Het beste volgens Humo in 2014: de cd top 40 (deel 1)

Een klein dozijn gekneusde ribben, twee blauwe ogen, een gescheurde milt en een schedelbreuk later werd in het Ohm-hok besloten om van Humo’s top 20 van 2014 voor de aardigheid een top 40 te maken. Vandaag krijgt u deel 1. Geniet ervan, en aan (fvd): beterschap!

40. Marissa Nadler: ‘July’

Marissa Nadler had al haar instrumenten verkocht, ze was gestopt met muziek maken, en toen kwam het er toch nog van: die plaat waarmee ze alle reserves die we bij haar eerste vijf cd’s hadden (te gotisch, te afstandelijk, te alt-country) resoluut deed verdampen. Laverend tussen droomfolk en nachtmerriepop, voert ze ons mee naar het absolute dieptepunt van een heftige relatiebreuk. ‘July’ bezweert de duisternis met duysternis: metalproducer Randall Dunn verpakt Nadlers akoestische gitaar en statige stemgeluid in fluweelzwart, waarin we, heel af en toe, toch ook een glimp van hoop ontwaren.

39. Neil Young: ‘A Letter Home’

Of hij misschien even zijn telefoon zou mogen gebruiken om naar huis te bellen, vroeg Neil Young aan Jack White, die hem geen smartphone toestopte maar een telefooncel. Een Voice-O-Graph meer bepaald, een eenmansopnamecabine waarin men halfweg de vorige eeuw voor geen geld boodschappen of muziek kon opnemen en meteen op vinyl laten persen. Young lijkt één te worden met het tuig en laat zich in krakkemikkig klinkende covers van onder meer Gordon Lightfoot, Willie Nelson, Bob Dylan en The Everly Brothers van zijn fragielste kant zien.

38. Angus & Julia Stone: ‘Angus & Julia Stone’

De nieuwe Stones! Maar dan totaal anders. We mogen er niet aan denken hoeveel broers nooit de moeite doen om te testen of hun zus kan zingen. En vice versa. Angus en Julia Stone deden het wel en ontdekten iets moois. Als er iets bestaat als witte soul, dan maken zij het. Als er iets bestaat als gerechtvaardigde muzikale incest, dan doen ze het ook. Zelfs een überfout nummer als ‘You’re the One That I Want’ bliezen ze een ziel in.

37. Moonface: ‘City Wrecker’

Ergens op de ‘City Wrecker’-ep heeft Spencer Krug, ex-Wolf Parade en Sunset Rubdown, het over een uitdunnende zwerm zwaluwen in het noorderlicht. De Canadees klonk anno 2014 zelf als de allerlaatste vogel uit het pak: verdwaald, verblind en manmoedig tegen het ijzige lot in klapwiekend. Piano, stem, een minimum aan effecten en één gebroken hart: Moonface. Sla er een arm omheen.

36. Warpaint: ‘Warpaint’

Aan de handjes van collega-Angelenos John Frusciante en diens eerste kloon in lijn bij de Red Hot Chili Peppers, Josh Klinghoffer, maakte het all-female Warpaint in 2008 de ep ‘Exquisite Corpse’, de eerste langspeler op eigen benen volgde in 2010: ‘The Fool’. Daarna vier jaar stilte: heruitvinden, naar elkaar toegroeien, een eigen smoel kweken. En als er dan een plaat verschijnt die vernoemd is naar de groep zelf, dan weet je dat ze zelf alvast vinden dat ze zichzelf gevonden hebben. En dat vinden wij ook. ‘Waar ze op ‘The Fool’ al eens aan het meanderen sloegen, staat op ‘Warpaint’ de song centraal,’ schreef Onze Tevreden Vrouw.

35. Beck: ‘Morning Phase’

Beck heeft een gek jaar achter de rug: eerst was er ‘Song Reader’, twintig liedjes die hij enkel als bladmuziek uitbracht (om ze te kunnen horen, moest u ze zelf spelen, of iemand inhuren die daartoe in staat was), en daarna maakte hij ‘Sea Change’ nog eens opnieuw, zijn onderkoeld, in toon en onderwerpen stevig van de rest van zijn oeuvre afwijkende meesterwerk uit 2002. Althans dat was de teneur over ‘Morning Phase’, net als zijn twaalf jaar oudere broer een veellagige groeiplaat waarop sfeer en afdronk belangrijker waren dan songs. ‘Hoe hij deze orkestrale pracht ooit live denkt te kunnen brengen, is me een raadsel,’ schreef Onze Man in februari. Op 11 september in Vorst kreeg hij een antwoord: Beck bracht het níét. Hij speelde een best of-show en iedereen was tevreden.

34. Eagulls: ‘Eagulls’

‘Eagulls’ is monotoon, drammerig, en levert het soort concerten op waarbij je achteraf verwacht warm spuug en lauwe pils uit je kleren te moeten wringen. ‘Eagulls’ is ook: slim, meeslepend, en voorzien van een overweldigend gaaf geluid. Samen: withete punk met een ijskoud newwavelaagje eroverheen. En een plaat die aanvoelt als een zaak van leven en/of dood: zo hadden we er dit jaar, op die paar verzamelaars van de IS-singers na, niet veel.

33. Hiele: ‘Essential Oils’

Begin april gingen we dagelijks een uurtje liggen weken in de analoge bubbelbaden van elektronicaproducer Roman Hiele, en verrek: acht maanden later blijven ze ons bedwelmen, betoveren en intrigeren. Hiele laat z’n machines afwisselend vonken en pruttelen, maar houdt ze tegelijk stevig in de tang: het resultaat zijn acht beheerste tracks die heerlijk schipperen tussen ingetogen en frenetiek, melancholisch en jolig, weids en claustrofobisch.

32. St. Vincent: ‘St. Vincent’

Enigszins klein behuisd stond ze afgelopen zomer in de Pukkelpopse Club-tent, geprogrammeerd bovendien tegenover allerhande groots en meutes lokkends, en dus ook niet voor bijster veel volk. Wat St. Vincent niet belette om een full-blown spektakel neer te zetten dat deed denken aan de Bowie uit de golden years. Ze citeerde rijkelijk uit haar vijfde, naar zichzelf genoemde plaat, waarop ze na haar felgesmaakte maar sterk naar Talking Heads ruikende uitstapje met David Byrne (‘Love This Giant’, 2012) weer helemaal klinkt als zichzelf: recalcitrant geniaal.

31. Karen O: ‘Crush Songs’

Bedoeld voor iedereen die weet hoe het voelt om de scherven van een gebroken hart van de vloer te moeten rapen. Gemaakt door iemand die zo veel rauwe popgevoeligheid bezit dat ze simpelweg haar eigen dagboeknotities kan zingen; nóg zal Karen O weten te ontroeren. Ook: een zangeres die aldoor buiten de lijntjes kleurt – niet om te vernieuwen, maar omdat nauwkeurigheid in het licht van het Grote Zeer amper uitmaakt. Een verzameling onafgewerkte, naakte, rillende aanzetten tot songs, en van het meest persoonlijke dat u dit jaar in de platenwinkel kon vinden.

30. Ariel Pink: ‘pom pom’

Geen plaat tegelijk zo sinister en zo lief als ‘pom pom’. De songs van Ariel Pink vertonen mensenkennis, een kritische geest, gevoel voor humor én inzicht in grote lappen van de popgeschiedenis, en in 2014 heeft niemand thuis meer genres aan tafel zitten dan hij. ‘Pom pom’ is een plaat om vrolijk bij mee te zingen en achteraf versteld te staan van de woorden die net uit je keel zijn gekomen. Pink heeft zich dit jaar – in interviews, in tweets en aan de lopende band – als een tactloze lul getoond, maar op ‘pom pom’ kunnen we niet boos blijven.

29. FKA twigs: ‘LP1’

Het debuut van Tahliah Barnett (als de nacht valt, verandert ze in het slangenmeisje FKA twigs) bevat onder andere: een song die én een sensueel kringelende stem én de regel ‘When I trust you / We can do it with the lights out’ én een loeiend autoalarm in huis heeft (‘Lights On’). Slepende, nieuwerwets borrelende r&b, op temperatuur gebracht met de meticuleus gepolijste beats & pieces van proper volk als Sampha, Paul Epworth, Clams Casino, Dev Hynes en Kanye-associate Arca. Alsook liefde, seks en troost: exact wat u dit eindejaar nodig hebt, quoi.

28. Tony Molina: ‘Dissed And Dismissed’

Gooi de beste platen van Teenage Fanclub, Dinosaur Jr., Guided By Voices, The Lemonheads, Smudge, The Replacements, Sebadoh en Weezer in een blender, concentreer het mengsel tot de essentie, giet het in twaalf korte songvormpjes en je hebt ‘Dissed and Dismissed’. Een plaat met een koninklijke indierockstamboom die elke vorm van protocol vrolijk aan haar laars lapt. Molina breekt zijn liedjes af na één melodieuze strofe en één loeiende gitaarsolo, dolt met Bach én Slayer en saboteert gouden hooks met een nietsontziende fuck all-attitude. Meefluiten op eigen risico.

27. Young Fathers: ‘Dead’

Witteboordenhiphoppers die onlangs nog de Britse Mercury-prijs kregen voor hun debuut ‘Dead’, waarop ze het genre alle windrichtingen uittrekken. Het is: hondsbrutale hardcore, funky donderpreken en harmonieuze, kamerbrede r&b in een uniek verbond. En een plaat met meer ideeën dan de meeste oeuvres.

26. Future Islands: ‘Singles’

Samuel Herring van Future Islands over het succes van ‘Seasons (Waiting on You)’, het volkslied dat hem afgelopen winter – na elf jaar in de anonimiteit – de status opleverde van achtereenvolgens de Toekomst van de Popmuziek, de Spectaculairste aller Frontmannen en de Benny Hill van de Synthpop: ‘Ineens kwamen er mensen op me af met verzoeken als: ‘Ik heb jullie muziek drie dagen geleden leren kennen door dat optreden in de talkshow van Letterman. Zie je het zitten om op de foto met mijn pasgeboren baby te staan?’ Dat was nieuw. Het is maar popmuziek, hè... but I like it!’

25. The Antlers: ‘Familiars’

Soms dagdroomden we er een boot op de Mississippi bij, soms een landerige namiddag op de Olympos, een enkele keer midzomernacht binnen de poolcirkel – overal waar het hier en nu onder een zachte zijden sluier kon schuilgaan. ‘Familiars’, de halte waar The Antlers in 2014 halt hielden, was escapisme voor gevorderden.

4. Merchandise: ‘After the End’

‘After the End’ is, ondanks zijn apocalyptische titel, een plaat als een tot de rand gevulde hoorn des overvloeds, waaruit iedereen naar eigen believen zijn perfecte popervaring kan samenstellen. Ze klinkt warm, levenslustig, vrolijk, weelderig, zwoel en wuft – maar ook tragisch, weemoedig en confronterend. Wat Merchandise onderscheidt van andere The Smiths-soundalikes is het vermogen in de eigen borstkas te kijken, en ze geven geen moment de indruk Morrissey achterna te willen lopen. Het zijn hoe dan ook geen vegetariërs: Moz had hen en hun salami-adem wellicht toch van zich afgemept.

23. Lana Del Rey: ‘Ultraviolence’

Goed, Lana lijkt meer een filmpersonage uit 1942 dat in 2059 is bedacht door de stokoude David Lynch en de geest van Alfred Hitchcock. En ja, haar langoureuze decadente Hollywood-meets-Vegas-via-Père Lachaise-aura is bedacht en gefinetuned door een team handige jongens, maar ze intrigeert, verrast, fascineert, verleidt... én ze kan Zingen. Wat verwacht je van een popzangeres nog meer?

22. Adrian Crowley: ‘Some Blue Morning’

Ryan Adams noemde hem ‘de beste songwriter die niemand kent’, en daarmee had hij het tot voor kort zowel over Adrian Crowley als over ons. Zes studioplaten en één Daniel Johnston-tribute had Crowley al op zijn naam staan toen hij dit jaar met ‘Some Blue Morning’ voor het eerst op onze radar verscheen. Een bijzonder aangename kennismaking met deze melancholische Dubliner die in zijn croonen bij Mark Eitzel aanleunt en in zijn composities volstrekt uniek is. Wat dacht u van een verhaal over een wild everzwijn, parlando gebracht, acht minuten lang met enkel een akoestische gitaar als medereiziger, en geen seconde vervelend? Ook de tiende keer niet? Onthou ook, als u niet aan volledige platen doet: ‘The Stranger’, ‘Trouble’, ‘Some Blue Morning’ en ‘Golden Palominos’, één van de schoonste liedjes van het jaar. ‘Our days are golden palominos, galloping away’. Het is maar dat u het weet.

21. Morrissey: ‘World Peace Is None of Your Business’

Geenszins zijn beste plaat, maar zijn kruimels zijn nog steeds beter dan andermans parels. Punt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234