Cherchez La FemmeXandra Brood, weduwe van Herman

‘Herman wist wel dat zijn overspel me pijn deed, maar hij was daar niet zo mee bezig’

Vandaag is het negentien jaar geleden dat rocker, kunstschilder en Nederlands ‘nationale knuffeljunk’ Herman Brood een einde aan z’n leven maakte door van het dak van het Amsterdamse Hilton Hotel te springen – in z’n afscheidsbrief had hij het over bungee zonder elastiek. In 2016 sprak Humo met Xandra Brood, née Alexandra Jansen, over de man van haar leven en het leven met haar man. Herlees het interview hieronder.

Konijn Oops vertelt alles over Xandra’s leven met Herman Brood.

Ineens kwam Herman aanzetten met een enorme doos. Een bewegende doos. In de doos zat zó’n konijn, een enorm konijn. ‘Een jonkie,’ zei hij. Oops.

‘En nu?’ vroeg Xandra. ‘We wonen in de stad. Waar moet-ie nu blijven? Heb je ook een hekje, een hokje?’ Nee.

(Dit interview verscheen in Humo op dinsdag 2 februari 2016)


Zijn weduwe: ‘Ik naar het tuincentrum, hekje gehaald, hokje gehaald. Konden we Oops op de veranda zetten. Ik had er mooie planten staan, nou ja, dat duurde niet lang meer, dat werden nepplanten. Oops was een bezienswaardigheid in de buurt. Alle kinderen riepen: ‘Kijk!’ Dus het werd allemaal wel weer opgelost. Maar als je zo’n konijn opduikelt, dan denk je toch ook: ‘Waar moet dat konijn in?’’

En Herman dacht alleen maar…

Xandra Brood «‘Leuk, zo’n konijn.’ Dat is dan wat je misschien het kinderlijke in hem kunt noemen. Ook wel geestig hoor.»

HUMO Jij was degene die verder moest denken.

Brood «Ik moest naar het tuincentrum.

»Ik ben niet zo negatief ingesteld. Iets is gewoon zoals het is, en dan maak ik er maar het beste van. Zo zit ik in elkaar. Als ik tijdens ons huwelijk, en vooral toen Herman ziek werd, over alles moeilijk had gedaan, was ik zelf in een kliniek beland. Je moet niet zo’n controlefreak zijn.»

HUMO Misschien zag hij die karaktereigenschap al van bij het begin in je.

Brood (lacht hartelijk) «Dat-ie dacht: ‘Hé, dat zou nog weleens van pas kunnen komen.’»

Hilton zien en sterven

Ze zit in de bar van het Amsterdamse Hilton Hotel, de bar van het hotel waar Herman Brood zo graag zijn Alexander-cocktails dronk en waar hij op 11 juli 2001 van het dak sprong.

HUMO Waarom wilde je hier afspreken?

Brood «Ze hebben hier alles na de dood van Herman zo mooi gedaan, met dat condoleanceregister voor al die fans. Duizenden rouwende mensen mochten afscheid nemen van Herman. Mijn dochter Holly zat in de buurt op school. Ik kwam hier toch al elke ochtend langs. Nog steeds, als ik voorbijrijd, kijk ik altijd even omhoog. Altijd. Het is voor mij geen nare plek.»

HUMO Je bent zelfs boven gaan kijken. Dat dak is hoog.

Brood «Echt… Als je daarboven staat… Dat je denkt: ‘Ik ga nu springen,’ dat vind ik onbegrijpelijk. Ik wilde die lange weg naar boven voelen. En zien wat hij zag, vanaf het dak. Je ziet ons huis dus, daarboven. Waar wij woonden, met onze drie dochters.»

HUMO En daar heeft hij naar gekeken.

Brood «Denk ik. Weet ik natuurlijk nooit zeker. Maar vanuit de kamer van Lola kon je het Hilton zien, hij moet het vooraf geweten hebben. De lift in, nog een lift in, dat trapje opklimmen, in zijn eentje, dat vind ik zo zielig. Dat eenzame. Hij heeft hier gewoon aan de bar wat zitten drinken. Zijn afscheidsbrief geschreven. En een leesbril bij iemand te leen gevraagd, omdat hij de krant wilde lezen. Waarom wilde hij de krant nog lezen? Wat zou Herman gelezen hebben?»

HUMO Waarom heeft hij voor deze dood gekozen, en geen pillen geslikt of zo?

Brood «Dat heb ik me ook altijd afgevraagd. Heeft-ie getwijfeld, heeft-ie lang daarboven gestaan, is-ie meteen doorgelopen? Ik zou ook denken: zachte dood, pillen. Maar dan is er wel die twijfel of het lukt. En dan zou ik hem gevonden hebben.»

Ze neemt een slok water. Op haar arm stralen getatoeëerde sterren: in eentje zit de as van Nederlands opmerkelijkste rocker en zeldzaam productief kunstenaar. Dit jaar zou hij 70 zijn geworden. In staccatozinnen, haar manier van praten: ‘Hij heeft wel iets neergezet zo. Hij is wel een legende geworden. Op deze manier.’

Foute man

De ‘nationale knuffeljunk’, omschrijft ze haar mateloze man, in de door Rutger Vahl opgetekende autobiografie ‘Rock-’n-Roll Widow’. Het boek is geschreven in de ik-vorm, maar de auteur voerde voor dit portret ook uitvoerige gesprekken met familie, vrienden en collega’s.

Brood «Ik ben vaker gevraagd om mee te werken aan een boek. Deze keer dacht ik: ‘Misschien moet ik ook mijn kant van het verhaal maar eens vertellen.’ Herman was iemand die de publiciteit heel goed kon bespelen. Maar dan was het wel Herman de junk en Herman die vreemdgaat en Herman die de aandacht trekt. Dat klopt ook wel, maar ik wilde laten zien dat je daardoor niet meteen hoeft te denken: ‘Wat een foute man.’ Dat het niet allemaal zo zwart-wit lag. Niemand weet hoe hij thuis was.»

HUMO Hoe was Herman thuis?

Brood «Hij was heel erg lief, voor de kinderen ook vooral. Een rustige, zachtaardige man, die spelletjes wilde spelen en met de kinderen Duplo wilde bouwen. Die de kinderen heel graag op zijn arm overal mee naartoe nam en uren met ze tekende. Die alleen met Lola op vakantie ging. Dat vond ik altijd zo leuk. Ik vertrouwde hem volledig. Hij heeft haar geen avond alleen gelaten.»

HUMO Ik bedacht wel: je hebt hem eigenlijk alleen gekend onder invloed van speed en drank.

Brood «Ja.»

HUMO Dus eigenlijk heb je nooit de echte Herman gekend.

Brood «Da’s waar. En naderhand, toen hij geen speed meer gebruikte, was Herman ook niet zichzelf. Omdat hij zo aftakelde.»

HUMO Vind je dat jammer?

Brood «Ja. Ja. Het is ook heel raar. Al bij het opstaan nam hij iets. Anders heb je tenminste nog een ochtend of een middag met iemand die even niks heeft gebruikt.»

HUMO Hoe zou hij zijn geweest zonder drugs?

Brood «Hij schijnt altijd een ander kind geweest te zijn dan andere kinderen, erg verlegen ook. (Denkt na) Ik denk ook dat die hele drive naar seks kwam door die middelen.»

HUMO Maar je hebt nooit geprobeerd hem te veranderen.

Brood «Dat vind ik zo’n onzin. Dat je iets met iemand begint en zegt: ‘Daar ga ik eens even alles aan veranderen.’ Want je bent wel op diegene mét de drugs gevallen. En het lukt natuurlijk nooit.»

Topspul

Haar vader was kapitein op de grote vaart. Negen maanden weg, dan weer drie maanden thuis. Het gezin woonde in het Brabantse dorp Ulvenhout, aan de rand van het bos, ten zuiden van Breda. Van een omgeving waar de weilanden in het voorjaar goudgeel en zacht lila kleuren door de boterbloemen en de pinksterbloemen, kwam Xandra op haar 24ste terecht in de overbevolkte Reguliersdwarsstraat, de uitgaansstraat van mondain Amsterdam. Xandra’s oom Gert-Jan Dröge, de jongste broer van haar moeder, vond haar een ideale barvrouw voor De Richter. Zijn nachtclub groeide al snel uit tot één van de meest exclusieve van Amsterdam. Xandra zag er Mick Jagger, Prince, Robert De Niro. En ze trok er de permanente aandacht van de vaste stamgast, de twaalf jaar oudere Herman Brood.

HUMO Hij viel op jou, jij niet op hem.

Brood «In het begin had ik zoiets van: ‘Wat moet je van me?’ Ik wist niks van zijn muziek. Herman was erg verliefd. Hij hield van mijn volle mond en lange benen, zei hij. Dat ik een beetje chagrijnig keek, dat vond hij leuk. Ik ging niet in op zijn avances, dat vond hij ook wel spannend. Hij deed erg zijn best: begon zelfs glazen voor me op te halen. En hij bleef vragen of ik eens een keertje meeging naar zijn huis. Op een avond, na een borrel, ben ik inderdaad meegegaan.»

HUMO En ineens was je zelf verliefd.

Brood «Daarna was het wel snel bekeken. (Gaat, niet voor het eerst, verder in de tegenwoordige tijd) Herman is natuurlijk wel een charmeur, heel charismatisch. Ach, als ik nog interviews uit die tijd lees, denk ik: ‘Wat een onschuldig meisje was ik toch.’ We gingen best snel samenwonen.»

HUMO Was je daar niet bang voor? Je wist hoeveel drugs hij gebruikte.

Brood «Eigenlijk stond ik daar niet zo bij stil. Herman was geen man die constant dronken en stoned was. Geen junk die in de goot ligt of laveloos in bed ligt met allemaal flessen om zich heen. Hij was een soort wereldwonder. Ik kan me niet herinneren dat ik Herman ooit iets zonder alcohol heb zien drinken. Hij gebruikte twee gram speed en dronk anderhalve tot twee liter sterkedrank per dag en had daarmee een soort ideale balans gevonden. Het leek wel een drie-eenheid: drank, drugs en Herman. Het zette hem aan tot grote prestaties.»

HUMO Roken, dát was pas echt een verslaving, vond hij: ‘Smerig.’

Brood «Jaha. En paracetamol. Op vakantie had ik een keer paracetamol bij me. Hij vroeg: ‘Mag ik dat ook? Wat een topspul zeg! Kun je dat ook vrij krijgen?’ Een paracetamolletje, hij vond het helemaal geweldig.

»Weet je, als iemand continu met dope bezig is, is dat natuurlijk niet leuk. Maar eigenlijk maakte hij die indruk niet zo. Toen ik ’m leerde kennen, slikte hij de speed trouwens nog. (Ernstig) Als je zo veel gebruikt, kun je beter gaan spuiten. Slikken is natuurlijk vreselijk slecht voor je maag.»

HUMO Je raakte vrij snel in verwachting.

Brood «Dat ik zwanger was van Lola, dat was te gek. Ik deed zo’n Predictor-test en hij was zo blij toen ik het hem vertelde. Daarna moest Herman naar een radio-optreden. Vertel nou maar niks, zei ik. ‘Neeneeneee,’ beloofde hij. Een uur later zette ik de radio aan: ‘Ik word vader!’»

HUMO De meeste vrouwen zouden bang geweest zijn om met hem aan een kind te beginnen.

Brood «Ik dacht er niet zo over na. Ik ben ook niet zo iemand die steeds denkt aan wat er fout kan gaan. Je bent verliefd, je wil een kindje. Ik ben dol op baby’tjes en peutertjes, en van mij hoeft een mens ook niet alles samen te doen. In de zin van: ‘Hij moet ook per se de luiers verschonen en dit en dat.’ Trouwens: hij verschoonde de luiers ook weleens.»

HUMO Alleen voor de camera.

Brood «Hij vond het heerlijk gefilmd te worden, maar hij verschoonde ze echt weleens. Maar altijd met die plakkertjes aan de achterkant. Dan tilde-ie de billen op en dan dacht ik: ‘Herman, je moet het andersom doen.’ Dat heeft-ie nooit geleerd, heel onhandig. Toen ik zwanger was van Lola, bleef hij maar op en neer lopen met zo’n draagzak op zijn buik, met een babypop erin. Hij kon niet wachten.»

HUMO Hij had zelf iets van een kind, hè?

Brood (geïrriteerd) «Altijd als dat wordt gezegd… Herman kende heus wel zijn verantwoordelijkheden. Hij verdiende zijn geld, hij zorgde dat niemand iets tekort kwam, hij was op tijd voor zijn optredens en maakte ze perfect af. Herman was wel een kwajongen, altijd geweest. Hij kwam ook overal mee weg. Mensen accepteerden veel meer van hem dan van iemand anders.»

HUMO Dat deed jij ook. Wat was het moeilijkste te accepteren?

Brood «Dat constante vreemdgaan. Ik denk dat ik bij een andere man had gezegd: ‘Eruit, en ik hoef je nooit meer te zien.’»

HUMO Waarom pikte je het wel van hem?

Brood «Da’s een vraag die ik zelf nooit beantwoord krijg. Ik weet het niet.»

HUMO Misschien was het zijn charisma, zo’n man die je alles vergeeft.

Brood «Dat had er wel mee te maken. Wat ik ook wel wist: Herman ging vreemd, maar het waren geen heftige relaties, die hij maanden verborgen hield. Die meisjes waren heel inwisselbaar.»

HUMO Niet bedreigend, maar wel rot.

Brood «Op den duur ben je het spuugzat, natuurlijk. Van de speed had ik niet zo veel last.»

HUMO De meisjes werden steeds jonger.

Brood «En hij werd zelf natuurlijk ook ouder. Dat ik zelf zoiets had van… (Kijkt verontschuldigend) Ja, het was smerig, bijna. ‘Jezus man,’ dacht ik.»

HUMO In jouw bijzijn vertelde Herman dat hij vrouwen van boven de 30 seksueel niet aantrekkelijk vond.

Brood «Hij provoceerde natuurlijk vaak. Maar oudere vrouwen vond hij inderdaad niet leuk. Ik denk dat hij meer had met jongere meisjes omdat ze gemakkelijker in de omgang zijn.»

HUMO Hij vertelde dat hij voor een klus op reis was naar de Antillen, terwijl hij in werkelijkheid met twee Israëlische meisjes in een hotel in Scheveningen bivakkeerde. Toen jij dat ontdekte moet je toch gedacht hebben: ‘Ik schiet ’m dood?’

Brood «Toen was het wel: ‘Nu is het klaar. Nu ga je maar lekker in dat atelier van je wonen.’»

HUMO Herman wist dat hij je er pijn mee deed. Of besefte hij dat niet?

Brood «Ik denk dat hij het wel wist, maar dat hij er niet zo mee bezig was.»

HUMO Omdat hij vooral met zichzelf bezig was?

Brood (opnieuw in de tegenwoordige tijd) «Herman is toch wel iemand die doet wat hij wil. Waar hij zin in heeft. Wel een redelijke egoïst natuurlijk. Hij zal ook niet snel boodschappen doen. Als hij iets niet leuk vindt om te doen voor een ander, nee, dan begint Herman er niet aan.»

HUMO Dat is het dubbele: het ene moment zeg je de aardigste dingen over hem, en het volgende moment zeg je: ‘Het is wel een egoïst.’

Brood «Dat is ook zo.»

HUMO Die spagaat zit ook in het hele boek.

Brood «Het is moeilijk uit te leggen.»

HUMO Herman kon dat leven van hem leiden door jou, omdat hij altijd jou had om op terug te vallen.

Brood «Ik ben een hele fijne factor voor hem geweest. Ik zorgde dat het huis schoon was, dat het gezellig was… O nee, het woord gezellig mag niet. Het woord gezellig mag je van hem niet zeggen. Klinkt burgerlijk. Maar hij vond het best leuk als mensen kwamen eten. Iedereen heeft warmte nodig.»

HUMO Toen Herman inderdaad verhuisd was naar zijn atelier, kreeg jij een dochter bij een andere man, bij Leo. Scheiden kwam nooit bij jullie op?

Brood «Nee. Zelfs nooit overwogen.»

HUMO Omdat jullie relatie toch te hecht was?

Brood «Dat denk ik. Herman heeft wel altijd iets gehad van: ‘Dit is mijn vrouw.’»

HUMO En jij voelde dat ook zo?

Brood «Ja. Maar ik kon niet meer samenleven. We hadden onze eigen draai gevonden, we gingen onze eigen gang. Herman was helemaal dol op Holly, hij zag haar als zijn eigen dochter. Die verhouding met Leo was niet om Herman een hak te zetten hoor, ik had weleens eerder vriendjes gehad. En Herman kon goed met Leo overweg. Toen Herman op zijn atelier woonde, kwam hij nog heel vaak langs. Hij lag gewoon op de bank, als Leo er was.»

HUMO Herman maakte er in het openbaar een mooie opmerking over: ‘Ik ben blij met de minnaars van mijn vrouw, want ik krijg er steeds goeie vrienden bij.’

Brood «Maar toen, ergens in 1998, kwam Herman op het punt dat hij echt niet meer alleen wilde wonen. Ik zei: ‘Nou Herman, als we een huis met twee ingangen nemen, vind ik het prima. Dan ben je bij de kinderen en mij in de buurt, maar opnieuw samen zie ik niet zitten.’ Meteen daarna liet hij me een heel groot huis zien, met een eigen slaapkamer en alles. (Lacht) Dat had hij natuurlijk al veel eerder geregeld.»


Een echt Broodje

In 1999 overkwam wereldwonder Brood wat ieder ander met eenzelfde leven vermoedelijk een decennium eerder was overkomen: hij werd ziek. Zijn lever was een zwemband en zijn maag een gat. Tot overmaat van ramp werkte de speed plotsklaps niet meer. De drugs had altijd de effecten van de drank gedempt: nu werd hij alleen maar ladderzat.

HUMO Jij overhaalde hem om naar een ontwenningskliniek in Londen te gaan, onder begeleiding van een vriend. Voorafgaand aan het intakegesprek dronk hij zes dubbele Grand Marniers.

Brood «Na een paar dagen ging de deurbel: Herman. Ik zeg: ‘Wat kom jij hier doen? Jij zit toch in die kliniek?’ Hij zei: ‘Jij kunt nou ook nooit eens ergens positief over zijn, hè. Ik ben er helemaal vanaf.’ Er helemaal vanaf. Na drie dagen. Terwijl ik dacht: ‘Hèhè, effe rust.’»

HUMO Eén van de afschuwelijkste dingen die je in die periode meemaakte, toen hij misschien niet meer goed wist wat hij zei, was dat hij seksueel getinte opmerkingen tegen een vriendinnetje van Lola maakte. Waarom heb je dat in het boek laten zetten ?

Brood (onzeker) «Had ik het niet moeten doen, dan?»

HUMO Het is wel eerlijk.

Brood «Ik was toen zó boos. Het was zo rot. Mijn schoonzus Beppie vond het belangrijk dat het in het boek kwam. Ze wist hoeveel pijn hij me soms had gedaan, en dat hij niet altijd met respect met me omging.»

HUMO Had hij nooit spijt?

Brood «Hij riep altijd: ‘Spijt is wat de koe schijt.’ Maar ik denk dat hij diep in zijn hart misschien wel spijt had. Helemaal op het eind, toen ik hem continu moest verzorgen, vroeg hij: ‘Jeetje, kun jij het nog wel aan?’ Hij was incontinent en kon amper nog lopen, een oud sjokkend mannetje. Ik zei: ‘Dat is mijn probleem. Maak je daar maar geen zorgen over.’ Ik had ook niet gewild dat hij ergens anders had gezeten.»

HUMO Ik zie de fotobeelden uit de laatste fase van zijn leven nog zo voor me, met die papegaai op zijn hoofd.

Brood (enthousiast) «Cor! Cor leeft nog. Hij woont in Heerhugowaard, met een andere papegaai. Die heet Kip. Ik wilde die papegaai, maar hij trok naar Herman. Cor was tegen vrouwen helemaal niet aardig. Hij haalde alle haakjes uit de gordijnen: ‘Toktoktok.’ Hij haalde alle nopjes uit de stoelen: ‘Toktoktok.’ Zag-ie ergens een bankbiljet liggen, pikte-ie het halve briefje door: ‘Toktoktok.’

»Herman ging met Cor ook weer om op een manier... Hij haalde ’m onmiddellijk uit zijn kooitje, toen we ’m kregen. Herman vond dat een vogel zijn vrijheid moest hebben. Ik moest Cor terug in het kooitje doen; ík was bang dat-ie weg zou vliegen.»

HUMO Had je je een leven kunnen voorstellen met een rustige negen-tot-vijfman?

Brood «Ik was best een gemakkelijke puber. Mijn moeder dacht: ‘Die gaat lekker trouwen, kindjes, beetje leuk werk doen.’ Dus dat had ook wel in me gezeten. Zo zit het leven in elkaar: als je een andere afslag neemt, kan het totaal anders uitpakken.»

HUMO In zijn afscheidsbrief schreef Herman aan je: ‘Rous door.’ Heb je dat gedaan?

Brood «Nou… Ik ben wel doorgegaan, natuurlijk. Maar wat ik het allerjammerste vind, is dat Herman nu die meiden niet ziet en zij Herman niet. En Lola heeft hem echt nodig. Zij schildert ook, zij heeft ook dat dromerige, zij heeft heel veel vragen voor Herman. Ze is een echt Broodje.»

HUMO Denk jij dan niet: was toch van die drugs afgebleven? Dan was je er nu geweest, voor de kinderen?

Brood «Ik weet het niet. Als-ie niks had gebruikt, wat voor leven had hij dan gehad? Zijn zusje Beppie zei eens tegen Lola: ‘Dan was Herman al voor zijn 30ste gesprongen.’ Ik denk wel dat Herman zich beter voelde door die drugs. Dat hij anders niet tot deze grote hoogten was gestegen.»

HUMO Je neemt hem weer in bescherming.

Brood «Maar ik zeg de dingen ook eerlijk. En ik hoor mensen bijna nooit negatief over hem praten. Je kunt de naam Brood met trots dragen. Herman was geniaal, uitzonderlijk intelligent.»

HUMO Misschien was je zelf wel verslaafd – aan Herman.

Brood «Ik denk niet dat ik aan hem verslaafd was. Dat klinkt zo… Maar ik kon niet van hem loskomen. En hij niet van mij. Herman bleef terugkomen.»

HUMO Merk je zelf ook, hoe je nog steeds in die spagaat zit?

Brood (knikt) «Daar kom ik volgens mij ook niet uit. Dat blijft eeuwig. (Lacht) Eeuwig in de spagaat.»

Op zijn graf liet ze een immense engel plaatsen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234