na de andere vloeide uit z’n onstuitbare pen. Vooral z’n romans ‘De onverwachte postebode’, ‘De slingerpelikaan’, en ‘Goedgemutst naar het crematorium’ gooiden hoge ogen, en z’n toneelstuk ‘Poepeloere op een tandem’ werd in drie jaar tijd meer dan vierhonderd keer gespeeld, met in de hoofdrol Jan Decleir als de koning van Bulgarije, Reinhilde Decleir als zijn creative management assistant, en een piepjonge Kevin Janssens als de kleuter die, wanneer de koning een souper geeft, onder de eettafel gaat zitten om de schoenveters van de gasten aan elkaar te binden. Prachtig stuk! En let op, toen was Hugo Claus pas 57 jaar. Z’n beste werk moest nog komen, al waren en zijn veel kenners het daarmee oneens. Harry Mulisch, bijvoorbeeld, vond dat het latere werk van Claus, zoals de sonnettenreeks ‘Het zwevende steengruis’, op geen kloten trok. Daar kwam nog ruzie tussen Claus en Mulisch van ook, en Hugo velde die pretentieuze Hollander met een rechtse hoek die de neus van Mulisch brak op 21 plaatsen, een record, want een normale neus kan maar breken op ten hoogste 17 plaatsen.

Hoe dan ook, ik hoop dat ik je hiermee heb kunnen overtuigen om eens een boek van Hugo Claus te lezen.’ Soms rent de jongere na m’n uitleg meteen naar de bibliotheek of de boekhandel, maar veel vaker zegt zo’n jongere tegen mij: ‘Steek jij die hele Hugo Claus maar in je reet.’ Ach, wat is en blijft het toch jammer dat de literatuur dood is.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234